Jij, mijn hout, word vrouw!

Wat betekent het als de eerste vrouw gemaakt wordt van de overgebleven restjes van de eerst gemaakte man? Of van een dode man, of een stuk hout? Mineke Schipper beschrijft in haar tweede essay over scheppingsverhalen de wereldwijde behoefte om de rol van de vrouw te ’kleineren’.

„In het begin was er maar een mens, het was geen man en het was geen vrouw. Deze mens woonde in een prachtige tuin en was gelukkig. Er was aan niets gebrek, maar daarvan was de mens zich niet bewust. In het midden van de tuin stond een volmaakte palmboom, midden in een lichte open ruimte van zachtgroen gras. God had de mens gezegd dat deze tuin bedoeld was om van te genieten. Er was maar één ding dat niet was toegestaan, omdat het de volmaakte harmonie zou verstoren. Het was verboden om een hele cirkel om de palmboom in het midden van de tuin te lopen.

Uiteindelijk gebeurde het voorspelbare. Onze voorouder kon zich niet bedwingen en liep met grote stappen rondom de roerloze boom. Toen de cirkel rond was, viel de eerste volmaakte mens op het zachte gras uiteen in twee helften. De ene helft werd man, de andere helft vrouw. Sindsdien verlangen die twee helften naar hun voor eeuwig verloren eenheid, een paradijs dat ze, soms even, in elkaar terugvinden.”

Deze Luba mythe uit de Democratische Republiek Congo, die eindigt in scheiding van en verlangen naar de andere helft, doet mensen hier wellicht denken aan de tuin van Eden in Genesis of aan Plato’s ’Symposium’ (385 v. Chr.). In die tekst spreken mensen bij een diner over de aard van de liefde. Een van hen, Aristofanes, vertelt een oorsprongsmythe die uitlegt waarom mannen en vrouwen altijd proberen om die twee helften, hun vroegere natuur, weer te integreren. Ze wilden weer samensmelten met degene van wie ze hielden, ze wilden weer één zijn in plaats van twee.

In het bijbelboek Genesis wordt de mensheid mannelijk en vrouwelijk geschapen. Gods oorspronkelijke idee was, volgens sommige rabbi’s in de Talmoed, om twee menselijke wezens te scheppen, een mannelijk en een vrouwelijk; maar in plaats daarvan, mogelijk onder invloed van Plato’s ’Symposium’, ging het anders: „Toen de Heilige [] voor het eerst de mens schiep, schiep Hij hem met twee gezichten, twee sets genitaliën, vier armen en benen, rug aan rug. Toen splitste Hij Adam in tweeën en maakte twee ruggen, een aan elke kant.” Maar Hij veranderde opnieuw van gedachte: Hij haalde Adams gezicht dat achteruit keek weg en bouwde een vrouwenlichaam voor dat gezicht. Gnostische bronnen beschreven God in termen van mannelijk zowel als vrouwelijk (als Vader en Moeder), vanuit het idee dat hij tweevoudig geweest moet zijn toen hij zei: „Laat ons mensen maken.” En gezien de schepping van mensen naar Gods beeld, als mannelijk en vrouwelijk, moet Adam biseksueel geweest zijn, voordat Eva uit zijn lijf kwam. Wellicht – een andere suggestie – bestond Adam oorspronkelijk uit een mannelijk en vrouwelijk lichaam met de ruggen aan elkaar vast. Natuurlijk was dat niet erg handig bij het bewegen, en hoe kon je rug aan rug met elkaar praten? Daarom besloot God om dit androgyne schepsel in tweeën te delen. Na hun scheiding plaatste Hij die twee in de tuin van Eden (maar ze mochten geen seks met elkaar hebben). En zo is het gegaan.

Het leven in die tuin was paradijselijk, maar de harmonie was van korte duur. Menselijk verlangen naar volmaaktheid zit verstrikt in een web van angsten en onzekerheden.

Hinegba nam wat aarde en maakte daarvan een man. Daarna nam hij nog wat aarde en maakte daarvan een vrouw. De man is sterker dan de vrouw omdat hij geschapen werd voordat de kracht van de aarde ondergraven was door de schepping van een eerder menselijk wezen. (Kwotto, Nigeria)

De Heer van de Hemel besloot eerst tien mannen te maken en daarna tien vrouwen uit het vlees en de botten van vogels. Zodra hij aan de vrouwen begon, raakte zijn materiaal op, zodat hij moest overgaan op klei. Het gevolg was dat de geschapen vrouwen geen kracht hadden en te zwak waren om te werken. De Heer van de Hemel goot kracht in hun lichamen, maar toen werden de vrouwen zo sterk dat de mannen geen partij voor hen waren. Dat vond de Heer ongepast en hij nam de helft van hun kracht terug. (Oroqen, China)

De Kwotto en de Oroqen wonen ver van elkaar en er was geen enkel contact toen de verhalen hierboven ontstonden, maar in beide is er bij het scheppen van de vrouw iets aan de hand. De mannelijke schepper maakt de eerste man van eerste keus materiaal en de eerste vrouw van tweede keus en in beide schept God de vrouw later dan de man. Moest de vrouw inderdaad vanaf het begin kleiner gemaakt worden? Zo ja, waar zou die behoefte om te ’kleineren’ vandaan kunnen komen? Of is het toeval?

In veruit de meeste scheppingsverhalen heeft een mannelijke God de taak om de eerste mensen het leven te schenken. Soms schept hij eerst een complete man, om vervolgens de eerste vrouw uit een klein mannelijk lichaamsdeel te maken, een rib of grote teen bijvoorbeeld. Of hij maakt haar uit de schaduw van de eerste man. Of hij schept alleen de eerste man, die dan zelf zijn eigen vrouw moet maken. Neem het geval van Manuai. Precies zoals eenzaamheid goden er toe bracht om de eerste mensen te scheppen, zo voelde deze eerste man zich dodelijk eenzaam op die lege aarde. Hij nam zijn bijl en ging het bos in. Daar hakte hij een boom om, maakte van de stam een vrouwenfiguur en sprak de woorden: „Jij, mijn hout, word vrouw!” En het beeld kwam tot leven (Admiraliteitseilanden, Papoea Nieuw-Guinea).

Daar zijn meer voorbeelden van. Ook in een Fang verhaal uit het Afrikaanse Gabon maakt God een man en zegt tegen hem: „Maak je eigen vrouw van een boom.” In nog weer andere verhalen komt de eerste vrouw uit oksel, knieholte, dijbeen of scrotum van de eerste man. Zoveel toeval maakt nieuwsgierig.

Waarom zou een schepper de eerste man maken van materiaal in zijn rechterhand, en de eerste vrouw van materiaal in zijn linkerhand? (Bashkir, Russische Federatie) En wat betekent het, als de eerste vrouw gemaakt wordt van het dode lichaam van de tweede geschapen man? (Samoa) Of van de overgebleven restjes van de eerst gemaakte man? (Grieks en Karanga, Zimbabwe) In mythen worden dromen werkelijkheid en gaan verborgen wensen in vervulling.

Zwangerschap, baren en zogen zijn ontegenzeggelijk vrouwenaangelegenheden, en ook het voorafgaande fysieke proces van bevruchting, conceptie en de groei van het embryo vindt plaats in de donkere baarmoederkamer van de vrouw. Vrouwen brengen dochters voort, maar mannen geen zonen. Hoe konden vrouwenlichamen iets produceren wat er anders uitzag dan hun eigen lichaam? Het lijkt alsof deze verhalen proberen de formidabele baarkracht van vrouwen in te dammen door vergelijkbare of meer spectaculaire mannelijke prestaties te bedenken.

De zorgelijke kernvraag lijkt: wie heeft de macht over het ondoorgrondelijke levensmysterie? Is hier misschien het door historicus Jan Romein ooit geïntroduceerde mechanisme van de ’remmende voorsprong’ van toepassing op vrouwen, een voorsprong die uitloopt op een dramatische achterstand? De harde werkelijkheid dat vrouwen niet alleen meisjes, maar ook jongens produceren, wordt ontkracht in verhalen die de rollen omkeren. Wanneer er geschapen (soms ook: gebaard) moet worden doen mannelijke (goddelijke en menselijke) personages dat het liefst zelf. In een Venezolaanse Makiritare mythe schept het hoofdpersonage Wanadi zelfs zijn eigen moeder! Radicaler kan het niet.

Wie kinderen krijgt heeft de toekomst. In oorsprongsmythen is het produceren van nageslacht het cruciale punt. Stel je dat voor, die gapend lege wereld waar in het begin alleen een of twee mannen zijn, of alleen een paar vrouwen, of enkele eerste seksloze wezens bij wie het benodigde apparaat ontbreekt. En wie wel goed geëquipeerd is, mist de gebruiksaanwijzing. Ook is nogal eens sprake van nachtmerrieachtige scenario’s waarin kwetsbare penissen ten prooi vallen aan agressieve vagina’s met tanden. Enfin, er moeten soms lange omwegen worden afgelegd en tal van moeilijkheden overwonnen voordat de eerste mensen bij elkaar komen.

De vele signalen van mannelijke angst en onzekerheid vallen des te meer op doordat over vrouwelijke angst en onzekerheid veelzeggend wordt gezwegen. Het getob heeft een mannelijk perspectief: „In het begin hadden vrouwen vier borsten en twee vagina’s, een aan de voorkant en een van achteren. Ze hadden maar één gezicht, dat naar voren keek. De mensen waren zo bang voor vrouwen dat ze nooit trouwden.” (Kond, India)

Niet alleen in beginverhalen, maar ook in de wetenschap is het door de eeuwen heen een zorgelijk punt van aandacht geweest in hoeverre conceptie en zwangerschap van de vrouw afhingen. Zou het toch niet kunnen dat alleen de man voor het nieuwe leven verantwoordelijk was? Afhankelijk van de situatie verschilden de antwoorden uiteraard, maar in heel wat oorsprongsverhalen staat de eerste potentiële vader in het centrum, en krijgt de potentiële moeder een bescheiden rolletje op de achtergrond.

In het begin was Mavutsinim het enig bestaande wezen. Hij was helemaal alleen, zonder vrouw, zonder zoon, zonder familie. Hij was gewoon helemaal alleen. Op een dag veranderde hij een schelp in een vrouw en kort nadat hij haar tot zijn vrouw had gemaakt, werd een zoon geboren.

„Is het een jongen of een meisje?”, vroeg hij haar.

„Het is een jongen”, antwoordde ze.

„Dan neem ik hem mee”, zei Mavutsinim en hij vertrok.

De moeder van de jongen huilde tot haar hart brak. Ze ging terug naar de lagune en werd weer schelp. Wij zijn de (achter)kleinkinderen van Mavutsinim’s zoon. (Xingu, Brazil)

De eerste vrouw draagt het kind af aan de rechtmatige eigenaar en verdwijnt. Ze krijgt zelfs geen naam. In oorsprongsmythen fungeert de vrouw wel vaker als tijdelijke tas of pot voor de foetus in ontwikkeling, waarin de eerste man een gerecht van eigen ingrediënten deponeert.

Het even geheimzinnige als spectaculaire baarproces, zo lijkt het voor de lezer van dit soort verhalen, heeft geleid tot rijk gevarieerde pogingen om de magische matrijs tot aanvaardbare proporties in te dammen. Meer dan eens wordt ook de eerste zwangerschap aan de man uitbesteed, zoals bij deze eerste twee die nog maar net ontstaan zijn, respectievelijk uit een steen en een bamboe:

Ze hadden erg lange penissen die vastzaten aan hun kniegewrichten. Die kniegewrichten zwollen op en kriebelden, en na een tijdje begonnen ze te baren. Uit de rechterknie van de zoon van de bamboe barstte een jongetje naar buiten en uit zijn linkerknie een meisje. Uit de rechterknie van de zoon van de steen barstte een jongetje naar buiten en uit zijn linkerknie een meisje. Die kinderen groeiden op en trouwden met elkaar. (Yami, Taiwan)

De rivaliteit ontaardt in een openlijke machtsstrijd in verhalen over het stelen van (vruchtbaarheids)symbolen of geheimen. Het hoofdargument is dat in het begin vrouwen de baas waren omdat zij een vitaal geheim of object bezaten. In de meeste varianten wordt dan verteld hoe vrouwen (in het begin of in ieder geval lang, heel lang geleden) hun oorspronkelijke macht voorgoed kwijtgeraakt zijn. Sindsdien is de macht altijd in de handen van mannen geweest.

Maar overheersen is een hachelijke onderneming en wie de macht heeft moet steeds opnieuw bewijzen dat hij de baas is. De verhalen over de diefstal van het symbool of geheim werden of worden dan ook verteld om de bestaande hiërarchische betrekkingen tussen de seksen in de betreffende samenleving te rechtvaardigen. Maar ze waren oorspronkelijk ook bedoeld als remedie tegen ondermijnende gevoelens van overbodigheid of minderwaardigheid.

Zulke mythen gingen op zoek naar oplossingen voor een vermeend gebrek aan evenwicht tussen de seksen dat als bedreigend ervaren werd. Dit thema van de gestolen instrumenten, fluiten, trompetten, maskers of andere machtssymbolen bestaat in verschillende delen van de wereld. Het gaat hierbij om de vermeende macht van de ene sekse over de andere en de boodschap is dat de mannen in het begin ondergeschikt waren, totdat ze de geheime macht van vrouwen hadden afgepakt.

In het begin waren vrouwen de baas. Ze regeerden met ijzeren vuist en waren wreed, genadeloos en onredelijk. Ze dwongen de mannen alles voor hen te doen: mannen bewerkten het land, ze kookten, ze zorgden voor de kinderen, ze gingen op jacht en beschermden het huis. De vrouwen deden niets anders dan orders geven, en ze deelden straf uit als iets niet naar hun zin was. De mannen deden gehoorzaam wat hun werd opgedragen. Ze deden ijverig hun best, ook al werden ze als slaven behandeld. Maar de vrouwen waren nooit tevreden en werden zo veeleisend dat de mannen op een dag tot de conclusie kwamen dat het zo niet langer ging. Ze namen hun toevlucht tot een list en besloten alle vrouwen op hetzelfde moment zwanger te maken. Dat zou de vrouwen tijdelijk verzwakken – hèt moment om hun onrechtvaardige bewind omver te werpen. En zo is het gegaan: de mannen schiepen een nieuwe orde en versterkten hun greep op de samenleving. Sindsdien heerst er gerechtigheid en vrede in de Gikuyu gemeenschap. (Gikuyu, Kenia)

Soms domineert aanvankelijk de vrouwelijke sekse, zoals in het Gikuyu verhaal, maar daar begint het lang niet altijd mee. Veel verhalen kwalificeren vrouwen vanaf het begin als tweede garnituur, en eindigen met een gevestigde orde waarin mannelijk gezag domineert. Het veiligstellen van iets wat exclusief voor mannen en volstrekt ontoegankelijk voor vrouwen zou zijn, diende om gevoelens van onveiligheid en onbehagen over dit onrecht zo niet weg te nemen dan toch flink af te zwakken, zoals Fokke Sierksma heeft uitgelegd in zijn boek ’De roof van het vrouwengeheim’ (1979).

In de diefstal gaat het om de macht over het leven. De reactie van de twee Wulamba oermoeders op de roof van hun symbolen is onthullend: „We hebben echt niets verloren, ook al zijn we onze tassen kwijt, we hebben immers onze baarmoeders nog?”

De Griekse schrijver Hesiodus betreurde het zeer dat een man niet zonder vrouw zijn eigen soort kon reproduceren. Hij schetste het vrouwenras als een pest voor ’de mensheid’. Nu was Hesiodus een dichter/verteller, maar ook bij Griekse filosofen en medische geleerden zat overgeërfd dogma een empirische waarneming zo ernstig in de weg dat mannelijkheid de norm werd, en vrouwelijkheid de afwijking van die norm.

In de oude Griekse filosofie was het idee van de aangeboren minderwaardigheid van vrouwen heel gangbaar. En juist die filosofie heeft christelijke kerkvaders zwaar beïnvloed bij hun houding ten opzichte van vrouwen. De gevolgen daarvan zijn zo taai dat in de eenentwintigste eeuw officieel in de rooms-katholieke kerk nog steeds geen vrouw priester kan worden, laat staan bisschop, kardinaal of paus.

De geschiedenis van de mensheid is ingrijpend gestructureerd door wereldreligies die vaker wel dan niet suggereerden dat de hemel eist dat vrouwen zich aan mannen onderwerpen. Vrouwen zouden minder op God lijken, omdat ze minder spiritueel en onreiner waren dan mannen. Allerlei religieus geïnspireerde sancties werden bedacht om de seksualiteit van vrouwen te controleren, van menstruele taboes tot geboden en verboden inzake gedrag, kleding, werk enzovoort. Zulke inperkende maatregelen hebben in grote delen van de wereld de meeste vrouwen lang buiten het openbare politieke, culturele en intellectuele leven gehouden (of doen dat nog). Ook in veel kleinschalige culturen resoneren vergelijkbare echo’s.

Zoals altijd hoeven ideeën niet juist te zijn om hardnekkig geloofd te worden. Geleerden bleven lang volhouden dat de ziel van de foetus met het zaad in de baarmoeder gestort wordt. Pas rond 1670 kwamen twee Nederlandse onderzoekers, Reinier de Graaf en Antoni van Leeuwenhoek, tot de conclusie dat niet alleen zaadcellen een rol spelen bij de conceptie, maar ook een vrouwelijk ei. De onthulling, dat vrouwen hun eigen zaad bij zich dragen in de vorm van eieren ging lijnrecht in tegen gangbare ideeën die door Aristoteles en tal van andere respectabele geleerden ontwikkeld waren, en veroorzaakte een schandaal. Een eeuw lang leidde deze nieuwe ontdekking tot nerveuze discussies onder onderzoekers die er nog steeds behoefte aan hadden vast te stellen welk van beide, het ei of het zaadje, verantwoordelijk is voor het ontstaan van het embryo.

„Het toelaten van vrouwen tot volkomen gelijkheid zou het meest onfeilbare teken van de beschaving zijn”, zei de Franse schrijver Stendhal meer dan tweeënhalve eeuw geleden. De competitie tussen de seksen heeft zich in het onderbewustzijn van culturen vastgezet, maar beschaving blijft mogelijk.

Bij het lezen van al die mythen over de eerste mannen en vrouwen bekroop mij een gevoel van deernis met deze mensheid die droomt van geborgenheid, maar zich zo vaak onveilig voelt; die snakt naar liefde, maar moeite heeft met onbezorgd genieten; en die dapper de hoop op een betere toekomst levend houdt, ondanks een voortdurend besef van eindigheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden