Jo Ritzen zelf is zijn ergste vijand

DEN HAAG - Een overtuigde sociaal-democraat, die desondanks vooral bekendheid geniet om zijn creatieve manier van bezuinigen. De op een na langst zittende minister van onderwijs aller tijden, die altijd een vreemdeling op het Binnenhof gebleven is.

Het is niet eenvoudig de balans op te maken van het ministerschap van Jo Ritzen. Zowel in de politiek als bij onderwijsorganisaties wisselen waardering en ergernis elkaar af. Dat zou aan zijn ambt kunnen liggen. 'Een minister van onderwijs doet het nooit goed. Hij heeft altijd ruzie, of met studenten, of met leraren', zei een voormalig ambtenaar eens.

Inderdaad heeft Ritzen met beide groepen uitgebreid overhoop gelegen. Zij vinden hem een kampioen-bezuiniger, die veel te braaf de draconische ingrepen op zijn begroting heeft uitgevoerd. Het staat in scherp contrast met de mening van zijn collega's in het kabinet. Daar staat hij te boek als een drammer met chronisch geldgebrek.

Ritzen begon onder een slecht gesternte aan de paarse kabinetsperiode, zijn tweede. Zijn Partij van de Arbeid wilde onderwijs eigenlijk niet meer hebben, en Ritzen niet als minister. Voormalig staatssecretaris Cohen en voorzitter van de Onderwijsraad Leune werden eerst gepolst.

Bovendien lag er de schijnbaar hopeloze opdracht uit het regeerakkoord om anderhalf miljard te korten op hoger onderwijs en studiefinanciering. Hoewel hij tijdens de formatie verklaarde dat bij onderwijs 'alle rek er uit was', vormden juist die bezuinigingen de reden waarom Ritzen het ministerschap opnieuw aanvaardde. De minister was er van overtuigd dat niemand dat beter kon oplossen dan hij: “Mijn begroting was een drenkeling geworden en ik ben haar nagesprongen”, zei hij in een interview met Trouw.

De hete herfst begon in 1994 al in augustus, na het bekend worden van het regeerakkoord. Paars wilde een half miljard besparen op het hoger onderwijs, door het te schoeien op Angelsaksische leest. Universiteiten en hogescholen trokken er - letterlijk - huilend van verontwaardiging tegen ten strijde. Zij richtten al hun pijlen op de minister, zonder door te hebben dat hij niet van plan was die afspraak na te komen. Ritzen voelde vanaf het begin niets voor de stelselherziening, en heeft betreffende paragraaf uit het regeerakkoord vakkundig gesaboteerd. Alles wat er heden ten dage van rest, is een experiment hier en daar.

Het protest bereikte tegen kerst '94 een hoogtepunt, toen bleek dat Ritzen de bezuiniging binnen wilde halen door het collegegeld met 1000 gulden te verhogen. Hij sloot daarover een akkoord met HBO-raad en VSNU, maar de universiteiten trokken zich twee dagen later onder druk van woedende studentenvakbonden weer terug. Ook de Tweede Kamer kwam in opstand. Uiteindelijk werd de ruzie gesust in handjeklap: het collegegeld ging met 500 gulden omhoog.

Ook de rest van de anderhalf miljard kwam terecht bij studenten, met de prestatiebeurs. Die draaide de net ingevoerde tempobeurs om: studenten zouden voortaan een lening krijgen, die pas wordt omgezet in een beurs bij voldoende behaalde punten. Ook werd het recht op een beurs bekort van vijf tot vier jaar, en een forse korting op de OV-kaart voor studenten ingeboekt.

Het debat over de prestatiebeurs werd de enige keer dat zijn politieke lenigheid niet baatte. De Eerste Kamer verwierp het voorstel voorjaar 1995 met een stem verschil. Uiteindelijk werd de prestatiebeurs een jaar later ingevoerd.

Najaar 1996 kwam Ritzen opnieuw hard in botsing met het parlement. In de Tweede Kamer stuitte zijn hervorming van het universitaire bestuur - waarmee de democratisering van de universiteit werd teruggedraaid, door afschaffen van het medebestuur van studenten in de universiteitsraad - op verzet van D66, CDA, GroenLinks en een deel van de PvdA-fractie. Voor hen betekende de wet MUB een te nadrukkelijk afscheid van de verworvenheden van de jaren '60. Het debat sleepte weken, de spanning liep hoog op, maar uiteindelijk ging de wet praktisch ongeschonden door de Kamer. Ritzen beschouwt het zelf als zijn grootste overwinning.

Ondertussen startte de minister het Nationale Kennisdebat, in een poging het draagvlak voor onderwijs in de samenleving en de politiek te vergroten. Het lag gedurende het jaar dat het duurde constant onder vuur; de thema's waren te algemeen, de vraagstellingen te onomstreden, en vooral: de Nederlander merkte er te weinig van.

Maar kennelijk heeft het onophoudelijke pleidooi van Ritzen dat investeringen in onderwijs hard nodig zijn, toch geholpen. Al een jaar geleden verklaarden de fractievoorzitters van de vijf grootste partijen dat er op onderwijs in het geheel niet meer bezuinigd kan worden. Er staan zelfs ongekende investeringen op stapel voor de komende kabinetsperiode: een miljard in uitbreiding van de werkgelegenheid in het basisonderwijs, honderden miljoenen in informatisering van scholen.

Claims

Al met al zal, anders dan in 1994 toen OC & W nog als een hete aardappel langs de drie coalitiepartijen werd geschoven, er volgend jaar om het departement gevochten worden. D66-lijsttrekker Borst claimde het onlangs alvast voor haar partij. Ook de VVD heeft inmiddels een begerig oog op de post laten vallen. De PvdA op haar beurt zal onderwijs niet zonder slag of stoot uit handen geven. De partij heeft er straks negen jaar bezuinigen op zitten, en ziet dat graag gecompenseerd door de verantwoordelijkheid voor forse investeringen.

Of Ritzen nog een keer minister wordt, is zeer de vraag. Zelf houdt hij zijn kruit droog; hij is 'niet niet beschikbaar'. Maar de bewindsman is er nooit goed in geslaagd de waardering voor zijn verdiensten om te zetten in even grote steun voor zijn persoon.

Onnavolgbaar

In zijn eigen partij heeft hij nooit de herinnering aan zijn illustere voorganger Van Kemenade doen verbleken. Ritzen mist diens vermogen om grote groepen te scharen achter zijn idealen met het onderwijs. Hij vervalt vaak in jargon en denkt sneller dan hij praat, wat hem soms onnavolgbaar maakt.

Daarnaast geldt de minister als een betweter en - voorzitters Van der Hek van de HBO-raad en Meijerink van de VSNU beklaagden zich er deze week in Trouw nog over - een wispelturig mens. Het zijn karaktereigenschappen die zijn, door vriend en vijand erkende, politieke successen nogal eens overschaduwen. Misschien was Ritzen wel zelf zijn ergste vijand.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden