Jo Coenen als rijksbouwmeester is een goede keuze

De Limburger Jo Coenen (51) zit per 1 november voor vijf jaar op de stoel van de Rijksbouwmeester. Hij volgt Wytze Patijn op, die directeur wordt naast Ashok Bhalotra op het bureau Kuijper Compagnons. Coenen is een interessante keuze, al is het afwachten of een rol als 'stille diplomaat' (wat een rijksbouwmeester regelmatig is) hem ligt. Maar een rijksbouwmeester moet ook steeds meer een 'communicator' zijn en daarvoor heeft Coenen in ieder geval genoeg charme en verbale gaven in huis.

Coenen kan gloedvol praten over architectuur. Hij is daarbij niet bang om zijn bewondering voor collega's te uiten. Voor een verhaal over het door hem ontworpen Nederlands Architectuur instituut gaf hij in het verleden zonder problemen een pak dia's vrij met inspiratiebronnen, iets wat weinig architecten doen. Klaarblijkelijk heeft hij dus geen last van jalousie de métier, ook erg belangrijk voor een rijksbouwmeester. Op die post ben je feitelijk een super-supervisor. Een rijksbouwmeester stuurt aan, dirigeert, prikkelt het debat, bemoeit zich tegen het rijksbeleid aan (gevraagd of ongevraagd), probeert talent op de juiste plekken in te zetten, maar moet zelf als ontwerper een forse stap terug doen. Het is de vraag of Coenen dat volhoudt. Hij staat nog midden in de ontwerppraktijk. Geeft les, heeft opdrachten lopen. Daarvoor is geen ruimte als je rijksbouwmeester bent. Ook Patijn moest op den duur zijn eigen bureau opgeven.

Coenen heeft wel aangetoond dat hij een supervisorrol aankan. Hij bedacht het stedenbouwkundig ontwerp voor het KNSM-eiland in Amsterdam, het Ceramique-terrein in Maastricht en de Vaillantlaan in Den Haag. Vooral bij het Céramique-terrein was hij erg betrokken. Een van de architecten die binnen dat laatste plan bouwden, is Hubert-Jan Henket. Hij is blij met de benoeming van Coenen: ,,Het is een goede keus. Hij heeft ontzettend veel ervaring, is een gedreven man en een prettige man ook. Ik denk daarnaast dat hij in staat is om het belang van een goed verzorgde gebouwde omgeving onder de aandacht te brengen van een groot publiek. We zitten in een situatie dat architecten vooral worden ingehuurd om zo goedkoop mogelijk een plan te maken dat door de bouwaanvraag komt. Het is heel belangrijk dat er een tegenstem komt.''

,,Jo kan dat wel verwoorden, denk ik. Zaken als identiteit, trots, hechting aan een plek, dat zijn belangrijke facetten geworden binnen een steeds complexer wordende maatschappij, waarin geen richting meer is te vinden. In de bouwkunst kun je dat soort dingen een plaats geven en Jo Coenen heeft in zijn werk aangetoond er oog voor te hebben.''

Inderdaad speelt identiteit binnen het werk van Jo Coenen een belangrijke rol. Hij wordt gezien als een postmodernist, maar daar is hij het zelf niet mee eens. Je kunt hem eerder een eclecticus noemen: hij speelt leentjebuur bij alle mogelijke stijlen, wanneer hij dat voor een opdracht opportuun acht. Daarbij kan hij meerdere stijlen binnen één ontwerp combineren. Zijn inspiratiebronnen variëren van het modernisme à la Mies van der Rohe (een aantal villa's), het Russische constructivisme (de bibliotheek van Maastricht) tot de neorenaissance (Vaillantlaan).

Dit toont in ieder geval aan dat hij een open geest heeft wat betreft architectuurstromingen, hij zit niet vast in dogma's. Dit zal zich ongetwijfeld vertalen in zijn beleid als rijksbouwmeester bij het aansturen van architecten voor rijksprojecten.

Daarbij denkt hij in de eerste plaats als architect, niet als bestuurder. Henk Doll van het Delftse bureau Mecanoo vindt het bijvoorbeeld wel uitdagend dat Coenen geen ervaring in een ambtelijke dienst heeft. ,,Veel van zijn voorgangers hebben een tijdje bij een stedelijke dienst gezeten, weten dus hoe politieke en ambtelijke besluitvorming gaat. Coenen weet dat natuurlijk ook, maar vanuit zijn rol als architect, en dat is toch een verschil.''

,,Een rijksbouwmeester'', gaat Doll verder, ,,is in de positie om zich met veel zaken binnen het architectuurbeleid te bemoeien. Patijn wist de rol van de rijksbouwmeester breder te maken, door zich ook bezig te houden met onderwerpen als welstand en Vinex, terwijl woningbouw feitelijk niet bij het takenpakket van de rijksbouwmeester hoort. Coenen heeft die potentie ook. Hij is een wat voorzichtige figuur, maar kan zeker bevlogen over architectuur praten. Nu nog zorgen dat dit binnen de organisatie van de rijksgebouwendienst ook over komt.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden