Jong, optimistisch, en tóch lid van de vakbond

Een 1-meiviering in Amsterdam van FNV-Jongeren met de ‘bondboys’ en ‘bondgirls’. Beeld Patrick Post

Het ledenbestand van vakbonden slinkt en vergrijst. Ze hebben last van een zuur en elitair imago. Jonge leden zijn optimistisch en vinden dat de bonden juist nu nodig zijn.

Er waart een spook door de Europese vakbeweging. Een ledenconsumerend spook. Al jaren slinkt het aantal aangesloten werknemers. Neem Nederlands grootste bond, FNV, die het ledenaantal sinds 2010 met tienduizenden per jaar ziet dalen. Als dat nog even doorgaat schiet het ledenbestand voor het eerst onder de één miljoen.

Om te compenseren voor het bijkomende inkomstenverlies moet FNV 250 van de 1700 eigen voltijdbanen schrappen, maakte de vakbond onlangs bekend. Ook het kleinere CNV staat er elk jaar minder florissant bij. Dat gaat allemaal ten koste van slagkracht en de onderhandelingspositie aan de cao-tafel.

Denk niet dat dit alleen speelt bij FNV en CNV, of bij de Nederlandse vakbeweging. Andere landen doen het niet beter, en die trend is al decennia gaande. Grafieken van Europese samenwerkingsorganisatie OESO over het aandeel aangesloten werknemers ogen als zwarte skipistes.

Oude idealen

De reden is even duidelijk als moeilijk te ondervangen: de boel vergrijst. Jongeren melden zich massaal minder aan dan voor de eeuwwisseling. Zo halveerde het percentage vakbondsleden onder de 45 jaar sinds 1999, blijkt uit cijfers van demografisch onderzoeksinstituut NIDI. Waarom is dat? En wie zijn de jonge werknemers die nog wél de barricaden opgaan voor oude vakbondsidealen?

Nou, Jan Ruijtenberg bijvoorbeeld. De tengere ICT’er krijgt zijn versgetapte biertje amper door de menigte in café Claire geloodst. De jongerentak van FNV sluit de Dag van de Arbeid hier in Amsterdam af met een feestje. In de hippe aangelegenheid aan het Rembrandtplein, met een plafond vol hangplanten en een enorme discobol, staan zo’n honderd mensen te deinen op jaren-tachtig muziek. Gemiddelde leeftijd, op het oog: eind twintig.

UB40 schalt door de volgepakte zaal terwijl Ruijtenberg, gestoken in trainingsjasje en FNV-petje, naar de gang loopt om uit te leggen waarom hij lid is. Hij is vrolijk, praat snel en soms slaat zijn stem daarbij over. “De reden is simpel: ik wil de maatschappij een beetje mooier maken, en met mijn werk in de ICT alleen lukte dat niet genoeg.” Hij is nu 32, en als vrijwilliger bekleedt hij al sinds zijn 26ste diverse bestuursfuncties binnen FNV.

De inspiratie daarvoor kwam niet van vrienden en ook niet van familie. In het bedrijf waar hij al even werkt is hij ook nu nog altijd de enige ICT’er die lid is. “In je eentje is het heel moeilijk de anderen over te halen. In de havensector of in het vervoer is bijna iedereen nog aangesloten. Daar lopen oudere collega’s even naar het broekie toe om hem ook te overtuigen. In mijn vakgebied is dat dus precies omgekeerd.”

Negatieve spiraal

Daarmee is Ruijtenberg een perfect voorbeeld van de veranderende arbeidsmarkt. Een verandering die nogal een wissel trekt op het ledenbestand van de vakbeweging. De Tilburgse hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen legt uit: “Er zijn, naast sectoren die traditioneel goed georganiseerd zijn – de overheid, bouw, sport en het openbaar vervoer – nieuwe werkgebieden met een heel klein aandeel aangesloten werknemers.” In de ICT, maar bijvoorbeeld ook in de detailhandel leeft het vakbondsgevoel gewoon minder, zegt hij.

Daar kan Paul de Beer in komen. “Dat het minder leeft, komt voor een deel doordat mensen meer dan ooit in kleine bedrijfjes werken – winkeltjes of een adviesbureau”, zegt de hoogleraar arbeidsverhoudingen van de UvA. “De grote kantoren, grote kantines waar iedereen tegelijk aan het lunchen is, die zie je steeds minder.”

Dus? “Dus is het voor een vakbondsbestuurder veel moeilijker, om niet te zeggen ondoenlijk, om overal langs te gaan. Het is in een groot bouwbedrijf veel makkelijker om iedereen elke maand even bij te praten met een toespraak in de kantine.” De nieuwe werknemer van 2019 komt zo überhaupt minder in contact met de vakbeweging, zegt hij. “En dan spreken collega’s een nieuw iemand dus ook minder aan met ‘joh, ben jij al lid’?” Een negatieve spiraal.

Wilthagen telt daar nog de opkomst van de zelfstandige ondernemer bij op. Inmiddels telt die groep ruim 1,2 miljoen werkenden. Aansluiten bij een bond doen zzp’ers bijna niet omdat er namens hen niet wordt onderhandeld over cao’s. “Daarbovenop heb je nog de flexwerkers, ook steeds in grotere getale aanwezig. Zij verdienen met hun oproepcontracten vaak zo weinig dat ze niet altijd genoeg over hebben voor een lidmaatschap.”

Samen maken die twee groepen inmiddels 36 procent van de werkenden uit in Nederland, zegt Wilthagen. “Ironisch: dit zijn vaak juist kwetsbare Nederlanders. Mensen die baat kunnen hebben bij een organisatie die voor hen opkomt.”

Strijdbaar

Op de bovenverdieping van café Claire wordt de aanvankelijk rustige Jildou de Jong (23) strijdbaar, zodra het gesprek gaat over die lage lonen. Speelt bij haar ook, zegt de Groningse leraar in opleiding. Andere vakbondthema’s als de stijgende AOW-leeftijd resoneren bij haar duidelijk eveneens: “Ik kan toch niet tot mijn 71ste voor een kleuterklas blijven staan?” Al leest ze de FNV-mails over de pensioendiscussie niet allemaal. “Die zijn niet echt geschreven in de taal van jongeren”, zegt ze.

De Jong probeert studiegenoten over te halen ook lid te worden. “Je kunt je verenigen, zeg ik dan tegen ze. Maar niet iedereen weet überhaupt dat er zoiets bestaat als een vakbond.”

Een veelgehoord geluid is dat jongeren zich in het algeméén niet vaak meer aansluiten bij clubs en verenigingen: de zogeheten individualisering van de maatschappij. “Zo ongeveer sinds de jaren tachtig leeft een sentiment van: ik kan het allemaal zelf wel”, zegt sociaal historicus Sjaak van der Velden. “Dat was een reactie op het collectieve denken in de twee decennia daarvoor. Dat individuele denken komt in alles terug, maar waarschijnlijk dus ook bij de overweging om je aan te sluiten bij een bond.”

Wilthagen beaamt: “Mensen zijn niet graag meer ergens lid van; niet van de tv-gids en dus niet van iets als de vakbond.” De hoogleraar vraagt het weleens in de collegezaal aan zijn studenten: wie is van plan straks lid te worden? “Dan gaat er een half vingertje omhoog. De jongere van tegenwoordig heeft minder zin om in een hesje op het Malieveld te staan.”

Bondgirl

Kim van Strien (31) uit Den Haag herkent dat wel. Ze staat wat te kletsen aan een sta­tafel, net nadat een ouder kaderlid de zaal stil kreeg met een toespraak over het gevaar van concessies tijdens onderhandelingen. Naast haar baan in het voortgezet onderwijs is ze nu elf jaar actief als vakbondslid, op haar felrode t-shirt staat ‘Bondgirl’ afgedrukt.

“Ik merkte het generatieverschil aan de landelijke onderwijsstaking, op 15 maart. Juist de jongere docenten in mijn omgeving waren niet erg bereid mee te doen.” Die kijken haar zelfs glazig aan als ze het over stakingen en cao’s heeft.

Ook Van Strien noemt individualisering als mogelijke oorzaak. Maar hoogleraar De Beer zit die verklaring toch niet helemaal lekker. Hij vroeg onlangs cijfers op bij het Sociaal Cultureel Planbureau over hoeveel Nederlanders lid zijn van een vereniging in het algemeen (exclusief vakbonden), uitgesplitst naar leeftijd. Dat percentage blijkt niet met leeftijd te veranderen: dertigers, veertigers en ouder, bij al die groepen ligt het percentage rond de 60 procent. “Lidmaatschap van een vakbond verschilt wél duidelijk per leeftijdscategorie, ja. Maar dat lijkt me dan niet te komen doordat jongeren zich überhaupt nergens meer bij zouden aansluiten.”

Ander soort mensen

Historicus Van der Velden vraagt zich af of werknemers zich nog wel herkennen in het bestuur van de bonden. Vóór de jaren zeventig waren dat arbeiders die zich langzaam omhoogwerkten, zegt hij. “Ze spraken meer de taal van de werkvloer.” Sindsdien zijn vakbondsbestuurders langzaam een ander soort mensen geworden, vervolgt hij. “Ze hebben economie gestudeerd, praten en denken abstracter. En weten misschien ook beter wat economisch haalbare eisen zijn aan de onderhandeltafel, als het bijvoorbeeld over pensioenen gaat.” Maar begrijpt de werknemer de uitkomsten ook, als hij die in de krant leest? Van der Velden vermoedt weleens van niet.

Hij trekt het vervolgens nog breder, dat gevoel van ‘niet vertegenwoordigd worden’. “Eigenlijk zie je het aandeel aangesloten werknemers bij de vakbeweging al afnemen sinds de bonden meepraten over belangrijke akkoorden en besluiten”, zegt hij. “Vanaf toen ze in de Sociaal Economische Raad kwamen in de jaren vijftig, bijvoorbeeld. Dan is het van: zie je wel, zij zijn deel van de elite, staan naast de minister-president op televisie als die een pen­sioenakkoord of wat dan ook presenteert.”

Bondgirl Van Strien noemt het imago van de vakbeweging niet elitair maar eerder ‘stoffig’. Ze vreest dat veel mensen het zien als een zurige club die bijna altijd boos is. “En ook al vind ik pensioen ontzettend belangrijk, erg sexy is het onderwerp natuurlijk niet.”

Gastlessen

Zijn er naast een imago-boost ook andere routes mogelijk om de ledenaantallen weer op te krikken? Er is al veel geprobeerd, zegt hoogleraar Wilthagen. “Zo kun je mensen uitsluiten van een cao als ze geen vakbondslid zijn. Maar dan loop je gevaar dat werkgevers op dat lidmaatschap gaan discrimineren, dat ze vooral mensen aannemen die géén lid zijn.”

In België krijgen vakbondsleden sneller een werkloosheidsuitkering dan niet-leden, als ze ontslagen worden. “Dat lijkt daar wel tot minder leegloop te leiden.” Hoogleraar De Beer stelt voor om jongeren aan het eind van hun opleiding gastlessen te geven over wat de vakbeweging allemaal doet voor werkenden. “En dan kunnen ze altijd nog zelf besluiten of dat iets voor hen is.”

Het feest in Amsterdam loopt ten einde terwijl de discobol onverstoord doordraait. Eigenlijk maken Ruijtenberg en De Jong zich niet veel zorgen over de toekomst van FNV. De twee stellen afzonderlijk dat ze de actiebereidheid van hun leeftijdsgenoten hebben zien toenemen de laatste tijd. 

Beiden wijzen triomfantelijk naar de recente Klimaatmars in Den Haag. Een enorme groep jongeren wist zich toen in korte tijd te organiseren én ging vervolgens ouderwets de straat op. Ruijtenberg ziet het als een kentering. “Ik ben een optimistisch mens”, zegt hij tevreden knikkend. “Als we ons als vakbeweging aansluiten bij de zorgen van jongeren – denk aan het minimum jeugdloon, onbetaalde stages – dan zullen ze zich vanzelf weer melden.”

Lees ook:

Tweestrijd binnen de FNV: moet de bond zich uitspreken tegen FvD en PVV of niet?

Er heerst een tweestrijd binnen de FNV: moet de bond zich uitspreken tegen populistisch rechts of niet? Die discussie speelt tegen de achtergrond van almaar dalende ledenaantallen.

Honderden banen op de tocht bij FNV

Er verdwijnen de komende twee jaar honderden banen bij vakbond FNV, zo bevestigt de bond.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden