JOHN SMITH Saaie Piet boekt historisch succes

Toen twee parlementsleden van Labour vorige week voor de Britse radio werden gevraagd John Smiths prestaties tot nog toe op te noemen, viel er een pijnlijke stilte. Na een minuut mompelde een van de twee dat het een verloren jaar is geweest. Smith nam vorig jaar het leiderschap de Labourpartij over, gesteund door de belangrijkste vakbonden. Hij is altijd trots geweest op zijn binding met de vakbeweging. Maar juist die band verlamde zijn politieke daadkracht. Deze week heeft de partijleider voor het eerst laten zien wat hij in zijn mars heeft. Tijdens het Labour-partijcongres nam hij zowaar een groot risico.

“Hij had lef en daar gaat het bij leiderschap om”. Smith kon zich afgelopen woensdag geen beter compliment wensen dan deze, afkomstig van zijn voorganger Neil Kinnock. Smith is verantwoordelijk voor de nu al historische breuk van Labour met de macht van de vakbonden. Het oude blokkenstelsel is afgeschaft. Volgens die methode kregen de vakbonden automatisch zeventig procent van de stemmen bij het vastellen van Labourbeleid en veertig procent bij aanwijzing van parlementsleden. Vanaf nu werkt de partij met een 'een-lid-een stem' principe. De Schot had zijn positie als partijleider aan het voorstel verbonden, en legde daarmee volgens zijn partijgenoot John Prescot “het hoofd op het blok”. Dat zijn voorstel het zou halen was lang niet zeker; met name niet omdat de partij is voortgekomen uit de vakbonden.

Wie had dat verwacht van de voor Labour-begrippen conservatieve Smith. Toen Smith vorig jaar Kinnock opvolgde, schreef The Sunday Telegraph nog: “Als een ouderwetse corporatist (voorstander van samenwerking tussen staat en belangengroepen in de samenleving, red.), zal hij niets nieuws brengen.” Met deze partijvernieuwing heeft Smith niet alleen zijn positie versterkt als onbetwist en daadkrachtig leider van de partij, maar laat hij tevens zien dat hij niet terugdeinst voor radicale veranderingen.

Toch heeft Smith alle schijn tegen zich. Van het altijd op 'safe'-spelen imago, kan hij zelf moeilijk loskomen. Aan de vooravond van het partijcongres zei hij: “Ik heb werk te doen en ben van plan het op mijn eigen manier te doen. Ik houd erg vast aan mijn overtuigingen. Mijn ideeen zijn niet veel veranderd sinds ik jong was. Het laatste betekent niet dat ik een saaie Piet ben, die geen oog heeft voor nieuwe gezichtspunten..”

Er zijn leden van Labour die menen dat Smith juist in de Thatcher-periode het heft van de partij in handen had moeten nemen en dat het nu eigenlijk te laat is. Want, zeggen ze: “Smith zou een aardig alternatief zijn geweest voor Thatcher voor veel middle of the road kiezers.” Ze vinden dat Major en Smith teveel met elkaar overeenkomen; zachtaardigheid tegenover zachtaardigheid; beschaafdheid tegenover beschaafdheid; koelbloedige intelligentie versus koelbloedige intelligentie.

Smith heeft zich nooit met zijn volle gewicht achter een bepaalde politieke zaak gegooid. Hij is meer de man van algemene principes dan van beleid. Zijn tekort aan intellectuele nieuwsgierigheid weet hij te compenseren met zijn vriendelijkheid en intelligentie; eigenschappen waar het voormalige Labourleiders nogal eens aan ontbrak. Hij wordt gezien als een van de beste vier redenaars in het House of Commons, het Britse Lagerhuis. Hierdoor heeft hij als politicus overwicht die zijn voorgangers, zoals Neil Kinnock, nooit hebben kunnen bereiken.

Want een saaie Piet of niet, als de Labour-leider eenmaal aan woord is dan barst een verbaal vuurwerk los. De voormalig jurist kan over elk onderwerp overtuigend discussieren, waarbij hij vaak geen spaan heel laat van zijn tegenstanders. Hij riep dinsdag nog dat “ alleen Labour Brittanie uit het slop kan halen, 14 jaar Conservatieve regering heeft ons land alleen een 'casino-economie' en een paradijs voor speculanten opgeleverd.” Ook bij de Conservatieve-parlementsleden staat hij bekend als goed gebekt. Zij zeiden de vorige parlementsperiode al dat Labour kans had op een verkiezingsoverwinning als Kinnock plaats zou maken voor Smith.

Hij groeide op in een midden-klasse milieu in Schotland. Zijn vader was onderwijzer op een basisschool in Agryll en ouderling van de Schotse kerk. Smith senior stond aan de wieg van de politieke vorming van John. Pa was een overtuigd socialist. Net als zijn vader ging Smith naar het Atheneum in Dunoon, en daarna naar de Universiteit van Glasgow. Hij studeerde geschiedenis en vervolgens rechten. In zijn studententijd viel zijn scherpe tong al op tijdens debatteerwedstrijden.

Hij kwam in 1970 in het parlement als afgevaardigde van het district North-Lanarkshire. Drie jaar daarvoor trouwde hij met Margaret Bennett. Als staatssecretaris van energie nam hij in 1976 deel in de regering. In 1978 werd hij staatssecretaris van handel en industrie. Smith is de eerste Schot die de Labourpartij weer leidt sinds Ramsay MacDonald in 1931.

Zelf steekt hij zijn affiniteit voor zijn geboortegrond niet onder stoelen of banken, al doet hij het met enige diplomatie: “Ik ben er trots op dat ik een Schot ben, maar ik ben er even trots op om Brits te zijn. Ik wil de Britse premier worden, hetgeen me er niet van weerhoudt Schots te zijn.” Smith laat het dan ook niet na om het leiderschap van John Major voortdurend aan de kaak te stellen. Over Major: “Ik begrijp nog steeds niet waarom hij op de plaats van premier zit. Ik heb me altijd afgevraagd waarom hij premier wilde worden. Het lijkt erop dat hij geen doel voor ogen heeft. Het is alsof hij per ongeluk premier is geworden.”

Nu Smith een van de belangrijkste veranderingen binnen de partij geregeld heeft, rest hem meer tijd voor andere zaken. Het afgelopen jaar heeft hij zich wat veel met de interne problemen van de partij beziggehouden, waardoor hij zich niet genoeg heeft kunnen profileren in het Britse Lagerhuis. Smith maakt zich echter niet snel zorgen over de toekomst. Zijn leven met zijn gezin buiten de muren van Westminster, schenkt hem ook voldoening. “Als ik uitgerangeerd zou zijn in de politiek, zou ik nog steeds een gelukkig persoon zijn. Maar dat betekent niet meteen dat je geen ambities meer hebt in je leven of voor je land. Want die heb ik wel.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden