Jong jazztalent zoekt naar ideeën, niet naar perfectie

Op de jazzpodia zijn twee jonge groepen te bewonderen, Kapok en Reinier Baas' More Socially Relevant Music Ensemble. De spelers zijn niet alleen beïnvloed door de jazztraditie, maar ook door rock en klassieke muziek.

INTERVIEW | MISCHA ANDRIESSEN

De groepen Kapok en Reinier Baas' More Socially Relevant Jazz Music Ensemble zijn dit jaar de Young VIP's die vanaf april een uitgebreide tour langs de Nederlandse jazzpodia mogen maken. Hoewel beide bands nog maar betrekkelijk kort bestaan, hebben ze al de nodige prijzen en positieve recensies in de wacht gesleept. Wie zijn deze jonge muzikanten? Waar komen ze in muzikaal opzicht vandaan? En waar willen ze naartoe?

Kapok

Het trio Kapok bestaat uit hoornist Morris Kliphuis, gitarist Timon Koomen en drummer Remco Menting. In 2012 wonnen ze tijdens de Dutch Jazz Competition de prijs voor de beste band. Datzelfde jaar verscheen de debuut-cd 'Flatlands'.

Alle drie komen ze uit muzikale gezinnen. Mentings eerste muziekherinneringen zijn de pianolessen die zijn moeder aan huis gaf. Koomen hoorde zijn vader gitaarmuziek van Harry Sacksioni spelen en wist dat hij dat later ook wilde. Bij Kliphuis thuis stond de blokfluit centraal. Bepalender is echter de herinnering aan de concerten in Vredenburg die hij als kind meemaakte. 'Die blinkende instrumenten en de overweldigende klank, dat vergeet ik nooit meer.'

In zeker opzicht is de muziek uit hun jeugd sturend geweest voor de latere muzikale ontwikkeling. Koomen werd inderdaad gitarist zoals hij zich als kind had voorgenomen. Voor Kliphuis was het horen van de hoorns in Prokofievs 'Peter en de Wolf' en de vierde symfonie van Tsjaikovski van beslissende invloed op zijn instrumentkeuze.

Als pubers raakten de drie in de ban van de ruige rock van Metallica en The Red Hot Chili Peppers. Laatstgenoemde groep is er een waaraan Kapok zich nu nog spiegelt. 'Qua sound, energie, mentaliteit en oprechtheid. Nooit de middenweg kiezen, er altijd vol voor gaan. 'Het conservatorium drong een oude liefde als deze naar de achtergrond, maar die keert volgens Koomen nu terug.

De tijd op het conservatorium is van onschatbare waarde geweest, maar de jarenlange focus op vooral de technische kant van muziek werkt nog door. Ten dele is Kapok nu vooral druk met afleren. Kliphuis: "Op het conservatorium kun je niet bij alles wat je leert je eigen mening doen gelden, soms moet je wat een docent zegt eerst aannemen, ook al denk je 'wat moet ik ermee?'. Je moet je in die leerling-meesterverhouding dwingen. Aan de andere kant is je eigen esthetische gevoel kwetsbaar en bepaalde dingen die je leert, zijn gewoon niet het juiste voor je."

Ook Koomen had op het conservatorium een bepalende ervaring. "Eén bepaalde docent was werkelijk een fantastisch gitarist, maar mij viel het verschil op tussen hoe goed hij speelde en hoe ongelukkig hij was. Geluk kwam dus blijkbaar niet uit die technische perfectie voort."

Dat het leerproces vol tegenstrijdigheden zit, merkte Menting onder meer bij zijn eindexamen. "Ik wilde een stuk alleen op snaredrum spelen, maar alle docenten raadden me dat faliekant af. Toen ik doorzette, vonden ze dat juist weer het beste."

De oneindige leerschool die een musicus voor de boeg heeft, telt diverse doorslaggevende ontmoetingen. Menting bleek buurman van Han Bennink te zijn. Samen gingen ze op een stoel trommelen. In Mentings onorthodoxe drumset zijn van Benninks lessen sporen terug te zien; maar in dezelfde tijd speelde hij in een metalband, wat zijn spel ook beslist heeft beïnvloed.

Kliphuis ging kort geleden op tournee met het Hybrid 10tet van pianist Michiel Braam. "Op het conservatorium wordt naar perfectie gestreefd, maar voor Braam is minstens zo belangrijk wat je niet beheerst. Veel dingen die ik op het conservatorium heb geleerd, sloegen bij hem nergens op. Het werken met hem heeft mijn kijk op muziek ingrijpend veranderd."

Zo'n afwijkende benadering laat Kapok steeds meer toe. Ze namen als groep les bij bassist Wilbert De Joode, een meesterlijke improvisator. Sindsdien zijn veel nummers uit hun repertoire volledig veranderd. Vol overgave en zonder dogma's blijven de drie mannen van Kapok zichzelf en elkaar uitdagen.

Reinier Baas

Gitarist Reinier Baas bracht met zijn 'More Socially Relevant Jazz Music Ensemble' tot dusver twee cd's uit. Opvallender dan zijn ironische humor is zijn eigenzinnige manier van spelen en componeren.

Baas' eerste muzikale herinnering is een plaat van Herman van Veen die hij steeds weer wilde horen. En een andere plaat uit de collectie van zijn vader: eentje van Frank Zappa. "Doe nog eens die gekke man, vroeg ik dan." Even verzinkt Baas in gepeins, dan lacht hij breeduit: "Ja, van Veen en Zappa, dat is het eigenlijk nog steeds."

Baas' vader is klassiek contrabassist. Soms streek die een slaapliedje voor hem. Tot samenspelen tussen vader en zoon is het nooit echt gekomen. "Dat is zo'n andere benadering. Mijn vader speelt zijn hele leven van blad en ik kan nog steeds geen noot lezen." En toch op het conservatorium geslaagd met een tien? "Ik krijg het wel beter onder de knie hoor, maar ik moet nog steeds hard studeren. Nu vooral op Bach."

Al speelde zijn vader in het Radio Filharmonisch orkest, thuis hoorde Baas niet alleen klassiek. "Mijn vader draaide vooral andere dingen; Steely Dan, John Coltrane. Klassiek kwam pas later op het conservatorium en momenteel luister ik er veel naar: Maurice Ravel, Arvo Pärt, Morton Feldman. Als tegenwicht voor al die drukke jazz."

Toen Baas elf was, bracht zijn vader ongevraagd een elektrische gitaar voor hem mee. Baas had wel een paar jaar pianoles achter de rug, maar dat maakte lang niet zo veel indruk als dit nieuwe instrument. Kort daarna leerde hij bands als Metallica en The Red Hot Chili Peppers kennen, werd fan; tot hij Jimi Hendrix hoorde. "Ik was meteen verkocht en wist ook meteen dat dit iets heel anders was dan Metallica; daar kon ik ook gelijk niet meer naar luisteren. Het stomme is dat ik helemaal niets van Hendrix wist. Als je bedenkt wat Hendrix heeft gepresteerd... toen hij stierf was hij zo oud als ik nu."

Er wordt vaak gezegd dat de jonge generatie te goed is geïnformeerd, dat het voor hen moeilijk is een eigen weg te vinden omdat ze overal onmiddellijk kennis van kunnen nemen. Hoe zit dat dan? Baas: "Mijn generatie zit net op de grens. Ik kocht nog gewoon cd's die ik eindeloos draaide. Radiohead, Kurt Rosenwinkel, ik begreep er niets van, maar ik vond het te gek en bleef luisteren tot ik het snapte. Nu is het aanbod inderdaad bijna pervers, die jonge jongens klikken van het ene nummer naar het andere. Zelf ben ik sowieso meer van het grondig uitzoeken dan van het even aanstippen."

Baas improviseerde al jong, maar met Jazz had hij lang weinig op. Veel te stoffig. Gitaarleraar Vincent Pot wist hem er uiteindelijk enigszins voor te winnen. De omslag kwam met Django Reinhardt.

Baas: "Eigenlijk ben ik per ongeluk jazzgitarist geworden. Bovendien is de traditie van de gitaar binnen de jazz sowieso uitzonderlijk, die is er pas later bijgehaald. Daarom horen andere tradities er voor mij evengoed bij; Segovia, Jobim. Daarnaast heb ik gelukkig altijd een gezonde hoeveelheid vrienden buiten het conservatorium gehad. Met hen ging ik naar popbandjes of naar het Concertgebouw en niet alleen naar het Bimhuis. Op het conservatorium bracht ik ook niet teveel tijd door. Studeren deed ik vooral thuis, soms wel zestig uur op een opdracht. Nu ben ik veel aan het loslaten en ik maak me ook niet druk over bij welke school of traditie ik hoor. De essentie van jazz voor mij is dat het over ideeën gaat en niet over perfectie. Ik zoek naar iets dat ik nog niet eerder heb gehoord. Het moet recht voor zijn raap zijn, niet dat wollige jazzgeluid, maar het moet ook weer niet te fel worden. Ik streef er wel naar het technisch zo voor elkaar te hebben dat het ambachtelijk klinkt. Dat het klopt. Goed klinken is veel belangrijker dan goed spelen, maar je techniek is als een wapen: daardoor kun je spelen wat je in je hoofd hoort."

Meer informatie: www.youngvips.nl

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden