Jiddisch

Halverwege de negentiende eeuw raakte het biologisch antisemitisme in de mode. Fransen, Duitsers en een enkele geschifte Engelsman werden er de grote voortrekkers van. Die schreven allerlei gewichtige boeken, waarin ze probeerden aan te tonen dat joden wezenlijk verschillen van de rest van de mensheid.

Het zogenaamde joodse ras werd door hen uitgeroepen tot een minderwaardige soort, een van de laagst mogelijke levensvormen, niet veel beter dan de sponzen of de poliepen. Toen ik in de eerste dagen van het nieuwe jaar mijn bibliotheek uitmestte, stootte ik op een wonderlijk boek uit die traditie. Ik heb het ooit gevonden in een antiquariaat in Berlijn. Het heet Rassenkunde des jüdischen Volkes en het werd in 1930 gepubliceerd door de Duitse antropoloog Hans Günther. Volgens de wetenschappelijke inzichten van professor Günther zijn joden door de natuur niet met normale spraakorganen toegerust. 'Hun spieren voor spreken en lachen worden aangeboren anders gebruikt dan die van christenen'. Vandaar ook hun 'sterk afwijkende neus en kin'. Joden, aldus Günther, hebben een erfelijk gebrek dat hen verhindert te praten als gewone stervelingen en waardoor ze uitsluitend kunnen mauscheln: gebroken jiddisch brabbelen. Deze hooggeleerde flauwekul werd door Adolf Hitler dodelijk ernstig opgevat. Met het boek van Günther in de hand verklaarde de tirannieke Oostenrijker, wiens eigen Duits allesbehalve zuiver was, dat geen jood ooit beschaafd Duits zou kunnen spreken of drager zou kunnen zijn van de Germaanse cultuur. Joden waren vreemdelingen bij uitstek. Ze hoefden hun mond maar open te doen, of er kwam kromtaal uit. Dat was een leugen. Duitse joden spraken voorbeeldig Duits. Er waren wel joden die zich van het jiddisch bedienden, maar die woonden in Oost-Europa. Zulke Ostjuden bezigden ten minste drie talen; allereerst hun landstaal, daarnaast Hebreeuws voor de gebedsdienst en Jiddisch voor de omgang met elkaar. Joden leerden met groot gemak talen. Ze pasten zich zo volmaakt aan, dat ze vaak elkáár niet eens als jood herkenden. Dit ondervond ook mijn schoonvader Nathan, toen hij voor het eerst naar Europa kwam. Nathan was een moderne Amerikaanse jood, die van zijn uit Rusland gevluchte grootouders jiddisch had geleerd. In juni 1944, twintig jaar oud, landde hij op de kust van Normandië. Later vocht hij mee in het Ardennenoffensief en veroverde hij met het Amerikaanse derde Leger het zuiden van Duitsland. In maart 1945, omdat hij moest genezen van een schotwond in zijn knie, kreeg hij twee weken verlof. Hij besloot de oorlog zo ver mogelijk achter zich te laten en reisde naar Biarritz. Daar betrad hij een andere wereld. Onder een onbewolkte hemel flaneerden de mensen zwierig over straat, alsof het leven een eindeloze vakantie was. Maar tot flaneren was Nathan met zijn stijve been niet in staat. Ook van de liefde kwam niets. De Franse meisjes waren niet gecharmeerd van een kreupele Yankee. Verveeld sleet hij zijn dagen op het terras van een bistro. Daar bevonden zich wel meer eenzamen zoals hij: een van de kudde afgedwaalde Pool, een Roemeen, een Hongaar, een Litouwer. Van lieverlee zochten de mannen elkanders gezelschap. Gezamenlijk dronken ze pernod. Communiceren ging moeilijk. Ze behielpen zich met een krakkemikkig soort Duits en met gebarentaal. Bovendien brachten ze veel tijd door met schaken, een bezigheid waarbij weinig hoeft te worden gezegd. Totdat een van hen, toen die een schaakpartij verloor, een jiddische verwensing mompelde. Op slag ontstond er een drukte van jewelste. Elk van de aanwezigen bleek jiddisch te spreken. Door het noodlot, in de gedaante van Adolf Hitler, waren ze in Biarritz bijeengedreven, uit de verste hoeken van Europa en zelfs uit Amerika: vijf mannen met een heel verschillende cultuur, maar allevijf joden, allevijf 'zigeuners van God'. Toch hadden ze elkaar geen moment als zodanig herkend. Hun wederzijdse verbazing bewijst wel hoezeer professor Günther ongelijk had. Het joodse ras heeft nooit bestaan. Het antisemitisme daarentegen is springlevend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden