Jong, afgekeurd en te afhankelijk van hulp

Beeld Trouw

Een op de zes jongeren groeit op met de boodschap dat er iets aan hem mankeert en dat hij dus psychische begeleiding nodig heeft. Niet gek dus dat een deel van hen uiteindelijk niet klaar is voor de echte wereld en als twintiger arbeidsongeschikt wordt verklaard, meent emeritus hoogleraar opvoedkunde Jo Hermanns.

Steeds meer jongeren onder de 25 jaar worden arbeidsongeschikt verklaard vanwege een psychische aandoening of ontwikkelingsstoornis, meldde Trouw gisteren. In tien jaar tijd zijn er bijna tienduizend bijgekomen. "Deze jongeren hebben weinig aan het maatschappelijke leven kunnen deelnemen en zijn daardoor niet voorbereid op functioneren in de samenleving", zegt Hermanns.

Vaak zijn ze als kind al gediagnosticeerd met psychische- of gedragsproblemen als adhd of pdd-nos en in de jeugdzorg of geestelijke gezondheidszorg terechtgekomen.

"Zij zijn al van jongs af aan behandeld als patiënt en altijd begeleid door professionals. Op die manier zijn ze steeds meer gaan samenvallen met hun diagnose. Zo praten ze ook over zichzelf. Ik heb autisme en dus moet je me niet in een volle klas zetten."

Verwend door de samenleving
Dat is niet zozeer hun ouders aan te rekenen, zoals zijn collega Jan Derksen gisteren als een van de verklaringen gaf, meent Hermanns. "Deze jongeren zijn niet verwend door hun gezin, maar door de samenleving." Tegenwoordig zijn we geneigd om bij problemen hulpverleners in te schakelen. "We besteden zorg graag uit, denken dat problemen dan wel worden opgelost."

Voor jongeren met een gedragsprobleem pakt dat vaak negatief uit. Eenmaal in de hulpverlening of het speciaal onderwijs komen ze er zelden uit. Uit buitenlands onderzoek blijkt slechts één op de drie zich uiteindelijk in het 'gewone' leven weet te redden. Een derde blijft afhankelijk van professionele steun. Met de rest loopt het slechter af: zij komen in de criminaliteit terecht, raken verslaafd of dakloos.

Beeld Trouw

Je zou jongeren daarom zoveel mogelijk in het reguliere onderwijs en het gewone leven willen houden, stelt Hermanns. "Daarnaast kunnen ze dan eventueel af en toe behandeling krijgen." Dat is een zware opgave voor ouders en kind. Maar de afslag naar speciaal onderwijs betekent dat het kind in een leefwereld terechtkomt met meer kinderen met problemen. Als een kind eenmaal in dat circuit zit, is de kans dat ze van daaruit de draad weer oppakken nihil, zegt Hermanns. "Terwijl kinderen en ouders die alle zeilen bijzetten op een reguliere school meestal slagen."

Natuurlijk hebben sommige jongeren echt professionele hulp nodig, benadrukt Hermanns. "Maar dat geldt voor 2 tot 5 procent van de kinderen, niet voor die grote groep die nu al vroeg is gediagnosticeerd met een zogenaamde ontwikkelingsstoornis."

Sterker nog, met de doorsnee Nederlandse jongere gaat het hartstikke goed, zegt Hermanns. "Wij hebben de minst problematische jeugd ter wereld. Uit allerlei grote vergelijkende studies blijkt dat zij juist goed zijn voorbereid op de maatschappij. Ze hebben structuur gekregen in hun opvoeding, zijn communicatief, hebben onderhandelingsvaardigheden."

Tijdelijke aanstelling
Het klopt dat twintigers van nu het weleens moeilijk hebben vanwege de competitieve arbeidsmarkt en de economische crisis, zegt hij. "Ik heb fantastische oud-studenten die twee jaar moeten zoeken naar een baan, en vervolgens van tijdelijk contract naar tijdelijke aanstelling gaan. Dan kun je wel eens in een sombere bui schieten of last krijgen van slapeloosheid. Wat we alleen niet moeten doen is deze jonge mensen allerlei diagnoses en stoornissen opplakken."

Maar is het zo erg om professionele hulp te zoeken als je het even niet meer weet? Of als je een puber hebt die met zichzelf worstelt? Baadt het niet dan schaadt het niet, redeneren veel moderne ouders.

Pas daarmee op, waarschuwt Hermanns. "We realiseren ons onvoldoende dat zorg krijgen ook risico's met zich meebrengt. Het is een pedagogische opdracht voor ons allemaal om jongeren te helpen met opgroeien."

Ik kende mijn eigen grenzen niet

Mariëlle Lunenburg (31) communicatieadviseur bij een gemeente

Mariëlle Lunenburg kampte vier jaar geleden met een burn-out. Het was haar eerste baan, ze was 26 jaar en stortte in. Over haar ervaringen schreef ze het boek 'Jong Opgebrand'.

"Ik kon moeilijk nee zeggen. Ik wilde mezelf bewijzen en laten zien wat ik in huis heb. Ik kende mijn eigen grenzen niet", blikt ze terug. De grenzen tussen werk en privé vervaagden. Onderweg in de trein, thuis op de bank of in bed, altijd en overal checkte ze haar werk-e-mail. "Het begon met hoofdpijn, darmklachten en nekpijn", zegt ze. Het ging van kwaad tot erger: van lichamelijke kwaaltjes tot paniekaanvallen, huilbuien en hyperventileren. Overspannen, luidde de diagnose, die later werd bijgesteld naar burn-out. Ze vond het lastig om weer aan het werk te komen. "Ik had het idee dat ik mezelf op voorhand zou diskwalificeren als ik tijdens een sollicitatiegesprek zou vertellen over mijn burn-out. Er rust een taboe op."

Nog altijd moet ze oppassen dat ze haar grenzen bewaakt. "Ik zit sneller aan mijn maximum stressniveau, maar herken de signalen wel sneller."

Ze vindt het een 'makkelijke conclusie' om psychische problemen af te schuiven op de opvoeding. "De trend in de maatschappij is dat je moet presteren en overal goed in moet zijn."

Grapjes begrijp ik niet, die vat ik serieus op
Birsen Basar (29) ambtenaar bij de gemeente Breda

Birsen Basar heeft autisme. Dat belet haar niet om van alles te ondernemen. Ze werkt bij de gemeente Breda, heeft meerdere boektitels op haar naam staan en is gastspreker. "Eigenlijk heb ik twee banen", zegt ze. "Al is de één meer op vrijwillige basis. Zoveel verdien je daar niet aan, hoor."

Het is niet altijd makkelijk om in een reguliere organisatie te werken, vindt ze. "Ik merk dat vooral in de sociale sfeer. Grapjes begrijp ik niet, die vat ik serieus op. Bedrijfsuitjes zijn voor mij vermoeiender dan op kantoor zitten. Je moet dan de hele dag met elkaar optrekken, dat kost energie."

Haar beperking belemmert haar soms, maar is ook haar kracht. Een sterk punt is dat ze goed is met getallen en details, zegt ze. "Als er iets ontbreekt of niet klopt, zie ik dat direct."

In het begin werkte Basar in de backoffice en had ze weinig contact met klanten, maar nu neemt ze de telefoon aan en beantwoordt e-mails. "Ik ben vooruitgegaan. Ik heb ambitie, al is dat lastig met een handicap." Ze heeft geluk met haar baan, realiseert ze zich. "Tegenwoordig is het veel moeilijker om ergens te worden aangenomen als je een beperking hebt."

Ik ben gevoelig en ook erg perfectionistisch
Anouk* (26) student bewegingswetenschappen

Anouk lijdt al bijna tien jaar aan een eetstoornis. Periodes van anorexia en boulimia wisselen zich af. Ze doet de master bewegingswetenschappen, maar studeren gaat moeizaam. "In mijn hoofd ben ik veel bezig met denken aan eten. Ook heb ik last van concentratieproblemen."

Naast haar eetstoornis kampt ze met een depressie. Beide problemen hebben een grote invloed op haar dagelijks leven. "Ik ga er niet op uit en isoleer me. Het ontbreekt me aan energie en zin om dingen te ondernemen."

Ze denkt dat er niet één, maar meerdere oorzaken zijn voor haar psychische problemen. "Het ligt voor een deel aan mijn gezinssituatie en aan mijn persoonlijkheid. Ik ben perfectionistisch en een gevoelig persoon. Ook heb ik een laag zelfbeeld en ik ben onzeker over mezelf."

Dat de toename van psychische problemen bij jongeren een gevolg zou zijn van een opvoeding waarin de jongeren teveel gepamperd zijn, betwijfelt ze. "Opvoeding kan een rol spelen, maar erfelijkheid en persoonlijkheid spelen ook mee."

* Echte naam is bij de redactie bekend

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden