Jong talent krijgt zetje naar de top

Wilma Mathurin (23), student pedagogie aan de VU, werd vijf jaar geleden gekoppeld aan een sociaal werkster. ¿Het leek wel alsof mijn mentor en ik familie waren¿. (FOTO MAARTJE GEELS)

Via de stichting Giving Back coachen grote bedrijven talentvolle allochtone scholieren en studenten. Zij helpen hen jarenlang bij het opbouwen van een netwerk en sociale vaardigheden, om uiteindelijk een mooie baan te vinden.

Een alternatief old boys’ network, is dát Giving Back?’, vraagt Judith Roosblad, beleidsmedewerker bij de Raad voor Werk en Inkomen (RWI). Roosblad houdt zich bezig met allochtonen op de arbeidsmarkt, maar de stichting Giving Back is nieuw voor haar.

De RWI constateerde dat er in Nederland maar weinig initiatieven zijn om hoogopgeleide allochtonen in contact te brengen met werkgevers. Zij vallen van origine buiten de netwerken van grote bedrijven, en doen er na de studie dan ook zeker twee keer zo lang over om een baan te vinden dan autochtonen.

Allochtonen zijn drie keer vaker werkloos. In crisistijd zijn ze bovendien een kwetsbare groep, ook de hoogopgeleiden. Van de circa 700 die het Servicepunt hoogopgeleide allochtonen van UWV de afgelopen drie jaar naar een baan bemiddelde, hebben er zich sinds januari bijna 200 opnieuw voor een baan gemeld.

Giving Back wordt financieel ondersteund door Nuon, TNT, accountantbedrijf PriceWaterhouseCoopers en advocatenkantoor Allen & Overy. Tien jaar zet deze organisatie zich in voor leerlingen die vanwege hun achtergrond minder perspectieven hebben om hun talenten te benutten.

In de praktijk gaat het vrijwel altijd om allochtone jongeren. De stichting werft mentoren uit het bedrijfsleven, overheid, onderwijs, zorg of media. Zij worden gekoppeld aan een scholier uit de hoogste klassen van havo of vwo. Vervolgens nemen de mentoren hen mee naar hun werk, hun huis en bijvoorbeeld de bioscoop, een restaurant of museum. Twee jaar lang is er intensief contact waarbij de scholier de wereld van de succesvolle volwassene leert kennen.

Wilma Mathurin (23), student pedagogie aan de VU, was zo’n meisje dat vijf jaar geleden gekoppeld werd aan een sociaal werkster uit Amsterdam. Wilma kwam op haar twaalfde uit Suriname met haar moeder, een alleenstaande onderwijzeres.

Wilma kon goed leren, maar was enorm verlegen. „Ik durfde niemand aan te spreken.” Haar lerares op het Amsterdamse Amstellyceum, een ’zwarte school’, koos haar uit voor het Giving Back-project.

„Vanaf het allereerste moment leek het alsof mijn mentor en ik familie waren”, zo beschrijft Wilma haar eerste kennismaking. „We lazen dezelfde boeken, hadden dezelfde persoonlijkheid. Zorgen voor anderen is iets wat in ons beiden zit. Ze heeft mij enorm gesteund om mijn verlegenheid te overwinnen. En om te kiezen voor een studie in de zorg.” Bovendien leerde Wilma de 119 andere scholieren kennen, afkomstig uit de vier grote steden, die voor Giving Back waren geselecteerd door hun school. Ze ontmoette ook mensen uit het bedrijfsleven die de jongeren workshops geven over etiquette, presentaties of bijvoorbeeld de bestuurlijke inrichting van de Europese Unie.

Ze kreeg zelfs de gelegenheid Bill Clinton te ontmoeten toen hij zijn biografie in het Amstel Hotel presenteerde. „Over netwerken gesproken!” Na vijf maanden was het voor de extraverte Wilma geen enkel probleem meer om een presentatie voor de groep te geven.

Judith Roosblad denkt dat zo’n project als Giving Back scholieren zeker helpt om aansluiting met de arbeidsmarkt te vinden. „Misschien niet direct op de korte termijn, maar je creëert ook een groep hoger opgeleide allochtonen die al met het bedrijfsleven in aanraking zijn geweest, en ook anderen daar weer bij kunt helpen. Je krijgt zo een sneeuwbaleffect. Dat bedoel ik met alternatief old boys’ network, waarin mensen elkaar van alles kunnen leren.”

Ook aan de arbeidsmarktpositie van hoogopgeleide allochtonen valt nog veel te verbeteren, vindt directeur Ad de Ruijter van het landelijk netwerk voor diversiteitsmanagement Div. „Alleen al gezien het feit dat zij drie keer vaker werkloos zijn dan autochtonen en in de crisis weer eerder op straat komen te staan.” Zijn collega Frans Malten is kritischer: „Giving Back selecteert scholieren die bij voorbaat al kansrijk zijn. Wij vinden dat ook kinderen die in potentie minder talent hebben geholpen zouden moeten worden. De ongelijkheid wordt zo alleen maar groter.”

Wilma merkte dat andere kinderen in haar klas inderdaad wel eens jaloers waren als zij hun vertelde dat ze een bijeenkomst in het Hilton hotel had gehad, of een weekend naar Brussel was geweest. „Ze hadden spijt dat zij zich niet voor Giving Back hadden geïnteresseerd.”

„Scholieren willen eigenlijk nooit iets”, zegt Marcel van der Kooij, directeur van Giving Back en voormalig leraar economie op het ’zwarte’ Edith Stein College in Den Haag. „Wil je het programma tot een succes maken, dan moet er bij de leerlingen wel sprake zijn van enige motivatie.”

De stichting wil daarom alleen kinderen die zich aan afspraken houden en bereid zijn zich in te zetten. Zij worden geselecteerd door docenten en mogen dan solliciteren. Giving Back gaat vervolgens ver om hun algemene ontwikkeling en sociale vaardigheden bij te brengen.

Behalve workshops en mentorbegeleiding, neemt de stichting de scholieren ook mee op een trip naar Berlijn. Daar logeren ze in het chique Marriott Hotel, dat volgens Van der Kooij de sfeer ademt van zakelijk succes. „Je moet er zachtjes praten, je netjes gedragen en er ook een beetje netjes uitzien. Die ervaring is heel leerzaam.”

Volgens Van der Kooij is die vorming heel belangrijk. „Niet alle scholieren wordt thuis geleerd dat je iemand aankijkt als je praat, dat je bij binnenkomst en vertrek een hand geeft en hoe je iemand bedankt als je daar ontvangen bent.”

Een ander struikelblok bij sollicitatiegesprekken is volgens de RWI ook dat allochtone sollicitanten een andere algemene ontwikkeling hebben. In Berlijn bezoeken de scholieren daarom ook het Holocaustmuseum en -monument. Dat moet hen in aanraking brengen met de verschrikkingen die zo bepalend zijn voor de westerse cultuur.

Na tien jaar heeft Giving Back met het programma bereikt dat 88 procent van de leerlingen aan de universiteit of hbo gaat studeren. Gemiddeld is dat, na havo en vwo, in Nederland 70 procent.

Hoe het hun vervolgens vergaat, was tot voor kort niet bekend. Maar vanaf september wil Giving Back zich ook gaan bezighouden met hun ’alumni’ die nu op de hbo en universiteit zitten. Zij kunnen dan ook tijdens hun studie en sollicitatie via de stichting gecoacht worden.

Via een speciale studentenvereniging – die volgens Van der Kooij ’niet om bier draait’ – kunnen zij lezingen of activiteiten organiseren. Hierdoor doen de studenten weer nieuwe, waardevolle contacten en bestuurservaring op. Dat is van belang, want juist de vaak korte cv’s van allochtonen, die weinig actief zijn in het studentenleven en vaak thuis blijven wonen, zijn een struikelblok.

„Voor een werkgever is behalve het iq ook het eq belangrijk: de emotionele quotiënt”, zegt Annemarie Kuks, directeur personeelszaken bij Nuon. Nuon is een van de grote sponsoren van Giving Back en telt acht mentoren onder zijn werknemers. „Het sociale leven naast de studie is vormend. Door studenten en scholieren in aanraking te laten komen met ons bedrijf, sla je een brug naar de toekomst. Dat beperkt het afbreukrisico later. Het gaat ons er niet in de eerste plaats om om nieuwe werknemers voor Nuon te werven. Wij willen mensen met een zwakke sociale positie goed door hun studie loodsen. Als blijkt dat het bedrijfsleven of de energiesector bijvoorbeeld niets voor hen is, is het goed dat ze daar al vroeg achter komen.”

Als hoger opgeleide allochtonen later toch voor Nuon kiezen, hebben ze daar volgens Kuks alle kansen. Zij verlaten het energiebedrijf niet eerder dan andere werknemers en hebben volgens haar dezelfde promotiekansen. Dat afbreukrisico is voor de lager opgeleide allochtonen groter. De RWI constateert ook dat de hoger opgeleiden net zo honkvast zijn bij hun werkgever als autochtonen, al zijn er soms wel gedrags- en houdingsverschillen. Allochtonen scoren echter wel slechter bij promoties.

Dat komt doordat zij vaak wat korter werkzaam zijn in de onderneming. „Bij Nuon moeten die promoties nog gaan komen”, zegt Kuks. Maar volgens de RWI belemmeren culturele verschillen hen wel degelijk. Allochtonen stellen zich bescheidener op en communiceren minder direct. Ze zijn bovendien meer op de inhoud van het werk gericht dat op het sociale aspect.

Kuks: „Dat hoeft wat ons betreft ook niet te veranderen. Niemand hoeft bij ons mee te doen aan een vrijdagmiddagborrel, die hebben we niet eens. We willen onder onze werknemers begrip en respect creëren: dat je een moslimcollega niet gaat aansporen om te eten tijdens de ramadan, of een opmerking maakt over een hoofddoek. Als dat begrip er is, komt de rest vanzelf. De wereld van onze allochtone collega’s is ook de wereld van veel van onze cliënten. Die moeten we kennen. Later zullen deze allochtone studenten de managers moeten worden die onze marketing gaan bepalen. Zo’n project als Giving Back is voor ons dus ook heel leerzaam.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden