Jonge en oude leraren prediken aanpassing op de werkvloer WAARDENPATRONEN

“Als je werkloos bent, is dat voor een groot deel je eigen schuld. Wie wil werken, vindt altijd een baan.” Als leerlingen dergelijke woorden uit de mond van hun leraar horen rollen, is de kans groot dat deze docent of tamelijk jong of tamelijk oud is. De middengroep, de jaren zestig-generatie van de leraren, legt uit dat de maatschappij verantwoordelijk is voor de werkloosheid.

Werkgever, werknemer of zelfstandige, dat hangt nog, maar in principe is iedere scholier een werker van morgen. Welke waarden hun leraren, al dan niet uitgesproken, hanteren in verband met de toekomstige arbeid van hun leerlingen heeft dr. Wiel Veugelers uitgezocht. De onderzoeker en nascholer van leraren promoveerde vorige week aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift 'Pedagogische opdracht en arbeid'.

Veugelers benaderde decanen, leraren maatschappijleer en economie van havo, VWO, (kort) middelbaar beroepsonderwijs en leerlingwezen. En bij de vormen van beroepsonderwijs betrok hij ook leraren van de praktijkvakken in het onderzoek. Hun gemeenschappelijk kenmerk is dat zij les geven aan leerlingen van zestien tot achttien en dat zij uit hoofde van functie of vak slecht kunnen ontkomen aan het hanteren van waarden in verband met arbeid. Hij peilde de meningen over onder meer de verdeling van betaalde en onbetaalde arbeid (zoveel mogelijk over iedereen verdelen of het huishouden alleen voor de vrouw); carrieregerichtheid ('als man moet je je op je carriere richten'), arbeidsverhoudingen, discipline, ondernemersschap en belangenorganisaties zoals vakbonden. Uit de antwoorden valt af te leiden of de leraren zich richten op het kweken van dwarsliggers of meelopers, om met Lea Dasberg te spreken, op de latere werkvloer.

Weinig houvast Minister Ritzen mag een nota hebben uitgebracht over het belang van normen waarden in de school, de leraren die Veugelers ondervroeg, merken weinig stimulerends van de overheid. Ook schoolleiding en -bestuur, zelfs leerplan en examenprogramma bieden docenten weinig houvast. Zij moeten grotendeels zelf uitmaken wat zij de leerling willen voorhouden over arbeid.

Hoewel er dus weinig richtlijnen zijn, blijken gelijkgestemden opmerkelijk vaak collega's. Veugelers ontdekte dat de leerkrachten op protestants-christelijke scholen vooral op 'aanpassing' gericht zijn. Zij bereiden hun leerlingen voor op de heersende arbeidsverhoudingen. Daarin moet de leerling zich zonder al te veel moeite kunnen voegen, al heeft de school eveneens als motief 'de leerling moet voor zichzelf het beste halen uit de heersende arbeidsverhoudingen'.

Gelijkheid Ook rooms-katholieke scholen hebben aanpassing aan de bestaande situatie hoog in het vaandel, maar daarnaast hechten deze ook sterk aan wat Veugelers noemt 'collectieve emancipatie', het streven naar gelijkheid van mensen. Leraren van een katholieke school willen hun leerlingen ook voorbereiden op het veranderen van de heersende arbeidsverhoudingen. De laatste houding krijgt bij niet-confessionele scholen de meeste nadruk. Daarbij hoort volgens Veugelers eveneens dat de lessen meer op individuele ontplooiing gericht zijn.

Ook leeftijd bepaalt welk waardenpatroon een leraar op zijn of haar leerlingen loslaat. Onder de dertig en boven de vijftig zijn docenten meer op aanpassing gericht dan de generatie die daar tussenin zit. Deze 'jaren zestig-generatie' zoals Veugelers schrijft, is overigens ruimer aanwezig in de scholen dan de dertig-minners en de vijftig-plussers.

Vrouwen verschillen niet van mannen als het gaat om aanpassingsgerichtheid of individuele emancipatie. Maar aan het streven naar gelijkheid, de collectieve emancipatie, hechten vrouwen meer dan mannen. Het zou logisch zijn als werkervaring buiten de school, die veel leraren praktijkvakken hebben, het waardenpatroon zou beinvloeden. Maar dat is niet zo.

In de verhouding tot de leerlingen heeft Veugelers merkwaardige uitkomsten gekregen. Zo blijken decanen bij hun adviezen over beroepskeuze geen rekening te houden met de inkomensverwachting. Dit terwijl 'veel geld verdienen', voor leerlingen vaak wel een factor van belang is.

Een andere tweeslachtigheid heeft te maken met eigen initiatief. Docenten - de een meer, de ander minder - loven over het algemeen het nemen van initiatief in het arbeidsleven. Maar voor het schoolleven stellen zij dit minder op prijs, de leerlingen moeten hun initiatief opzouten tot na de lessen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden