Jodhpur

Op weg naar Jodhpur, gelegen aan de rand van de Thar-woestijn, wordt de vegetatie steeds schraler totdat er slechts lage struiken overblijven die vechten om te overleven; rivierbeddingen staan helemaal droog.

Af en toe een hutje met her en der wat kleinvee eromheen, de bewoners weggedoken in de schaduw. Het is onvoorstelbaar dat in deze godverlatenheid nog leven mogelijk is!

Al snel na aankomst gaan we richting het oude centrum.

"Sir, do you want autorickshaw?" klinkt het zodra we buiten zijn.

"I'm afraid not, sir, we need our daily exercise!"

De tuktukbestuurder kijkt ons meewarig aan, gelooft het maar half en blijft nog even, de kat uit de boom kijkend, meerijden voor het geval die rare westerlingen nog van mening zouden veranderen. Uiteindelijk geeft hij het op en knort met blauw kwalmende uitlaat ervandoor op zoek naar williger klandizie.

Is dat niet het Meherangarh fort ginds aan het einde van Ratanada Road?

Zelfs hier op Bathia Circle, op 2,5 kilometer afstand, zijn de vestingmuren en bastions van Rajasthans grootste fort indrukwekkend. Dat is echter allemaal pas voor morgen.

Via een poort in de stadsmuur rond het oude centrum, duiken we het labyrint van drukke straatjes in. Overal roepende handelaars, dienstenverleners en bedelaars.

Tuktuks en brommers slalommen hortend en stotend over het gatenkaas-asfalt door de voortschuifelende menigte daarbij ook nog de stoïcijns kijkende heilige koeien ontwijkend die altijd op de verkeerde plek staan. Heiligheid bewandelt echter vaak andere wegen dan een sterveling kan bevroeden. In dit geval zelfs in letterlijke zin.

Op de grote driesprong aan de zuidkant van de Sadar markt krioelen auto's, brommers en tuktuks door elkaar als nijvere bijen in een korf. Een politieagent probeert tevergeefs enige orde in deze ogenschijnlijke chaos te brengen. Dat is nutteloos want iedereen weet precies wat hij wil en maakt dit kenbaar door toeteren, hand uitsteken, bumperkleven en snijden. Het is een zelfregulerend systeem en op een schrammetje meer of minder komt het toch niet aan? India heeft mij op dit punt veranderd want het is nog maar luttele weken geleden dat ik in Delhi bibberend langs de straat stond wanneer ik moest oversteken.

De markt is aan de zuid- en noordzijde via een groot poortgebouw toegankelijk voor het verkeer en maakt zowel een intieme als levendige indruk. In het centrum ervan de clock tower, een Big Ben in miniformaat, eigenlijk dus een Tiny Ben. Tussen fruit- en groentekraampjes lopen donkerbruine koeien die een graantje, liever gezegd een blaadje of stronkje meepikken van het afval dat op straat wordt gegooid. Een enkel beest probeert ook van de kraam zelf te snoepen maar dat levert hem een pets van de straatventer op zijn achterwerk op. Een heilige koe kan ook wel eens in de fout gaan!

Mannen duwen hoogwielige karren beladen met fruit of stoffen door het winkelende publiek. Geelgroene tuktuks wachten geduldig op een vrachtje. Kleurrijk geklede Rajasthaansen die hun snuisterijen op straat hebben uitgestald tonen ostentatief hoe mooi dat halssnoer mijn lady wel niet zou staan en dat voor zo weinig geld. De lucht is bezwangerd met de geuren van saffraan en mint uit de nabij gelegen kruidenbazaar.

Op een halve kilometer afstand torent het op een rots gelegen fort ongenaakbaar en dreigend boven ons uit! Die belegeraars uit vroegere tijden waren niet te benijden. Mij zinkt alleen bij de aanblik ervan al de moed in de schoenen. Om over die kanonskogels en kokende olie nog maar te zwijgen.

In de aangrenzende bazaar dwalen we door de vele nauwe, drukke laantjes met zijn kraampjes en winkeltjes waar stoffen in allerlei kleuren, versierde leren schoenen, lakwerk, kleedjes, verfijnde Rajasthaanse weefsels, zilveren sieraden, aromatische kruiden maar ook marionetten en miniatuurkamelen te koop worden aangeboden.

Aan de andere kant van de markt ligt een straatje waar een aantal handwerkslieden hun werkplaats hebben. Een kleermaker haalt met gestage soepele trap een lap stof op zijn werktafel onder de naaimachine door onderwijl in ratelend staccato de ene rij steken na de andere erin schietend. Verderop vier kinderen graaiend in een vuilnisbelt op zoek naar iets bruikbaars.

De bedrijvigheid op de markt lijkt op het gewirwar van mieren bij hun nest. Zoals de mier altijd druk bezig is met de zorg van alledag, Jean de la Fontaine dichtte daar nog over, zo zijn de handelaar, de ambachtsman, de huisvrouw, de tuktukchauffeur, ja zelfs de heilige koe bezig met overleven. Heel veel levende wezens in India, zowel mens als dier, zijn voortdurend hiermee bezig!

De avond is inmiddels gevallen en de clock tower met zijn verlichte wijzerplaten staat als een stille wachter temidden van de levendige markt waar de handel gewoon doorgaat en de tuktuks en auto's zigzaggend en toeterend hun weg blijven zoeken door de menigte. Jodhpur is net als New York in het lied van Frank Sinatra "a city that never sleeps".

De vierentwintig-uurseconomie waarover bij ons de kranten vol staan is hier sinds jaar en dag praktijk.

Voor ons is het vandaag mooi geweest. In de tuktuk naar het hotel kijk ik nog eens naar het door schijnwerpers aangelichte fort hoog op de rots. Het oogt nog grimmiger dan vanmiddag.

Dat belooft wat, morgen!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden