Interview

Joël Voordewind: Het kinderpardon was een lege huls geworden

Beeld Werry Crone

Hij wil de gezichten zien van de mensen voor wie hij beleid maakt. En de gezichten van asielkinderen die sinds het regeerakkoord niet meer mochten hopen op een pardon, lieten hem niet los. Dus bleef Tweede Kamerlid Joël Voordewind (ChristenUnie) hameren op hun belang. Maakt het compromis over het kinderpardon hem een tevreden man?

Joël Voordewind had het de kinderen beloofd. Hij zou tijdens de kabinetsformatie zijn uiterste best voor ze doen. Drie maanden lang drong de ChristenUnie bij VVD en CDA aan op een zo ruimhartig ­mogelijke pardonregeling, om zo te voorkomen dat in Nederland gewortelde kinderen worden uitgezet. Maar toen begin oktober 2017 het regeerakkoord werd gepresenteerd, stond op pagina 54: het kinderpardon ‘blijft in haar huidige vorm gehandhaafd’.

Voordewind, Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie, had de kinderen ook toegezegd dat hij het eindresultaat persoonlijk zou komen toelichten. Dus reisde hij twee weken later, met partijleider Gert-Jan Segers, naar Leiden. “Daar heb ik de kinderen, het waren er een stuk of tien, in de ogen gekeken en gezegd: ‘Het is niet gelukt. Sorry.’ Het was een heel triest moment.”

Inmiddels ziet de wereld er geheel anders uit. Dinsdagavond maakte de ­coalitie bekend dat naar alle waarschijnlijkheid meer dan zeshonderd asielkinderen alsnog in Nederland mogen ­blijven. Segers verstuurde een brief naar de achterban van de ChristenUnie: ‘De wonderen zijn de wereld nog niet uit’, schreef hij.

De volgende ochtend verzamelden zich gelukkige jongens en meisjes op het Plein in Den Haag, pal voor de deur van de Tweede Kamer. Voordewind ­herkende er een paar, van de ontmoeting in Leiden. “Dit keer stonden de kinderen weer met tranen in de ogen, maar nu van blijdschap.”

Die avond bezocht hij, samen met Segers, de Haagse Bethelkapel, waar de familie Tamrazyan uit Armenië sinds oktober kerkasiel kreeg. Voordewind vertelt dat hij daar de onzekerheid van de kinderen zag. “Ik vroeg aan dochter Hayarpi of ze na het goede nieuws de kapel had verlaten. Nee, antwoordde ze. Ze hebben maandenlang binnen gezeten! Ik zou direct naar buiten zijn gerend. Frisse lucht! Maar ze durfde niet. Er was nog steeds ongeloof. En angst. Toen de familie ­kerkasiel in Katwijk kreeg, reed daar een politiemotor rond. Ze voelden altijd de dreiging van een arrestatie. Mijn tweede vraag aan Hayarpi was wat ze nu ging doen. Ze wist het niet. Het denken stopte bij het moment dat ze het goede nieuws hoorde.”

Dat wonder, zoals Segers het noemt, begon twee weken geleden. U werd ­gebeld door D66-Kamerlid Maarten Groothuizen met de boodschap dat ook het CDA een ruimhartiger pardon ­wilde. Zag u het aankomen?

“We hadden een etentje met de fractie, bij Gert-Jan thuis. Onze partners waren erbij. We bespraken met elkaar hoe het is om samen te ­leven met een politicus die weinig thuis is. Het moest een sociale avond worden. En precies toen belde mijn D66-collega. Ik had hem al twee keer weggedrukt, maar hij bleef het proberen. Dus ik nam op. Hij vertelde dat de volgende ochtend D66 en CDA met het nieuws naar buiten zouden komen. Maarten Groothuizen zei: ‘Ik denk dat je daar wel blij van wordt’.”

De ChristenUnie heeft na het verschijnen van het regeerakkoord achter de schermen geprobeerd de collega’s te overtuigen van een ruimer kinderpardon. Dat is u nooit gelukt.

“Jullie vroegen net of ik de bijval van het CDA zag aankomen. Niet direct. Ik heb er inderdaad meerdere keren met de collega’s in de coalitie over gesproken, onder andere toen ons congres zich afgelopen november uitsprak voor een uitzetstop. Ik kreeg de handen niet op elkaar. Maar er speelde meer natuurlijk. Er was druk vanuit onze partij, we merkten ook dat het bij het CDA steeds lastiger lag. Zelfs bij de VVD rommelde het. Het kerkasiel voor de familie ­Hayarpi begon. En die actie van Tim Hofman sloeg enorm aan. Dus helemaal verrast waren we niet. Wel ontzettend blij.”

---

Joël Voordewind (Sleen, 1965) is de geestelijk vader van het kinderpardon. In 2010 kreeg hij als Kamerlid van de ChristenUnie de portefeuille migratie en asiel. Sindsdien zet hij zich, haast zonder enige remming, in voor de zwakkeren in de samenleving. Hij reist meerdere keren per jaar naar de brandhaarden in de wereld, bezoekt er ­vluchtelingenkampen en probeert, eenmaal terug in Nederland, iets voor deze ­mensen te betekenen. In 2011 nam Voordewind, samen met toenmalig PvdA-collega Hans Spekman het ­initiatief om gewortelde asielkinderen hier te laten blijven. Een jaar later kwam er een eenmalige regeling, dankzij het kabinet-Rutte II (VVD-PvdA), die ruim 1500 kinderen aan een vergunning hielp. Daarnaast kwam er een blijvend kinderpardon, maar met veel strengere regels. Bijna iedereen wordt afgewezen.

---

U heeft de afgelopen twee weken met de coalitie onderhandeld over een soepeler pardon. Klopt het beeld dat een crisis nabij was?

“Er zat veel druk op, zeker. Dat kwam ook omdat de ChristenUnie in jullie krant opriep om uitzettingen direct te stoppen. Er was angst dat de kinderen nog zes maanden in onzekerheid moesten afwachten. We zagen dat het heel pijnlijk zou worden als mensen alsnog het land zouden worden ­uitgezet.

“Ik moet zeggen dat er geen moment is geweest dat het aan tafel te fanatiek werd, of te fel, of dat mensen dreigden op te stappen. Ook de VVD stelde zich redelijk en constructief op. Iedereen zag wel in dat dit niet meer ­teruggedraaid kon worden. Het was, door de moedige stap naar voren van D66 en CDA, ook zo groot in het nieuws.”

Waar komt uw gedrevenheid vandaan?

“Ik ken een redelijk aantal kinderen om wie het gaat. Ik weet dat ze uit Irak ­komen, uit Iran, Afghanistan, Armenië. Ik ken de belabberde situatie daar. Je voelt de pijn bij deze kinderen. Sommigen spreken de taal van hun moederland niet, ze zijn er nog nooit geweest. Ik kan me hun angst heel goed voorstellen.”

Er zijn collega’s van u die veel meer afstand houden, die te nauwe contacten met asielzoekers juist vermijden.

“Volgens mij kun je pas goed oordelen over beleid als je de gezichten kent die het raakt. We kunnen over rekenmodellen praten, maar weet ik dan over wie ik moet oordelen? Een Kamerlid gaat op werkbezoek, naar een boer of een fabriek. Dat is normaal. Moeten we daar dan ook mee stoppen?”

Een paar jaar geleden, toen u nog in de oppositie zat, vertelde u in Trouw dat u geen onderscheid ziet tussen Kamerlid en activist.

Met een glimlach: “Zei ik dat?!”

Zeker. Kan dat nu ook nog in de coalitie, activist zijn?

“Laat duidelijk zijn dat ik me nooit verzet heb tegen het regeerakkoord. Als ik mijn handtekening zet, houd ik me daaraan. Ik ben rond het kinderpardon nooit verdergegaan dan aandringen op versoepeling van bestaande regels. Kijk al mijn teksten maar na. Ik ben vasthoudend, zeker, maar wel loyaal aan de afspraken die ik maak.”

Na de kabinetsformatie werd u het 76ste Kamerlid genoemd, iemand die een gevaar voor de coalitie kan worden.

“Iedereen van de coalitie is het 76ste Kamerlid. We zijn anderhalf jaar verder en ik heb de coalitie nooit in gevaar ­gebracht. Dat zegt genoeg, lijkt me.”

Tijdens de formatie viel het besluit over het kinderpardon op het allerlaatste moment. U kreeg een teleurstellende mededeling. Hoe moeilijk was het om alsnog in te stemmen met het regeerakkoord?

“Dat was een van de zwaarste momenten in mijn politieke loopbaan. We zaten op dat moment in een wijkgebouw, naast de kerk, het hele regeerakkoord nog een keer door te nemen. Ik had tijd nodig om die finale afweging te maken en trok me terug in het klompenhok. Ik belde mijn vrouw Deborah voor raad. We hadden er een goed gesprek over, aan het einde zei ze wel dat het mijn eigen keuze moest zijn, maar dat ze ieder besluit zou respecteren. Toen dacht ik: wat helpt het de kinderen als ik nu nee zeg? Dan heb je geen positie meer en geef je de strijd op. Wat hebben kinderen en vluchtelingen eraan als ik eruitkom als morele winnaar door mijn ­handen ervan af te trekken?

“We hadden verder wel een goed verdedigbaar migratiebeleid. Er zou kleinschalige opvang voor gezinnen komen, we zouden 250 extra vluchtelingen uit kampen uitnodigen, er kwam een bed-bad-broodregeling mét begeleiding voor uitgeprocedeerden, er gingen honderden miljoenen extra naar ontwikkelingssamenwerking. Dat zouden we dan allemaal opgeven. Het was natuurlijk even spannend. Als een Kamerlid zich terugtrok was er op dat moment geen meerderheid voor een coalitie. Die druk voelde ik wel.”

Nu verdwijnt het kinderpardon. Kunt u daarmee leven?

“Er vielen nog maar enkele kinderen onder, in heel 2016 kreeg er één een vergunning. Het was een lege huls geworden. In de kabinetsformatie heeft de ChristenUnie voorgesteld om nog één keer een toets voor de kinderen te doen met soepeler criteria, om vervolgens het kinderpardon af te sluiten. Dan voorkom je ook dat er een aanzuigende werking voor de toekomst ontstaat, de angst van de VVD. Het is precies wat we nu gaan doen, maar destijds was dat nog onbespreekbaar.”

Een ander onderdeel van het nieuwe asielakkoord is het terugbrengen van het aantal vluchtelingen dat jaarlijks wordt uitgenodigd om hier te komen wonen, van 750 naar 500. Is dat geen vreemde ruil? In het Kamerdebat van woensdag werd dit koehandel genoemd.

“Die concessie doet wel pijn, het is een constante worsteling. Maar je kunt niet alleen je eigen eisen binnenhalen in ­onderhandelingen. In de formatie ging dat aantal juist omhoog van 500 naar 750, in plaats van een soepeler kinderpardon. VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff en ik wisten dat nog goed. Dus het was duidelijk dat we dit weer moesten inleveren. We blijven 500 mensen per jaar opnemen, net als onder de vorige kabinetten. Het afgelopen jaar haalden we de 750 ook niet. Het waren er 610.

“Ik vind ook wel dat er een verschil is. De mensen in zo’n kamp staan op een verdeellijst van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR en weten nog niet dat ze eventueel naar Nederland kunnen. Daar ligt ook een belangrijke taak voor de EU, die binnenkort komt met nieuwe aantallen per land. Nederland moet daarin een eerlijk aandeel nemen.

“Maar de kinderen die nu alsnog ­onder het pardon vallen, zíjn geworteld in dit land. Die spreken de taal, hebben hun vriendjes hier, zitten hier op school. Die kennen de Nederlandse ­cultuur. Ik voel een zware verantwoordelijkheid voor hen. Hayarpi Tamrazyan stuurde mij tijdens de onderhandelingen gedichten. Er komt een bundel uit van de teksten die ze in die maanden in de Bethelkapel heeft geschreven. Het is wel mooi hoe ze getuigde van de worsteling en soms de wanhoop. Het waren bijna psalmen.”

Een gedicht van Hayarpi Tamrazyan

Zegen hen, Heer
Die vechten voor anderen
Die vechten tegen onrecht

Zegen hen, Heer
Geef hun Uw kracht
En Uw overwinning

Zegen hen, Heer
Geef wijsheid
Geef geduld
Bij moeilijke beslissingen

Zegen hen, Vader
Bij tegenslag en wanhoop
Als het onmogelijk lijkt

Wij weten, Vader
Bij U is alles mogelijk!

Lees ook:

Het laatste kinderpardon? Een illusie

Met enige regelmaat belooft ‘Den Haag’ een snellere asielprocedure, met minder ‘schrijnende gevallen’. In de praktijk is het probleem onoplosbaar. De roep om een nieuw pardon is nooit ver weg.

Wat is er afgesproken over het kinderpardon?

Dinsdagavond werd overeenstemming bereikt over het kinderpardon. Een overzicht van de afspraken en concessies.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden