Jong in Groningen onterechte blinde vlek

Marten Klompien (1917-1996): zonder titel, gouache op doek, 1957. Part. collectie. (Trouw) Beeld
Marten Klompien (1917-1996): zonder titel, gouache op doek, 1957. Part. collectie. (Trouw)

Eigenzinnig noordelijk realisme, expressionisme, provocerende kunst, land art: Henk van Os brengt een overzicht van al te lang onbekend Groningen.

Cees Straus

Het was een lang verbeide wens van hoogleraar Henk van Os om door middel van een boek en een overzicht de aandacht te vestigen op de moderne kunst zoals hij die in zijn studentenjaren aan de Universiteit van Groningen had beleefd. Van Os (geboren in 1938) is door zijn hoogleraarschap in Groningen en zijn directoraat aan het Rijksmuseum in Amsterdam vooral bekend geworden door zijn enorme kennis van de vroege Italianen. Mede door zijn invloed heeft het Instituut Collectie Nederland de in ons land verzamelde Italianen keurig over de twee musea in Maastricht en Groningen verdeeld.

Maar Van Os heeft behalve voor de vroege schilderkunst ook altijd warme belangstelling voor eigentijdse kunst gekoesterd. Om de generatie waarmee hij opgroeide in een overzicht te tonen was er lange tijd geen ruimte in zijn veelal overvolle agenda, maar nu hij minder doceert en gasteert kwam er plek in het Groninger Museum vrij. Het boek dat Van Os voor de tentoonstelling heeft geschreven, bevat nogal wat nostalgie, maar is op cruciale momenten wel goed aangevuld. De keus voor de expositie blijft echter heel persoonlijk en zal dus voor de goede verstaander ook wel lacunes kennen. De tentoonstelling bevat een lange rij van verrassingen die met elk schilderij waarmaken dat de periode ’Jong in Groningen’ ten onrechte een blinde vlek op het netvlies van de Randstad-georiënteerde kunstliefhebbers is geweest.

Want de generatie van de jaren ’50 en ’60 mocht dan in de stad zelf op soms luidruchtige wijze aan de weg timmeren – het was de tijd ook van happenings, van de eerste installaties en vooral provocerende kunst die het regentendom in de Martinistad keer op keer tegen de schenen trapten – buiten Groningen werd van deze kunst weinig vernomen. Ja, van De Ploeg, die al voor de Tweede Wereldoorlog de stad een bekende klank had gegeven, wist iedereen wel. In Groningen was het trouwens ook na de oorlog koekoek eenzang wat het noordelijke expressionisme betrof. Toch waren hier en daar wel plekken die pal stonden voor de moderne kunst. Zoals de eertijds vermaarde Galerie Mangelgang en natuurlijk het Groninger Museum waar Jos de Gruyter tot 1963 directeur was (waarna hij op schandelijke wijze werd afgeserveerd en zijn heil in Den Haag vond) en er zonder al te veel voorbehoud voor de eigentijdse kunst koos. Maar ook elders in de provincie leefde de avant garde. Zo nodigde boer Albert Waalkens in Finsterwolde land art-kunstenaars uit die op gezette tijden zijn akkers ter beschikking kregen. Waalkens opende er ook een galerie die tot de beste in het land zou gaan behoren.

Nu is land art moeilijk in de vorm van een binnen-expositie te reconstrueren, maar met schilderijen, foto’s en tekeningen kom je ook een eind. En dan blijkt dat de kunstwereld in Groningen in die jaren tussen 1945 en 1975 bepaald niet stil heeft gezeten. Natuurlijk, er zijn zoals in iedere stad trouwens, invloeden van internationale stijlen te zien. Maar veel Groningse schilders waren zo eigenzinnig dat ze op basis van experimenteren vrij gemakkelijk op een eigen taal uitkwamen. Een goed voorbeeld daarvan was Els Amman (1931-1978). Zij stond open voor invloeden van expressionisten als Paul Klee, Hendrik Werkman en Herman Kruyder (1881-1935), terwijl ook de geest van Asger Jorn in haar droomachtige landschappen rondwaart. Maar door op een eigenzinnige wijze met drukinkt te schilderen, wat een prachtige matte tint geeft aan haar surreële droomwerelden, zijn haar schilderijen toch snel herkenbaar. Dat geldt ook voor Fie Werkman, dochter van een beroemde vader, die niettemin als autodidact aan een (late) kunstenaarsloopbaan begon. Fie Werkmans tekeningen staan haaks op het noordelijke expressionisme, ze tekent met een zoekende hand die behalve het papier elke bestaande vorm in de natuur aftast.

Wie tegenwoordig aan Groningen als stad met een invloedrijke kunstwereld denkt, noemt in de eerste plaats de stimulerende rol van de kunstacademie Minerva. De grondslagen voor dit bolwerk waarvan de schilders stuk voor stuk meesters op het gebied van het noordelijke realisme werden, zijn al in de jaren zeventig door hun belangrijkste voorman Matthijs Röling gelegd om gaandeweg vooral door Diederik Kraaijpoel in het westen van het land te worden uitgedragen. Röling begon in 1973 op Minerva les te geven. Dat is precies twee jaar voor de afsluiting van de dertigjarige termijn die Van Os zich bij dit overzicht heeft opgelegd. Niettemin, Röling is op de expositie in het Groninger Museum met vroege werken goed gerepresenteerd. Van zijn invloed op zo vele Minerva-studenten is jammer genoeg niets te zien. Dat het noordelijke realisme (dat in Amsterdam op sympathie kon rekenen van galeries als Mokum en Lieve Hemel) dus het einde van het Groninger modernisme markeert, mag als het uitgangspunt voor een nieuwe tentoonstelling worden gezien.

Els Amman (1931-1978): ¿Nightwood¿, drukinkt op doek, 1975. Coll. Groninger Museum. (Trouw) Beeld
Els Amman (1931-1978): ¿Nightwood¿, drukinkt op doek, 1975. Coll. Groninger Museum. (Trouw)
(\N) Beeld
(\N)
Matthijs Röling (1943): ¿Mimesis¿, olieverf op doek, 1969. Part. coll. (Trouw) Beeld
Matthijs Röling (1943): ¿Mimesis¿, olieverf op doek, 1969. Part. coll. (Trouw)

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden