'Jij bent mijn moeder niet meer'

Een moeder wurgt haar vijfjarig zoontje. Twee maanden nadat de ondertoezichtstelling is beëindigd. De gezinsvoogd had gemeend dat er sprake was van 'voldoende stabiliteit in de thuissituatie'. Een beslissing met een dramatische afloop.

Een zestienjarige jongen is in een pleeggezin geplaatst. Hij bloeit daar op, zijn moeder hervindt zichzelf. De gezinsvoogd helpt het contact tussen moeder en zoon te bevorderen. Een besluit waar beiden uiteindelijk de vruchten van plukken.

Vier van de duizend jeugdigen tot achttien jaar krijgen in hun leven te maken met een ondertoezichtstelling. Een jeugdbeschermingsmaatregel, uitgesproken door de kinderrechter, die het gezag van de ouders gedeeltelijk beperkt. De kinderen komen onder toezicht van een gezinsvoogd. Het werk van de gezinsvoogd is sinds de invoering van een nieuwe Wet op de ondertoezichtstelling ruim een half jaar geleden, aanzienlijk verzwaard. De gezinsvoogd kreeg meer verantwoordelijkheden maar moet ook meer verslagen schrijven. Besluiten van een gezinsvoogd grijpen diep in het leven van ouders en kinderen in.

Mark Andriessen rijdt de Eindhovense woonwijk met rijtjeshuizen in. “Kijk”, wijst hij, “daar links woont Bart in het pleeggezin. Er hier rechts woont zijn moeder met zijn twee zusjes.”

Eens in de maand komt Andriessen, gezinsvoogd bij de Stichting Jeugdzorg Noord-Brabant, op huisbezoek bij Diny de Groot. Om bij te praten over het contact met haar zestienjarige zoon Bart die een paar straten verderop woont en ieder weekeinde één dagje bij haar is. Vandaag komt Andriessen als geroepen. Want er is bij het laatste bezoek van Bart “een kleine ontploffing geweest”, zegt Diny. Lachend, omdat ze haar tranen wil bedwingen.

“We zaten aan tafel te praten over de harde muziek waar de buren last van hebben als de ramen open staan. Ik zei dat ik dat niet meer wilde hebben. 'Ach', zei hij, 'ik woon hier toch niet meer'. 'Maar ik ben wel jouw moeder', zei ik. Toen bleek dat hij dat zo niet meer voelde. Dáár, bij zijn pleegouders, daar was zijn thuis. Nou, dát kwam aan! Als een klap met een hamer.”

Anderhalf jaar geleden was het, dat Bart onder toezicht werd gesteld en uit huis werd geplaatst. De jongen heeft sinds de scheiding van zijn ouders, vijf jaar terug, gedragsproblemen. Uit psychologisch onderzoek bleek dat loyaliteitsproblemen hem parten spelen. Hij staat letterlijk en figuurlijk tussen zijn beide ouders in en kan bij geen van beiden wonen. Hij heeft veel duidelijkheid en structuur nodig, anders glijdt hij af, meent zijn gezinsvoogd. Het lukte Diny niet hem dat te geven.

De uithuisplaatsing van Bart was enerzijds een opluchting voor Diny. Anderzijds voelde het “alsof er een been was geamputeerd.”

Bij een ondertoezichtstelling, maar al helemaal als een kind ook nog uit huis wordt geplaatst, worden ouders op een wel heel ingrijpende manier geconfronteerd met hun eigen tekortkomingen. “Waarom kon ik het zélf niet met Bart?”, was de vraag die Diny zich alsmaar stelde. Nu pas heeft ze het geaccepteerd.

“Ik weet wel dat Bart zijn thuis dáár is”, zegt ze duidelijk geëmotioneerd tegen Andriessen. “Ik heb zelf ook niet het gevoel dat hij 'thuiskomt', als hij hier is. Daar zal het ook niet meer van komen, dat weet ik. Maar ik blijf zijn moeder, ik ben gek op dat jong.”

Ze vertelt hoe ze Bart na de 'ontploffing' bij zich heeft geroepen. Samen hebben ze afgesproken wat te doen aan die 'afstand' die hij voelde. Andriessen prijst dat initiatief, doet wat suggesties en zegt ook hoe knap hij het vindt dat Bart heeft uitgesproken wat hem dwars zat.

De gezinsvoogd als pedagogisch adviseur. Het is slechts één van de vele rollen die de maatschappelijk werkers in dit beroep moeten bekleden. Anneke Verbraak is hoofd van de unit Eindhoven van de Stichting Jeugdzorg Noord-Brabant, één van de zeventien gezinsvoogdij-instellingen in Nederland. Zij beschrijft de gezinsvoogd als een 'spin in het web' die vanaf het moment dat de kinderrechter een ondertoezichtstelling (OTS) uitspreekt, ervoor zorgt dat de hulpverlening wordt opgestart en erbij betrokken blijft tot de OTS is beëindigd.

De relatie tussen gezinsvoogd en cliënt is zeker niet altijd zo soepel als die nu tussen Mark Andriessen en Diny de Groot. De gezinsvoogd is niet slechts een adviseur. Het is een gezagsdrager die de belangen van het kind moet behartigen. Niet iedere ouder is bereid dat 'gezag van buiten' te accepteren en de belangen van het kind kunnen botsen met de belangen van de ouder.

Andriessen kent het beeld wel dat mensen hebben van gezinsvoogdij-instellingen die worden gezien als vijand die het gezin binnendringt. Maar gezinsvoogden en ouders staan de laatste jaren niet meer zo vaak lijnrecht tegenover elkaar, is zijn ervaring. “Ouders willen uiteindelijk het beste voor hun kind. En voor ons staat het belang van het kind voorop. Daarin vinden we elkaar wel. Al maken we natuurlijk ook harde confrontaties mee.”

Unitleider Anneke Verbraak: “Het gaat erom de mensen bewust te maken dat ze ook goede ouders kunnen zijn ondanks de OTS. Dat ze zelfs goede ouders kunnen zijn zonder dat ze zelf hun kinderen opvoeden. Ik heb meermalen van ouders gehoord dat ze het een ontlasting vonden dat ze niet alles meer zelf hoefden te doen. Het blijkt voor sommige mensen makkelijker te zeggen: Ze halen mijn kind weg omdat ze vinden dat ik het niet kan, dan zelf toe te moeten geven dat het je niet lukt en hulp te zoeken. Wij moeten ouders met respect blijven behandelen. Ouders afschrijven is schadelijk voor een kind.”

Het werk en daarmee de verantwoordelijkheden van de gezinsvoogd zijn behoorlijk verzwaard sinds in november vorig jaar de nieuwe Wet Ondertoezichtstelling in werking is getreden. Tot dan toe was de kinderrechter zowel verantwoordelijk voor het uitspreken van de OTS als voor het uitvoeren daarvan. Nu staat een kind niet meer onder toezicht van de kinderrechter, maar onder toezicht van een gezinsvoogdij-instelling die de rechter aanwijst. De gezinsvoogd is zèlf verantwoordelijk voor de uitvoering en waakt over het dossier van de kinderen. En hij of zij bepaalt zelf welke hulpvorm er nodig is. De voogd hoeft nu niet meer voor iedere beslissing goedkeuring aan de kinderrechter te vragen. Alleen voor het verlengen van een OTS, een uithuisplaatsing of een ontheffing uit het ouderlijk gezag is nog altijd een uitspraak van de rechter nodig.

Om te voorkomen dat gezinsvoogden geheel alleen aan de slag gaan, geleid door voorkeuren of zelfs vooroordelen, zijn in de nieuwe wet ook meer rapportage-momenten opgenomen. Binnen zes weken na de OTS moet de gezinsvoogd een gedegen hulpverleningsplan aan zijn unitleiding kunnen voorleggen. De uiteindelijke verantwoordelijkheid ligt immers bij de instelling. Twaalf weken voor de OTS verloopt moet worden gerapporteerd of de gestelde doelen zijn behaald.

“Dat betekent een fikse administratieve belasting”, zegt unitleider Anneke Verbraak. “Maar het is wel professioneler. De grote winst van de nieuwe wetgeving vind ik de rechtsbescherming en de duidelijkheid die er nu is naar de cliënt.”

De beroepsmogelijkheden voor de cliënten zijn duidelijker omschreven en door de beter gestructureerde rapportages heeft de cliënt ook meer inzicht in het werk van de gezinsvoogd die zich niet meer achter de kinderrechter kan verschuilen, maar zelf moet verantwoorden waarom hij een bepaalde beslissing heeft genomen.

Zo kan gezinsvoogd Lenie Buur niet meer tegen de veertienjarige Kimberly en haar alleenstaande moeder zeggen: “Kim moet van de rechter naar een Boddaertcentrum.” Buur moet uitleggen waarom zíí deze bijzondere vorm van buitenschoolse opvang tot acht uur 's avonds nodig vindt. Vandaag bezoekt ze Kimberly om haar te vertellen dat er na de zomer waarschijnlijk al plek voor haar is en ze binnenkort alvast kennis kunnen gaan maken. Het meisje reageert schouderophalend.

“Alle dingen die nieuw zijn, zijn misschien een beetje akelig”, zegt Buur. “Maar het is toch niet altijd leuk voor je als je na school thuis zo alleen bent. Daar zijn er meer kinderen waar je gezellig mee kunt theedrinken. Je kunt er je huiswerk maken en de leiding kan je helpen. En je mag er ook wel eens koken hoor.”

Kimberly's moeder praat met Buur mee. Zij is kennelijk wel gelukkig met die oplossing. Ze heeft geen werk, flinke financiële problemen en weet volgens Buur in huis geen sfeer te maken voor haar enige dochter. Bovendien tobt ze nog met eigen jeugdtrauma's en is daardoor niet in staat om haar dochter te geven wat het meisje nodig heeft: aandacht en sturing.

“Kim heeft een arm om haar schouder nodig”, zegt Buur, terug in de auto. “Iemand die belangstelling voor haar heeft. Weet je waar ik bang voor ben? Dat ze aan de eerste de beste leuke knul die ze tegenkomt blijft hangen en zwanger wordt. Het kind klampt zich aan iedereen vast voor een beetje warmte en affectie. In een Boddaertcentrum proberen ze met elkaar die warmte te creëren voor de kinderen.”

“Wij zitten aan het eind van de rit”, zegt de unitleider. “Op het moment dat wij in beeld komen hebben vaak al veel hulpverleners met het gezin gewerkt en dat heeft dan niet de gewenste resultaten gehad. Als er onwil is bij het gezin kan de hulpverlener het voor gezien houden. De gezinsvoogd niet. Die moet blijven zoeken en blijven motiveren. Zolang de OTS duurt mogen wij niet opgeven. En dat weten de cliënten ook.”

Ze geeft het voorbeeld van een puber die “constant het huis en ook zijn moeder verbouwt”. De jongen keert zich tegen iedere vorm van hulp, maar zegt wel dat hij zelf zijn gedrag wil veranderen.

“Dan moet je als gezinsvoogd zo creatief zijn om met die toezegging iets te doen. De gezinvoogd heeft nu een contract opgesteld en iedere dinsdag komt de jongen hier op het bureau om te zien of hij zich aan het contract houdt. Het lijkt goed te gaan. Daar kon geen Boddaertcentrum of spijbelopvang tegen op. Maar als we vinden dat een kind therapeutische behandeling bij een Riagg nodig heeft en het kind of de ouders verzetten zich hevig, gaan wij geen therapeut spelen. Daar zijn we niet voor opgeleid. Maar we blijven net zo lang met de cliënten in gesprek tot de bereidheid er wel is.”

Meningen en adviezen van een gezinsvoogd grijpen soms diep in in het leven van ouders en kinderen. De gezinsvoogden in Eindhoven zijn zich daarvan bewust.

Lenie Buur: “Ik vraag me heel vaak af: Wie ben ik om te vinden dat een kind niet bij zijn ouders mag blijven? Ooit gaat een kind toch terug naar zijn wortels, of die nou goed of kwaad waren. Soms zit je er ook echt naast met een uithuisplaatsing en dan richt het juist meer schade aan.”

Buur heeft er in haar loopbaan als gezinsvoogd twee keer naast gezeten, vertelt ze. Een keer heeft ze een vijftienjarige jongen tegen zijn zin op laten nemen in een kliniek voor psychiatrisch onderzoek. Het kind zat op een internaat en was daar 'door het lint gegaan'. De groepsleiders meenden dat de jongen psychisch gestoord was.

“Ik heb de opname in de kliniek doorgedrukt. Zes weken observatie. Het heeft hem zijn hele zomervakantie gekost omdat ik zijn opleiding niet wilde verstoren. En wat was het resultaat: niets met de jongen aan de hand als hij maar genoeg warmte en aandacht kreeg. En dat schoot er wel eens bij in op een groep in het internaat. Nou, dat voelt rot. Heb ik zes weken van hem afgenomen, terwijl het niet had gehoeven. Ik verwijt het mezelf, maar ook het internaat. Een gezinsvoogd is nu eenmaal afhankelijk van de informatie van anderen die veel dichter bij de cliënten staan. Ik heb hem wel gezegd: 'Nu weten we heel zeker dat er niets mis is met jou. Je hoeft ook nooit meer bang te zijn dat stempel opgelegd te krijgen.' Want dat was toch de winst ervan. Maar eigenlijk slaat het nergens op want dan kun je heel Nederland laten opnemen.”

Een ander geval dat Buur nog wel eens bezig houdt betreft een zesjarig meisje dat, na twee jaar in een pleeggezin, weer terug naar haar vader en moeder ging. Buur begeleidde het gezin nog via een video-hometraining. Alledaagse momenten worden dan op video opgenomen en samen bekeken met het doel ouders bewuster te maken van hun manier van omgaan met de kinderen en te wijzen op andere mogelijkheden.

“Het liep allemaal heel goed. De ouders hadden zelf therapeutische behandelingen ondergaan en de financiële problemen leken opgelost. Ze zouden op zichzelf gaan wonen. Het voelde nog niet goed, maar ik kon er niet doorheen prikken. Een gevoel alleen is niet genoeg om voor de kinderrechter te onderbouwen waarom je verlenging van de OTS noodzakelijk vindt. De OTS was al een tijd verstreken toen ik daar eens in de buurt reed en langs ben gegaan. Het huis was leeg. Via de woningbouwvereniging kwam ik erachter dat de familie eruit was gezet. Ze waren niet meer te achterhalen. Ik vraag me nog wel eens af wat er van het meisje is geworden. Ze hebben me goed voor de gek gehouden.”

En het gebeurt wel meer, dat cliënten dingen verborgen houden die voor gezinsvoogden niet te achterhalen zijn. Zo zeggen de gezinsvoogden in Eindhoven zich voor te kunnen stellen dat een dramatische gebeurtenis als twee maanden terug in Arnhem, ook in hun unit zou kunnen gebeuren. Een vrouw, psychiatrisch patiënte, wurgde haar vijfjarige zoontje uit 'radeloosheid en diep verdriet over haar situatie'. Twee maanden daarvoor was de OTS van het kind beëindigd omdat 'er geen enkele indicatie was dat er een bedreiging voor het kind zou zijn'. Omwonenden riepen na de dood van het kind direct dat de voogdij-instelling dit toch had moeten voorkomen. Maar die had, zo liet directeur Bleijenberg weten, 'geen signalen binnengekregen die wezen in de richting van de dramatische gebeurtenis zoals die heeft plaatsgevonden'.

Unitleider Anneke Verbraak herkent dat. Ze heeft het wel meegemaakt dat een school bijvoorbeeld over haar cliënten achteraf zei dat ze moeilijkheden hadden verwacht. Of dat buurtbewoners pas in een laat stadium zeiden dat het al een tijd niet goed ging in een gezin.

“Wij kunnen niet varen op ons gevoel, onze intuïtie. Voor de rechter moet je concrete zorgen kunnen uiten. Als ouders veel weerstand uiten tegen onze betrokkenheid, is dat wel een reden te vermoeden dat er wat te verbergen is. Het meest moeilijk is het als je een vervelend gevoel hebt over een gezin waar het ogenschijnlijk allemaal zo goed gaat. Waar het huis glimt en iedereen vriendelijk is.”

Verbraak heeft eenmaal, toen ze nog als gezinsvoogd werkzaam was, voor een enorm dilemma gestaan, vergelijkbaar met het voorval in Arnhem. Ze had sterk de indruk dat een psychotische moeder haar driejarig dochtertje iets aan zou doen.

“Over een uithuisplaatsing durfde ik bij de moeder niet te beginnen. Want ik wist zeker dat ze het kind dan zou laten onderduiken of misschien dan juist iets zou aandoen. Ik ben zelf naar een psychiater gegaan om te laten inschatten hoever de vrouw echt zou kunnen gaan. De psychose was niet zo bloeiend dat ze opgenomen kon worden, was de conclusie. Maar wat betekende dat voor het kind? Ik stond voor een dilemma. Tien dagen later is haar huis afgebrand. Ze is toen zo psychotisch geworden dat ze is opgenomen en wij het kind naar een pleeggezin konden brengen. Maar hoe anders had het kunnen lopen...”

Cliënten van de gezinsvoogdij-instelling zijn relatief veel eenoudergezinnen. Veelal moeders die de zorg hebben voor kleine kinderen, of juist pubers en heel soms alleenstaande vaders. In beide gevallen zijn het mensen die niet de bagage hebben om de veelheid aan problemen die over hen heen komen aan te kunnen, zegt Verbraak.

“Mensen die van huis uit weinig hebben meegekregen om zich alleen te kunnen redden, een verbroken relatie hebben waar nog veel strijd bij is, een zo belabberde financiële positie hebben dat ze niet iets kunnen ondernemen ter ontlasting van de dagelijkse zorgen. Mensen die niet de kracht hebben om hun schouders er eens stevig onder te zetten. De hoger opgeleiden hebben we hier ook wel hoor. Maar veel minder. Mensen met geld zoeken hun heil eerst elders. Een lastige dochter gaat naar een kostschool. Of een tijdje bij tante wonen. Hoger opgeleiden hebben vaak meer sociale contacten waar ze op terug kunnen vallen. Het is soms schokkend te zien hoe groot het isolement is waarin onze gezinnen verkeren. Als je niemand hebt die je kan ondersteunen of even ontlasten, dan is opvoeden zwaar.”

Zoals ook het dagelijks werken in zulke gezinnen? Gezinsvoogd Lenie Buur: “Het is heel treurig om een pasgeboren baby weg te halen bij zijn moeder die al haar energie in een problematische relatie stopt en de baby niet aan kan. Ik heb hem naar een pleeggezin gebracht. Hij is nu een paar maanden oud en weet je wat? Ik ga hem straks ophalen en terugbrengen naar zijn moeder waar het nu een stuk beter mee gaat. En ik heb voor een meisje van vier dat bijna haar hele leven al in internaten heeft door moeten brengen eindelijk een leuk pleeggezin gevonden. Je ziet het kind gewoon opbloeien. Die momenten heb je nodig anders word je inderdaad mesjokke van dit werk.”

Om redenen van privacy zijn de namen van de cliënten veranderd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden