John Terwal wint concours met zompig ostinato en armblessure

HAARLEM - Al in 1990 was organist John Terwal finalist in het Internationaal Orgelimprovisatieconcours Haarlem. In 1992 deed hij opnieuw mee, maar strandde toen in de tweede ronde. Na zes jaar besloot hij het er nog één keer op te wagen en dit leidde ertoe dat hij afgelopen donderdag tot winnaar werd uitgeroepen van de 42e lichting van 'Haarlem'. Dat zijn verrichtingen op het Müller-orgel eindelijk bekroond werden met de felbegeerde prijs was des te opmerkelijker in het licht van het feit dat Terwal aan een armblessure lijdt.

Toen juryvoorzitter Ewald Kooiman vóór het geven van de uitslag bekend maakte dat John Terwal die avond als eerste had gespeeld, was het voor menigeen al duidelijk dat hij de winnaar moest zijn.

De manier waarop hij de drie thema's van Lionel Rogg tot een organisch stuk muziek van 15 minuten aan elkaar had gesmeed werd namelijk door de overige drie finalisten niet meer geëvenaard. Het verbaasde mij overigens wel dat die briljante eerste speler Terwal was, want in de twee voorrondes waren zijn improvisaties wat minder opvallend. In de finale was hij echter zonder meer de beste en het was naar zijn improviseren aangenaam luisteren.

Terwal begon geheimzinnig met een zompig klinkend ostinato, waarin hij twee thema's wist te combineren. Als middendeel koos hij voor spannende akkoorden, waartegen hij op het helle cornetregister speldenprikken uitdeelde met materiaal uit het eerste thema. In een nogal snel verzandende fuga leek het mis te gaan, maar Terwal maakte dat goed in een fascinerend slot. Daarin herhaalde hij, steeds zachter wordend, onophoudelijk het staartje van het derde thema.

Zo'n bevlogen moment kwam er niet meer in de verrichtingen van Terwals medefinalisten. Een goede kanshebber leek Aart de Kort, die ook al twee keer eerder had meegedaan. Dinsdag en woensdag had deze Haagse organist evenwichtige prestaties geleverd. In de finale liet hij met name in een complexe dubbelfuga horen het improvisatievak door en door te kennen. Toch schoot De Kort dit keer in zijn korte, ietwat schoolse improvisatie enigszins tekort op het vlak van de fantasie.

De veteranen Terwal en De Kort (respectievelijk geboren in 1957 en 1962) hadden gedurende de hele wedstrijd forse tegenstand te duchten van hun veel jongere landgenoten Hayo Boerema (1972) en Sietze de Vries (1973). Boerema verspeelde zijn kansen in de finale door niet op het juiste moment te stoppen. Op kernachtige wijze had hij aan het begin twee thema's geponeerd en die bracht hij aan het slot weer letterlijk terug. Wat dat betreft leek het om een sonatevorm te gaan, al was het middengedeelte naar verhouding te lang en te verbrokkeld om voor een doorwerking door te gaan. Kwalijker was dat Boerema aan het slot plotseling nieuwe ideeën te berde bracht en maar geen afscheid kon nemen van de prachtige registratie in de verstilde coda.

Compacter was de doorwrochte 'fantasie en fuga' van Sietze de Vries. Ook in de tweede ronde had deze jongste deelnemer laten horen een uitstekend besef van vorm en tijdsduur te hebben. Zijn bondige improvisatie als laatste speler woensdagavond was een verademing na die van de op een na laatste speler, Ansgar Wallenhorst, die de maximale speelduur van 15 minuten behoorlijk had overschreden.

In de finale was de opgave geheel vrij en waren de thema's van Lionell Rogg nogal traditioneel. In die tweede ronde lag dat anders. Aardig was dat aan een niet-organist, altvioliste Ig Henneman, gevraagd was dit thema te componeren. Hierop dienden de zeven overgebleven kandidaten woensdag variaties te improviseren.

Opvallend was dat vrijwel niemand het cantabile karakter van dit thema onderkende. Bovendien kozen de demi-finalisten ervoor het thema in fragmenten te knippen. Achteraf verklaarde Ig Henneman dat ze verwacht had dat men juist per variatie het volledige thema zou gebruiken, zoals dat ook in koraalpartita's gebeurt.

Overigens zat er in dit thema een addertje onder het gras. Onder de notenbalken stond uitdrukkelijk vermeld dat de voortekens (de kruisen en mollen) uitsluitend voor de noten gelden waar ze voor staan. Bij de twee laatste noten van het tweede systeem staat voor de eerste a een kruis, dus dat wordt een ais, maar bij de volgende a wordt deze niet herhaald.

Daarom is deze strikt genomen niet verhoogd, maar de eerste zes kandidaten speelden allemaal een ais. Alleen Sytze de Vries had goed gelezen en speelde de a. Ig Henneman verklaarde juist daarvan geschrokken te zijn, omdat het wel een ais had moeten zijn.

Voor de prestaties noch voor de jurybeoordeling had dit drukfoutje gevolgen. De opmerkelijk selectie van de vier Nederlanders was verklaarbaar, al was het wellicht afwisselender geweest als de in de eerste ronde zo smeuïg spelende Duitser Christian Weiherer in de finale had kunnen spelen. Aan de andere kant was het voor velen na de voetbaltegenvaller van afgelopen dinsdag onmiskenbaar een opsteker dat voor het eerst in de geschiedenis van deze WK der organisten uitsluitend Nederlanders tot de finale werden toegelaten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden