'Joden, hoe loyaal zijn jullie eigenlijk?'

Waarom je Joden niet mag vragen aan wiens kant ze staan.

'Stel dat er sprake is van een ernstige crisis in de relatie tussen Israël en de Verenigde Staten, welke kant kies je dan?' Het was deze enquêtevraag, voorgelegd aan Amerikaanse Joden, die de afgelopen maand tot een heftig debat leidde in Israel en de Verenigde Staten. De Israëlische regering, mede-organisator van de peiling (zie p. 19), wist niet hoe snel ze de enquête weer moest terugtrekken. Dat er heisa van zou komen, hadden de initiatiefnemers kunnen weten: de 'Verboden Vraag' raakt aan het gevoelige thema van de dubbele loyaliteit.

De ophef lijkt op het eerste gezicht specifiek voor de grote Amerikaans-Joodse gemeenschap en haar band met Israël. Het is geen geheim dat de Amerikaans-Joodse sympathie voor de staat Israël een factor van betekenis is in de Amerikaanse politiek; elke president en ieder Congreslid houdt rekening met het Joodse electoraat (en met andere kiezers die Israël een warm hart toedragen). Maar, zo verzekeren Amerikaans-Joodse leiders, die Joodse sympathie voor Israël gaat niet ten koste van verbondenheid met de VS. Betrokkenheid bij Israël valt prima te combineren met Amerikaans patriottisme.

Toch is de vraag van de dubbele loyaliteit niet specifiek Amerikaans: iedere Jood buiten Israël wordt ermee geconfronteerd. Israël is de enige Joodse staat ter wereld, en ziet het als zijn rol het hele Joodse volk te vertegenwoordigen. Expliciet vraagt Israël Joden om steun en betrokkenheid en nodigt ze hen uit alija (emigratie) te overwegen. Maar ook de niet-Joodse omgeving zorgt er wel voor dat het thema niet valt te ontwijken. Er hoeft maar iets in Israël te gebeuren of Joden worden wereldwijd ter verantwoording geroepen.

De wortels van het probleem van de dubbele loyaliteit reiken dieper, tot het einde van de achttiende eeuw. Toen werden Joden eerst in Frankrijk en daarna geleidelijk in steeds meer Europese landen geaccepteerd als gelijkwaardige burgers. De consequentie was wel dat de Joodse 'nationale' identiteit moest verdwijnen, slechts jodendom als religie mocht overblijven. Joden waren nu Franse, Nederlandse of Duitse burgers geworden.

Het duurde lang voordat deze Europese Joden weer solidair durfden zijn met vervolgde Joden elders. Zodra daar maar iets van bleek, werden ze beschuldigd van 'dubbele loyaliteit' of - erger nog - onbetrouwbaarheid en landverraad. Opkomende antisemitische bewegingen voedden dit thema dankbaar: Joden werden ervan verdacht nooit échte Fransen, Nederlanders of Duitsers te kunnen worden, uiteindelijk zou hun eerste loyaliteit bij elkaar liggen. De samenzweringstheorieën over Joden die in het geheim de wereldmacht willen veroveren, waren geboren.

Precies die antisemitische beschuldiging maakte het thema van de 'dubbele loyaliteit' vrijwel onbespreekbaar. Joden putten zich uit in loyaliteitsverklaringen aan de landen waar ze burgers van waren, wilden laten zien dat ze zich volledig met het 'vaderland' vereenzelvigden. Dat gebeurde met wisselend succes. De Tweede Wereldoorlog liet zien dat die identificatie voor veel Europese Joden geen bescherming bood. Ze deelden allen hetzelfde lot.

De stichting van de staat Israël in 1948 maakte het thema van de dubbele loyaliteit urgenter. Joden in de diaspora moesten hun houding bepalen - ook de Nederlandse Joden. Sommigen, zowel een groep orthodoxen als sterk geïntegreerde Joden, reageerden op 'vooroorlogse' wijze. Toen in 1948 in het portaal van de Haarlemse synagoge een pamflet opriep tot steun aan de Hagana (voorloper van het Israëlische leger) zei een vooraanstaande bestuurder tegen zijn zoontje: "Wat doet een inzamelingsactie voor een vreemde mogendheid hier?"

Het leverde hem een storm van kritiek op: de meeste Nederlandse Joden schaarden zich onomwonden achter de jonge Joodse staat.

De bestuurder moest zijn functies neerleggen en accepteren dat zionisten het leiderschap in Joods Nederland gingen domineren.

Vanaf 1948 is Israël nauw verweven geraakt met het leven van de Nederlandse Joden. Tijdens allerlei bijeenkomsten zijn Israëlische vlaggen te zien - al heeft het Amerikaanse gebruik om in de synagoge een Amerikaanse en Israëlische vlag te hangen in Nederland nooit voet aan de grond gekregen. Wel werd in de synagogedienst een nieuw gebed toegevoegd, het 'Gebed voor de Staat Israël', dat na het 'Gebed voor het Koninklijk Huis' wordt gezegd. Later werd ook nog een gebed voor het Israëlische leger in het gebedenboek opgenomen.

De Joodse jeugd in Nederland werd opgevoed met het expliciete idee dat ze naar Israël gaan. Diverse Joodse jeugdbewegingen van uiteenlopende snit - van strikt-orthodox tot socialistisch-zionistisch - bieden een programma waarmee kinderen vertrouwd worden gemaakt met Israël. Op hun vijftiende reizen ze er samen heen, om zodoende toe te groeien naar een keuze voor migratie. Voor een grote groep jongeren heeft dat ook daadwerkelijk tot alija geleid. Deze jeugdbewegingen - onderdeel van internationale, vanuit Israël geleide koepels - zijn nog altijd een sterke factor in Joods Nederland.

Demografische onderzoeken zijn er ook naar Joods Nederland gehouden. Vrijwel iedere keer zorgde dat voor veel tumult, ook al werd de loyaliteitsvraag zorgvuldig buiten de vragenlijstjes gehouden. In 1986 werd zelfs een onderzoek dat al grotendeels in de steigers stond, op het laatste moment afgeblazen.

Uit de gegevens die uiteindelijk toch voorhanden zijn, blijkt keer op keer dat er sprake is van grote betrokkenheid bij Israël. Recent onderzoek toont aan dat de helft van alle Nederlandse Joden familie heeft in Israël en zestig procent zich zeer sterk verbonden voelt met Israël (nog eens dertig procent kruiste het hokje 'enigszins' aan).

Maar die betrokkenheid kan zich heel divers uiten. Voor velen is die vooral sociaal en filantropisch, voor anderen ook politiek. Daarbij lopen de voorkeuren sterk uiteen: dezelfde variëteit die het Israëlische politieke landschap kent, komt ook hier voor. Nederland kent het jubilerende Cidi (Centrum Informatie en Documentatie Israël), dat zich inzet voor positieve beeldvorming van Israël, maar ook het kritische Een Ander Joods Geluid - in het Nieuw Israelietisch Weekblad zelfs beschuldigd van Joodse zelfhaat.

'Dubbele loyaliteit' werd vanaf 1948 een onvermijdbaar thema. Het debat in Joodse kring barstte erover los. Daarbij valt op dat er van meet af aan verschil is tussen de positie van Joden in de diaspora (buiten Israël) en de invalshoek van Israël en de voornaamste zionistische organisaties.

Israël spoorde Joden voortdurend aan om een heldere keus te maken: als je al niet naar Israël emigreert, dan moet je toch wel duidelijk de zijde van de Joodse staat kiezen.

De Israëlische steun voor de recente omstreden enquête paste dus helemaal in het Israëlische streven om de banden met de diaspora te onderhouden. Maar binnen de diaspora-gemeenschap stuitte de peiling op fel verzet. Want veel Joden buiten Israël kiezen voor 'dubbele loyaliteit'. De Dordtse zionist I. van Huiden bracht die positie in 1951 helder onder woorden: "De Zionistische jood in de diaspora is een wezen met een dubbele nationale inslag. Hij zingt het Hatikwah (het Israëlische volkslied) gevoelvol en waar nodig het Wilhelmus in Nederland met overtuiging. Het land van zijn geboorte laat hij niet gemakkelijk los, al kijkt hij met welbehagen naar Israël, waarmede hij zich innig geestelijk verbonden voelt." Ook de zionistische leider professor Salomon Kleerekoper koos voor die optie. In een echte democratie, zo betoogde hij, moest het mogelijk zijn om meerdere loyaliteiten te koesteren.

De beste manier om met 'dubbele loyaliteit' om te gaan, bleek om de belangen van Israël en die van het eigen land in elkaars verlengde te plaatsen. Wat goed is voor Israël, is ook goed voor Nederland.

De Koude Oorlog zorgde ervoor dat die band niet alleen door Joden, maar ook breed in de Nederlandse politiek werd ervaren. Israël was een vooruitgeschoven post van het Westen in het geopolitieke Oost-Westconflict waar we allemaal partij in waren. Israëls lot was zodoende nauw verbonden aan dat van het Westen. De sociaal-democraat Jacques de Kadt was een van de ideologen die deze solidariteit uitbouwden. Nederlandse Joden werden enthousiast ondersteund door grote delen van de Nederlandse politiek als het er in het Midden-Oosten weer eens om spande. Dubbele loyaliteit was geen probleem.

Na de val van de Berlijnse Muur in 1989 viel de vanzelfsprekende politieke verbinding weg tussen de Nederlandse samenleving en Israël. Israëls belangen bleken niet zonder meer parallel te lopen met die van Nederland en andere Europese landen. De Nederlandse Joden zijn hierdoor in een kwetsbaardere positie terechtgekomen met hun dubbele loyaliteit, en krijgen sindsdien ook in toenemende mate kritiek op hun steun voor Israël. Die positie verbeterde niet veel met de komst van een nieuw mondiaal conflict sinds 9/11, omdat slechts een deel van de Nederlandse politiek een link met Israël overtuigend vindt.

Het loyaliteitsdebat dat nu woedt, brengt een nieuwe positie naar voren, waarvan Hillel Halkin (zie p. 19) een uitgesproken spreekbuis is: waarom zouden Joden zich moeten schamen voor hun loyaliteit aan Israël - ook als ze daarbij soms het Israëlische belang boven dat van de VS stellen? Hebben ook niet veel andere Amerikanen meerdere loyaliteiten? Met de loyaliteitsvraag was niets mis, betoogde Halkin, "en er is ook niets Joods aan. Je komt iets dergelijk overal tegen."

Inderdaad, ook in Nederland. Maar wanneer wordt katholieken nog het mes op de keel gezet of ze het meest loyaal zijn aan het Vaticaan of aan de Nederlandse staat?

In een geglobaliseerde wereld is niets zo gewoon als meerduidige loyaliteiten. Zolang er sprake is van goede betrekkingen tussen beide landen, is een 'dubbele loyaliteit' vooral een versterking van die vriendschapsrelatie. Pas op het moment dat er serieuze spanningen ontstaan, met mogelijke militaire gevolgen, zal een heldere keus gevraagd worden.

Het was, geredeneerd vanuit Israëlische politieke belangen, verstandig dat premier Benjamin Netanjahoe zelf voorkwam dat de peiling in de VS naar loyaliteiten werd uitgevoerd, want elke uitkomst zou slecht uitpakken voor Israël. Zouden veel Joden in de VS als het erop aankwam voor Israël kiezen, dan werd aan hun Amerikaanse patriottisme getwijfeld. En als de steun juist lager zou liggen dan verwacht, dan zou deze wetenschap Israëls aanspraak op de onontbeerlijke steun uit de VS ondergraven.

Het plan om namens de regering van Israël de loyaliteit van Amerikaanse Joden te gaan peilen, was niet erg doordacht. Zoiets kan gemakkelijk goede betrekkingen onder spanning zetten.

Maar Halkin heeft natuurlijk wel gelijk: een gezonde democratie moet het kunnen hebben dat sommige burgers ook loyaliteit voor een andere, bevriende natie koesteren. Ook als dat soms spanning kan opleveren. Die draagkracht is eigen aan een democratische samenleving van vrije mensen met vrije meningsuiting.

De stichting van Israël in 1948 maakte de vraag naar de loyaliteit urgenter

Dubbele loyaliteit, nou en?
Eind oktober kregen tienduizenden Amerikaanse Joden en Joodse Israëliërs in de VS een enquête toegestuurd, waarin onder meer werd gevraagd bij wie hun loyaliteit lag als er een crisis uit zou breken: bij de VS of bij Israël? De peiling wekte in Israël grote beroering - wie zulke vragen stelt krijgt al gauw het etiket 'antisemiet' opgeplakt. In dit geval was dat anders: de enquête was verspreid door de Israëlisch-Amerikaanse Raad ('ter bevordering van een genereuze Israëlische-Amerikaanse gemeenschap en van Israëls kracht') en de Israëlische overheid - de ambassade in Washington. Toen de Israëlische premier Netanjahoe, die de VS zeer goed kent, er lucht van kreeg, verbood hij direct de voortgang van de enquête.

De uitslag ervan bleef dus onbekend. Dat betreurde de Joods-Amerikaanse zionist en schrijver Hillel Halkin niet. De loyaliteitsvraag is op zich legitiem, meent hij. Maar om die in de vorm te gieten van zo'n onderzoek, dat is koren op de antisemitische molen, 'inspelen op het levende wantrouwen jegens Joden: dat ze in de VS (en ook elders) een dubbele loyaliteit hebben', schreef hij op de Joodse website The Forward. "Toch vind ik het hoog tijd dat we niet meer doen alsof de loyaliteiten van Amerikaanse Joden niet verdeeld zijn tussen Israël en de VS. Natuurlijk zijn ze dat. En daar is helemaal niks mis mee - er is trouwens ook niks typisch Joods aan. Je komt iets dergelijks echt overal tegen."

Aan Joden vroeg Halkin: "Stel je nu eens het volgende scenario voor: de vitale belangen van de VS zijn in het geding, en ze botsen met die van Israël. Hoe kan een Jood dan de schouders ophalen en zeggen: 'Interesseert me geen moer hoe dat uitpakt voor Israël, voor mij telt alleen het belang van Amerika'? Wat voor Jood is dat? Hoe diep zit dan nog je Joods zijn?"

Halkin staat als zionist in een lange traditie. Theodor Herzl, de grondlegger van het zionisme - het streven naar een Joods thuisland in Palestina - noteerde in 1895 in zijn dagboek na een ontmoeting met de Franse opperrabijn Zadok Kahn: "Hij beleed zijn zionisme, maar het Franse patriottisme stelt ook zijn eisen. Ja, een mens moet wel kiezen tussen Zion en Frankrijk."

Een halve eeuw later bepleitte Hannah Arendt in 'Zionism Reconsidered' voor een bestendige Joodse staat. Mocht die bedreigd worden door 'Arabische en Mediterrane landen', dan is niet alleen financiële maar ook politieke steun nodig vanuit Joods Amerika. "En dat kan erg lastig uitpakken voor de Joden in dit land." Arendt voorzag daardoor - vier jaar voor de stichting van Israël - lastige vragen over hun dubbele loyaliteit.

Halkin rekent af met de 'comfortabele mythe' dat wat goed is voor Israël ook voor de VS het beste is. "Waarom zou een Joodse Amerikaan niet mogen zeggen: 'De belangen van Amerika en Israël lopen op dit punt uiteen - en voor mij weegt dat van Israël zwaarder?' Dat maakt van hem of haar toch nog geen spion voor Israël, een landverrader? Ik zou zeggen: het maakt van de spreker een oprechter mens."

Volgens Hillel Halkin, die zelf in Israël is gaan wonen, is het voor Joden in de VS prettiger, en veiliger ook. Maar daar voel je wel meer loyaliteitsconflicten. "Dat kan gewoon niet anders en daar verander je ook niets aan.

Dat is nu precies de last die je draagt als Jood in de diaspora. Ik geloof niet dat het nodig is om dat statistisch te onderbouwen met een opiniepeiling. Maar ik zie evenmin waarom je deze kwestie onder het tapijt zou moeten vegen."

Katholiek, moslim en Jood, aan wiens kant staan jullie?
Loyaliteitsconflicten speelden in de 19de eeuw op rond katholieken. Nederland kende geen staatsreligie, maar het land was protestants. De gehoorzaamheid van katholieken aan de paus in Rome, of aan Zuid-Europese naties, werd voor een gevaar gehouden.

In 2007 ontstond, aangezwengeld door de PVV, discussie over de islamitische staatssecretarissen Albayrak en Aboutaleb en Kamerlid Arib (allen PvdA). Hoewel loyaliteit - ook een dubbele - een sociaalpsychologisch fenomeen is, spitste het debat zich toe op een formele kwestie: hun dubbele nationaliteit, die zou hun loyaliteit aan Nederland dubieus maken. Ook de twee paspoorten van CDA-bewindsvrouw Veldhuijzen van Zanten-Hyllner (Zweedse van geboorte) konden bij PVV-voorman Wilders weinig genade vinden. Maar zij was geen moslim, dus dat was niet zo erg.

Paul Scheffer pleitte in NRC voor het Amerikaanse model: dubbele nationaliteit is prima, maar als je een gevoelige functie wilt gaan bekleden, kijken we wel of die tweede nationaliteit een veiligheidsrisico vormt.

Steeds weer laait het loyaliteitsdebat op bij het in dienst treden in een niet-Nederlands leger. Zoals het Israëlische. Aanvankelijk verspeelde je dan hoe dan ook je Nederlanderschap; daarna was het parool don't ask, don't tell. In 1984 veranderde de Rijkswet op het Nederlanderschap. Nu verlies je je Nederlandse paspoort pas als je meevecht in een leger dat zich keert tegen Nederland of diens bondgenoten.

Onder die regeling vallen ook de Turks-Nederlandse jongens en mannen die - als ze hun dienstplicht niet afkopen of vrijstelling krijgen - het Turkse leger in moeten.

Bart Wallet is onderzoeker Joodse geschiedenis en verbonden aan de VU te Amsterdam. In voorjaar 2014 verschijnt 'De ketting is nog ongebroken: Joden in naoorlogs Nederland'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden