Review

Jo Coenen, een bejubeld architect

Aart Oxenaar en Ger van der Vlugt (foto's): 'Jo Coenen, architect', uit de serie Monografieën Nederlandse 135 blz. geb. - Fl. 59,50.

Jo Coenen, die zijn standplaats heeft in Maastricht, maar is opgeleid in Eindhoven, werd al jong bejubeld. Dat betekent dat hij nu, in zijn vijfenveertigste levensjaar, al een staat van dienst heeft waar zelfs een bejaarde architect tegenop zou zien. En zelfs de bekroning op zijn werk heeft hij al binnen gesleept: hij voltooide vorig jaar het Nederlands Architectuurmuseum in Rotterdam, een opdracht die natuurlijk vooral een erezaak was. Vraag blijft welof iemand die vanaf het begin zo het stempel 'talentvol' kreeg opgeplakt, wel de rust heeft gekregen om zijn ideeën te laten rijpen. Er moet immers veel gebouwd worden. Bovendien is Coenen nog hoogleraar in Karlsruhe en was hij acht jaar lang docent aan twee academies voor bouwkunst in Nederland. Maar dit probleem hoort helemaal niet thuis in deze monografie die, net als de andere delen, tot doel heeft een zo goed mogelijk overzicht te geven van ideeën en werken van Nederlandse hedendaagse architecten.

Het leuke is dat Coenen, net als Sjoerd Soeters, Rudy Uytenhaak en Martien Jansen, geprofiteerd heeft van een al te ver doorgeschoten democratiseringsgolf aan de afdeling bouwkunde van de Technische Universiteit in Eindhoven, begin jaren zeventig. Coenen is geschoold in een periode waarin architectuur met een grote A taboe was en de architect niet mochten vormgeven. In Eindhoven werd vooral gezocht naar mogelijkheden om zo pragmatisch mogelijk te bouwen. Er was woningnood en die moest worden weggewerkt. Het bouwen van huizen was bovendien een sociale verantwoordelijkheid. De analyse van de opgave en de abstracte structuur van de stad waren belangrijker dan het uiteindelijke resultaat. Juist deze volstrekte ontkenning van esthetiek zal uiteindelijk deze nieuwe generatie van echte ontwerpers met historisch besef over zich afgeroepen hebben. Wie architectuur juist wil verbannen, bewerkstelligt het tegendeel. En Coenen verzette zich tegen deze technologische en sociale vervlakking van zijn vak. Hij probeerde een ontwerp weer in zijn historische context en zijn omgeving te plaatsen, een kwaliteit die tijdelijk uit de opleiding was gebannen. Geluk daarbij was dat Coenen in Eindhoven Aldo van Eyck nog als voorbeeld had. Daar meldde hij zich na zijn studie dan ook aan voor een korte stage. Maar al snel sloeg hij een geheel eigen weg in. In welke straat die eigen weg past is moeilijk te zeggen. Het is een vorm van hedendaagse - maar vriendelijke - monumentaliteit. De inspiratie zit in de moderne architectuur van de jaren twintig maar ook de deconstructivisten van nu, de stucturalisten van Van Eyck en de klassieken. Zijn stedebouwkundige ontwerpen van de laatste jaren - KNSM-eiland Amsterdam, Céramique-terrein Maastricht, Smalle Haven Eindhoven - zijn traditioneel van opzet met gesloten bouwblokken, rechte alleeën en halfronde pleinen.

Hoewel de stijl van de schrijvers verschilt, ligt de structuur van deze serie Monografieën vast. hierdoor ontstaan telkens informatieve en levendige naslagwerken. De fotografie speelt hierbij een belangrijke rol. De zwart-wit vormgeving van Reynoud Homan is nog steeds een succes. De volgende delen gaan over Koen van Velsen en Sjoerd Soeters.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden