John Backus 1924-2007

John Backus, een van de grondleggers van de software-industrie, merkte dat hij begon af te takelen. Dat wilde hij niet tot het einde meemaken.

Hij was al over de twintig toen hij, voor het eerst, een docent trof die hem inspireerde. Dat was op een technische opleiding, bij radiotechniek. Tot die tijd boterde het tussen John Backus en het onderwijs nooit. Na de middelbare school had hij een paar maanden scheikunde gestudeerd omdat z’n vader dat zo graag wilde, was hij in militaire dienst geweest en was hij na negen maanden gillend weggelopen uit een studie geneeskunde. „Ze houden er daar niet van als je nadenkt. Je moet er uit je hoofd leren – meer niet”, zei hij.

Niet dat Backus, nu hij radiotechniek ging doen, echt wist wat hij wilde. Hij hield van muziek en wilde zelf een hifi-installatie bouwen – in de jaren veertig was zoiets nog niet te koop. Toen de docent hem vroeg de karakteristieken van een versterker in een grafiek te zetten, merkte Backus hoeveel werk dat was – hoe vervelend, maar ook: hoe simpel. Het wekte zijn belangstelling voor toegepaste wiskunde. Hij ging het studeren in New York, was in 1949 klaar en vond een baan bij IBM.

Het woord software bestond nog niet en de rekenmachine die IBM op dat moment ontwikkelde was zo groot als een kamer. Ook het begrip ’computertaal’ bestond nog niet. De programmeurs van de gigantische rekenmachines van dat moment gaven ze opdrachten in de vorm van lange reeksen enen en nullen: ’machinecode’. Of, ze spraken met de computer in wat ’assembleertaal’ heette: dan was een bepaalde reeks enen en nullen bijvoorbeeld vervangen door het commando ’tel op’.

Het moet simpeler kunnen, dacht John Backus – en als het simpeler is, gaat het ook sneller. Hij stelde zijn baas in 1953 voor om daarnaar op zoek te gaan. Met een team van zo’n tien vreemde vogels – diploma’s deden er niet toe; je moest ervan houden problemen op te lossen – toog hij aan het werk.

Vier jaar later had het team Fortran ontwikkeld (de afkorting van ’formula translation’), de eerste succesvolle high level language (HLL). Zo’n taal heeft een syntaxis – regels voor de woordvolgorde – en menselijk klinkende instructies, zoals WRITE, READ, STOP en END. Had een computer in machinetaal duizend instructies nodig om iets te doen, in Fortran waren het er maar 47.

De weg naar het succes kende vele bochten. Jaren later zei Backus: „Als we bezig waren één probleem op te lossen, splitste het zich op in problemen die we niet hadden voorzien. In januari 1955 dachten we dat we Fortran binnen een jaar af zouden hebben. Uiteindelijk lukte het in 1957.” De ontwikkeling van Fortran leerde Backus dat innovatie ontstaat door herhaling: een constant proces van trial and error. „Je moet bereid zijn om doorlopend te falen. Je moet veel ideeën hebben; vervolgens werk je heel hard en ontdek je dat ze niet werken. En dat blijf je eindeloos doen, tot je een idee hebt dat wel werkt.”

Backus was teamleider, maar ’gewone’ werknemers waren ze niet – al was het, omdat ze meestal ’s nachts werkten: dan had IBM de computer niet nodig. Backus en zijn team werkten in de jaren vijftig in net zo’n speciaal sfeertje als in de jaren tachtig de eerste hackers, of de ict’ers. Hij was niet te beroerd om de chefstaken uit te voeren die IBM van hem verlangde – jaarlijks een functioneringsgesprek met zijn mensen voeren, bijvoorbeeld. Maar, alleen voor de vorm. Hij maakte een praatje met het teamlid, schoof hem (of haar) een papier onder de neus waar het nieuwe salaris op stond, en zei: „Mocht iemand ernaar vragen, dit was je functioneringsgesprek.”

Backus is altijd bij IBM gebleven, al verkaste hij in de jaren zestig wel naar San Francisco, aan de westkust. IBM benoemde hem tot fellow, wat betekende dat hij mocht onderzoeken wat hij wilde. In 1975 verleende de Amerikaanse regering hem de hoogste eer: hij kreeg The Presidents National Medal of Science voor zijn pionierswerk – dat de computer direct toegankelijk maakte voor wetenschappers en ingenieurs. Bijna 25 jaar na zijn vinding leidde dat tot de komst van de pc: de computer voor iedereen.

In 1992, een jaar jaar na zijn pensionering, kreeg Backus voor Fortran de Charles Stark Draper Prize, de hoogste eer van de Amerikaanse ingenieursorganisatie NAE. Toen pas begrepen zijn dochters dat hun vader, die tijdens hun jeugd zo afwezig was geweest, iets bijzonders had verricht. „Eigenlijk heeft hij de basis gelegd voor de software-industrie, die voor miljoenen mensen werk betekent.”

Na de dood van zijn echtgenote, schrijfster Una Stannard, ging Backus in 2004 in Oregon wonen, bij de dochters. Hij wandelde met het hondje van de familie en luisterde naar zijn grote verzameling barokmuziek. Gaandeweg merkte hij dat zijn geheugen slechter werd: „Ik leef in een voortdurend heden”, zei hij. Die aftakeling wilde hij niet tot het einde meemaken en hij besloot zijn leven zelf te beëindigen. In de cd-speler werd na zijn dood de vijfde cellosonate in E mineur van Vivaldi gevonden.

John Backus, geboren op 3 december 1924 in Wilmington, Delaware, overleed op 17 maart 2007 in Ashland, Oregon.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden