'Jij moet thuis meer met je kind lezen'

De basisschool bestaat tien jaar. Trouw wijdde de afgelopen weken een korte serie artikelen aan de kinderziekten, de bedreigingen en de ongemakken van die school. Vandaag de slotaflevering: zijn ouders tegenwoordig 'lastig', of valt dat mee?

Maar met een aantal ouders heeft hij daar toch wel twee avonden over moeten praten, om onder andere dit probleem de wereld uit te helpen. “Ja, het kind was wat hangerig”, herinnert Berkhout zich. “Maar de ouders zeggen dan al gauw: zij neemt een ziek kind mee naar school, dat kàn toch niet. Maar dat kind wàs helemaal niet ziek.”

De relatie tussen school en ouder is de laatste 25 jaar enorm veranderd. Berkhouts collega Henk Post, directeur van de oecumenische Dom Helder Camaraschool in Groningen, omschrijft het klimaat van een kwart eeuw terug zo: “Op de school in Ede, waar ik begon, kwam geen ouder de school binnen. De school ging om half negen 's morgens gewoon op slot.”

Dat is nu wel anders. Begin dit jaar bleek uit onderzoek van de Vereniging voor openbaar onderwijs (VOO), dat in het openbaar onderwijs maar liefst 160.000 vrijwilligers werkten, en er is geen reden om aan te nemen dat in het bijzonder onderwijs minder ouders de handen uit de mouwen steken.

“We doen hier dingen die zonder de ouders nooit hadden gekund”, zegt Berkhout uit Reeuwijk. Laatst hebben ze een hele manifestatie rondom het thema dans gehad. Met professionele dansers en al. Dat hadden de leerkrachten met elkaar nooit voor elkaar gekregen.

Maar niets zo mooi of er zit ook een keerzijde aan. Duizenden moeders - vrijwilligers zijn meest vrouwen - zijn een uurtje in de week 'leesmoeder', ze helpen een groepje kinderen met lezen op niveau. Berkhout heeft dat systeem ook op zijn school. Dat werkt goed, zegt hij, maar de leerkracht moet wèl de vinger aan de pols blijven houden. “Het komt voor dat de leesmoeders zich ook inhoudelijk met de zaak gaan bemoeien. Dan stappen ze bij voorbeeld op een moeder af en zeggen ze: 'Ik heb jouw kind in mijn groep. Het gaat niet zo goed met zijn lezen, ik zou er thuis toch wat meer aan doen.” Berkhout probeert dit soort probleempjes positief te benaderen: “Ik zeg dan tegen ze dat het heel fijn is dat ze tekortkomingen signaleren, maar dat ze die eerst met de leerkracht moeten bespreken.”

Je wint er heel veel mee, met al die ouders over de vloer, zegt de Groningse directeur Post. “Al dat enthousiasme maakt onze leerkrachten ook enthousiast.” De invloed van de ouders op de school is ook principieel heel juist, vindt hij. Zeker in het bijzonder onderwijs horen ze over de school als instituut heel veel, zo niet alles, te zeggen te hebben. Maar over het onderwijsinhoudelijke heeft de leerkracht altijd het laatste woord. “Dat is ons beroep”, zegt Post.

Maar soms willen ouders zich daar wèl mee bemoeien, weet een basisschoolleerkracht die niet met zijn naam in de krant wil -hij wil de ouders niet kwetsen. “Sommige ouders zijn heel prestatiegericht”, zegt hij. “Kan hij niet met een ander groepje rekenen, hij vindt het al zo makkelijk, vragen ze dan. Of ze willen dat hun kleuter alvast gaat schrijven, omdat het er naar hun mening al aan toe is.”

Ook kent deze leerkracht de ouder die altijd alle aandacht claimt. Die steevast als laatste de klas uitloopt bij het afleveren van het kind, en dan ook nog altijd even over het kind wil praten. Anderzijds is er ook de passieve ouder. Die leest nooit post van school. Diens kinderen waren dus vanmorgen om half negen al op school, terwijl het na Sinterklaas tot tien uur uitslapen was.

Maar ook deze leerkracht hecht aan de mededeling dat de 'lastige ouder' een absolute minderheid is. En soms, zegt hij, heeft de ouder gewoon gelijk. “Maar ook dat is een absolute minderheid.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden