Jojo praat, z'n kauwtje zwijgt

Essayist Willem Jan Otten beschouwt vier filmkinderen. Vandaag: 'Kauwboy' van Boudewijn Koole.

WILLEM JAN OTTEN

Willem Jan Otten (1951) schrijft poëzie en proza en publiceert geregeld in Letter&Geest. Voor zijn beschouwend proza ontving hij in 2014 de P.C.Hooft-prijs.

Alle vier de films waarmee Letter&Geest dit jaar de aanloop naar Pasen neemt, hebben een kind als hoofdpersoon. De oudste is veertien, de jongste tien. Alleen 'Kauwboy', de eerste in de reeks, is uitgebracht als kinderfilm.

De eerste keer dat ik hem zag (kort na zijn première in 2012, ik werd op slag betoverd), had ik drie buurmeisjes meegenomen. Ze behoorden tot een gezin dat niet lang ervoor ontstaan was door het huwelijk van een weduwnaar en een weduwe. Wat zeggen wil dat de drie meisjes, twee van 10, een van bijna 9, hetzelfde hadden meegemaakt als Jojo, de hoofdpersoon van 'Kauwboy'. Namelijk: de dood, onlangs, van een ouder.

De buurmeisjes vroegen zich na afloop niet af of wat ze gezien hadden een kinderfilm was. Toch weet ik niet of ze ooit eerder door een film zó 'volwassen' waren aangepakt als door deze, waarin een vader gedurende ongeveer het eerste uur in een vrijwel sprakeloze, en sowieso stuurse wanhoop verkeert, een driftige rouw waardoor hij vrijwel alle laatste restjes vertrouwen in het leven dat zijn zoon Jojo nog heeft dreigt weg te slaan. Letterlijk: op gegeven moment slaat hij zijn kind een blauwe plek in het gezicht.

Nu is Jojo (verbluffend gespeeld door Rick Lens, die soms ineens sprekend op Anouk lijkt, zoals je haar als tienjarige tomboy voorstelt) niet makkelijk kapot te krijgen, net als de buurmeisjes, die na afloop de indruk wekten heel wel begrepen te hebben dat de filmvader dingen had gedaan die hij niet wilde doen.

Kinderfilm of niet, er zijn weinig films waarin zo realistisch en vitaal gerouwd wordt als deze. En waarin zo glashelder verteld wordt dat rouw een vorm van angst kan zijn. Ik weet niet of regisseur Boudewijn Koole het klassieke essay kent dat C.S. Lewis na de dood van zijn vrouw Joy heeft geschreven, 'A Grief Observed'. Het begint met de woorden: "Niemand heeft mij ooit verteld dat verdriet hetzelfde gevoel geeft als angst."

Dat is precies de indruk die Jojo's vader wekt - van iemand die ieder moment aangevallen kan worden, en die zich daarom pantsert. Hij is een klerenkast van een man, zwijgzaam, werkzaam in de bewakingsbranche. Iedere herinnering aan zijn vrouw dreigt hem te vellen. Hij probeert zich tegen haar te immuniseren, als tegen een infectie (bijvoorbeeld door te ontkennen dat het over een paar dagen haar verjaardag zal zijn), terwijl zijn kind het tegenovergestelde doet: Jojo voert gesprekken met zijn moeder door een mobieltje en luistert naar haar muziek (ze was songwriter) in haar studio, waar hij helemaal niet mag komen van zijn vader. Ook Jojo verkeert, op zijn kinderlijke manier, in een staat van ontkenning.

Op ieder gewenst moment stelt hij zijn moeder aanwezig.

De film is echt een close-third-film: we kijken met Jojo mee het verhaal in. In een roman zou hij de ik-persoon kunnen zijn, we horen soms zelfs zijn inwendige gesprek. Jojo is de lens waardoor we de werkelijkheid zien, en daarom is het des te knapper dat we, eigenlijk van meet af aan, het gevecht doorzien dat de vader met zichzelf levert.

Als je erover nadenkt is het heel geheimzinnig wat hier gebeurt. We kijken met een tienjarige mee naar de vader, van wiens hondsverdrietige driftaanvallen hij het slachtoffer kan worden. We zien iets waaruit wij de 'volwassen' conclusie trekken dat de vader beseft dat hij 'zichzelf niet is', want totaal vertwijfeld en in paniek van verdriet - en toch vervalt hij in drift. Wat Jojo hiervan begrijpt weten we niet. Hijzelf zal zijn buurmeisje - als die het op de man af vraagt: is je moeder dood? - als antwoord alleen maar een klap geven: alsof hij zijn vader is. Maar omdat wij van de vader iets begrijpen, wordt wat we zien tussen de twee een soort titanenstrijd. Geleverd wordt een gevecht om het verdriet. Dat moet hoe dan ook beseft en gedeeld worden, in plaats van ontkend. Het klinkt vreemd, maar de gestorven moeder, wier eerste verjaardag sinds haar dood nadert, moet nog sterven.

En dat wordt verteld aan de hand van het verhaal van het kauwtje, dat Jojo meteen na de meesterlijke openingssequentie van de film, tijdens de titels, vindt. Jojo weet dat zijn vader hem het houden van dit kauwtje zal verbieden. "Dieren en planten horen buiten." En later zal de vader zeggen, als hij ontdekt dat het beest toch door Jojo is opgenomen: "Hij gaat denken dat jij z'n moeder bent en dat ben jij niet."

Het is dezelfde immuniseerlogica die de vader Jojo doet verbieden om op de mammaverjaardag een taart te bakken: "Als iemand er niet is, kun je ook haar verjaardag niet vieren."

Toch is het kauwtje niet meer of minder dan de verlosserfiguur van de film. Het komt erop neer dat Jojo, door tegen de wil in van zijn vader het kauwtje te gaan verzorgen, voor het kauwtje degene wordt die hij zo deerlijk mist: de moeder. En het kauwtje wordt een soort armzalig gevederd Jojootje dat nu en dan kra! roept. Het dwangmatige, fictionele gesprek met zijn moeder door het mobieltje wordt langzaam vervangen door het echte gesprek met het kauwtje. Dat deelgenoot wordt gemaakt van hoe Jojo denkt over het gedrag van zijn vader. En van Jojo's angsten en teleurstellingen en opschepperijen.

In 'A Forty-Year-Old-Man', een van de mooiste verhalen die ik ken, vertelt de Japanse schrijver Shusaku Endo hoe een man, Suguro, die langdurig in een ziekenhuis verblijft, een verbond sluit met een beo. Suguro heeft zijn vrouw gevraagd om, ongeveer van hun laatste geld, deze vogel te kopen. Hij staat in de ziekenhuiszaal waar Suguro wacht op een operatie. Het is zeer onzeker hoe die zal aflopen. En de avond voor het uur U biecht Suguro aan de beo de affaire op die hij ten tijde van de zwangerschap van zijn vrouw heeft gehad met een vrouw - iets wat op een abortus was uitgelopen. Zijn vrouw weet van deze geschiedenis, en bovendien: de zieke is katholiek, hij gaat regelmatig te biecht - en toch moet het allemaal vóór de operatie worden verteld, aan de beo. Suguro blijft dagen lang zweven tussen leven en dood. Enige tijd na de operatie blijkt de beo gestorven te zijn, de verpleging had de kooi op een balkon gezet en niet binnengehaald.

Als Suguro's vrouw hem dit vertelt zegt ze: "Het voelde alsof hij jouw plaats had ingenomen... Ik heb hem thuis in de tuin begraven."

Het kauwtje van Jojo speelt een andere rol dan Suguro's beo - maar er is beslist sprake van een vergelijkbare plaatsvervanging. Het is ongetwijfeld een van de zeer mysterieuze denkbewegingen van het menselijke bewustzijn - dit hardop willen praten met iemand of iets waarvan je weet dat het geen antwoord zal geven.

Tot wie richt Jojo zich als hij, na een driftbui van zijn vader, tegen zijn geheime kauwtje zegt: "Je hoeft niet bang te zijn"?

Je vraagt je af wat het verschil is, tussen het gepraat van Jojo met zijn onzichtbare moeder, en dat met zijn kauwtje. Punt is sowieso dat het kauwtje zwijgt, terwijl je de indruk krijgt dat Jojo zijn moeder echt hoort. Ze verschijnt daar echt, net zoals hij haar hoort wanneer hij haar muziek opzet. Jojo's moeder is er op afroep, en eigenlijk begrijp je Jojo's vader heel goed als die zich ongerust maakt over de neiging van zijn kind om zich met zijn moeder op te sluiten in de studio. Het lijkt op wat Harry Potter doet als hij ontdekt dat hij zijn gestorven ouders kan zien in de magische spiegel die weerkaatst wat je het meest verlangt. Harry moet leren beseffen dat hij aan deze spiegel verslaafd aan het raken is - dat zijn ouders, en dus hij zelf, er alleen maar doder van worden.

Het kauwtje is niet Jojo's moeder, je zou haast zeggen: integendeel, het kauwtje neemt de plaats in van... Jojo. En Jojo neemt de plaats in van zijn moeder, door voor het kauwtje dat te betekenen wat zijn moeder voor hem betekent.

Boudewijn Koole en zijn co-scenariste Jolein Laarman staan in het geheel niet te boek als evangeliegeoriënteerde makers. Toch spelen ze volkomen organisch het spel dat gelovigen spelen, zodra ze zich richten tot wat zij soms gewoontegetrouw 'de Heer' noemen. Koole en Laarman laten Jojo het bidden uitvinden, die vreemde, en onuitsprekelijk helende bewustzijnsbeweging die van een symbolische aanwezigheid (een crucifix, een icoon, een beo, of zelfs, zoals in de film 'Castaway': een halflekke voetbal waar twee ogen op zijn getekend) een vriend maken, een luisterend oor, een persoon die alles in zich opneemt.

Wat er precies met Jojo gebeurt - en met zijn vader als die ziet wat er met Jojo gebeurt - als het kauwtje uiteindelijk doodgaat, is het geheim van de film. We hebben dan meegemaakt dat Jojo, nadat het kauwtje bijna is fijngeknepen door de vader, en vervolgens ontsnapt en verdwenen, zelf is weggelopen.

Het is zo ongeveer het droevigste wat er kan gebeuren, de terugkeer van het kauwtje die tot zijn dood leidt. Toch doen Koole en diens geweldige cameraman Daniel Bouquet in beeld dingen (met camerabeweging, met licht, en vooral: met enkele shots van de hemel vol kauwtjes) die volstrekt duidelijk maken dat er zich iets fantastisch afspeelt. Of: voltrokken wordt.

Vraag me niet hoe het kan (dat zou hetzelfde zijn als vragen 'hoe Pasen werkt'), maar het gebeurt, voor je ogen, het wordt heuse werkelijkheid: de dood van het kauwtje bevrijdt Jojo en zijn vader van de dood van de moeder. Het is alsof zij het is, die, geroepen door Jojo, aan komt vliegen. We zien geen kauwtje, maar een ziel, en toch is het nodig dat het kauwtje eraangaat - dat is precies goed verteld, het kauwtje moet het grote verdriet veroorzaken, tast- en en deelbaar maken, dat zowel Jojo als zijn vader al lang voelen, maar dan ongrijpbaar en ongedeeld. Het kauwtje kan eindelijk het verdriet worden, het gedeelde verdriet. Als Jojo, zijn vader en het buurmeisje Jenthe het scharminkel plechtig ten grave dragen, in een sinaasappelkistje, leggen ze het op de blauwgroene sjaal van de moeder. Jenthe kauwt als altijd op haar blauwe kauwgum. Jojo wil een grafrede uitspreken, en zegt 'ik vind het heel erg jammer'.

Het is het genie van de filmkunst dat zij ons, gedurende de vertoning, door de ogen van een ander naar de werkelijkheid kan laten kijken. Op de fysiekst mogelijke wijze. Zelfs door de ogen van een kind, hoe diep verborgen het kind, dat eenieder geweest moet zijn, vaak ook is. 'Kauwboy' is, boven alles, een grote grote-mensenfilm, gemaakt met de kinderwijsheid waarnaar deze reeks op zoek is.

undefined

Vier films op weg naar Pasen

Dichter en essayist Willem Jan Otten selecteerde voor Trouw en centrum De Balie vier 'filmkinderen'.

Tot aan Pasen publiceert hij in Letter & Geest tweewekelijks een essay over een film, die in de week erop te zien is in De Balie; daar bespreekt hij de film na met een gast.

Wanneer? Eerste aflevering op woensdag 10 februari, 'Kauwboy', nabesproken met regisseur Boudewijn Koole.

Waar? De Balie, Kleine-Gartmanplantsoen 10 (Leidseplein), Amsterdam.

Kaarten? Trouwlezers betalen geen euro 10, maar euro 7,50 per film. Een passepartout kost euro 26 (ipv euro 30). Voorkom teleurstelling en reserveer via www.trouw.nl/exclusief

Verder? De volgende vertoningen zijn op dinsdag 23 februari, 8 en 22 maart.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden