Jong zijn hoeft niet meer

Louis van Dijk excuseert zich, er zijn geen koekjes bij de koffie. Om zichzelf te beschermen heeft hij ze niet in huis. ,,Ik zou eigenlijk 'ontgulsd' moeten worden. Ik ben gulzig in alles. In eten en drinken, in de liefde, in de muziek.''

Van achter zijn brillenglazen kijkt Louis van Dijk vriendelijk de wereld in. Een aardige man, thuis aan de koffie net zo goed als achter de vleugel van het Chassétheater in Breda, waar hij optreedt voor de gasten van de Rabobank. Op opgewekte toon licht hij zijn programma toe, met ietwat oubollige maar nette grapjes. Het publiek hoort het welwillend aan.

Het programma van vader (piano) en dochter Selma (viool en zang) biedt voor de pauze klassiek en swing erna. Vooral in de momenten dat hij zichzelf eventjes de vrije hand geeft, hoor je de passie weer. Licht gebogen over de toetsen haalt hij een wereld naar boven: een kamer met veel bruin en oranje, biezen matten en macramé, de elpee 'Pavane' op volle sterkte. Louis van Dijk als een jonge jazzpianist uit de hoek van Liesbeth List, Ramses Shaffy en andere hemelbestormers.

Nu wordt hij 60 jaar, op 27 november, en onlangs vierde hij in een volgepakt Concertgebouw zijn veertigjarig jubileum als muzikant. Een aardige man, te midden van zijn vrienden. Pieter van Vollenhoven overhandigde hem een doos met vier cd's met hoogtepunten uit het Van Dijk-oeuvre.

Van een tegenstelling tussen de jonge Louis en de oude Van Dijk wil de jubilaris niet weten. ,,Als de suggestie gewekt wordt dat ik minder gedreven zou zijn dan vroeger, word ik pissig. Er is niet minder gedrevenheid, integendeel. Ik speel beter dan in de jaren zestig en zeventig. Het was toen allemaal heel jonge-hondachtig, maar ik had veel minder kennis. Nu staat het als een huis.''

Aan de zure toon van jazz-recensenten die zijn talent erkennen, maar niet kunnen verkroppen dat hij zich afgeeft met andere genres en pingelt met Van Vollenhoven, heeft hij maling: ,,Recensenten recenseren wat zij zelluf niet presteren''. En kom niet aan Pieter van Vollenhoven, met wie hij optreedt ten bate van het Fonds slachtofferhulp: ,,In de nood leer je je vrienden kennen. Toen mijn vrouw Hilda overleed (in 1997, red.) heb ik van hem en zijn vrouw enorm veel steun ondervonden. En niet een beetje, maar echt. Ook het dédain over zijn spel begrijp ik niet. Met mijn dochter doet hij bijvoorbeeld The Real American Folksong. Dat doet -ie gewoon heel goed.''

Het was natuurlijk wel een geweldige tijd, die jaren zestig toen Louis van Dijk begon. Zijn ogen twinkelen als hij er over vertelt: ,,Tot diep in de nacht in de Bamboebar, waar ik boven woonde. Op het laatst had ik dan zoveel whisky's op dat de barkeeper me op bed legde. Ik was met ruzie het huis uitgegaan, de burgerlijkheid van het om een stok opgerolde tafelzeiltje stond me tegen. Ik kan niet uitleggen hoe groot de bevrijding was die ik voelde, daar op die kamer met m'n piano en m'n aladinkacheltje. Die heerlijke periode met Ramses, de goeroe van de vrijheid. Maar in die verrukkelijke chaos heb ik toch mijn solistendiploma op het conservatorium gehaald. Daar ben ik altijd nog trots op.''

,,Maar ik hoef niet meer jong te zijn, ik moet er niet aan denken dat ik weer terug zou moeten. Ik voel me nog precies als toen ik twintig was, alleen nu prettiger, harmonieuzer. Tussen je twintigste en je dertigste hol je verschrikkelijk achter jezelf aan. Ik was soms zo moe dat ik dacht krankzinnig te worden. Op mijn 29ste ben ik dan ook zwaar overspannen geweest. Ik dronk en ik rookte anderhalf pakje Gauloises per dag. Daar ben ik van de ene op de andere dag mee gestopt en in de plaats daarvan kwam de valium. De huisarts die ik toen had heeft me daarvanafgeholpen en verwezen naar de wijn.''

,,Ik leef nu redelijk ongestresst, want ik jaag niks na. Ik omhels wel wat er naar me toe komt. En als je zó staat (doet zijn armen wijd) komt er altijd wel iemand naar je toe.''

Zoals hij daar zit, met zijn armen gebogen als de zuilengalerijen om het Sint Pietersplein, moet je hem wel aardig vinden. Nee hoor, hij vindt het niet erg om voor de zoveelste keer te vertellen over zijn carrière. ,,Ik vind het leuk om te improviseren, ook als ik praat. Al formulerend krijg ik greep op wat er zoal gist en bist in mijn binnenste.''

Bij de volgende bui die aankomt over het IJ staat hij op en loopt naar het raam, enthousiast over de regenboog boven Amsterdam-Noord: ,,Wat fijn dat er nooit meer een zondvloed komt hè...''.

Louis van Dijk kent de tale Kanaüns, heeft er ook plezier in. Als zoon van een hervormde koster groeide hij op met alle vanzelfsprekendheden van de protes tants-christelijke zuil. ,,Laatst was hier een man om een spotje te verwisselen. Ze maken ze tegenwoordig zo ingewikkeld dat je dat zelf niet meer kunt. Die man pakte een lampje, keurde het af, probeerde een ander, maar dat deed het niet. Dus weer terug naar het eerste lampje, en ja hoor, dat afgekeurde spotje, het deed het toch. Toen zei ik: 'De steen die door de tempelbouwers, veracht'lijk was een plaats ontzegd, werd tot verbazing der beschouwers, van God ten hoofd des hoeks gelegd'. Ik zag die man naar mij kijken en denken: Ik moet maken dat ik hier wegkom, want hier zijn ze niet helemaal goed bij hun hoofd.''

,,Ik heb warme herinneringen aan mijn christelijke opvoeding. Ik heb zelfs nog belijdenis gedaan bij dominee Dekker van de Prinsessekerk. Later kwam de ergernis over de bekrompenheid, toen ik zag dat de wereld veel mooier was en dat je daar ook vreugde aan kunt beleven. Soms kom ik nog wel eens in van die zaaltjes bij kerken, met gordijnen in de verkeerde kleur en macramédingen aan de muur... dan begint het naar spruitjes te ruiken.''

,,In gesprekken met Daniël Wayenberg gaat het altijd over godsdienstige vragen. Daan is buitengewoon gelovig, hij bevindt zich in de EO-hoek, maar waar we het nooit over eens worden is de uitverkiezingstheologie. Als ik niet geloof dat God zijn bloed voor mij gestort heeft, hoor ik er niet bij, gelooft Daan. Maar hoe zit het dan met mijn ene buurman die een ongelooflijke etterstraal is, maar die vast gelooft in het bloed van Christus, en de andere, een ontzettend aardige man die goed is voor zijn medemens, maar die dat niet gelooft? Ik kan niet uit de voeten met de stelligheid waarmee die waarheid wordt verkondigd.''

,,In de periode dat ik voor de NCRV het programma 'Musica di Gloria' presenteerde, heb ik een cd gemaakt met bewerkingen van koralen uit het Liedboek voor de kerken. Dat was een groot succes en in het Reformatorisch Dagblad verscheen een enthousiaste recensie, die halverwege eindigde met de verzuchting 'werd er bij ons maar zo muziek gemaakt'. De tweede helft van het verhaal was dat iemand die de gedichten van Reve mooi vindt, eigenlijk met zijn vingers van de koralen had moeten afblijven. Ik heb me daarover in een ingezonden brief beklaagd. Ik heb iets geschreven als 'als iedere uitvoerende van de Matthüus Passion eerst de geloofsblaastest zou moeten doen, zou de MP nooit meer worden uitgevoerd'. Die brief hebben ze integraal geplaatst.''

,,Zoals ik gulzig ben in alles, ben ik ook gulzig wat de religie betreft. Ik wil erachter komen. Ik kan nog het meeste met het begrip 'dankbaarheid'. Ik ben blij dat ik kan manipuleren met wat de Grote Gever me heeft gegeven. Maar ik voel me meer thuis bij de 'Onuitspreekbare', de 'Onbereikbare', uit de taal van Oosterhuis en Vroman - het joodse denken is dichter bij me dan dat lastige mannetje Jezus. Je kunt nog beter bij Maria terecht. Het mannetje Jezus is lastig geworden omdat hij zo gemanipuleerd is. Hij zit zo bij de mensen in hun binnenzak, dat we niet meer weten hoe hij eruitziet. Hoe zo'n Matthüus Passion ook geannexeerd wordt door het christendom...''

,,Hoe draag je dit over aan je kinderen? Dat is een probleem, ja. Ze hebben op een openbare basisschool gezeten, waar ze facultatief godsdienst kregen. De oudste twee zijn op een christelijke middelbare school geweest, de jongste ging naar een openbare. De bijbelverhalen zijn hem echt vreemd. Misschien heb ik als kosterszoon te veel in de keuken gekeken, met al die dominees en zo. Aan de andere kant was het ook de tijdgeest. Ik voelde me gevangen in dat benauwde milieu en in de jaren zestig was er zo'n soort broeierige golf van bevrijding. Zo heb ik mijn zoon ook geen Arnold Ludwig genoemd, zoals ik heet, zoals mijn vader heette en mijn grootvader. Nu heb ik spijt dat ik die lijn niet heb doorgetrokken. Hij heet Bart.''

Het klimaat van de jaren zestig mocht roerig en broeierig zijn, Louis van Dijk trouwde halverwege die jaren met zijn jeugdliefde Hilda. Na de wildste avonden musiceren en drinken ging Louis steevast meteen naar huis. ,,Het was een vluchthaven, ik vond het heerlijk om thuis te komen. Onderweg fantaseerde ik erover dat ik met Bart op de grond zou spelen. Ook anderen ervoeren ons gezin als een oase.'' Louis en zijn vrouw bleven bij elkaar tot Hilda in 1997 na een korte ziekte stierf.

,,Ik was eigenlijk wat aan het uitvieren. We hadden een huis in Frankrijk gekocht, met de bedoeling dat ik geleidelijk minder zou optreden en dat we ons daar zouden terugtrekken. Ik was een beetje moe van mensen vermaken. Maar het leven kan zulke wonderlijke duwen geven. Na Hilda's dood ben ik harder gaan werken dan ooit. Alsof ik door die fatale klap in een keer over de vermoeidheid heen was.''

Eerst was het werken als therapie, inmiddels is Louis van Dijk met Aleid Boersma aan een tweede leven begonnen. Aleid was een huisvriendin van de familie en volgens Henk van der Meyden 'een van de meest begeerde vrouwen van de Amsterdamse society'. In hun huis aan het water scharrelen ze tevreden om elkaar heen.

,,Voor het seizoen 2002-2003 staan nu al 45 concerten met het Rosenberg-trio gepland. Ik heb het drukker dan ooit. Net alsof uit het kwade het goede te voorschijn getrokken is. Als er al voorbeschikking is - ach nee, dat is naar jezelf toelullen, dat slaat ook nergens op. Alsof er eerst iemand uit de weg geruimd moest worden. Het zal ons allemaal ooit verklaard worden - of niet.''

,,Ieder segment van mijn leven heeft nieuwe inzichten aangedragen om nog bewuster te gaan leven. Ook het vermogen om nu te genieten; al is dat moeilijk genoeg. Ik zie mezelf graag als een speelman: ik vind het leuk om mensen te vermaken op een piano. Het is allemaal niet zo belangrijk wat ik doe. Mijn zelfrelativering is groter dan mijn ijdelheid. Aan de andere kant kan ik het ook goed met mijzelf vinden. Die zelfvertedering is het doekje op de wonde van de zelfrelativering.''

Pianist Louis van Dijk wordt zestig en zit veertig jaar in het vak. ,,Ik moet er niet aan denken dat ik weer terug zou moeten. Ik voel me nog precies als toen ik twintig was, al leen nu prettiger, harmo nieuzer.'' Een interview met de speelman.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden