Column

'Joehoe, meisje'

De eerste zomerdag was een veldslag. Althans, volgens Wim Boevink woensdag in Trouw ('Het ongeluk van de eerste zomerdag'). Witte benen, lelijke mannenvoeten, blubberend vlees, driekwartbroeken. Toegegeven, het is hier geen Forte dei Marmi of Barcelona. Maar zeg eens eerlijk is er op deze vierde zomerse dag soms geen groeiend gevoel van euforie in ons mannenhart blootgelegd? Een megatinteling, een symfonie van fonkelingen in onze borstkas, waarin een zwerm vlinders wervelwinden opwekt?

Met de val van het grauwe seizoentextiel zoekt de blik naar de noordelijke zachte en tere huid. De schaars bedekte vrouwenlijnen. De schouders waarop een nonchalant bh-bandje een komma van mysterie vormt. De slanke bovenarmen aan het stuur en de pulserende kuiten op de fietspedalen. En niet te vergeten, de opwaaiende zomerjurken die de guitige Aeolus dezer dagen in zijn macht lijkt te krijgen.

Gisterochtend vroeg, amper de deur achter mij dichtgetrokken, voelde ik al de zomerroes op de singel. Het was net zeven uur en bij het huis ernaast waren twee mannen bezig met een stellage. "Joehoe, hé, meisje, meisje!" Ik kijk op en zag, rustend op een zadel, twee gracieuze billetjes uit een (te) korte broek steken. Zoals hoort bij dit ritueel keek de fietsende jonge vrouw niet om naar de twee naroepende bouwvakkers. Alsof ik medeplichtig was, keek één van hen me glimlachend aan. Ik glimlachte terug. En schrok. Heel wat jaartjes terug had ik me in een dergelijke situatie wel anders, zeg maar radicaler opgesteld. Het was de tijd waarin op een gevel van het Rotterdamse Stieltjesplein een leus door feministische handen was gekalkt: 'Mannen? Soep van koken'. Naroepen of -fluiten van vrouwen was een doodzonde die alleen barbaarse bouwvakkers konden plegen. En als geëmancipeerde en schuldbewuste man ten aanzien van zijn eigen soort, moest je hier niets van hebben. Het is wel voorgekomen dat ik op zo'n moment voor de nagefloten vrouw ongevraagd opkwam en de fluitende bouwvakker toebeet: "Hé, kan je niet een beetje doorwerken, roodborstje?" Deze tijd ligt ver achter me en ik moet nu om mijn toenmalige orthodoxie en bemoeienis grinniken. Anno 2012 weten we dankzij tal van onderzoeken en studies dat vrouwen pas chagrijnig worden als ze bij het passeren van een stellage of bouwput niet nagefloten worden. Zelfs Sunny Bergman werd er onzeker van in een van de eerste scènes van haar feministische tv-pamflet 'Beperkt houdbaar'. "Ik vroeg me af waarom jullie niet meer naar me fluiten", vroeg de peinzende regisseuse aan een willekeurige bouwvakker. Een paar jaar geleden hield het tijdschrift Vrouw een onderzoek onder 1500 lezeressen: ruim de helft vond het fijn en leuk om te worden nagefloten. Ja, de nafluitende bouwvakker is de thermometer van het vrouwelijke zelfvertrouwen. En zelfs een toonbeeld van beschaving vergeleken met de beschimpingen en kwetsuren die vrouwen de laatste jaren moeten ondergaan. Gisteren nog schreef Volkskrant-columnist Aaf Brandt Corstius hoe ze zag dat een vrouw met een Hema-zomerjurk door een groep 'kansarme jongeren' werd nageroepen: "Waarom luister je niet, wijf! Kutwijf! Hoerrrrr!"

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden