JHWH is een echo van een ego

God is dood. Allang. Zeggen ze. Neemt niet weg dat we stiekem blijven geloven. Want we kunnen niet anders. Daarom hebben we God herdoopt tot Mysterie. Tot Geheim. Tot Iets. Alleen de persoonlijke God, die lijkt dood te blijven. Vandaag aflevering 10: de theoloog en dichter Willem Barnard.

Zonder persoonlijke God is vloeken hooguit je hart luchten

“Onpersoonlijk reageren heeft geen kracht en kan dus zeker niet opluchten.“

U vloekt zelf?

“Ja. Als ik vloek, denk ik: dat zou mama niet goed gevonden hebben. Mijn moeder was daar zeer beslist in. Mijn vrouw vond het ook vervelend wanneer ik ruw in de mond was. Toch vloek ik.“

Waarom?

“Vloeken is een ontploffing - hoor je dat in ontploffing dezelfde klinkers zitten als in onze meest rauwe vloek? Ik neem het mijzelf kwalijk als ik ontplof maar het gebeurt, en met het ouder worden gebeurt het vaker. Nu ik dun en poreus ben, komt er kennelijk van alles uit wat tot nu toe verborgen is gebleven. Veel teleurstelling over het leven. Veel haat ook.“

Wie haat u?

“Niemand persoonlijk. Het is een onpersoonlijke haat tegen het lot, tegen de wereld. Het is een klotewereld waarin we leven, met zoveel ellende die je verdrietig, machteloos en boos doet zijn. Onlangs, op straat, riep ik plotseling: 'Schoften!' Gelukkig was er geen voorbijganger die verbijsterd omkeek. Die ontploffing was tegen de wereld gericht en volstrekt onpersoonlijk bedoeld.“

Waarom roept u dan niet: 'Rotwereld?'

“Aangezien ik op zo'n moment het gevoel heb dat het lot of de wereld het op mij gemunt heeft, moet ik het lot zelf ook aanspreken alsof het een persoon is, personen zijn.

Met 'Schoften' krijgt het lot het gezicht van een collectieve vijand. Daar sta je tegenover als een enkeling tegenover een executiepeloton. Voordat ze op je aanleggen om je overhoop te schieten, weet je nog net uit te brengen: 'Schoften'. Dat is een haatexplosie.

Vervolgens vraag ik me af: had ik dan zoveel haat in mij, hield ik die altijd in bedwang en komt die nu eindelijk naar buiten? Laat ik een beetje oppassen mij niet aan de haat over te leveren.“

Hoe komen we nu van lot naar God?

“In de Nederlandse taal is dat geen grote sprong. 'Lot' en 'God' zijn maar al te vaak rijmwoorden geweest in slechte versjes.“

God loven zonder naam is liefde bedrijven zonder geliefde

“Op de theologische faculteit leer je vrij snel dat een naam bij ons over een adresboek, een paspoort gaat, maar dat in de antieke, archaïsche cultuur de naam het wezen bepaalt. Daarom moet je oppassen die naam te gebruiken.“

Je kunt al lovend oppassen, en de naam niet ijdel gebruiken.

“Wanneer ik zeg: 'God, ik loof u', is dat een vrij lege bewering. Ik houd niet van het woord 'God' vanwege de onbepaaldheid, de leegheid ervan. Het woord wordt ook meestal verkeerd gebruikt, als een persoonsvorm, een eigennaam. God als eigennaam ken ik nauwelijks. 'God' is een omtrek, een vorm waar ieder zijn eigen adem in blaast. Grammaticaal gesproken een soortnaam.

Al tientallen jaren probeer ik de talen te doorgronden waarin de bijbelverhalen zijn vervat: het Hebreeuws en een hebraïserend Grieks. In het Hebreeuws kom je vaak 'Elohim' tegen. Wat betekent Elohim? God, godin, goden, hogere macht - het woord kan zelfs op mensen worden toegepast. Ergens in de thora worden mensen met een hoge positie Elohim genoemd. Het is geen metafysisch begrip, het is meer een titulatuur. Er zijn nu eenmaal machten tegen wie je majesteit zegt: Uwe eerbiedwaardigheid.

Daar blijft het niet bij. De literatuur van het aloude testament - zodra we oude testament zeggen, zijn we aan het denigreren - is uiterst gedifferentieerd: spotprenten, liefdesgedichten, sprookjes, verhalen, zeer poëtisch. Maar al die teksten zijn toch op een of andere manier geredigeerd, waardoor de betekenis van sommige woorden verandert. Zo geeft de thora de majesteit uiteindelijk weer met JHWH.“

U schrijft de naam nu op, u spreekt hem niet uit.

“In de negentiende eeuw hebben Duitse geleerden gesteld dat we JHWH moeten uitspreken als Jhaweh. Onzin. Dat is geitentaal, geblaat. Misschien is er oorspronkelijk een notie van een stamgod geweest die ergens in de Sinaï huisde. Mocht dat zo zijn dan zou je in Jhawóeh het geloei van de wind in de spelonken van de woestijn kunnen horen. Nee, de uitspraak doet er niet toe, die ligt achter de schriftelijke traditie.

De rabbijnen hebben deze naam meestal vertaald met: 'Ik zal zijn die Ik zijn zal', of 'Ik zal er zijn zoals ik er zijn zal', of 'Ik ben er, maar je zult wel zien hoe' of 'Je kunt niet bevatten wie of hoe ik ben, je mag me zelfs niet uitspreken.' Dat idee. Soms denk ik dat JHWH een echo is van een ego. Preciezer: een echo van een niet gehoord maar begrepen of verondersteld ego van de andere kant.“

Dat is het aloude testament.

“Wat mij bezighoudt is dat in de Bijbel, als het er op aan komt, niet 'God' staat maar 'de God'. Dat bepalende lidwoord brengt een onderscheiding aan: binnen de soort die wij 'god' noemen, bestaan allerlei namen, naast die Ene - bijgoden, achterafgoden. In het Oude Testament zijn dat er tientallen, in het Nieuwe Testament zijn er twee overgebleven: Mammon en Ceasar. Heel raak: het geld en het geweld regeren de wereld. Die namen hebben dan weer allerlei bijnamen, FC Utrecht bijvoorbeeld. Hoor maar eens op de tribune hoe ze die naam loven.“

Die naam looft u niet?

“Er is ons ook één naam gegeven die de onvatbaarheid opheft, een mensennaam: Joshua, Messias.“

Kunt u God loven zonder die naam?

“Jawel, als we dat zeggen 'God loven' hebben we het over een sfeer van mysterie - nu oppassen, nog even en we belanden in wollige termen.

Ik werk aan een definitieve uitgave van mijn gedichten. Daarbij probeer ik te onderscheiden welke gedichten te veel op mij leunen en welke echt op hun eigen pootjes, hun eigen versvoeten kunnen staan. Bij die laatste groep zitten religieuze gedichten, gebedsgedichten, waarin ik met woorden tast binnen het mysterie. Ik zou bijna zeggen: achter de rug van Joshua om.“

Achter zijn rug om?

“Ja. Want in deze gedichten, je zou ze mystieke gedichten kunnen noemen, komt vaak het woord 'stilte' voor. Stilte, als naam voor dat mysterie, wat meteen impliceert dat je er verder niet herkenbaar in onze mensentaal over spreken kunt.

Ik hecht aan een uitspraak van de kerkvader Ignatius van Antiochië: 'logos apo sigès pro elthoon'. Dat betekent zoiets als: woord naar voren komend uit de stilte. Met dat 'woord' doelt Ignatius op het Woord dat Vlees is geworden, zoals we bij de evangelist Johannes lezen.

Voor Ignatius is 'sigè' een eerbiedige aanduiding van God. In zijn optiek is God niet hoorbaar, tenzij in het Woord dat van de stilte is uitgegaan. Achter dat Woord verdwaal je in de stilte. Theologisch betekent dit: buiten de Christus, de Messias, de Gezalfde verdwaal je in het Godschap, in 'god-überhaupt'.“

En de naam is de wandelstok die je helpt overeind te blijven.

“Dat vind ik te dienstbaar gezegd, een wandelstok. Eerder een gestalte tegenover mij. Een mensgestalte die aangeeft welke weg wij moeten gaan, en die deze weg zelf ook ten uiterste is gegaan.

Onlangs belde mijn uitgever me op: de vrouw van een vriend was overleden aan kanker. Dat raakte me, ik ben de laatste tijd intens met kanker bezig geweest. Die vriend had steun gehad aan lied 446 uit het 'Liedboek voor de kerken'. In zo'n ultieme situatie filosofeer je niet meer. Je zingt of je zwijgt. Of je vloekt.

Lied 446 is een tekst van John Newton: 'How sweet the Name of Jesus sounds'. Die vriend vroeg mij of ik dat lied wilde overschrijven, omdat ik het vertaald had en hij het graag aan de nabestaanden wilde sturen. Hoewel zo'n handschrift mij niet veel zegt, vond ik het een eerbiedwaardig verzoek. Ik begon het over te schrijven. John Newton was geen groot dichter, maar gaandeweg begon het lied me weer meer te zeggen. Vooral de laatste drie strofen - daarvan vraag ik me trouwens af of ik als dichter al vertalende niet op hol geslagen ben:

Zolang gij nog onzichtbaar zijt,

een zon diep in de nacht,

roep ik uw nadering reeds uit

omdat ik U verwacht.

O Jezus, hoe vertrouwd en goed

klinkt mij uw naam in 't oor,

als ik van alles scheiden moet

gaat nog die naam mij voor.

O naam, eeuwige ademtocht,

een sterveling ben ik,

als eens mijn eigen adem stokt

dan draagt mij uw muziek.

Deze naam is de menselijke vertaling van die Onuitsprekelijkheid. Dat heet dan incarnatie. Ik geloof daarin. Ik geloof niet zonder dat haast onverteerbare brok orthodoxie.

Terwijl ik de tekst van dat lied aan het overschrijven was, raakte ik ontroerd. En nu ik hem je voorlees gebeurt me dat weer. Vooral de paradox: 'een zon diep in de nacht'. Gevolgd door de zin: 'roep ik uw nadering reeds uit' - ja, wat is liturgie anders dan dat?

In de oudkatholieke eredienst wordt aan het einde van de mis de zegen gegeven. Daar hoort een formule bij: 'Ga nu heen in vrede, in de verwachting van de toekomst van onze Heer.' Mijn vrouw was zozeer op deze spreuk gesteld, dat ze hem bij haar uitvaart gezegd wilde hebben. Dat is ook gezegd, toen, op het kerkhof, in de stromende regen.

Wat er uit de verhalen van de Schrift naar boven komt en in die liturgie is vervat, in die woorden schuil ik.“

Bij rouw biedt Iets net zo veel troost als Niets.

“Toen mijn vrouw was overleden, nu ruim tien jaar geleden, kreeg ik veel post. Ik herinner mij twee tegengestelde brieven. Een van een rk priester, die ik ken en waardeer. Zijn brief nam een hoge vlucht, hij had het over geestelijke waarden en God zus en zo. Deed mij niets. Een voormalige buurvrouw schreef mij: 'Ik denk aan je vrouw, ze was lief, mooi en intelligent'. Dat troostte mij geweldig.

Als iemand rouwt om een geliefde, dan troost een herinnering, de beschrijving van een ervaring, een karakteristiek meer dan welke religieuze formulering ook.

Ik begrijp dat ik de stelling nu omzeil.“

Ik formuleer hem opnieuw: Bij rouw biedt Iets net zoveel troost als Niets, net zo veel troost als God.

“Ja. Maar. Alles wat wij God noemen, komt in menselijke vormen op ons af.

In zo'n troostende brief van de buurvrouw zie ik een spoor, een glans van de incarnatie.“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden