'Jij idealiseert het dorp wel heel erg'

Ben ik wel een stadsmens? Of hoor ik thuis waar ik vandaan kom, het platteland? Trouw-redacteur Gerrit-Jan KleinJan droomt ervan de stad te verlaten.

Het vriest. Koude lucht stroomt door de geopende balkondeur de kamer in. De frisheid voert ook een ander geluid mee, de eeuwige klank die het leven in de stad begeleidt. Vanavond klinkt het als een waterwerk op volle kracht. Het zijn duizenden en nog eens duizenden auto's die over de snelweg razen en vele tonnen fijnstof de atmosfeer in stuwen.

Dit is Utrecht. Na mijn studie ben ik er gebleven. Waarom ook niet - veel van mijn vrienden wonen er. Bovendien heeft de stad een fijn oud centrum en een aardig cultureel leven. De afstand tot mijn werk in Amsterdam is goed te doen. Allemaal prachtig.

Maar nu, na ruim tien jaar, twijfel ik steeds vaker. Ben ik wel een stadsmens? Of hoor ik toch thuis waar ik vandaan kom, op het platteland? Juist op dit moment zouden we de wijk kunnen nemen, aangezien mijn vriend en ik toch al op zoek zijn naar een ander huis. Hij is net als ik opgegroeid buiten de Randstad. Hij in Groningen, ik in Twente.

Onlangs fietste ik van Rijssen naar Nijverdal - tien kilometer tussen de weilanden, een route die ik als puber dagelijks fietste van en naar school. Links in de verte de bossen van de Nijverdalse berg, rechts meanderde de Regge. Een rurale idylle. Zo had ik het jaren geleden nooit gezien. Ooit vertrok ik juichend richting stad. Het leven zou er oneindig veel opwindender zijn. Die belofte werd inderdaad ingelost. Tegelijkertijd zijn het juist dit soort pretenties die me steeds meer tegenstaan. Zodra de wereld buiten de stad ter sprake komt, gaat het over 'de provincie'. Wat een waanwijsheid, denk ik steeds vaker. Het klinkt dikwijls op een manier alsof in de rest van het land heikneuters leven die dan misschien hun plaggenhut zijn ontgroeid, maar waar het internet nog werkt via een duchtig piepende inbelverbinding.

Laatst viel me nog iets anders op. Ik maakte een wandeltocht in een Twents bos. De meeste passanten zeiden gedag. Zelfs de fietsers. Ik was het bijna vergeten, deze vriendelijkheid. Wie bij mijn stad door de natuur (ingeklemd tussen snelwegen) wandelt en anderen groet, zou bijna denken dat hij het uiterlijk heeft van de Utrechtse serieverkrachter, afgaand op de terugdeinzende reactie van sommigen bij een 'hallo' of 'hoi'.

"Jij idealiseert het platteland inmiddels wel heel erg", zegt mijn nicht Annemiek als ik haar dit allemaal vertel. "Zo erg is de stad toch ook weer niet?"

Annemiek werkt aan de Hogeschool Utrecht en woont met man Gert en twee kinderen zo'n 200 kilometer verderop, in het Groningse dorp Aduard. Zij kan dus uitstekend advies geven. Zouden wij verhuizen naar het oosten of noorden van het land, dan wil ik mijn werk in Amsterdam niet opgeven.

Landwegen voeren naar het dorp. Torenhoge windturbines hebben de weidsheid van het landschap nog niet verwoest. Aan de hoofdstraat, schuin tegenover de slager, bevindt zich het huis van mijn neef en nicht, een huis uit 1890. Een bejaarde schapendoes springt blij rond de keukentafel.

Na hun studies zijn de twee in Groningen blijven wonen. "De rust en de ruimte hier willen we niet missen", zegt Annemiek. Alarmkreten over krimpende dorpen ten spijt, in Aduard - 8 kilometer van de stad Groningen, ruim tweeduizend inwoners - zijn veel basisvoorzieningen gewoon voorhanden, valt vast te stellen als we een rondje lopen. Naast de slager, zijn er een bakker, een supermarkt, drie kerken en een basisschool. Kinderen spelen op straat.

Twee, soms drie keer per week, rijdt Annemiek naar de hogeschool in Utrecht. "Als ik om zes uur wegrijd, dan ben ik er twee uur later", zegt Annemiek. "Ontbijten doe ik in de auto." In totaal kost het reizen minimaal acht uur per week. Een complete werkdag, merk ik op. Annemiek vat het laconiek op. "Tja, als je het zo bekijkt, is het wel veel. Ik ben eraan gewend. Ik kom tijdens het rijden helemaal tot rust."

Annemiek en Gert zijn niet de enigen die kiezen voor het leven in de luwte. Annemiek wijst verschillende huizen aan waarvan de bewoners voor hun rust een paar uur in de auto overhebben. De huizenprijzen zijn laag in Groningen, ook in streken waar de grond niet beeft. Een complete werkweek is niet eens nodig om de hypotheek te betalen. "Anders zou het wel pittig worden", zegt Annemiek.

De bekoring van het landschap doet bijna vergeten dat er ook een keerzijde is. Veel dorpen kampen met krimp, vergrijzing en sociale achterstand. Was ik tijdens mijn fietstocht van Rijssen naar Nijverdal doorgefietst, dan was ik uitgekomen in Vroomshoop en Westerhaar. De politie heeft daar de handen vol aan 'Maaskantjes', lees ik in dagblad Tubantia. Het is een verhaal over een groep van zo'n tweehonderd vrouwen en mannen - de laatste dragen 'matjes', vandaar hun bijnaam - die verslaafd zijn aan ghb. Ook dat is het platteland, besef ik weer.

Heb ik heimwee naar een wereld die alleen in mijn fantasie bestaat? Tijdens mijn studie vond ik voor het eerst geestverwanten, leeftijdgenoten die luisterden naar symfonieën van Mahler en Mulisch lazen.

Een collega merkt op dat het voor mijn vriend en mij als homostel in een dorp niet makkelijk zal zijn. Ik lach een beetje. Het lijkt me typisch een opmerking van iemand uit een beschaafd deel van de hoofdstad. Ik wijs haar erop dat in steden ook buurten zijn waar mensen wonen wier God en cultuur het beslist niet hebben voorzien op twee samenwonende mannen.

In Aduard vraag ik Annemiek ernaar. Het treft. Vlakbij wonen twee mannen. "Hun kinderen gaan bij die van ons naar school." Van integratieproblemen is geen sprake. Een van de twee is zelfs voorzitter van de dorpsraad. "Juist in een klein dorp ben je op elkaar aangewezen", zegt ze. Haar ervaring strookt met officiële gegevens. Van de Nederlanders hebben vooral moslims en orthodoxe christenen moeite met homo's, zo valt op te maken uit gegevens van het SCP. Beide groepen zijn er in Aduard niet of nauwelijks. Nu ze het er toch over heeft: "Soms zou het hier wel wat multicultureler mogen", zegt Annemiek.

Terug in ons bovenhuis in Utrecht schiet me een zin uit een liedje van Daniel Lohues te binnen. Niemand kan de liefde voor het platteland treffender verwoorden dan deze zanger uit het Drentse dorp Erica: 'Hier kom ik weg, hier stiet ons huus. Bliekbar kom ik daor altied weer terecht.'

Ik weet het nog niet. Neem ik wekelijks vele uren reizen op de koop toe? Of blijven we nog een tijdje in vrijwillige ballingschap? Hoe dan ook, er ligt een afspraak met onze makelaar.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden