Jokte Audrey over de oorlog?

Hepburn zou in het verzet mee hebben gedaan aan clandestiene optredens en zelfs een Britse piloot hebben gered

Audrey Hepburn, Hollywoodlegende met Hollandse wortels, wordt steeds meer van ons naarmate ze langer dood is. Was vroeger op tv heel af en toe hetzelfde zwart-wit interviewtje met een piepjonge Audrey in het Nederlands te zien, nu kunnen fans haar Gelderse jaren zo terugvinden op Youtube. Zoals haar debuut in een KLM-commercial uit 1948, waarin de stralende 18-jarige Audrey (lief hè, zucht de voice-over) haar stewardessenpakje showt, of, van veel later, een interview over haar Unicefwerk in 'Jongbloed en Joosten'.


Ironisch is wel, dat met die steviger omarming van Hepburns Hollandse achtergrond nu ook haar 'grijze' oorlogsverleden in beeld komt. Aanstaande vrijdag opent in het Airborne Museum in Oosterbeek de expositie over Hepburns oorlogsjaren in Arnhem, waarover deze krant in november al berichtte.


Tegelijk met die expositie verschijnen twee biografische romans: 'Audrey & Anne' van Jolien Janzing en 'Het geheim van Audrey H.' van Miriam Guensberg. De eerste roman verschijnt toevallig nu, de tweede in opdracht van het museum. Grote vraag achter zowel de expositie als de romans: Wat is er waar van Audrey's verzetsverleden? Die koeriersactiviteiten en clandestiene voorstellingen waarover ze sprak in interviews, de redding van een Britse piloot waarover biografen schreven.


Als Audrey het zei is het waar zou je denken, maar zo simpel ligt het niet. Hepburns moeder was de Nederlandse Ella van Heemstra, dochter van baron Aarnoud van Heemstra die jarenlang burgemeester in Arnhem was en later gouverneur van Suriname. Ella kreeg twee zoons uit haar huwelijk met jonkheer Quarles van Ufford, scheidde, en hertrouwde met de Britse 'avontuurlijke dandy' Joseph Ruston - hij niet van adel maar wel met een stamboom die teruggaat tot James Hepburn, graaf van Bothwell, ooit de minnaar van Mary, koningin der Schotten. De naam Hepburn voegde Joseph zelf toe aan zijn naam om adellijk te klinken.


Over hun nazisympathieën maakten biografen al het nodige bekend. Barry Paris schrijft in zijn standaardwerk over Hepburn (1996) over vader Josephs lidmaatschap van de door Oswald Mosley geleide British Union of Fascists, een club die Ruston eind jaren dertig verruilt voor een nog antisemitischer splinter. Moeder Ella van Heemstra was tijdelijk ook in de ban van de BUF. Ze schreef in 1935 in de krant van de partij een enthousiast verhaal over Mosley en 'de roep van het fascisme', en bezocht met haar man fabrieken, scholen en andere instituten in nazi-Duitsland. Het paar ontmoette in München de Führer himself - in het hoofdkwartier van de nazi's in het Braunes Haus, volgens Paris; in de Osteria Bavaria, lezen we in Janzings roman 'Audrey & Anne'.


Josephs lidmaatschap van de fascistische partij zou er later toe leiden dat hij de oorlog in een Engelse gevangenis doorbracht. Maar dan is het vechthuwelijk tussen Ella en Joseph al enige tijd gestrand en heeft de nu voor de tweede keer gescheiden Ella haar dochter Audrey van haar kostschool in Kent gehaald en mee naar Arnhem genomen.


In zijn hoofdstuk over Hepburns Hollandse jaren (1929-1947) suggereerde Paris dat de kleine Audrey wel aan de goede kant stond. Hij schrijft over de verzetsblaadjes in haar schoenen waar ze haar zoon over heeft verteld, over haar uitspraak in een interview dat het publiek bij de Zwarte Kamer-optredens, dat niet applaudisseerde, haar beste publiek ooit was. Maar, waarschuwt Paris, het is allemaal van horen zeggen, Hollywood-eigen mythevorming rond de ster, mogelijk ingegeven door de wens om die smetten rond de ouders te verdoezelen. Hard bewijs was er niet.


Dat inzicht wordt nu bevestigd door het museum in Oosterbeek dat de archieven uitploos. Voor Audrey's verzetswerk is geen bewijs te vinden, wat trouwens niet betekent dat die activiteiten er niet zijn geweest, Hepburn wordt alleen nergens genoemd.


Prikkelend is het wel, die uitkomst van het onderzoek. Jokte die verder toch oh-zo-brave en geadoreerde halve Hollywoodheilige Audrey Hepburn toen ze sprak over geheime optredens in huiskamers die geld opbrachten voor het verzet? Was het een geval van zelfbedrog en schaamte toen ze in een interview haar eigen oorlogsjaren vergeleek met die van Anne Frank?


Vraag is nu of de romanschrijfsters Jolien Janzing en Miriam Guensberg die sluiers nog iets verder oplichten. Enig wantrouwen is wel gepast: zo'n vie romancée, toch een wat klef genre, geeft niet direct meer helderheid over het onderscheid tussen werkelijkheid en fictie.


Janzing schroomt het melodrama niet. Ze kiest in 'Audrey en Anne' vol overgave Audrey's perspectief: fragiel, gekweld, machteloos, lijdend onder een nalatige vader, loyaal aan een dwingelanderige moeder.


Wel een interessante dame overigens, die moeder Ella van Heemstra, als je Janzing mag geloven: verwend, opportunistisch, maar ook vrijgevochten, wilskrachtig. Ella kwijnt even als ze door haar tweede man Joseph wordt verlaten, maar redt het dan toch alleen in de oorlogsjaren, dankzij een niet helemaal kosjer baantje (ze werkt freelance voor een bedrijf dat contacten onderhield met Duitse Wehrmacht - dat is echt waar) en wat verdachte relaties met de bezetter (Janzing laat het haar aanleggen met een Duitse generaal - dat is verzonnen).


De arme Audrey staat onthutst aan de zijlijn en komt vervolgens in verzet: zo vervoert ze verzetsblaadjes in haar schoenen. In Janzings versie komt ook Ella zelf tot inkeer tegen het einde van de oorlog. In Villa Beukenhof, het huis van haar vader, helpt ze de evacués opvangen. En ze redt ook nog vlak voor de bevrijding een Britse piloot.


Geïnspireerd op de vergelijking die Hepburn ooit zelf maakte tussen haar eigen leven en dat van Anne Frank, last Janzing in de roman kleine stukjes uit het leven van Anne Frank en haar moeder Edith in Audrey's en Ella's levensverhaal in. Als Ella vertwijfeld raakt nadat Josef haar heeft verlaten, lezen we daarna over Edith Franks wanhoop in Aken omdat ze haar man Otto in zijn vlucht naar Holland moet volgen. Als Audrey tegen het einde van de oorlog bijna bezwijkt aan geelzucht lezen we over Anne die echt bezweek aan tyfus.


Heel gek was die identificatie van Hepburn met Anne Frank ook niet, miljoenen tienermeisjes in heel wat gelukkiger omstandigheden dan Hepburn identificeren zich sterk met Frank, maar deze parallel (geelzucht/tyfus, villa/concentratiekamp, Hollywood/dood) vervreemdt meer dan dat het schrijnt.


Dan slaat Miriam Guensberg gaandeweg gelukkig een iets nuchterder toon aan. 'Het geheim van Audrey H.' werd geïnitieerd door het Airborne Museum, dat de schrijfster zelf benaderde voor een roman over Audrey's oorlogsjaren om zo een breder publiek aan te kunnen spreken. Guensberg geeft het woord aan een verzonnen verteller, een oude man, psychiater in ruste in Arnhem, die terugblikt op zijn oorlogsjaren toen hij het zwaar te pakken had van die 'fluweelbruine ogen' en 'twinkelende lach' van de 'bosnimf met haar roomkleurige sokjes', ofwel zijn talentvolle vriendinnetje Audrey dat zich net als hij bevrijdde in de muziek. Hij speelde piano, zij danste. Deze half-Joodse bij zijn opa ondergedoken ik-figuur Felix geeft Guensberg de ruimte om lyrisch uit te pakken over Audrey's bekoorlijkheid en gratie, maar ook om haar wereldvreemdheid kritischer te bezien. Zo uit de verteller enige scepsis over Audrey's optredens in 'Nazi-nest' Musis Sacrum, en vraagt hij zich al terugblikkend af wat er waar is van haar koeriersactiviteiten. Guensberg vergaloppeert zich niet in onbewezen verzetsverhalen, maar veel wijzer over het meisje achter het droommeisje word je door deze roman ook niet echt.


'Een bosnimf die uit de lucht pardoes in de jaren vijftig viel' schreef iemand over Hepburn. "Niet sexy maar verleidelijk, niet opdringerig maar afwachtend, niet vulgair maar voornaam, niet uitbundig maar weemoedig", laat Guensberg verteller Felix verliefd verzuchten. Een verschijning van weleer, constateer je als je Hepburns interviews kijkt op Youtube. Die zachte stem, die kwetsbare uitstraling, die afwachtende houding; het heeft de schrijfsters geïnspireerd maar ook in de weg gezeten. Zeker Janzing. Het is allemaal behoorlijk zoetsappig, romantisch, adorerend, alsof ook de echte Audrey nu nog een hoeder nodig heeft.


Zo doen beide romans toch vooral verlangen naar een feitelijke, nuchtere biografie, zonder mythe of melodrama, liefst van moeder Ella eigenlijk, een spannende vrouw met een ongewoon leven dat je graag helderder omlijnd zou zien. Een vrouw van haar tijd en in sommige opzichten die ook ver vooruit. Klassieke hooghartige fascist? Tijgermoeder? Carrièrevrouw? Die biografie zou ik zeker graag lezen.


Miriam Guensberg: Het geheim van Audrey H. De Kring; 253 blz. euro18,50


Jolien Janzing: Audrey & Anne De Geus; 317 blz. euro18,99


De expositie 'Moederliefde' is vanaf 27 januari te zien in het Airborne Museum in Oosterbeek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden