John S. Mbiti

Vader van de zwarte Afrikaanse theologie wordt hij genoemd. En met recht, want John S. Mbiti (67) heeft veel gedaan voor het volwassen worden (dat wil zeggen onafhankelijker van het westen raken) van kerk en theologie in dit deel van de derde wereld.

,,Ik ben omdat wij zijn. En omdat wij zijn ben ik.'' Twee zinnen, opgetekend uit de mond van Mbiti, die haarscherp de kern aangeven van het zwart-Afrikaanse denken en doen. Een mens is pas echt mens in gemeenschap met anderen. We zijn geen geïsoleerde eenlingen, maar maken deel uit van grote levensverbanden die zo ver reiken dat ze de hele schepping omvatten.

Deze holistische visie trekt Mbiti door naar de theologie. De kerk is een gemeenschap van gelovigen die in heilige bloedverwantschap staan met elkaar en met Christus.

Mbiti, die zich nimmer op een goedkope wijze heeft afgezet tegen het Westen - hij is al bijna twintig jaar predikant van een gereformeerde gemeente in het Zwitserse Bern -plaatst de Afrikaanse kijk op mens, kerk en samenleving tegenover het post-christelijke reductionisme in West-Europa. Bij ons zijn lichaam en ziel, materie en geest, het profane en het sacrale volledig losgekoppeld.

Deze eendimensionale verschraling, de woorden zijn van de Nederlandse theoloog Theo Witvliet, staat haaks op het zwart-Afrikaanse beeld van religie als samenbindende kracht in het leven. In zijn boek African Religions and Philosophy (1969) stelt Mbiti dat in zwart Afrika de religie zozeer alle aspecten van het leven doortrekt dat het nauwelijks mogelijk is een formele scheiding aan te brengen tussen het sacrale en het geseculariseerde, het spirituele en het materiële. Waar de Afrikaan is, daar is religie. Ze vergezelt hem in de bierhal en op het sprtveld net zo goed als bij een begrafenis of tijdens een debat in het parlement.

De zwarte Afrikaan heeft een kijk op mens en wereld die in de ogen van Mbiti grote verwantschap vertoont met de visie van de Schrift. Volgens hem spoort de zwarte spiritualiteit beter met de gedachtegang van het Oude Testament dan het door dualisme en secularisme gecorrumpeerde christendom uit het Westen dat Afrika nog steeds krijgt opgedrongen.

Vandaar dat Mbiti al eind jaren zestig er bij de gevestigde kerken in Afrika op aandrong veel meer aandacht te besteden aan inheemse cultuur en religiositeit. De razendsnelle groei van de 'onafhankelijke' kerken die veel doen aan inculturatie, bewijst hoezeer hij gelijk heeft gekregen.

Zelf sluit hij aan bij de traditionele voorouderverering en bij een kijk op natuur die ons vreemd is geworden. Ten onrechte aldus Mbiti: ,,De grond verschaft mensen hun bestaanswortels en verbindt hen aldus op mystieke wijze met de gestorvenen.'' Zo ontstaat het oude beeld van de living-dead dat de theologie terugvoert naar het klassieke beeld van de kerk als gemeenschap van levenden én doden.

In Kenia geboren (1931) studeerde Mbiti theologie in Oeganda, de Verenigde Staten en Engeland. Eind 1963 promoveerde hij in Cambridge en werd tot (anglicaans) priester gewijd. Na korte tijd in een Engelse parochie te hebben gestaan keerde hij terug naar Afrika voor een hoogleraarschap vergelijkende godsdienstwetenschappen en theologie aan de universiteit van Kampala. Van 1973 tot 1980 was Mbiti directeur van het oecumenisch instituut van de Wereldraad van kerken in Bossey.

Mbiti heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot de belangrijkste christelijke theoloog van zwart Afrika, met publicaties als Concepts of God in Africa (1970), New Testament Eschatology in an African Background (1971) en Introduction to African Religion (1974). Werken waar anderen weer op voortbouwen.

Hij deed zijn best de figuur van Christus invoelbaar te maken voor zwart-Afrikaanse mensen. Westers-theologische betitelingen van Jezus als de Messias, de Christus, Zoon van David en de Mensenzoon zeggen Afrikanen weinig. Ze botsen op hun manier van denken die minder theoretisch en intellectualistisch is en meer stoelt op gevoel en praktijk. Het is een van de grote verdiensten van Mbiti dat hij dit aanvoelde en het theologisch onder woorden heeft gebracht.

In 1974 schreef Mbiti een opzienbarend artikel waarin hij de Afrikaanse zwarte theologie, ontstaan onder het blanke onderdrukkingsbewind van Zuid-Afrika, Angola en Mozambique, afwees als lichtend voorbeeld voor heel zwart Afrika.

Net als de Black Theology in de Verenigde Staten was deze vorm van theologie bedrijven naar zijn smaak te negatief, ging ze te zeer uit van boosheid en verbittering. Waar zwart Afrika volgens hem behoefte aan had was een boodschap van persoonlijke vreugde en spiritualiteit, niet aan een die het sociaal-politieke, de bevrijdingsstrijd, centraal stelde.

Met deze a-politieke manier van theologiseren vond Mbiti de Zuid-Afrikaanse theoloog en anglicaanse aartsbisschop Desmond Tutu tegenover zich. Deze verweet hem en andere Afrikaanse theologen dat ze te weinig werk hebben gemaakt van het doordenken van de problemen waarmee Afrika worstelt: armoede, corruptie, honger, onderdrukking, oorlog en ziektes.

Tutu erkende dat Mbiti en de zijnen belangrijk emancipatorisch werk hadden verricht door de traditionele cultuur middenin het theologische discours te plaatsen. Tegelijkertijd verwaarloosden ze echter van de weeromstuit de profetische roeping van de kerk: kiezen voor armen en verdrukten.

Inmiddels is een proces van wederzijdse toenadering op gang gekomen. Terwijl mensen als Mbiti beseffen dat de theologie naast een spirituele ook een maatschappelijke rol te spelen heeft, zijn de bevrijdingstheologen de religieus-culturele dimensie van het proces meer gaan benadrukken. Ook op deze dialectische manier werkt Mbiti's invloed door.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden