John Degenkolb heeft zijn les geleerd

Duitse sprinter neemt het initiatief in de slotfase van Parijs-Roubaix en wint zijn tweede 'monument'

Aan het protocol van de wedstrijdorganisatie had John Degenkolb even geen boodschap, toen hij zijn ploeggenoten een voor een op het provisorische podium van de wielerbaan in Roubaix hees. Winnen, is het credo bij het Nederlands-Duitse Giant-Alpecin, doe je samen. Het is er haast ingeramd met een grote kei. Parijs-Roubaix was een teamprestatie, niet de zijne, maakte 'Dege' iedereen ongevraagd duidelijk.

"Het was een spontane actie", zei de Duitser wat later, uitblazend op een koffer in de nieuwe, overdekte velodrome in Roubaix. "Ik dacht: leuk zo'n teamfoto voor iedereen als herinnering."

"Dit is symbolisch voor hoe wij als ploeg ooit begonnen", wees teambaas Iwan Spekenbrink eerder naar zijn uitbundig feestvierende renners op de oude, versleten piste. Degenkolb drukte de loodzware kei van de winnaar als een liefdesbaby in de handen van zijn collega's. Spekenbrink: "Samenwerken is onze basis. Vandaaruit hebben wij de ploeg opgebouwd, verbeterd, vernieuwd."

Degenkolb herhaalde de ploegmantra voor wie het maar horen wilde. "Wij zijn een vriendenteam. Iedereen offert zich op, niemand uitgezonderd." Die laatste opmerking is natuurlijk niet helemaal waar, want anders hadden Degenkolb en Giant de zondag waarschijnlijk minder opgewekt afgesloten. Winnen doet hij, de meestersprinter, bij de gratie van het zo min mogelijk verspillen van eigen zweetdruppels, tot het punt dat hij zich niet meer kan verlaten op anderen.

Dat moment in Parijs-Roubaix was de vlucht van de Belg Greg van Avermaet onder de rook van Roubaix. Een levensgevaarlijke klant, oordeelde de Duitser. "Het was alles of niets. Ik wilde hem niet laten weglopen met nog tien kilometer te gaan." Degenkolb bekeek de gepijnigde gezichten van de achtervolgende groep en constateerde dat iedereen 'in het rood reed'. Dat was het sein om de oversteek te wagen. "Mijn tank was gelukkig niet helemaal leeg."

Daar ook bleek het voorbeeldige teamspel en de opofferingsgezindheid, vonden Degenkolb en Spekenbrink in koor. Het was ploeggenoot Bert de Backer die het loodzware eerste stuk voor zijn rekening nam. Spekenbrink: "Dat is de winst. Wij domineren misschien niet, maar zo werk je wel naar een overwinning toe."

Degenkolb kreeg in zijn zog een aantal coureurs mee. Geen probleem, vond de 26-jarige kopman van Giant, die kan rekenen op zijn superieure sprinterskwaliteiten. Met zijn zevenen denderden de koplopers de betonnen baan in de grijze Noord-Franse mijnstad op. Daar reed de Duitser zijn door stof en zon gekleurde medevluchters op een fietslengte. Lars Boom, beste Nederlander, werd vierde. Met Degenkolb in zijn nabijheid het hoogst haalbare.

Als belofterenner won Ramon Sinkeldam al eens Parijs-Roubaix. Dit was toch iets heel anders, keek de lange Noord-Hollander terug op een bijna vlekkeloos verlopen operatie. "Met vier, vijf man hielpen wij John telkens terug naar voren. Op momenten dat iemand van ons erdoorheen zat, nam de ander het over. Wij maken elkaar sterker."

Sinkeldam was er vorig jaar bij toen Degenkolb net naast de hoofdprijs in de helleklassieker greep. Terpstra had die dag geluk, vond Degenkolb. "Ik heb die race vaak teruggezien. Om ervan te leren. Duidelijk werd dat niemand in de groep waarmee ik reed met mij naar de streep durfde. Dus vandaag greep ik zelf het initiatief."

Voor Degenkolb is het de tweede keer binnen een paar weken dat hij de ploeginzet beloont. In Milaan-Sanremo vorige maand was het geblokte krachtsmens uit Gera voor het eerst onhoudbaar.

Ploegkapitein en routinier Koen de Kort wist gisterenmiddag nog niet zo goed wat hem allemaal overkwam. "Dit is nu al ons tweede monument." De eerste opwinding ebde weg bij De kort. "Sanremo is echt geen toevalstreffer gebleken."

Degenkolb hoef je dat zeker niet te vertellen. De tijdrovende teambesprekingen in de bus werpen hun vruchten af, lachte hij. "Ik denk dat niemand langer een koers doorspreekt dan wij."

In Roubaix hoort de liefhebber zijn carrière af te sluiten

Een van de meest kleurrijke coureurs van de laatste jaren hield gisteren het wegwielrennen voor gezien. Sir Bradley Wiggins draaide voor de laatste maal de antieke wielerbaan van Roubaix op. Ondanks een aantal ferme aanvallen van de gepassioneerde gentleman in de finale was zijn uitslag te verwaarlozen: negentiende.

De ereronde in Parijs-Roubaix, bekende de Engelsman afgelopen week, is misschien nog wel mooier dan de Tour de France-zege in 2012. Of je de Hel van het Noorden overleeft of wint, iedereen wordt als een winnaar onthaald.

De Tour vervulde Wiggins trouwens een periode lang met weerzin. Met de gele trui om de schouder kwamen destijds de vragen. Over Lance Armstrong, over doping. Balen deed hij ook van de druk en vooral de bovenmenselijke inspanning. Hij, de charismatische Londenaar die bijna in zijn eentje een heel land aan het fietsen kreeg, was door de Tour zijn liefde voor de fiets kwijtgeraakt. Maar dat leek gisteren ver weg. In Roubaix hoor je als coureur en liefhebber je carrière af te sluiten, vond hij. "Er is geen koers die zo tot de verbeelding spreekt en zoveel uitzonderlijke krachten oproept als Parijs-Roubaix."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden