Job Cohen: 'Ik was woedend over de moord'

Minister Rita Verdonk en burgemeester Job Cohen op de Dam. Beeld Phil Nijhuis, HH

Het is vandaag tien jaar geleden dat Theo van Gogh werd vermoord. De eigenzinnige cineast was bepaald geen vriend van Job Cohen, destijds burgemeester van Amsterdam. Toch stond Cohen er, op de avond na de moord.

Het 'theedrinken' is hem tot aan de dag van vandaag nagedragen, zegt Job Cohen (67) in een terugblik op de moord op Theo van Gogh en de voor Nederland ongewisse periode die na die tweede november in 2004 volgde.

De oud-burgemeester van Amsterdam heeft niet wakker gelegen van de kritiek die hem, naast lof, ten deel viel in de maanden na de moord op zijn stadgenoot. Voor hem was altijd helder geweest dat 'de boel bij elkaar gehouden moest worden'. Die natuurlijke houding werd innerlijk slechts versterkt nadat hij vernam dat de terreurdaad het werk was van een moslimextremist met een Marokkaanse achtergrond, Mohammed B.

Het drama in de Linaeusstraat bracht in Nederland een soms opruiende, gevaarlijke stemming jegens allochtonen teweeg. Cohen verzette zich scherp hiertegen. Nog steeds wordt hij aangesproken op de 'dialoog' die hij koestert en die zijn critici vertalen als 'softe aanpak'. Het geduld met moslims, etterende, onwillige of radicaliserende Marokkaanse jongens vooral, was op, was de waarschuwing na de moord. Ter rechterzijde van de politiek, in straten, wijken en steden met overlast werd gepleit voor een 'keiharde aanpak'.

Dialoog
"Natuurlijk vond ik de moord verschrikkelijk", zegt Cohen. "Schandelijk dat zoiets gebeurde. Maar ik was er op tegen dat door zo'n afschuwelijke daad een cultuur van 'wij en zij' zou worden gecreëerd. In het, wat ik noem, 'spraakmakende deel' van Nederland was een dialoog nu niet het eerste waaraan men zat te denken. Ophouden met theedrinken, was de kritiek. Ik heb daar niet ontzettend over nagedacht omdat dat gewoon zo in mij zit. Ik had niet anders gekund dan dat ik heb gedaan. En het kan me niet ontzettend veel schelen of mensen dat nou wel of niet goed vonden."

Oók achteraf, als burgemeester Cohen aan zelfreflectie deed, had hij niet goed geweten hoe hij het anders had kunnen doen. "Alleen dacht ik 'Als ze me niet meer willen in Amsterdam is het ook best'. Dat heb ik altijd zo gehad. Dan ga ik weg. Doe ik iets anders, Het was ook niet zo dat ik daar nou zo verschrikkelijk aan hing. Er zijn nog altijd mensen die de 'dialoog' van mij onzin vinden. Terwijl ik zelf vind dat dit een van de allerbelangrijkste dingen is voor de burgemeester van een grote stad en voor zoveel andere grote steden met zoveel verschillende culturen."

Een aanwezige bij de crematieplechtigheid in Amsterdam, op 8 november 2004. Beeld anp

Cohen, nu onder meer hoogleraar in Leiden, beschouwend: "Je hoeft het niet met elkaar eens te zijn. Een van de toch zeer aantrekkelijke dingen van Amsterdam is dat mensen hierheen komen omdat zij er hun eigen talent verder tot ontwikkeling kunnen brengen. Dat zijn allemaal verschillende mensen met allemaal verschillende talenten die dicht op elkaar wonen. Als je dan ruzie met elkaar gaat maken wordt het niks. Je kan beter proberen elkaar een beetje te begrijpen. Je kunt iemand een klootzak vinden en toch proberen met zo iemand in gesprek te blijven. Als je dat theedrinken noemt, noem je dat zo. Het idee dat dit soft zou zijn, vind ik volstrekte onzin. Het is een kwestie van beschaving en zelfs als het dat niet zou zijn, moet je het toch doen."

Liever thee dan azijn
Liever theedrinken dan vechtend over straat rollen, in een land dat de relatieve rust koestert en hierom wereldwijd bekend staat. Nippend aan een kopje cappuccino: "Iedereen vindt het prettig als het rustig is en blijft. Ik heb mijn aanpak nooit ontkend. Ik heb er ook enorm veel erkenning voor gekregen. Ik zeg ook helemaal niet: 'Dat is niet waar'. Het is wél waar en daar ben ik heel tevreden mee. Ik heb wel eens gezegd en dat vind ik een aardige: 'Beter thee drinken dan azijn pissen'. Iemand als Theo van Gogh, mensen die tegenstellingen opzoeken, de dwarsliggers: prima. Zulke mensen zijn nodig in de samenleving. Absoluut. Maar ik denk dat het voor een burgemeester niet verstandig is om tot die categorie te behoren."

Het betekent niet dat Job Cohen alleen maar vriendelijk kan zijn. Verbijstering, woede en ongeloof gingen aan hem niet voorbij toen hij tien jaar geleden rond negen uur 's ochtends een telefoontje van de plaatsvervangend hoofcommissaris van politie kreeg die hem vertelde dat Theo van Gogh was vermoord. "Ik heb toen geloof ik gevloekt", herinnert hij zich. "Het was verschrikkelijk nieuws maar tegelijkertijd begreep ik de ernst van de situatie."

Theodor Holman
In de reeks telefoongesprekken die hij naast alle overleg die dag voerde, is hem dat met schrijver en columnist Theodor Holman, naaste vriend van Van Gogh, het meest bijgebleven. De burgemeester had Holman net de avond tevoren nog ontmoet op een bijeenkomst waarin het 25-jarig columnistenschap van Bart Tromp bij Het Parool centraal stond.

Job Cohen nadat hij de plaats waar Van Gogh vermoord werd, bezocht heeft. Beeld anp

Cohen: "Holman had een prachtig lied gemaakt waarin hij de sociaal-democratie met de grond gelijk maakte." Met lichte ironie: "Dat was dus een feestelijke avond geweest". Weer serieus: "Ik belde hem dus op over de moord. Dat was natuurlijk een verschrikkelijk gesprek. Hij zei: 'Wat moeten we nou? In godsnaam geen stille tocht. Er moet lawaai worden gemaakt'. Zo is het idee voor die lawaaidemonstratie op de Dam 's avonds ontstaan. Binnen een paar uur was dat protest geregeld."

Naar schatting twintigduizend mensen kwamen op het lawaaiprotest af. Geert Jan ter Linden, plaatsvervangend kabinetschef op het Amsterdamse stadhuis, had een prachtige speech voor Cohen geschreven waaraan de burgemeester zelf nog een en ander had toegevoegd. "In zo'n toespraak kun je nooit zeggen dat de stad veilig is", vindt Cohen. "Je staat daar met zijn allen omdat er iets vreselijks is gebeurd. Ik was woedend over de moord. Heel Amsterdam was woedend dat zoiets in de stad kon gebeuren. Ik geloof dat ik die woede ook wel heb overgebracht. En dat dit ook juist in dit tolerante Amsterdam kon gebeuren, de stad waar wij vrijheid van meningsuiting van zoveel belang vinden."

Nergens spijt van
Een van de door de burgemeester zelf aan zijn toespraak toegevoegde zinnen was dat het er totaal niet toe deed dat Theo van Gogh weinig op had met hem. "Hij wás niet op mij gesteld maar daar ging het natuurlijk helemaal niet om", zegt Cohen. "De zin daarover was ook echt van mij en zelf denk ik dat die ook heel belangrijk was. Het ging erom dat ook in zo'n stad als Amsterdam, waar je het met alle gezagsdragers oneens kunt zijn, zulke vreselijke dingen niet horen te gebeuren. De lawaaidemonstratie was een ingeving die goed of niet goed kon uitpakken. Voor mij was het van het allereerste moment geen vraag of ik daar zou staan. Ik ben daar. Ik ben de burgemeester. Dan heb je daar te staan, het kan me niet schelen hoe of wat. Dat gaat vanzelf zal ik maar zeggen. Ik heb nergens spijt van gehad."

In de periode na de moord op Van Gogh is Nederland relatief rustig gebleven, vindt Cohen. De Marokkanen in Nederland zijn moslims geworden en de vrees voor grootschalige rellen in oude stadswijken is geweken. Toch waarschuwt hij: "Ik ben niet bang dat er iets zal gebeuren, maar ik realiseer me wel dat er iets kán gebeuren. Een overheid kan nooit een waterdichte garantie geven voor de veiligheid van de burgers."

Lees vandaag meer in Trouw over Theo van Gogh.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden