Jonathan Franzen Stem van 'normaal' Amerika

Hij is voor velen dé hedendaagse verteller van het Grote Amerikaanse Verhaal. Zelf gelooft sterauteur Jonathan Franzen daar helemaal niet in. Woensdag verschijnt zijn nieuwe roman 'Zuiverheid' in Nederland.

Jonathan Franzen is een beetje als Times Square, de Eiffeltoren of een Nederlandse molen. Als 'local' kun je nog zo hard roepen dat hij niet de enige attractie is, dat je juist ook de minder bekende plekken zou moeten opzoeken, dat er meer te zien valt dan dat ene monument dat op elke ansichtkaart staat. Toch zullen de buitenlandse bezoekers niet rusten totdat ze er zelf geweest zijn.

Franzen is onmiskenbaar 'groot'. Zijn roman 'De correcties' (2001), over het wel en wee van drie volwassen kinderen die de Kerstdagen moeten doorbrengen met hun bejaarde ouders, bleek een zeldzame combinatie van literair succes en bestseller. 'Vrijheid' (2010) was nog ambitieuzer: het ging niet alleen over een ongelukkig huwelijk, maar ook over het vernietigen van het milieu, politieke corruptie, de oorlog in Irak, en vooral het probleem van een overdaad aan keuzes. Franzen werd geroemd om zijn stijl, 'majestueus', ironisch, maar ook meeslepend. In Trouw prees Rob Schouten zowel zijn 'brede, panoramische kijk' als hoe hij 'de condition humaine (...)' haarfijn en raak weet bloot te leggen."

Recensenten en interviewers begonnen te spreken van een 'Great American Novel', en Franzen mocht, als enige levende schrijver van de afgelopen vijftien jaar, op de cover van Time Magazine verschijnen. In een tijd van postmoderne experimenten en een afnemende belangstelling voor fictie leek Franzen zowat eigenhandig in staat om het tij te keren.

Vandaar dat de publicatie volgende week van zijn nieuwste roman, 'Zuiverheid' ('Purity'), met zoveel spanning wordt afgewacht, door zowel Nederlandse als Amerikaanse lezers. Maar terwijl er gediscussieerd wordt of dit het boek is dat Franzens plek in de moderne canon zal bevestigen, dringt ook een andere vraag zich op: Is het begrip 'Grote Schrijver' überhaupt nog wel actueel?

Franzen voldoet amper aan het beeld van de literaire alfaman. Hij is geen ouderwetse zelfingenomen schrijver à la Norman Mailer of de Nederlandse Grote Drie. In interviews is hij eerder onhandig: half arrogant, half verontschuldigend, met een soms gênant gebrek aan zelfcensuur. Vorige week noemde hij in The Guardian dat hij en zijn partner ooit even hadden rondgelopen met het idee om een kind te adopteren, om in contact met jonge mensen te komen. Waarschijnlijk is dit gewoon een van de zovele gedachten die in Franzens inventieve brein ontstaan en af en toe via zijn mond ontsnappen, maar al snel werd zijn overweging om een 'Iraakse oorlogswees' te adopteren, losgerukt van zijn ironiserende context, gefileerd op sociale media en werd hij beticht van ongevoeligheid. Zelfs wanneer hij niets verkeerds zegt, maken zijn status en zijn vermeende arrogantie hem tot een doelwit voor aanvallen, bijvoorbeeld van vrouwen die hem gebruiken om het verschil in waardering tussen mannelijke en vrouwelijke schrijvers aan te kaarten. Zijn botsingen met schrijfster Jennifer Weiner, die zich eraan stoort dat haar boeken worden geclassificeerd als 'vrouwenboeken' en die van hem als 'literatuur', zijn legendarisch.

De arrogantie en de ruzies maskeren iets anders: het ontbreken van een gemeenschappelijke stem in de Amerikaanse literatuur. Misschien is die er ook wel nooit geweest. De huidige Amerikaanse literaire wereld is diverser, geografisch, thematisch en demografisch gezien, dan de Amsterdamse en Londense kringen. Zelfs Updike en Roth, die van een afstand gezien boven de rest lijken uit te torenen, zijn in Amerika slechts twee gebouwen in een skyline.

Middenklasse

Eén verklaring voor Franzens statuur is zijn bereidheid om op te komen voor de roman als essentieel onderdeel van de cultuur. Franzen gelooft dat er nog steeds behoefte is aan boeken als 'Vrijheid', grote veelomvattende sociale romans over de middenklasse, politiek, het gezin, liefde, zingeving. In een veelbesproken stuk in Harper's Magazine schreef hij in 1996, vol jeugdige ambitie en stelligheid, dat hij nog steeds geloofde in geëngageerde fictie in de traditie van Dickens en Tolstoj, in de moderne zedenroman in de ruimste zin die zich bezighoudt met vraagstukken over sociale en familieverbanden en vragen als 'hoe te leven?'

Dit spreekt de Nederlandse lezer aan. Waar Amerikanen een zwak hebben voor dromen, avonturen en effectbejag, is de Nederlandse samenleving meer bezig met sociale en persoonlijke gewetensvragen. De morele dilemma's waar Franzen over schrijft in 'Vrijheid' zijn herkenbaar in een land waar discussiëren over ethische kwesties een tweede natuur is. Bovendien is 'vrijheid' een belangrijk thema voor een generatie die zich losmaakte van een verstikkende moraal en zijn kinderen vrij opvoedde, maar nooit zijn fundamentele vertrouwen in sociale en familiebanden opgaf.

Franzen heeft ons inmiddels veel over zijn eigen familie verteld, vooral in zijn bundel autobiografische stukken 'De onbehaaglijkheidsfactor' (2011). Hij werd geboren in 1959, als jongste kind van Scandinavisch-Amerikaanse ouders die vooral zo gewoon mogelijk wilden zijn. Getekend door de armoede van de crisisjaren zochten ze, zoals zoveel mensen in de jaren vijftig, hun geluk in het 'normale leven'. Het gezin Franzen woonde in Webster Groves, Missouri, een welvarende, grotendeels blanke buitenwijk van St. Louis, het spiegelbeeld van het aan de andere kant van de stad gelegen Ferguson. "Ik ben opgegroeid in het midden van het land, midden in de gouden tijd van de Amerikaanse middenklasse", merkt hij op, en zijn hele schrijverscarrière is een worsteling met zijn aversie tegen de Amerikaanse middelmaat, met de onmogelijkheid voor zijn generatie om de waarden van hun ouders te omarmen. "Mijn moeder vond ik vreselijk conformistisch en hopeloos geobsedeerd door geld en uiterlijke schijn, mijn vader leek me allergisch voor elke denkbare vorm van plezier," schrijft hij in een ongemakkelijke terugblik op zijn tienerjaren. "Ik was hun vrolijke nakomertje geweest, en nu wilde ik alleen maar zo ver mogelijk bij hen vandaan zijn."

Hij was belast met een groot intellect, een licht minderwaardigheidsgevoel en een maatschappijkritische houding. Deze eigenschappen werden waarschijnlijk nog eens versterkt tijdens zijn studie aan Swarthmore College, een liberal arts universiteit die hoge academische eisen combineert met linkse waarden, en die meer bekendstaat als kweekvijver van professoren dan van artistiek talent. Hij studeerde Duits, al hadden zijn ouders liever een bètastudie gezien, en begon al vroeg met schrijven. Hij studeerde af in 1981, trouwde het jaar daarop met een medestudente, en publiceerde zijn eerste roman, 'De 27ste Stad', in 1988 - hij was pas 29. Ze scheidden in 1994, en het ongelukkige huwelijk en de pijn van de breuk werken nog na in 'Vrijheid'.

Obsessies

In essays en interviews heeft hij een aantal van zijn eigenaardigheden onthuld, zoals zijn rusteloosheid, zijn verlegenheid, zijn obsessieve worstelen met het schrijven. Toen hij werkte aan 'De correcties', het boek waarmee hij doorbrak, droeg hij oordoppen en een blinddoek tijdens het typen om zich beter te kunnen concentreren. ("Je kunt de basistoetsen op je computer op de tast vinden," zei hij in The New York Times. "Ze hebben een klein verhoginkje.") Hij werkt nog steeds op een laptop met de wifikaart eruit gesloopt, om afleiding te voorkomen. Ook weigert hij om aan sociale media te doen. In The Guardian zei hij: "Iemand met een internetverbinding op zijn werkplek zal niet snel goede fictie schrijven."

Na het verlaten van het saaie Middenwesten vond hij het lange tijd moeilijk om zich ergens te settelen. Hij heeft onlangs zijn huis in New York opgegeven en woont nu fulltime in een vrij bescheiden huis in Californië, in een bos vlak bij de hippiebadplaats Santa Cruz. Daar woont hij samen met zijn partner Kathryn Chetkovich, een schrijfster die bekend werd met een essay, 'Envy' (Afgunst), over hoe moeilijk het kan zijn om samen te wonen met een andere, veel succesvollere auteur. Franzen deelde met zijn vriend en collega David Foster Wallace de opvatting dat lezen en schrijven vooral dienen als "een uitweg uit de eenzaamheid".

Er zijn ook inhoudelijke bezwaren tegen het indelen van Franzen bij de 'Great American Novelists'. Een ervan is zijn neiging tot uitweiden. "Franzen weet soms geen maat te houden", schreef Joost Zwagerman in een verder lovend stuk over 'Vrijheid' in Vrij Nederland. "Je betrapt je erop dat je wel vaker passages wilt overslaan." Een belangrijker punt van kritiek is dat hij, ondanks ambitieuze titels als 'Vrijheid' en 'Zuiverheid', niet altijd in staat is om zijn onderwerpen gewicht te geven. Hij zoekt grote waarheden in kleine incidenten en gewone mensen, maar vaak blijven ze klein en gewoon. Hij wil de stem zijn van de kleurloze, 'normale' Amerikaan, maar het lukt hem niet altijd om zijn personages boven die kleurloosheid uit te tillen. Af en toe lijkt Franzen er zelf niet van overtuigd dat een dubbeltje menselijke ervaring ooit een kwartje verdieping kan worden.

Vervelende vraag

Maar het echte probleem met de verwachtingen die aan Franzen gesteld worden, is dat ze absurd zijn. Hijzelf gelooft niet in de Great American Novel. (Bij een lezing in Amsterdam in 2010 vertelde hij moderator Jan Donkers dat hij dit altijd de vervelendste interviewvraag vond.) Het sterke punt van de Amerikaanse literatuur is juist zijn grote verscheidenheid aan schrijversstemmen; om één ervan tot de meest representatieve te bestempelen is niet meer van deze tijd. Bovendien lijken de weinige serieuze romanlezers die er nog over zijn, niet per se op zoek te zijn naar een nieuwe Grote Schrijver. Zoals Joost de Vries onlangs opmerkte in De Groene Amsterdammer, in de boekenwereld zit geen prestige meer: "Schrijvers hebben niet meer de grootste."

De grote boodschap van Franzens carrière heeft te maken met deze verandering: er is geen literaire apenrots meer. Er is alleen maar de glazen berg van 'post-normaal' Amerika.

Morgen in Trouw de recensie van 'Zuiverheid', door Rob Schouten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden