Johannes-Passion van Pierlot beste van de drie

Maar liefst drie nieuwe opnamen van Johann Sebastian Bachs Johannes-Passion verschenen recent in de winkels. Drie toevoegingen aan het toch al niet geringe aantal uitvoeringen dat er al was. Hoewel niet alledrie even goed geslaagd, zijn de nieuwe opnamen interessant genoeg om de concurrentie met hun voorlopers aan te gaan. Twee van de nieuwe uitvoeringen zijn live-opnamen. John Eliot Gardiner dirigeert een uitvoering in de Kaiserdom van Königslutter in 2003. Frans Brüggen dirigeerde vorig jaar een serie uitvoeringen in Rotterdam, Haarlem en Leiden; de cd is samengesteld uit de opnamen die daar gemaakt werden. De andere nieuwe versie, van de Belgische viola da gamba-speler en dirigent Philippe Pierlot, is vorig jaar in studio-omstandigheden in de Salle Philharmonique van Luik opgenomen.

Alle drie zijn het uitvoeringen op authentieke leest, maar de verschillen zijn er daardoor niet minder om. Gardiner en Brüggen namen de Johannes-Passion al eerder op en hebben een heel muzikaal leven met de muziek van Bach doorgebracht. Pierlot maakt zijn debuut op het gebied van de Bach-passies.

Een definitieve versie van de Johannes-Passion bestaat niet. Bach begon in 1739 aan een netschrift waarin de verschillende versies - er zijn er vier - in een definitieve vorm gegoten zouden worden. Om de een of andere reden maakte Bach zijn begonnen werk niet af. En dus, bij ontstentenis van Bachs laatste woord omtrent zijn Johannes-Passion, hebben uitvoerders vrije keus uit de versies voor handen.

Net als Gardiner en Brüggen kiest Pierlot voor Bachs eerste versie uit 1724, maar hij voegt daar heel interessant een paar onderdelen uit de versie van 1725 aan toe. Zoals de bas-aria (met sopraankoraal) 'Himmel reiße, Welt erbebe', een bloedstollend fragment na het koraal 'Wer hat dich so geschlagen'. Verder schuift Pierlot tussen het slotkoor 'Ruht wohl' en het slotkoraal nog het prachtige koraal 'Christe, du Lamm Gottes', waarmee de versie van 1725 afsloot.

Daarmee zou Pierlots versie langer moeten duren, maar dat is niet het geval, omdat zijn tempi over het algemeen nogal wat hoger liggen. Het beroemde beginkoor 'Herr, unser Herrscher' is een goed voorbeeld. Bij Pierlot gaat het ruim één minuut sneller dan bij Gardiner, en ruim twee minuten sneller dan bij Brüggen. Pierlots uitvoering klinkt bovendien minder log, omdat hij slechts acht zangers gebruikt voor alle soli en alle koren. Gardiner heeft zijn eigen Monteverdi Choir (18 koorleden en vier aparte solisten) en Brüggen werkt met Cappella Amsterdam (24 koorleden plus zes solisten).

Pierlot verricht wonderen met zijn kleine bezetting, niet alleen qua licht- en snelheid, maar in de soli blijken zijn zangers (onder anderen sopraan Maria Keohane en tenor Jan Kobow) optimaal te presteren. Daar komt bij dat Pierlot de beste Evangelist heeft in de persoon van Hans-Jörg Mammel. Gardiners Mark Padmore is ook prachtig, maar zingt haast té mooi, terwijl Mammel durft uit te schieten. Markus Schäfer valt bij Brüggen tegen, maar daar zingt weer de meest karakteristieke Christus van de drie: Thomas Oliemans.

De opname van Brüggen klinkt niet alleen log, maar ook dof. De stemmen komen niet helder door en Brüggen maakt soms vreemde keuzes in tempo en frasering. Gardiner heeft heel wat te melden en verrast met schitterende details, zoals het weglaten van de instrumenten bij het tweede couplet van 'Wer hat dich so geschlagen'. Zijn koor is nog steeds een wonder van techniek en frasering. Zijn solisten zijn goed gekozen, maar uiteindelijk is de opname van het Ricercar Consort en Pierlot de meest interessante en verrassende van de drie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden