Jirí Kylián, vitaal en kwetsbaar

'Arcimboldo' - piece d'occasion' is te zien van 13 t/m 28 april in Danstheater in Den Haag. Behalve het Nederlands Balletorkest werken de cellosolisten Pieter Wispelwey (de eerste vier voorstellingen) en Quirine Viersen mee, alsmede de mezzo-sopraan Bernadette ter Heyne. 'Een tuin met duizend bloemen, Jirí Kylián, 20 jaar Nederlands Dans Theater' (tekst zowel in het Engels als in het Nederlands), uitgegeven door Nederlands Dans Theater / Theater Instituut Nederland, ¿ 35,- (tijdens de voorstellingen ¿ 25,-; vanaf 14 april in de boekhandel).

ISABELLE LANZ

Het jubileumproramma krijgt een feestelijk karakter. Daar is alle reden voor. Hoeveel gezelschappen beschikken over een artistiek leider die zijn groep twintig jaar lang onverminderd op een internationale koers houdt? De recente toernee door de Verenigde Staten en Canada heeft het nog eens bevestigd: de vitaliteit en kwaliteit van deze groep is sinds de dagen van de eerste internationale successen eind jaren zeventig onverminderd groot en hoog. Het karakter van de groep is in die twee decennia wel veranderd. Nederlands Dans Theater groeide met zijn tijd mee. Daarin weerspiegelt zich de ontwikkeling die Kylián zelf doormaakte: ouder en wijzer werd hij, milder en evenwichtiger als artistiek leider terwijl zijn drive en vernieuwingsdrang als choreograaf bleef. Vlekkeloos ging het allemaal niet, levenservaringen tekenden zijn ziel. Hij noemt zichzelf een 'optimist met ervaring'. Inderdaad is hij er de man niet naar met het hoofd in de schoot te gaan zitten. Voor iemand die in dit dubbelberoep van choreograaf en artistiek leider twintig tropenjaren achter rug heeft, is hij zelfs bijzonder veerkrachtig te noemen. Toch is zijn werk de laatste jaren somberder van toon geworden.

Het meest extreem bleek dat uit 'Tiger Lily' (1994), dat ook voor de dansers als een vuistslag kwam. Was dit hun Kylián wiens oudere, bruisende balletten op neo-romantische muziek ze ooit hadden gedanst? Hoewel ook het voorgaande werk ook geen pure blijmoedigheid uitstraalde, viel de zwaarte van dit stuk op. De vorm wees er bovendien op dat dit een experimenteel werk was, dat Kylián zich in een artistieke overgangsfase bevond.

Middenin zo'n periode is het moeilijk een groot serieus kunstwerk te scheppen. Daarom besloot Kylián voor dit jubileumprogramma vooral een feestelijk en spectaculair stuk te maken, een eerbetoon aan alle dansers die samen het gezicht van dit eigentijdse gezelschap bepalen. Als een deux ex machina kwam hem een kunstbroeder uit het verleden in gedachten te hulp: de 16de eeuwse schilder Giuseppe Arcimboldo, vooral bekend van zijn curieuze, uit fruit en groente samengestelde portretten. Die excentrieke Milanees belandde in 1562 aan het Praagse keizerlijk hof waar hij onder Ferdinand I en Rudolf II hofschilder werd. Daarbij werd hij tot ceremoniemeester benoemd met de taak hoffeesten te organiseren, wat hij op spectaculaire wijze deed. Kylián, die in 1947 in Praag werd geboren en de eerste twintig jaar van zijn leven daar opgroeide, voelt zich verwant met deze figuur. Als diens 20ste eeuwse alter ego ziet hij zich als ceremoniemeester van dit bruisend spektakel, dat zich in en door het hele Danstheater af gaat spelen.

Inderdaad laat Kylián, net als Arcimboldo, zijn fantasie graag de vrije loop, heeft hij lak aan strikte regels en houdt hij houdt van theatraal spektakel, al doet hij daar sporadisch iets mee. Als tegenhanger van de ernst die over het algemeen zijn werk kenmerkt, flakkert soms het lichte, speelse en humoristische op, ook wel in de vorm van het groteske of het fantastische. Als jongetje koesterde Kylián al grote dromen. Zijn vurigste wens was om circusartiest te worden. Daarom bezocht hij een school voor acrobatie. Toen hij later op de balletacademie van het Praagse Conservatorium zat, mijmerde hij over de bouw van een groots theater aan de oevers van de Moldau. Zijn grote fantasie en fascinatie voor de illusoire wereld van het theater, erfde Jirí van zijn moeder die zelf in haar jonge jaren danseres was. Op het Conservatorium bleek Kylián een talentvolle èn creatieve leerling die muziek componeerde en stukjes choreografeerde. De nieuwsgierige jongeman was ook ondernemend. Hij greep de kans om met een beurs in Londen aan de School van The Royal Ballet te studeren.

Met die keuze ontsnapte hij aan de regressie die zijn vaderland na het neerslaan van de Praagse Lente voor een periode van twintig jaar trof. In het swinging Londen van 1968 lachtte het zonnige vrije leven hem toe en kon hij zich laven aan tal van kunst- en cultuuruitingen. Maar pas in het regenachtige Stuttgart kon hij zijn ideeën daadwerkelijk tot ontwikkeling brengen. Aangemoedigd door artistiek leider John Cranko, die hem als danser voor het Stuttgarter Ballett engageerde, begon hij ook werk te creëren. In 1970 debuteerde hij met het duet 'Paradox', dat hij voor zichzelf en zijn toenmalige vriendin maakte. Zijn choreografisch talent bleef niet onopgemerkt en drong door tot Den Haag waar enkele mensen van het NDT, op zoek naar nieuwe dansers, zijn werk onder ogen kregen. Dit contact leidde er uiteindelijk toe dat Kylián bij het Haagse gezelschap belandde, eerst als gastchoreograaf en vanaf 1975 als artistiek leider. In dat jaar voegde zich ook de danseres Sabine Kupferberg bij de groep: in de twintig daaropvolgende jaren bleef zij aan zijn zijde, als levenspartner en muze.

Wat Kylián in Den Haag opbouwde is groots te noemen. Alsof hij met een blauwdruk van de toekomst in zijn zak had, ging hij in 1975 aan de slag. Eerst moest er een stabiele dansgroep komen, want de toestand waarin hij dit voorheen ondermeer door Hans van Manen geleide gezelschap vijf jaar na diens vertrek aantrof, was weinig florissant te noemen. De eigenzinnigheid van de (onlangs overleden) zakelijk directeur Carel Birnie wist hij te trotseren, een prestatie op zich. Met krachtige choreografieën bracht hij in rap tempo eenheid in het ensemble. Hij werkte hard aan het danstechnische niveau zodat de groep al drie jaar na zijn komst met het euforische 'Sinfonietta' op Janaceks gelijknamige compositie de wereld kon veroveren.

Een heel eigen danstaal had hij al eerder ontwikkeld, in het romantische 'La Cathedrale engloutie'. Daarvoor liet hij zich inspireren door de natuur, door de oneindigheid en woeligheid van de zee. De romanticus die in hem schuilging manifesteerde zich hier ten volle. Niet alleen de danstaal met zijn vloeiende en dynamische karakter werd bepalend voor een hele reeks van balletten. Aan de natuur ontleende hij ook de metaforische beelden waarmee hij menselijke relaties in al zijn facetten gestalte gaf. Een romanticus is Kylián lange tijd gebleven, dankbaar puttend uit het werk van componisten als Janacek, Strawinsky, Debussy, Schönberg, Berg en Webern die hem hierin voedden.

Zijn liefde voor de componisten uit het begin van deze eeuw is veelzeggend. Het lijkt of hun artistieke strijd, het zich afzetten tegen de romantische traditie waar ze zelf uit voortkwamen, zich in zijn eigen leven herhaalde. Kyliáns werk over de periode 1975-1982 is sterk romantisch gekleurd, met alle nuances die daarin aan te brengen zijn, van dramatisch tot lyrisch. Een andere link die Kylián met deze periode verbindt, is zijn inhoudelijk verwantschap met de expressionistisch schilder Edvard Munch. Diens thematiek van liefde, erotiek, dood en zonde komt sterk overeen met die van Kylián. Kylián heeft dit - onbewust - altijd aangevoeld, aantrokken als hij zich voelt tot het werk van deze Noorse schilder. Neo-romantiek en expressionisme werden de voedingsbodem voor Kyliáns eerste stijlperiode.

Eveneens uit die romantische instelling kwam Kyliáns fascinatie voor andere culturen voort, in het bijzonder die voor de Aboriginals. In 1980 woonde Kylián een week lang dansceremonies bij van deze Australische oerbevolking, wat diepe indruk op hem maakte. Deze ervaring beïnvloedde niet alleen fundamenteel zijn danstaal, die later puntiger strakker werd, maar liet ook thematisch diepe sporen in zijn werk na. Door het aanschouwen van mensen die nog zo verbonden zijn met de natuur, groeide bij hem het besef hoe onthecht wij (westerse mensen) zijn geraakt. Hoe stuurloos wij dolen in een door ons geschapen artificiële wereld die steeds meer op de rand van de vernietiging balanceert.

In de loop van de tijd is zijn romantische levensgevoel aangetast geraakt door ons verlies van de natuur, waarbij hem het schrikbeeld voor ogen staat van een volledig door de technologie beheerste vorm van leven. Maar ook de zeer menselijke kwalen en kwaden stemmen hem somber. Hoe nog te jubelen wanneer elders, en eigenlijk zo dichtbij, de oorlog woedt zoals in voormalig Joegoslavië. Meer dan welk onrecht in de wereld trekt Kylián zich dat aan. Ook in zijn persoonlijk leven waren er natuurlijk gebeurtenissen die hem hard troffen, de inval in zijn vaderland, de dood van een danseres uit de groep. Die bittere waarheden hebben langzaam zijn ogen geopend en hun weerslag gehad op zijn werk dat abstracter werd, feller en scherper, complexer. Kyliàns verschuivende interesse voor het werk van Webern en zijn fascinatie voor het traditionele Japan zijn andere impulsen die zijn werk in toenemende mate bepalen.

Kylián kan tegen een stootje, ondanks zijn kwetsbaarheid en zelfs onzekerheid. Taai is hij ook en weerbaar. Door zijn vermogen negatieve ervaringen positief te genereren, heeft hij kans gezien om door een langdurige zoekfase in de jaren '80 heen te komen en opnieuw een bijzonder levensvatbare stijl te scheppen. Dat dit nieuwe werk daarbij het hoge niveau van zijn eerste bloeiperiode evenaarde, zegt veel over de genialiteit van deze kunstenaar. Dat schept ook vertrouwen in de man die de architect is van het bouwwerk dat het Nederlandse Dans Theater in zijn drie geledingen nu is. Hij is en blijft de drijvende kracht in de groep, ook al zijn zware taken gedelegeerd, wordt hij ondersteund door een kern van stafmedewerkers en telt het repertoire van de groep behalve zijn werk ook dat van vaste choreograaf Hans van Manen en van andere gastchoreografen. Toch komt het in deze constructie aan op de kracht van de man aan de top die in het gebouw onzichtbaar, maar alom present lijkt. 'God is in huis' wordt er wel gefluisterd. Van die soms benauwende gedachte heeft Kylián zich bij de voorbereidingen van dit jubileum bevrijd willen zien. Feest is het, Kylián alias Arcimbildo pakt uit: wie wil daarvan geen getuige zijn?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden