Jonge bedrijven maken de stad

De stad is de motor van de economie, daarover zijn wetenschap en politiek het eens, en kennis is de brandstof ervan. Amsterdam wil met zogeheten start-ups die motor op toeren laten komen. Deel 3 van een serie over de triomf van de stad.

Of het belangrijk is om als jong en vernieuwend bedrijf uitgerekend in Amsterdam gevestigd te zijn? Oprichter Patrick Hurenkamp (31) van Bloomon, een jong en snel groeiend bedrijf dat met de inzet van internet boeketten snel aan huis laat bezorgen, hoeft er niet lang over na te denken. "Het is simpel. We draaien op talent. En als je talent wil aantrekken, moet je ergens zitten waar mensen willen wonen. In een bruisende stad als Amsterdam, waar van alles gebeurt, waar ook buitenlanders naartoe willen komen."

Bloomon is een zogeheten start-up, een jonge onderneming die met behulp van technologie iets nieuws te bieden heeft en erop gericht is snel te groeien. Booking.com was ooit een start-up, TomTom begon net zo en Bloomon wil hen achterna. Het bedrijf is nog maar zestien maanden oud, begon met een kapitaal van zeven ton, bij elkaar gescharreld in een wijde kring van familie, vrienden en bekenden, en wist vorig jaar zomer via voornamelijk buitenlandse investeerders 3,5 miljoen op te halen. Nu biedt het werk aan zo'n zestig mensen. In Amsterdam, maar ook al in Berlijn, Londen en Taiwan.

Talent nodig

Maar talent aantrekken, van cruciaal belang voor een bedrijf als Bloomon, is lastig genoeg. Vooral als het gaat om IT'ers en ook online marketeers, vertelt Hurenkamp. Zo lastig dat Bloomon zijn IT-afdeling uiteindelijk maar in Taiwan heeft gevestigd. En voor de marketing is kort geleden iemand uit India binnengehaald. "Ja, dan helpt het dus enorm dat Amsterdam wereldwijd bekend staat als een leuke stad. Hij wilde hier graag komen wonen en werken."

Wat ook helpt: Amsterdam wemelt van de start-ups. Al die jonge ondernemers komen elkaar tegen, in de kroeg en ook op bijeenkomsten die speciaal voor hen georganiseerd worden. Die moeten vaak soortgelijke hindernissen nemen - hoe kom je aan kapitaal, bijvoorbeeld, als je alleen maar een goed verhaal hebt om investeerders te overtuigen, maar nog geen enkele historie? "Dus is het goed om ervaringen uit te wisselen", zegt Hurenkamp, "elkaar op ideeën te brengen, elkaar op mogelijkheden te wijzen."

Er is iets bijzonders aan de hand met de economie van de grote steden. Alom wordt de stad gezien als 'motor van de economie' - ook voor minister Plasterk is dat het uitgangspunt van het grotestedenbeleid. Niet zonder reden, want economen wereldwijd zijn het erover eens dat bedrijven en hun werknemers in de grote steden duidelijk productiever zijn dan elders. Wordt een stad dubbel zo groot, dan neemt de productiviteit er toe met 2 tot 10 procent. En dat is in Nederland niet anders dan in de rest van de wereld, schreef het Centraal Planbureau een jaar geleden.

Hoe dat komt? Ook daarover zijn economen het eens. De best opgeleide mensen werken in de stad. Omdat de arbeidsmarkt in de stad simpelweg groter is dan elders, is er meer ruimte voor specialisten en ook daardoor is het voor bedrijven makkelijker om precies de goede werknemers te vinden. Net als andersom: werknemers vinden in grote steden sneller en baan die bij hen past.

Daar komt bij dat een grote stad gewoon meer bedrijven huisvest dan een kleine. Ook ondernemingen kunnen zich daardoor makkelijk specialiseren. Want wat ze niet in huis hebben, kopen ze in bij andere bedrijven. Die zitten bij wijze van spreken om de hoek, en dat kan dus zonder transportkosten of andere bijkomende posten.

Tenslotte steken al die bedrijven ook iets van elkaar op. Ondernemers komen elkaar tegen, niet alleen als ze zaken doen met elkaar, maar ook in het theater of langs het voetbalveld. Ze leren elkaar kennen, ze wisselen kennis uit, ze stimuleren elkaar. In de begindagen van internet werd nog gedacht dat mensen elkaar daarvoor niet lijfelijk hoefden te ontmoeten, maar inmiddels is duidelijk: elkaar face to face zien is noodzakelijk. En dat kan in de stad als nergens anders.

Al deze mechanismes - door economen samengevat met de term 'agglomeratievoordelen' - zijn in belang toegenomen. Want ze helpen om nieuwe kennis tot stand te brengen en uit te wisselen, en dat is precies waar de economie op draait.

En die mechanismes versterken elkaar, stelt Wim Derksen, oud-hoogleraar bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. "Omdat de productiviteit in de stad groter is, zijn de lonen daar ook hoger. En vanwege die hogere lonen worden er betere mensen aangetrokken. Die betere mensen krijgen nog hogere lonen en daardoor komen er nog betere mensen. Zo wordt een stad steeds productiever en steeds rijker."

Start-ups

Start-ups passen bij uitstek in deze stedelijke economie. Méér nog dan andere bedrijven draaien ze om nieuwe kennis, méér nog hebben ze de nabijheid van andere ondernemingen nodig. Niet alleen van andere start-ups met wie ze kennis en ervaring uitwisselen, maar ook van grote, gevestigde bedrijven. Die zijn niet zelden hun eerste klant of dienen als plek waar ze hun businessmodel kunnen testen. Andersom is het trouwens net zo waar: gevestigde ondernemingen hebben start-ups nodig. Grote bedrijven kijken heel goed naar de innovaties die start-ups ontwikkelen en pikken eruit wat ze kunnen gebruiken.

Zo kijkt het stadsbestuur van Amsterdam er althans tegenaan - net als Rotterdam en Den Haag, trouwens. Begin vorig jaar lanceerde wethouder economische zaken Kajsa Ollongren (D66) beleid dat bedoeld is om met Amsterdam een plek in de Europese topdrie te veroveren op start-upgebied. "We willen in één adem genoemd worden met Londen en Berlijn", kondigde zij destijds aan. En dat moet snel, voegde zij eraan toe. "De komende jaren zullen de winnaars zich van de verliezers onderscheiden. Het effect is groot: niet winnen is echt verliezen."

Start-ups zijn de banenmotor van Amsterdam, verklaart Ollongren haar inzet. "Veel grote, gevestigde ondernemingen zijn nog bezig bij te komen van de financiële crisis. Die groeien niet of nauwelijks, of krimpen zelfs. De grote groei komt intussen van jonge bedrijven. Die zorgen voor zestig procent van de nieuwe banen in Nederland."

Hoogste tijd dus om start-ups in de stad een 'enorme zwengel' te geven, zoals Ollongren het zegt. "We staan er goed voor, in sommige lijstjes hebben we die topdrie zelfs al bereikt. Amsterdam is een wereldstad op pocketformaat: alles is er, maar overzichtelijk. Dat maakt de stad geschikt om vernieuwingen te testen. Er zijn hier veel jonge mensen die wel iets nieuws willen uitproberen. En de stad is internationaal georiënteerd, veel mensen spreken goed Engels. Dat heeft Amsterdam voor op andere steden."

Knelpunten zijn er ook. Een ervan is de beschikbaarheid van kapitaal. Geld genoeg in Nederland, bijvoorbeeld van pensioenfondsen. "Maar Nederlandse investeerders zijn vanouds nogal voorzichtig. Investeren in start-ups is risico's nemen en het besef dat dat nodig is, moet in Nederland nog rijpen. Voor groeikapitaal moeten start-ups vaak nog naar het buitenland."

Geschikte mensen

Nog een knelpunt: waar vinden al die bedrijven geschikte mensen? Booking.com begon ooit in Enschede, maar om echt door te groeien vond dat bedrijf het nodig naar Amsterdam te verhuizen en nu werken daar 2000 mensen. Veilingsite Catawiki komt van Assen naar Amsterdam, IT-bedrijf Oracle verhuist ook naar de hoofdstad. "Die hebben allemaal technisch onderlegde mensen nodig, programmeurs en dergelijke. Zolang het lukt die uit het buitenland te halen, is dat nog niet echt nijpend."

Al die mensen, deels uit het buitenland, moeten ook ergens wonen, en ook dat dreigt een knelpunt te worden. De bevolking van Amsterdam groeit hard en de woningbouw komt na de crisis weliswaar weer op gang, maar lang niet zo snel als nodig is. En zoals Patrick Hurenkamp van Bloomon het zegt: "Mensen die bij ons komen werken, willen niet in Purmerend wonen."

Loopt Amsterdam vanzelf tegen de grenzen van de groei aan? Zef Hemel, bijzonder hoogleraar grootstedelijke problematiek aan de Universiteit van Amsterdam, is daar niet zo bang voor. Volgens hem is Amsterdam nog maar net begonnen aan een 'Derde Gouden Eeuw', na de 17de eeuw en de decennia rond 1900, toen Amsterdam ook al een periode van sterke groei doormaakte. Wat de stad in die eeuwen opbouwde - de grachtengordel, maar ook de haven en luchthaven Schiphol - raakt ze niet zomaar kwijt.

De binnenstad zoals die er nu bij ligt, past uitstekend bij het soort economie dat zorgt voor bloei, zegt Hemel. "Niet alleen omdat mensen er graag willen wonen en werken - het is er mooi, het heeft geschiedenis, mensen voelen zich er prettig. Maar ook omdat het zo gebouwd is dat wonen en werken er heel flexibel kunnen. Grote en kleine bedrijven, al die zzp'ers, alles loopt door elkaar heen en komt elkaar tegen. Een bloeiende economie kán niet zonder." Jawel, het kan best zijn dat de economie over twintig, dertig jaar weer heel andere eisen stelt aan wat de stad te bieden heeft. "Maar een stad die eenmaal bloeit, kan zich blijven vernieuwen."

Áls ze de kansen grijpt die zich nu voordoen, voegt Hemel eraan toe, want die liggen er niet voor eeuwig. "Amsterdam zal in omvang moeten verdubbelen, dat is onontkoombaar om de concurrentie met wereldsteden als Londen en Parijs aan te kunnen. Tijd om te suffen is er niet."

Bij Bloomon is men klaarwakker. De markt voor boeketten hangt van oubolligheid aan elkaar, zegt Patrick Hurenkamp, kijk maar wat er verkocht wordt bij supermarkten en pompstations. Maar met een nieuwe aanpak - zorgvuldig gestileerde boeketten, via internet besteld, snel van kweker naar klant, 's avonds thuisbezorgd - wist Bloomon binnen een jaar 100.000 nieuwe klanten te vinden. Volgend jaar een miljoen boeketten, dat is voorlopig het doel.

Kopenhagen, Hamburg, München - Hurenkamp kan zo een rijtje steden noemen waar hij vestigingen wil openen met zijn bedrijf. Maar zijn eerste zorg is nu een nieuw kantoor in Amsterdam. "Kijk maar", zegt hij, om uit te leggen waarom dat nodig is.

Gezellig oogt het wel, het huidige kantoor. Enkele tientallen mensen, vooral twintigers en dertigers zo te zien, roezemoezen in één grote ruimte. De bureaus staan dicht bij elkaar, her en der staat een boeket, middenin een tafelvoetbalspel. "Eerst dachten we: leuk zo", zegt Hurenkamp. "Maar het wordt toch te vol. Mensen krijgen last van elkaar."

Hurenkamp heeft al een rondje door de stad gemaakt, op zoek naar iets groters. De leukste plekken zijn lastig, want duur, weet hij. En de ervaringen van bijvoorbeeld Booking.com leren hem dat een leuke plek ertoe doet. Dat bedrijf zat ooit in Diemen en merkte: daar wilden mensen niet werken, die kozen dan liever voor een baan bij een ander bedrijf of zelfs in een ander land.

Waarschijnlijk wordt het toch weer de Watergraafsmeer, waar Bloomon nu al zit. Nee, de meest bruisende buurt van Amsterdam is het niet, zegt Hurenkamp, maar het is ook weer niet ver weg van alles. "Er zijn genoeg cafeetjes in de buurt, er is een mooi park vlakbij, best leuk. En hier is het nog te betalen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden