’Jij krijgt de schuld van alles wat er mis gaat in de zorg’

Els Borst: heerlijk om weer zelf je panty te kopen. (FOTO WERRY CRONE, TROUW) Beeld
Els Borst: heerlijk om weer zelf je panty te kopen. (FOTO WERRY CRONE, TROUW)

Om goed te kunnen werken als minister is het handig om wat eelt op je ziel te hebben, zegt Els Borst.

Helemaal aan het eind van je loopbaan nog eens het land gaan regeren: Els Borst (77) kan het iedereen aanraden. Ze was tussen 1994 en 2002 minister van volksgezondheid onder Kok. „Dat tintelende gevoel dat je echt wat te vertellen hebt.”

„U bent hier geloof ik net op tijd”, vervolgt ze vanaf haar vaste plekje op haar bank, schaaltje koekjes en kopje filterkoffie op de salontafel die verder vol ligt met pas uitgekomen boeken. Uitzicht op bos dat om het huis al begint. „Ik ben al bijna alleen nog maar in staat om die tijd in de ministerraad te verheerlijken.”

Dan heeft ze het over de goede debatten over inhoudelijke onderwerpen als de euthanasiewet, de interessante ontmoetingen met buitenlandse collega’s, de werkbezoeken en de kans om haar visie op gezondheidszorg in tientallen wetten te gieten. Borst oogt fit en werkt nog steeds een paar dagen per week, onder andere als voorzitter van de verenigde verenigingen van kankerpatiënten. „Ik por ze flink op om mondig te zijn.”

Ja natuurlijk: je wordt geleefd als minister. Van ’s ochtends vroeg als de chauffeur je thuis afhaalt tot ’s avonds laat als die je weer afzet. „Je eet ook slecht. De eerste helft van een Kamerdebat was altijd het meest heftig, dan kreeg je als minister ladingen kritiek. Jij bent degene die het voor de kiezen krijgt bij alles wat er mis is gegaan in ieder ziekenhuis in Nederland. Dan was het etenstijd. Dan nam ik natuurlijk geen bakje sla, maar een biefstuk met patat frites als troost.”

’Vakminister’ Borst moest door D66-oprichter Hans van Mierlo worden overgehaald. Ze was begonnen als arts in Amsterdam, promoveerde, werd directeur van het Universiteitsziekenhuis Utrecht en was op dat moment vicevoorzitter van de Gezondheidsraad. „Maar politieke ervaring? Ik was lid van D66 en had hier in Bilthoven wel eens wat folders rondgebracht. Van Mierlo wuifde al mijn bezwaren weg. Hij had zijn zinnen op die post van gezondheidszorg gezet. En ik dacht: waarom niet? Ik had echt helemaal niets te verliezen met zo’n mooie carrière achter de rug.”

„Ik was al wat ouder, had wat eelt op mijn ziel. Ik ben mijn man Jan verloren aan kanker in 1988, een van onze kindjes is vlak na de geboorte overleden. Het maakt het makkelijker om een motie van afkeuring te relativeren.”

Toch lukte het niet altijd. Zoals toen er een baby was overleden in een ambulance omdat de broeders geen vrij bedje konden vinden op de intensive care. „Heel heel erg, heel tragisch. Reken maar dat je dan als verantwoordelijk minister niet lekker slaapt. Vervolgens zijn de Kamerleden er als de kippen bij om je alle hoeken van die kamer te laten zien. Ha, mooi, een gelegenheid om weer eens een kras op deze minister te zetten. SP-Kamerlid Agnes Kant voorop. Op papier klopt het, op papier ben je verantwoordelijk. Maar ik had het idee dat het geen recht deed aan hoe ik en mijn ambtenaren ons best deden.”

Op dat soort momenten miste ze natuurlijk wel eens een partner. „Mijn politiek assistente Carla Pauw vervulde die rol voor een deel. Bij zware politieke tijden week zij niet van mijn zijde. Soms praatten we nog een uurtje na met een wijntje erbij.”

Zo’n zware functie combineren met een jong gezin zou Borst nooit hebben overwogen. „Mijn drie kinderen waren al het huis uit toen ik werd gevraagd als minister. Maar zelfs als mijn man er nog was geweest denk ik niet dat ik ja had gezegd. Wij hadden een echt maatjeshuwelijk, deden alles samen. Dan is het niet leuk als een van de twee ineens altijd weg is.”

Borst had tijdens Paars II haar beste tijd. Een ongekend aantal wetten wist ze in die periode door te voeren. waaronder de wet op de levensbeëindiging. Ze was met haar ambtenaren bezig om de laatste details van de nieuwe zorgverzekeringswet op te stellen. „Tegen het einde van Paars lag alles klaar voor een volgend kabinet, daar was ik erg tevreden over. Ja ik was lekker bezig, zo kun je dat zeggen.”

Ondertussen echter, kwamen er scheuren in het kabinet. Pim Fortuyn verscheen op het toneel. „Ik had hem eerder al leren kennen, maar dan van een constructieve kant. Toen ik vicevoorzitter was van de gezondheidsraad schreef hij een lovend rapport over ons in opdracht van het kabinet. Topadvies voor heel weinig geld, schreef hij, houden zo.”

Dat Fortuyn haar in die tijd vergeleek met Osama bin Laden, omdat Borst met haar wachtlijsten net zoveel slachtoffers zou hebben gemaakt, was Borst alweer een beetje vergeten. Ze glimlacht erom. „Ik wist dat je alles wat Fortuyn zei met een korreltje zout moest nemen. Ik wist dat hij beter wist, ik wist dat hij wíst dat hij overdreef. Daar was hij echt meester in. Ik zat niet zo in de rats voor hem. Als je dat wel deed, dan steeg hij boven je uit om je op je kop te slaan. Dat overkwam die arme Melkert, toen lijsttrekker voor de PvdA, die zich wel ontzettende zorgen maakte over de opkomst van Fortuyn.”

„Fortuyn was een schavuit, werkelijk unverfroren. En hij had natuurlijk wel echt de zere plek van Paars ontdekt, we hadden geen oprechte aandacht voor een grote groep die zich onbegrepen voelde in de oude wijken. Het is niet leuk als je je buren niet meer verstaat, als het bloed van het geslachte schaap van de bovenburen over je wasgoed druipt, bij wijze van spreken.”

„Over de wachtlijsten had ik op dat moment helemaal niet zoveel meer te mopperen. We konden het ons permitteren om de kiezers gunstig te stemmen door eenmalig een bak geld uit te trekken om alle wachtlijsten weg te werken - het geld klotste in 2001 ’tegen de plinten op’, om met de woorden van PvdA-Kamerlid Rob Oudkerk te spreken. Maar maar ik vond het een lapmiddel. Ik heb altijd gezegd dat we eraan moesten dat de vooruitgang in de gezondheidszorg burgers jaarlijks meer gaat kosten. Het levert iedereen immers ook meer gezondheid op. Maar dat mocht van Zalm (minister van financiën onder Paars, red.), absoluut niet, want dan klopte zijn koopkrachtplaatje niet meer. Dat is nog steeds, zo zie ik. Ook Klink gaat nu gewoon opgewekt verder met budgetten overschrijden.”

Een zwart gat na haar drukke werk als minister heeft ze niet gezien, integendeel. Ze was zeventig toen ze stopte, best een leeftijd om het rustiger aan te doen, maar de aanvragen stroomden bij haar binnen, voor bestuursfuncties en adviesraden. De eerste drie maanden hield ze alles af. Even pauze. Daarna heeft ze ’een pakketje’ samengesteld.

„Het was heerlijk om weer een gewoon mens te zijn, lekker zelf de stad in in plaats van je secretaresse moeten vragen om in haar lunchpauze een paar panty’s voor je te kopen. Heerlijk ook om van die camera’s af te zijn die je overal volgen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden