Jodenmoord / Omgang met Shoah beheerst door clichés

De manier waarop Nederland terugkijkt op de jodenvervolging en de Shoah vertoont religieuze trekken. Dat constateert Jan Oegema in zijn boek 'De publieke religie rond Auschwitz'. Een gesprek over clichés, taboes en mythevorming. Over Anne Frank en Etty Hillesum, koningin Beatrix en Pim Fortuyn.

Is het u nooit opgevallen'', vraagt Jan Oegema, ,,dat de centrale figuur van het nationaal monument op de Dam sterk lijkt op de gekruisigde Jezus? Alleen een doornenkroon ontbreekt nog. Maar niemand die ooit heeft geprotesteerd. Ook niet toen enige jaren geleden de beeldengroep grondig werd gerestaureerd. En toch is het een bedrieglijke stereotypering.''

De uit een gereformeerd nest stammende literatuurwetenschapper -hij promoveerde op Lucebert als mysticus- is auteur van een zojuist verschenen boek over 'de publieke religie rond Auschwitz'. Oegema legt uit wat hij met die term bedoelt: ,,De symboliek die het monument op de Dam uitstraalt, staat niet alleen haaks op onze steeds meer ontkerstende samenleving, ze lijkt ook zin te willen geven aan een gebeuren -de moord op de Europese Joden- waaraan geen enkele zin valt te ontlenen. Ik vind het Ausch witzmonument van Jan Wolkers eerlijker. Dat geeft beeldend de gebrokenheid weer die je bij de Shoah ervaart.''

Het wordt volgens Oegema hoog tijd dat we een nieuw nationaal symbool bedenken dat ook afrekent ,,met een misplaatste traditie die zes miljoen vermoorde Joden transformeert in even zovele Heilanden en hen vereenzelvigt met de naamgever van een godsdienst die de eeuwen door verantwoordelijk is geweest voor heel veel Joods lijden''.

Het boek van Oegema beperkt zich tot Nederland en beschrijft voornamelijk de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw. Met als concreet beginpunt 1 oktober 1981, de dag waarop de oorlogsdagboeken van de Etty Hillesum verschenen. Overigens was de publieke religie rond Auschwitz al halverwege de jaren zestig ontstaan. Toen maakte in ons land de trots over het veronderstelde massale verzet tegen de Duitse bezetter geleidelijk plaats voor schaamte. Men had immers niet kunnen of willen verhinderen dat het grootste deel van de Joodse landgenoten werd opgepakt en in de nazi-vernietigingskampen het leven liet.

Waarom laat de auteur zijn werk niet beginnen in 1979, het jaar waarin de tv-serie 'Holocaust' in West-Duitsland en de Verenigde Staten diepe indruk maakte? Oegema: ,,Zonder het effect van die serie te willen bagatelliseren, bracht deze in Nederland geen echte schok teweeg. Dat bleek wel het geval met de dagboeken van Etty Hillesum. Die gaven aan de beleving van de Shoah een andere, religieuze dimensie en boden een troostrijk perspectief.''

,,Veel Nederlanders bleken gevoelig voor deze nieuwe mogelijkheid tot verwerking, aanvaarding en zingeving van de Shoah. Op de eerste plaats de christenen. Maar omdat Hillesum, zelf van Joodse afkomst, blijk gaf van een vloeiend en veelvormig godsbeeld waarin iedereen zich op zijn eigen manier kon herkennen, spraken haar ideen ook veel niet-christenen aan. Dat had gevolgen voor de publieke religie rond Auschwitz. Die werd toen voor het eerst manifest religieus en vertoonde al snel bigotte trekjes.''

Zelf werd Oegema door de moord op de Joden gegrepen bij het kijken naar de tweedelige tv-documentaire 'Shoah' van Claude Lanzmann (1986). Toen hij zich echter ging verdiepen in de ontwikkelingen van de herinneringscultuur rond de Tweede Wereldoorlog en kritische analyses las, zoals Frank van Vree's 'In de schaduw van Auschwitz', begon hij te beseffen dat de manier waarop men sinds 1945 met de herinneringen aan die oorlog omging, werd (en wordt) beheerst door clichés, taboes en mythevorming. Publieke rellen als die rond de roman 'Mystiek Lichaam' van Frans Kellendonk (1986), rond de opvoering van Fassbinders toneelstuk 'De stad, het vuil en de dood' (1987) en de column van J.J. van Doorn in NRC Handelsblad (1990) bevestigden dat. Bij al die gelegenheden werden de betrokkenen ten onrechte van antisemitisme beschuldigd.

,,Als Nederlanders correct zijn, dan zijn ze dat vooral vanwege hun kijk op de Tweede Wereldoorlog en de Shoah. Volgens hen moeten de drama's van toen consequenties hebben voor de wereld van nu'', stelt Oegema. Zelf is hij inmiddels zover dat hij ronduit durft te zeggen dat men de Shoah niet moet verabsoluteren en dat het misleidend is te beweren dat Auschwitz boven of buiten de geschiedenis staat. ,,Je loopt dan het gevaar andere massale misdrijven -The killing fields in Cambodja of de slachtingen in Rwanda en Bosnië- te bagatelliseren.''

Over de 'publieke religie rond Auschwitz' zijn al meerdere boeken geschreven, maar wat Oegema's studie nieuw en verrassend maakt, is de bredere dimensie die hij eraan geeft. Bij 'publieke religie' gaat het om een aantal grondwaarden die een natie gemeenschappelijk heeft en die men van tijd tot tijd op rituele wijze moet herbevestigen. Daarbij horen -net als bij 'gewone' religies- heilige plaatsen, heilige momenten, heilig verklaarde auteurs en heilige teksten. Wat de publieke religie rond Auschwitz betreft gaat het om plaatsen als kamp Westerbork, momenten als de avond van de vierde mei, auteurs als Anne Frank, teksten als de dagboeken van Hillesum en het oeuvre van Gerhard Durlacher.

Ofschoon Oegema in zijn boek al deze elementen overneemt en nader uitwerkt, voegt hij er een hele reeks aan toe: een eigen heilsleer, een eigen mythos, een eigen zedenleer, een eigen mensbeeld, een eigen esthetica en eigen mystici. Desgevraagd: ,,De publieke religie rond Auschwitz heeft verrassend veel kenmerken die je ook aantreft in handboeken voor vergelijkende godsdienstwetenschappen. Meer dan je op grond van de formele, betrekkelijk 'magere' uitleg van het begrip 'publieke religie' zou denken.'' Maar er is, zegt Oegema, één groot verschil met godsdiensten als het christendom: ,,De religie rond Auschwitz moet het zonder God stellen, of in elk geval zonder een basale consensus over een bepaalde godspersoon.''

Waarom heeft de publieke religie rond Auschwitz voor velen de trekken van een echte godsdienst aangenomen? Oegema: ,,Je kunt religie omschrijven als de manier waarop de mens probeert zich te verhouden tot het absolute. En voor ons is Auschwitz een absolute werkelijkheid. Het is onze negatieve oorsprongsmythe, om het met de woorden van de Duitse filosoof Rüdiger Safranski te zeggen. De jodenmoord heeft zoveel indruk op ons gemaakt dat hij zich van lieverlede ontwikkelde tot een religie.

Wat de publieke religie rond Auschwitz tot een echte godsdienst van deze tijd maakt, is haar zelfontkennende karakter. Oegema: ,,Het mooiste voorbeeld vind ik de cultus rond Anne Frank. Enerzijds hebben we haar tot de status van Sint Anna verheven, maar anderzijds benadrukt bijna iedere auteur dat ze vooral een héél gewoon meisje was. Hetzelfde zie je bij het christendom. Daar zijn in de loop der eeuwen allerlei geloofsmysteries ontwikkeld, maar nu voelt tachtig procent van de predikanten zich gedwongen die sacrale geheimen -de lijfelijke opstanding van Jezus bijvoorbeeld- hun letterlijkheid te ontzeggen. Religies lijken zich nu alleen te kunnen handhaven door dogma's en grote waarheden te ontkennen.''

De publieke religie rond Auschwitz oefent forse invloed uit op de Nederlandse samenleving. Dat heeft, aldus Oegema, voor- en nadelen. ,,Wat de eerste betreft, leidde ze tot een dialoog en tot vormen van samenwerking tussen Joden en niet-Joden. Daarnaast zijn, dankzij de publieke religie rond Auschwitz, begrippen als 'menselijke waardigheid' en 'zorg voor de vreemdeling' centraal komen te staan.''

,,Koningin Beatrix, symbool van die nationale ideologie, pikte dit goed op. Dat bewijzen twee toespraken van haar: de kerstboodschap van 25 december 1994 en de rede die ze op 5 mei 1995 hield ter gelegenheid van 50 jaar bevrijding. In plaats van wat je zou verwachten van de icoon van de 'publieke religie rond Oranje' had Beatrix het niet, als vele Oranjes voor haar, over de plicht het vaderland te verdedigen. Ze benadrukte daarentegen dat er sinds de Shoah andere burgerplichten in het geding zijn: respect voor de integriteit van het individu, begaan zijn met de medemens, erkennen en aanvaarden van eigen verantwoordelijkheid. In beide redes liet de vorstin merken dat burgers in situaties waarin het erom gaat, niet langer moeten gehoorzamen aan hun land, maar de stem van hun geweten dienen te volgen.''

Die aandacht voor de menselijke waardigheid, constateert Oegema, leidde er omgekeerd toe dat Ne der land, in zijn drang om maatschappelijk minder sterke groepen te beschermen, te ver is doorgeschoten. ,,We zijn zo gegijzeld door ons besef van eigen falen met betrekking tot de Joden in de Tweede Wereldoorlog dat het onze blik op de maatschappelijke realiteit heeft vertroebeld. Zo durfden wij niet kritisch te kijken naar het immigratiebeleid, uit angst in dezelfde fouten te vervallen als tijdens de jaren dertig van de vorige eeuw. Toen weigerden we vervolgde Joden de toegang.''

,,Fortuyn heeft de publieke religie rond Auschwitz haar eerste serieuze crisis bezorgd. Dat kon je prachtig zien op die beruchte negende februari 2002. Toen stelde hij in een interview met de Volkskrant het eerste artikel van de Grondwet ter discussie en eiste het recht op te mogen discrimineren. Meteen ging D66-leider Thom de Graaf in de aanval. En op wie beriep hij zich? Op Anne Frank! Dat was een moment waarop je duidelijk kon waarnemen hoe de publieke religie rond Auschwitz zich schrap zette.''

Jan Oegema: Een vreemd geluk, de publieke religie rond Auschwitz. Balans Amsterdam; ISBN 905018586, 350 blz., € 22,50.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden