Column Bas den Hond

Joe Bidens uitglijder - of verdekt signaal - toont zijn kracht als presidentskandidaat

Democratisch presidentskandidaat Joe Biden maakt zijn opwachting tijdens een evenement in Columbia, South Carolina. Beeld AFP

Komende week kruisen twintig Democratische presidentskandidaten de degens – tien woensdag en tien donderdag tijdens twee live tv-debatten. Vier anderen kijken jaloers toe – ja, vier, zondag meldde voormalig Congreslid en admiraal b.d. Joe Sestak zich ook nog als kandidaat.

Al weken verheugden de liefhebbers van politieke gevechten zich op die krachtmeting, want tijdens campagne leek er haast wel een wapenstilstand in het Democratische peloton, zo aardig was iedereen voor elkaar. Maar woensdag veranderde dat opeens. Joe Biden, voormalig vice-president en koploper in de peilingen, werd het centrum van een rel die gaat over het centrale sociale probleem van de VS: de geschiedenis en positie van de Afro-Amerikanen.

Die geschiedenis is zo afschuwelijk, en die positie nog steeds zo hachelijk, dat het idee van schadevergoeding voor de hele bevolkingsgroep de laatste tijd bespreekbaar is geworden. De bekende zwarte journalist Ta-Nehisi Coates heropende de discussie enkele jaren geleden met een indrukwekkend artikel in The Atlantic. Afgelopen week mocht hij getuigen voor het Huis van Afgevaardigden, waar een commissie voor het eerst in de geschiedenis die mogelijkheid besprak.

Maar Biden kwam niet in het nauw omdat hij tegen die schadevergoeding zou zijn. Evenmin omdat hij iets vindt of wil dat tegen de belangen van zwarte Amerikanen indruist. Hij had het zelfs niet over zijn Afro-Amerikaanse medeburgers, toen hij op een bijeenkomst voor geldschieters terugverwees naar zijn begintijd in de Senaat. Toen was wellevendheid de norm, vertelde hij weemoedig, ook al was je politiek elkaars tegenpool. “Ik zat in een fractie met James O. Eastland. Hij noemde me nooit ‘boy’, hij noemde me altijd ‘son’. We waren het over bijna niets eens. Maar we kregen dingen gedaan. We kregen het voor elkaar. Vandaag de dag kijk je naar de andere partij en je bent de vijand. Niet de oppositie, de vijand. We praten niet met elkaar.”

Aanval

Diezelfde avond nog ging Cory Booker, de zwarte senator die in de peilingen voor de Democratische voorverkiezingen ver in de achterhoede verkeert, tot de aanval over. “Je maakt geen grapjes over ‘boys’ zeggen tegen zwarte mannen.” En Bill de Blasio, de (blanke) burgemeester van New York, die al blij zou zijn met de geringe aanhang van Booker, twitterde: “Eastland vond dat mijn multiraciale gezin illegaal zou moeten zijn en dat blanken het recht hadden op ‘het opjagen van n***ers.”

Dat laatste klopt letterlijk, het komt voor in een toespraak van de volkomen vergeten Democratische senator, waarin die een cynisch varieerde op de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring, die het heeft over ‘het najagen van geluk’.

Maar vond Biden dat dan okee destijds? Uiteraard niet, dan had hij in de Democratische partij van vandaag niets te zoeken. Toch raakte hij met zijn uitspraak meerdere gevoelige zenuwen. Dat zegt iets over die partij, maar ook iets over Biden.

Om te beginnen geldt onder Democraten kennelijk precies dat waar Biden over klaagde: je kunt het niet maken iets vriendelijks te zeggen over iemand die er vreselijke denkbeelden op na houdt. Critici van Biden riepen in herinnering dat hij ook een lovende toespraak had gehouden bij de herdenkingsdienst voor senator Strom Thurmond, die 48 jaar , senator was voor South Carolina, eerst als een Democraat en vanaf 1964 als Republikein, en lang vocht om te voorkomen dat de rassenscheiding in de zuidelijke staten zou eindigen.

Tot overmaat van ramp gebruikte Biden ook nog het woord ‘boy’, de kleinerende aanspreektitel in die staten voor zwarte mannen.

Joe Biden en senator Geral Malloy (rechts). Beeld REUTERS

Strikt genomen had dat in het verhaal van Biden niets te maken met ‘ras’, hij prees immers twee blanke mannen omdat ze het niet tegen hem, een andere blanke man, zeiden.

Volgens een medewerker van Biden hoorde het woord zelfs niet eens in het verhaal thuis, Biden zou het voorbeeld al vaak hebben gegeven, maar dan altijd met: “Ze zeiden geen ‘senator’ tegen me, maar ‘son’. Met andere woorden: die racistische senatoren hielden het gezellig met hun niet racistische jonge collega, en dat valt hoe dan ook te prijzen.

Zo’n rel krijgt altijd extra aandacht als de veronderstelde uitglijder van een kandidaat past in het beeld dat de media toch al van hem hebben. En bij Biden is dat hier zeker het geval. Als hij om iets bekend staat, is het zijn regelmatig ontsporende spontaniteit. Hij zegt vaak wat er in hem opkomt, en formuleert dat politiek onhandig.

Krediet

Tijdens de verkiezingscampagne van 2007/2008, toen hij nog gegadigde was voor de Democratische nominatie, wilde hij bijvoorbeeld zelf wellevend zijn en Barack Obama prijzen. Wat uit zijn mond kwam, was dat zijn concurrent ‘de eerste gewone Afro-Amerikaan is die goed uit zijn woorden komt, slim is, schoon en een goed uitziende kerel’. Voor Obama was dat geen beletsel hem te kiezen als kandidaat vice-president.

Zijn nauwe samenwerking met Obama heeft Biden veel krediet opgeleverd bij de zwarte bevolkingsgroep. Zijn grote voorsprong in de peilingen voor de Democratische nominatie heeft hij grotendeels daaraan te danken. En ook, analyseert Perry Bacon op de politieke statistiek-site Fivethirtyeight.com, aan hun overtuiging dat ondanks het succes van Barack Obama de VS niet snel nog eens een zwarte president zullen kiezen. Daarom houden ze het op Biden, hoe groot misschien ook hun sympathie is voor een Cory Booker of een Kamala Harris.

Enkele prominente zwarte politici, zoals senator John Lewis, een held van de burgerrechtenbeweging, lieten weten dat ze Biden helemaal niets kwalijk nemen. Ze geloven kennelijk wat hij zelf diep verontwaardigd tot zijn verdediging aanvoerde: dat hij ‘geen racistische vezel in zijn lijf heeft’. Al is dat ook weer een uitdrukking die bij zwarte Amerikanen de nodige weerzin kan oproepen, omdat je hem steevast hoort van mensen die je net iets racistisch heb zien doen of horen zeggen.

Is zijn recente uitglijder dus een onschuldige, van een politicus die zijn gedachten onhandig formuleerde, in taal en met voorbeelden die passen bij zijn leeftijd, 76?

Denk dat niet te gauw, waarschuwt Matt Ford van het blad The New Republic. Volgens hem was Bidens uitspraak helemaal geen vergissing, maar een ‘hondenfluit’, Amerikaans politiek jargon voor een uitspraak die letterlijk genomen geen aanstoot kan geven, maar voor de goede verstaander boekdelen spreekt. In dit geval: vergeet niet dat ik een blanke ben. Want dat is essentieel voor Bidens strategie.

Ideale running mate

Ford citeert Ta-Nehisi Coats, die ooit een witte huidskleur een ‘voorouderlijke talisman’ noemde, ‘die niet garandeert dat alles gaat zoals je wilt, maar je wel een constante wind in de rug geeft’. Volgens Coates was Donald Trump de eerste presidentskandidaat die het niet aan anderen overliet vast te stellen dat hij blank was, maar het expliciet maakte, en dankzij die gedurfde strategie het presidentschap veroverde.

“Biden draagt die talisman ook”, schrijft Ford. “Hij heeft de macht ervan niet volledig ontketend, hij deelt niet Trumps antipathie tegen immigranten en mensen met een kleur. Maar de arbeiderszoon uit Scranton, Pennsylvania, zoals hij zichzelf beschrijft, is meer dan bereid er mee te zwaaien om het presidentschap te winnen.”

Of Ford helemaal gelijk heeft, is de vraag. Want als Biden in iets op Trump lijkt, is het wel zijn loslippigheid. Dat lijkt in tegenspraak met de cynische berekening die Ford achter Bidens woorden van woensdag veronderstelt.

Maar ook zonder berekening is het natuurlijk wel waar: Biden is een witte Amerikaan, en een van de oude stempel. Voor Barack Obama was hij juist daarom de ideale running mate, die een deel van het blanke kiezerspubliek, dat in 2016 naar Trump zou overlopen, aan zijn kant hield. En voor de Democratische Partij van 2020 is hij daarom misschien wel de ideale kandidaat.

De Amerikaanse politiek is er na de verkiezing van Donald Trump tot president niet saaier op geworden. Amerika-correspondent Bas den Hond (standplaats Boston) bespiegelt in zijn wekelijkse column op het reilen en zeilen in Washington. Lees hier meer van zijn columns. 

Lees ook: 

De Verenigde Staten en hun lange traditie van politieke haat

Is het erg om je politieke tegenstanders als vijanden te zien? Ik vroeg me dat af toen Donald Trump zich formeel kandidaat stelde voor een tweede termijn als president van de Verenigde Staten, schrijft columnist James Kennedy.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden