John Zorn gegroeid als veelzijdig componist

Henri Broeren kijkt tevreden. Trots toont hij een visitekaartje van Jan Schretzmeijer, directielid van de Stichting Muziek Theater Netwerk, waarin de vroegere SJIN, de stichting voor de Nederlandse jazz- en improvisatiemuziek, is opgenomen. 'Goed voor 40 speelbeurten', heeft Schretzmeijer daarop geschreven. Zijn handtekening staat eronder. ,,Die is goud waard'', grapt Broeren, algemeen coördinator en programmeur van het nieuwe Bossche Muziekcentrum. Na een flinke verbouwing opende het podium woensdag officieel zijn deuren in aanwezigheid van staatssecretaris Van der Ploeg en de Bossche burgemeester Rombouts.

De zaal van de voormalige synagoge, die aan ruim 120 bezoekers plaats biedt, is een aanwinst voor kamermuziek en (bij voorkeur) onversterkte jazz- en volksmuziek. Dat bleek woensdag tijdens de eerste concerten van 'De Opening', een vijfdaags festivalletje waarmee 'het muziekcentrum 's-hertogenbosch' werd ingewijd. Niet alleen Schönbergs 'Verklürte Nacht', krachtig en vol passie uitgevoerd door de strijkers van het Aquarius Ensemble en Musica Ducis en gedirigeerd door Alexandru Lascae, klonk er voorbeeldig, ook twee speciaal voor 'De opening' geschreven muziekstukken wisten de zaal te pakken.

Broeren had voor die nieuwe composities de Nederlander Gijsbrecht Royé en de Amerikaan John Zorn uitgenodigd. Zorn's muziek en die van enkele bevriende jazzmusici vulde het grootste gedeelte van het programma van 'De Opening'. Royé en Zorn zijn overigens onvergelijkbare componisten. De eerste wil niets weten van 'publiciteit', Zorn schuwt die juist niet; Royé vindt dat zijn muziek voor zichzelf moet spreken (vandaar dat hij steevast interviews weigert en iedere compositie de titel 'Zonder Titel' geeft), Zorn gaat juist discussies niet uit de weg.

Royé's 'Zonder Titel', geschreven voor de combinatie van het Aquarius Ensemble en Musica Ducis, de twee huis-ensembles van het nieuwe muziekcentrum 's-hertogenbosch, exploreerde de mogelijkheden van de concertzaal, waarbij hij de aangrenzende foyer en kleedkamer doeltreffend betrok. Royé heeft in zijn muziek een voorkeur voor afwijkende toonsoorten. Ook ditmaal was dat het geval. Maar dat leidt niet tot lastige of moeilijke muziek. In zijn nieuwe 'Zonder Titel' laat hij gevoelvolle, serene strijkerspassages voeden door krachtige blazersinjecties uit de zaal of aanpalende vertrekken. Ook het in de foyer opgestelde slagwerk had die functie.

Zorn is een verhaal apart. De vraag 'Wil de ware ... opstaan?' uit de televisiequiz 'Wie van de Drie' kon lange tijd zonder meer op hem van toepassing zijn. Deze Amerikaanse musicus/componist was zó veelzijdig en had een dermate grenzeloze beheersing van de muziekgeschiedenis, dat zijn muziek bij iedere gelegenheid weer anders uit kon pakken. En áls de verschillende muziekstukken al iets gemeen hadden, dan waren het de veelal bruuske wisselingen en het gebruik van (soms ultra-)korte, diametraal tegenovergestelde secties. Sinds Zorn zijn joodse identiteit - niet de religieuze implicaties, wel alles daar omheen - heeft ontdekt, wat onder meer leidde tot een ware kruistocht voor de muziek van vermeende lotgenoten (onder wie Burt Bacharach, Serge Gainsbourg en Marc Bolan), heeft zijn muziek aan eenheid, duidelijkheid, karakter gewonnen.

Zijn jazzmuziek (met het kwartet Masada) is doordrongen van de weemoed van 'joodse' muziek, in zijn geval muziek uit de Balkanregio en het Midden-Oosten. Datzelfde geldt voor Zorns 'serieuze' muziek. Als 'serieus' componist schrijft hij soundtracks, muziek bij theater- en dansproducties en autonome concertmuziek. Speciaal voor 'De Opening' schreef Zorn 'Shibboleth' voor vijf leden van het Aquarius Ensemble. Vanaf de eerste noten werd duidelijk hoe serieus Zorn zijn nieuw ontdekte identiteit neemt. Het stuk - voor viool, altviool, cello, klavecimbel en slagwerk - combineert de grillige opzet van vroeger met elementen die we kennen van klezmer, de joodse feestmuziek. De opzet blijft fragmentarisch, maar met behoud van een onmiskenbare eenheid. De slagwerkster speelt hierin met cruciale interventies (het knakken van twijgjes, het schudden van spelkaarten, én het subtiel bespelen van haar trommels en bekkens) een belangrijke rol.

'Shibboleth' toont hoezeer Zorn is gegroeid van iemand die 'simpelweg' collagegewijs uit de muziekgeschiedenis putte, tot een componist die daadwerkelijk zelf iets aan die muziekgeschiedenis heeft toe te voegen. Ook de komende dagen zal dat blijken in het muziekcentrum 's-hertogenbosch. Het programma van 'De Opening' biedt een fraaie dwarsdoorsnede van Zorns muziek. Hoogstpersoonlijk dirigeert hij vanavond twaalf Nederlandse musici (onder wie gitariste Corrie van Binsbergen en trompettist Eric Boeren) in zijn improvisatiespel 'Cobra', zaterdag leidt hij zeven andere improvisatoren in stukken uit zijn 'Masada'-repertoire, en zondag speelt het Mondriaan Kwartet de vier strijkkwartetten die Zorn de afgelopen elf jaar schreef.

Ongetwijfeld komt hij in al deze werken naar voren als de onvoorspelbare, weerbarstige, maar integere toondichter die hij juist de laatste tijd zo duidelijk is: joods, maar niet té; joods, maar met een open, onderzoekende blik op de hem omringende (muziek)wereld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden