Jong, slim, succesvol

Ze zijn hoogopgeleid, hebben een goede baan, een leuk koophuis. En ze worden allochtoon genoemd. Maar zo voelen ze zich niet. Als ze dan toch een label moeten hebben, noem ze dan maar Yep.

Tijdens het schrijven van dit artikel moest ik steeds denken aan een bevriend Marokkaans stel. Hij heeft een goede baan met een leaseauto bij een internationaal bedrijf, zij een parttime baan en een klein autootje omdat dat 'zo handig is met het heen en weer rijden van de kinderen' (twee stuks). Een paar jaar geleden verhuisde dit stel naar een nieuwbouwwoning in een kleine gemeente net buiten Rotterdam waar je als echte stedeling niet aan moet denken. Maar het was 'zo prettig voor de kinderen'. Met hun keurig aangeharkte tuin en zorgvuldig uitgekozen Ikeameubels, hebben ze de droom van hun ouders waargemaakt. In mijn vriendenkring lachen we er smakelijk om. Wij, stadse 'Yeppen', noemen dit fijne gezin De Familie Jansen, omdat ze zo lekker 'Hollands' zijn. De Yep voorbij.

Yep? Inderdaad, zoals gebruikelijk in ons land krijgt elke groep een naam. De term 'Yeppen', oftewel Young Ethnic Professionals werd een paar jaar geleden geïntroduceerd door communicatiespecialist Sezgin Yilgin en cultureel antropoloog Arjan Erkel in hun boek 'Generatie Yep, de opkomst van de Young Ethnic Professionals'. En zoals gebruikelijk zorgt ook deze term voor opgetrokken wenkbrauwen bij de personen om wie het gaat. Wat zijn we nu weer?

Maar los van die frons bij weer een nieuw 'hokje' is het wel een feit dat je in de grote stad steeds vaker hogeropgeleide allochtonen tegenkomt in functies waarin je ze tot, pak 'm beet, vijftien jaar geleden niet veel zag. De manager bij de bank, een partner bij een advocatenkantoor, de woordvoerder van de wethouder of de programmadirecteur van het theater.

Tweede- en derde generatie Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen zijn steeds vaker hoog opgeleid, ambitieus, kennen hun burgerrechten en -plichten, zijn assertief en bestormen de arbeidsmarkt zonder zich veel aan te trekken van het steeds weer terugkerende debat over integratieproblematiek. Ze studeren, hebben een carrière, trouwen, kopen een huis, voeden hun kinderen op, zijn actief in een sportclub, zorgen voor hun vaak analfabete ouders en coachen tussendoor direct of indirect broertjes, neefjes en buurjongens. Of, zoals een van de geïnterviewden zei: "Wij zijn het integratiedebat voorbij. Voor iedereen die nog denkt dat 'het later allemaal wel goed komt met de allochtonen', heb ik goed nieuws: Voor ons is later allang begonnen."

Die behoefte om Nederlanders met een niet-Nederlandse ouders te willen definiëren, is volgens Maurice Crul, hoogleraar Sociologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en de Erasmus Universiteit in Rotterdam, onderdeel van wat hij 'het oude integratie-denken' noemt. "De klassieke minderheidsgroepen - Marokkanen, Turken, Surinamers en Antillianen - maken steeds meer deel uit van de gevestigde orde. Dat geldt zeker voor Amsterdam en Rotterdam, waar meer dan de helft van de jongeren een niet-westerse achtergrond heeft. De multi-etnische samenleving is een feit, dus een term om deze jongeren te duiden is achterhaald."

In het onlangs verschenen boek 'Superdiversiteit, een nieuwe visie op integratie' stelt Crul als een van de co-auteurs vast dat Amsterdam sinds januari 2011 officieel een zogeheten majority-minority city is geworden. Nog slechts 49,7 procent van de bevolking is van Nederlandse afkomst. De andere helft is afkomstig uit maar liefst 176 landen. Met andere woorden: één etnische meerderheid bestaat niet meer, de minderheden zijn de meerderheid geworden. Een tendens die je overigens in alle grote Europese steden ziet. "We worden een 'super divers' continent waarin de steden veranderen in melting pots als New York of Toronto. Diversiteit wordt de nieuwe norm en dat vergt wellicht een van de grootste psychologische omschakelingen van onze tijd. Sommigen uit de oude meerderheidsgroep zullen zich heftig verzetten tegen het verlies van hun dominante positie. Voor anderen vormt de diversiteit van de stad juist een positieve aantrekkingskracht."

Voor het boek was een internationaal vergelijkende studie nodig waaruit blijkt dat zich een hoopvolle toekomst aftekent in landen waar migrantenkinderen kansen krijgen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. "De succesvolle tweede generatie neemt daar het voortouw in de emancipatie. Hoog opgeleide jongeren propageren in de eigen gemeenschap de gelijkheid van mannen en vrouwen en het individuele recht op zelfbeschikking met betrekking tot seksualiteit", schrijft Crul.

In ons land is het aandeel 'migrantenkinderen' in het hoger onderwijs 12 procent en elk jaar neemt dat aantal toe. Opvallend zijn de studiekeuzes: economische studies, gedragswetenschappen en rechten zijn al jarenlang verreweg het populairst. Crul: "Over twintig jaar zullen we zien dat deze branches een zeer divers personeelsbestand hebben."

Het bedrijfsleven speelt al in op de veranderende samenleving, maar de overheid doet dat volgens Crul nog niet. "Die reageert niet snel genoeg. In het onderwijs moeten veel allochtonen studies 'stapelen' richting hoger onderwijs doordat de selectie voor hen, vaak als ze pas 12 zijn, te vroeg komt. Het stapelen vanuit vmbo naar mbo en hbo kost drie jaar extra: een verspilling van tijd en geld. De helft van de allochtone jongeren op het hbo komt vanuit het mbo. Tegen de tijd dat ze hbo of universiteit bereiken, zijn ze ouder, getrouwd of hebben al kinderen en moeten naast hun studie een gezin onderhouden. Dat maakt het risico op uitval in het hoger onderwijs groter."

Volgens Crul is het zaak dat de tweede generatie succesvol is. "Amerikaans onderzoek wijst uit dat vooruitgang in de tweede generatie doorslaggevend is voor de generaties ná hen. Als de tweede generatie stagneert is de kans dat de derde faalt groot: het 'immigrant optimism' verdwijnt door een gevoel van mislukken."

De migrantenkinderen doen het goed, ondanks alle negatieve media aandacht voor een kleine groep die niet meekomt. Vijfentachtig procent van de Marokkaanse, Turkse, Surinaamse en Antilliaanse jeugd is gewoon aan het werk, schrijft publicist Frans Verhagen in zijn boek 'Hoezo mislukt? De nuchtere feiten over de integratie in Nederland'. Integreren doen zij op hun eigen manier: ze stapelen studies, ze vinden hun weg in de academische wereld en in de samenleving. Of ze nu als een über-geassimileerde 'familie Jansen' naar een nieuwbouwwijk verhuizen, of lekker in de stad blijven.

Naam:

Kaltoum Boufangacha (37)

Opleiding: Toneelschool Utrecht

Beroep: Actrice

Nationaliteit: Marokkaans-Nederlands

"Juist als beleidsmakers of instanties nieuwe namen bedenken om een, ondertussen grote groep, mensen te omschrijven, voel je je als 'allochtoon' anders. Normaal heb ik daar geen last van. Ik ben actrice en als ik op het podium sta, vallen alle verschillen tussen mensen weg. Dat vind ik juist zo mooi aan mijn vak. Het overstijgt de vorm, de wereld van taal en de wereld van hokjes. Op toneel gaat het puur om het uiten van je gevoel en de relatie tot anderen. Dit vak definieert mij, het is wat ik ben. Ach, het is zo'n ontzettend mooi vak waarin je niets meer en niets minder kan zijn dan jezelf. In al je onzekerheid en in al je kwetsbaarheid, je moet het doen met je lichaam, meer instrumenten heb je niet.

Ik heb geleerd dat als je je best doet je het uiteindelijk wel redt, maar de werkelijkheid blijkt soms weerbarstiger. Ik wil graag uitdagende rollen spelen, maar ik merk dat ik veelal gevraagd word als een theatermaker weer eens een 'Fatima' nodig heeft. En dat zijn doorgaans niet de meest interessante rollen. In principe vind ik het niet eens zo heel erg om een Marokkaanse vrouw te spelen, sterker: ik kan niet anders want mijn verschijning is Marokkaans, als de rollen maar wat gelaagder zouden zijn, het stereotype zouden overstijgen. De rollen nu blijven tweedimensionaal, ze blijven vlak. Er zijn weinig scenarioschrijvers of theatermakers die gelaagde rollen voor Marokkaanse actrices schrijven, of waarbij etniciteit geen rol speelt. Ik repeteer nu voor een stuk van Paula van der Oest, ik speel een van de verpleegsters in het verhaal over Lucia de B. Paula zocht geen Marokkaanse verpleegster, maar gewóón een verpleegster. Dat sprak me erg aan.

Ik begrijp het stereotypedenken ook wel hoor. Het is een veilig idee om iedereen netjes in hokjes te stoppen. Dat maakt de wereld lekker overzichtelijk. Maar een term als 'Young Ethnic Professional' legt weer zo de nadruk op etniciteit, dat is jammer. Integratie is pas echt geslaagd als we helemaal geen term meer nodig hebben om mensen te omschrijven."

Naam: Jim Engelhardt ( 30 jaar)

Opleiding: hbo Bestuurskunde

Functie: Interim Teamleider Binnendienst Evides Waterbedrijf via Yacht

Nationaliteit: Antilliaans

"Ik was nog nooit in Nederland geweest toen ik als twintigjarige student uit Curaçao vertrok. Daarvoor had ik tot twee keer toe zelfs mijn vertrek naar Nederland afgeblazen. Ik moet wel zeggen dat toen ik tien jaar geleden naar Nederland kwam, Antilliaanse jongens veel in het nieuws waren. En dan niet op een positieve manier, op zijn zachtst gezegd. Ik stond er zelf nogal naïef in, zeg ik achteraf. Ik heb me nooit anders dan mijn 'Nederlandse' medestudenten of me gediscrimineerd gevoeld. Natuurlijk krijg je als 'nieuwe Nederlander' wel eens te maken met onbegrip of wantrouwen maar waar het om gaat is dat je altijd zelf bepaalt hoe je daarmee omgaat. Soms doe ik gewoon alsof ik niet doorheb dat mensen mij anders bejegenen, dan stap ik er overheen en ga er niet op in. Ik denk dat het ook te maken heeft met hoe je bent opgevoed. Als je weet wie je bent en waar je voor staat dan laat je je niet zo snel van je stuk brengen. Ik ben liefdevol opgevoed door mijn moeder, oma en opa en heb een sterk familiegevoel. Mijn geloof in Jezus helpt me dan door de moeilijke tijden heen. Als teamleider vertrouw ik altijd op wat ik van huis uit heb meegekregen. Altijd eerlijk blijven, naar anderen maar ook zeker naar jezelf en altijd authentiek blijven. Sinds iets langer dan één jaar werk ik via Yacht bij Evides en heb net promotie gemaakt. Ik ben er van overtuigd dat dat komt door mijn karakter. Ik ben een mensen-mens zoals ze dat noemen. Ik probeer in alles wat ik doe waarde aan anderen toe te voegen, dat kan alleen als je mensen oprecht waardeert. Wie je nou ook bent en waar je vandaan komt, laat je nooit aanpraten dat je niet goed genoeg bent want dan verlies je je eigenwaarde en dan kom je nergens meer. Probeer je sterke kanten te ontdekken en blijf jezelf daarin ontwikkelen, dit is wat je van de rest zal onderscheiden. Het leven is 10 procent wat je overkomt, en 90 procent hoe je daarop reageert."

"Uit eigen ervaring weet ik dat diversiteit bedrijven sterker maakt. Iedere werknemer heeft een unieke inbreng en daar moet je als bedrijf je voordeel mee doen. De toegevoegde waarde zit hem in het feit dat medewerkers met een andere culturele afkomst vaak beter in staat zijn om sneller te schakelen als ze bijvoorbeeld met buitenlandse zakenpartners te maken krijgen. Misschien komt dat omdat zij opgegroeid zijn in verschillende werelden, ik weet het niet. Wat ik wel weet, is dat ik mijn eigen culturele achtergrond nooit als een belemmering heb ervaren. Tijdens mijn studie besefte ik nog niet hoe moeilijk het zou worden om mijn gewenste baan te krijgen. Net als elke student dacht ik dat de wereld aan mijn voeten zou liggen op het moment dat ik mijn diploma op zak zou hebben. Dat je in het echte leven je wensen en dromen moet bijstellen, leer je pas later, als je al ouder bent en wat jaren hebt meegedraaid. Ik studeerde af in 1997, midden in een lastige arbeidsmarkt en werd meteen met mijn neus op de feiten gedrukt. De afwijzingen op mijn sollicitatiebrieven heb ik nooit als persoonlijk ervaren. Door de economische situatie van destijds was ik een van de vele hogeropgeleiden die keer op keer afgewezen werden na een sollicitatie. Sterker, je was al blij als je een keer uitgenodigd werd voor een gesprek. Nu komen jongeren na hun studie ook niet één-twee-drie aan een baan en bij sommige jongeren merk ik dat ze zich soms gediscrimineerd voelen. Natuurlijk wordt er gediscrimineerd, dat gebeurt overal op de wereld, daar moet je op voorbereid zijn. In mijn vrije tijd coach ik een paar Marokkaanse jongeren die óf nog studeren óf net zijn afgestudeerd. Tegen hen zeg ik dat ze zich vooral geen slachtoffer moeten voelen want zodra je dat gedrag aanneemt is het vechten tegen de bierkaai. Met zo'n houding creëer je een verkeerd wereldbeeld. Eentje waarin de hele wereld tégen jou is - met de werkelijkheid heeft dat helemaal niets te maken. Voor het grootste gedeelte bepaal jij zelf hoe je leven eruit ziet."

Naam: Mohamed Bokhizzou (40)

Opleiding: hbo, Personeel en Organisatie aangevuld met een HR-MBA

Functie: HR-directeur bij Cargill

Nationaliteit: Marokkaans-Nederlands

Naam: Yassine Salihine (36)

Opleiding: hbo Journalistiek en Koninklijke Academie Beeldende Kunst in Den Haag

Functie: Infographic-redacteur bij Nrc.Next

Nationaliteit: Marokkaans-Nederlands

"Goh, alweer een nieuwe term voor allochtonen? Ik weet niet zo goed wat ik van het woord 'Yeppen' moet vinden. Nu ik er over nadenk ben ik liever een Yup want die worden beoordeeld op wat ze hebben bereikt en niet op wie ze heeft gebaard. Ik vind het ongemakkelijk als er weer een nieuwe naam wordt verzonnen om mensen in hokjes te stoppen. Een paar jaar geleden hoorde ik dat ik 'bicultureel' was. Dat klinkt alsof je een ernstige aandoening hebt. Ik laat me niet definiëren door het Centraal Bureau voor de Statistiek of door wie dan ook. Want een nieuwe term om mij te omschrijven, ook het woord Yep, reduceert me weer tot slechts één ding: mijn etniciteit. Maar mijn afkomst alleen maakt mij niet tot wie ik ben. Ik ben beïnvloed door verschillende dingen. Door mijn ouders natuurlijk maar ook door vrienden, de skate-cultuur, de hiphop-cultuur, de kunstacademie, mijn studie journalistiek, poëzie (Yassine schrijft gedichten en in 2009 kwam zijn debuutbundel 'Digitaal' uit bij uitgeverij Holland, red.) en zo verder. Al die dingen maken wie ik ben en hoe ik in het leven sta. Het is slechts toeval dat ik ben geboren uit twee mensen die op hun beurt toevallig in Marokko zijn geboren. Ik zie mezelf als ieder ander en net als ieder ander kijk ik op mijn manier naar de wereld. Als kind was ik al gefascineerd door de wereld om mij heen. Ik vroeg me toen al af waarom de dingen zijn zoals ze zijn. Totdat ik ontdekte dat er mensen bestonden die bepaalden hoe de wereld er uit zag, vormgevers en ontwerpers. Ik kom uit een familie van beeldend kunstenaars dus mijn interesse voor objecten is niet zo vreemd. Na mijn studie industrial design aan de Koninklijke Academie in Den Haag ben ik naast mijn werk bij de NRC ook een eigen bedrijf begonnen. Ik noem mijzelf een 'explorer of possibility space'. Omdat ik me bewust ben van mijn meerlagigheid ben ik als ontwerper in staat om overal verbindingen te leggen. Die skills kun je inzetten bij allerlei vraagstukken, of het nou gaat om vormgeving of andere zaken."

Cursus Yep
Detacheringsbureaus en werving- en selectiebureaus speciaal gericht op 'Yeppen' zijn al jaren in opkomst. De Erasmus Universiteit Rotterdam biedt 'allochtone' masterstudenten het trainingsprogramma 'Hoe word ik een Yep'. In een paar weken leren studenten zich te presenteren, wat hun sterke en zwakke punten zijn en hoe ze moeten netwerken. Want dat is volgens iedereen die er verstand van heeft dé weg naar succes. De juiste mensen op de juiste plekken weten te vinden en niet schromen jezelf aan te prijzen.

Reageren?
Bent u een Yep? Stuur uw verhaal, in maximaal 150 woorden, naar tijdpost@trouw.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden