Jonge filmers vormen samen Hollands hoekje

(Trouw)

Aan de Filmfestivaltent op de Neude in Utrecht hangen groot de portretten van acht Nederlandse filmregisseurs. ’New Dutch Film Auteurs’ staat er onder. Eugenie Jansen, Nanouk Leopold, David Verbeek, David Lammers, Esther Rots, Simone van Dusseldorp, Fow Pyng Hoe en Mijke de Jong blikken je vriendelijk tegemoet.

Dit is geen nieuwe Nederlandse filmstijl, zoals eerder het uit het buitenland afkomstige Dogma of de Nouvelle Vague. De acht filmmakers formuleerden geen manifest of nieuwe filmwetten, ze kennen elkaar niet eens heel goed. Toch vormen ze nu een Hollands hoekje vanwege hun films die volgens producenten en beleidsmakers verwantschap vertonen en speciale aandacht verdienen. De acht zijn verenigd onder een nieuw label: ’Dutch Angle’. Het zijn regisseurs die ’dicht op de huid filmen’ en waarbij het drama zich niet direct in beeld afspeelt maar ’ergens tussen de regels’. Een andere verwantschap schuilt in hun mate van succes; de acht maakten allemaal films die op filmfestivals prijzen wonnen maar die buiten die festivals te weinig publiek trokken. In veel gevallen maar een paar duizend.

De Nederlandse film blijft een zorgenkindje. Zo’n vijf jaar terug lag het accent op meer geld voor de publieksfilm, nu wordt er gezocht naar meer publiek voor de ’moeilijke’ film. Samen sta je sterker, is de gedachte achter het label. Kijk naar het recente succes van de Roemenen.

Er zal op het filmfestival dus druk over worden gedebatteerd; over kracht en zwakte van deze acht. Toch kunnen ze moeilijk over een kam worden geschoren. De acht filmmakers hebben geen politieke achtergrond gemeen, zoals de Roemenen, geen filmtaal zoals Dogma en ook geen filmstijl zoals in de jaren tachtig de Hollandse naïeven (van Warmerdam, Stelling). Vraag naar hun voorbeelden en de regisseurs verkeren in heel verschillende tradities; van Antonioni tot de Dardennes. Iemand als Esther Rots heeft veel meer gemeen met de Vlaamse Fien Troch dan met ’Dutch Angle’-collega Eugenie Jansen.

Ook in getal zijn de verschillen groot. De publieksaantallen lopen feitelijk uiteen van amper duizend voor ’Shanghai Trance’ van David Verbeek naar zo’n 26.000 bezoekers aan ’Guernsey’ van Nanouk Leopold, wat eigenlijk best goed is voor een Europese arthouse film (grote filmhuissuccessen blijven doorgaans rond de 50.000 steken).

Het publiek ziet verschillen, en kiest dus ook. De vraag is nu wat zo’n Hollands hoekje oplevert, en of het meer betekent dan een vage verwantschap in taal, landschap, experiment en onbehagen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden