Beeld Jörgen Caris

ColumnErik Jan Harmens

‘Jij hebt helemaal geen autisme!’

Twee weken geleden schreef ik op deze plek dat ik onlangs de diagnose autisme gekregen heb. Een aantal lezers was verbaasd. “Dat wisten we toch al?” schreven ze, maar zij wisten het, ik had alleen een sterk vermoeden. Een sterk vermoeden hebben is niet hetzelfde als weten, net zoals een krokodil geen alligator is, ook al lijken ze nogal op elkaar.

Niet alle reacties op mijn column waren hartelijk. Iemand stuurde via LinkedIn een bericht in kapitalen: “JIJ HEBT HELEMAAL GEEN AUTISME!” en dat terwijl we elkaar niet kennen en hij volgens zijn profieltekst bovendien geen autisme-expert is, maar boekhouder. Een ander dm’de via Twitter: “Weet je wat het is, iedereen heeft wel iets autistisch in zich.” “Dat geldt ook voor griep”, schreef ik terug, “iedereen heeft wel iets van griep in zich.” Ik zei ook maar wat, snel zette ik mijn telefoon op vliegtuigstand en was ik weer onbereikbaar.

Antistoffen

Helaas kan ik mezelf niet op vliegtuigstand zetten, ik sta altijd aan. Op straat neem ik waar hoe mensen elkaar tegenkomen, de hand schudden en een praatje aanknopen. Dat doen ze vrijwillig, ze worden niet onder schot gehouden. Waar het praatje over gaat maakt niet uit, het kan over het weer gaan of dat de mueslibollen in de aanbieding zijn. Wezenlijker zaken mogen ook, bijvoorbeeld dat iemands dochter maar blijft hoesten. De ander reageert met dat ze pas iets gelezen heeft over het aanmaken van antistoffen. Wat ze precies gelezen heeft weet ze niet meer, maar het is blijkbaar voldoende voor dit gesprek. “Ik las pas iets over antistoffen”, zegt ze. De ander zegt terug: “Ja, antistoffen. Daar heb ik ook wel eens iets over gelezen.” En dat is het dan, volgende onderwerp.

Ik zou de ander allang bij de lurven hebben gegrepen: “Wat bedoel je, wat zijn dat precies, antistoffen? Wat hebben ze met hoesten te maken? Waar heb je erover gelezen, in welke krant of in welk tijdschrift of op welke website? Weet je niet meer? Hoe bedoel je, weet je niet meer? Denk na, mens, denk na!”

Ik ben volkomen ongeschikt om op straat een praatje mee aan te knopen, want wat mij betreft gáát een gesprek ergens over en als er niks is om te bespreken hou ik net zo lief mijn mond. Doet de ander dat ook, dan is er weldadige stilte, maar de ander doet zijn mond juist open. Hij zegt: “Lekker hè, die stilte?”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden