'Jezus saai? Hij was heel revolutionair'

Interview | Jezus een mythische figuur uit het Oude Egypte? De Vlaamse theoloog en antropoloog Johan Leman reageert op het omstreden boek van predikant Edward van der Kaaij.

Een God die mens wordt, die sterft, opstaat en geboren wordt uit een maagd. Gaat dit over Jezus? Nee, we hebben het over Osiris, God uit het oude Egypte. Uit dit verhaal is het christendom ontstaan. Althans, volgens de Nijkerkse predikant Edward van der Kaaij. Deze week werd bekend dat zijn preekverbod met nog eens drie maanden is verlengd. Vanwege zijn opvattingen werd hij drie maanden geleden op non-actief gezet. De onafhankelijke kerkelijke commissie die de zaak onderzoekt heeft meer tijd nodig.

Aanleiding voor alle ophef is het boek 'De ongemakkelijk waarheid van het christendom', waarin Van der Kaaij zijn overtuiging uiteen zet. De predikant uit de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) schuwt de provocatie niet: de christelijke leer van de dood en wederopstanding van Christus noemt hij historische 'malligheid' en 'toverij' rond 'die meneer uit Nazareth'. Jezus heeft nooit geleefd, concludeert hij. Het christelijke verhaal zou er pas later door de kerk bij verzonnen zijn, om het gewone volk aan te spreken en onder controle te houden.

In de week dat Van der Kaaij opnieuw in het nieuws is, kijkt de rooms-katholieke theoloog Johan Leman (1946) naar de kwestie. Leman, dominicaan en emeritus hoogleraar sociale en culturele antropologie aan de Katholieke Universiteit Leuven, heeft als theoloog en historisch-antropoloog verstand van tekst en mythevorming. Tot op heden publiceert hij over het onderwerp. In zijn vorig jaar verschenen 'Van totem tot verrezen Heer' speurt hij naar de mythische lagen in de Bijbel. Zo laat hij zien hoe de idee van de wederopstanding in de tweede eeuw voor Christus voet aan de grond kreeg in de joodse godsdienst.

Op verzoek van Trouw las Leman 'De ongemakkelijke waarheid van het christendom'. Hoe kijkt Leman vanuit België aan tegen de zaak Van der Kaaij? Waarin heeft de Nijkerker volgens hem gelijk en waar verdwijnt hij in de mist? En waarom is deze kwestie eigenlijk zo hoog opgelopen?

Wat is uw indruk?

"Van der Kaaij neemt aan dat er transhistorische archetypen bestaan, die omdat ze op elkaar lijken, overal en altijd dezelfde beleving bij mensen oproepen. Daarnaast leidt hij uit de overeenkomsten tussen het Jezus-verhaal en de oudere Osiris-mythe af dat het Egyptische verhaal er dus de bron van moet zijn geweest."

Dat klinkt toch niet onaannemelijk.

"Het probleem is: je kunt een associatie aantonen, maar is dat een bewijs? Misschien ligt de oorsprong wel elders, in een andere cultuur, die jij toevallig niet kent. Neem het beroemde Gilgamesj-epos uit Mesopotamië, met een held die voor twee derde god en één derde mens is. Daar kun je ook een link zien met de Christusfiguur. Toch is heel Mesopotamië merkwaardig afwezig bij Van der Kaaij, terwijl het van grote invloed is geweest op het ontstaan van de bijbel.

"Mijn tweede bedenking is dat de manieren om ons godsdienstig uit te drukken, beperkt zijn. Je komt al snel terecht bij uitzonderlijke natuurverschijnselen, een boom of een woestijn. Of bij familieverbanden. Als ik iemands nauwe band met het goddelijke wil verwoorden, is het niet zo verwonderlijk dat ik er een zoon of een dochter van maak, die op een exceptionele manier ter wereld gekomen is, bijvoorbeeld uit een maagdelijke moeder.

"Verder vind ik dat hij bijzonder kritisch is over de verworven academische kennis. Dat mag natuurlijk, dat is terecht. Want laten we eerlijk zijn, het gaat in de wetenschap altijd over waarschijnlijkheden. Ze bewijzen niet echt iets. Maar Van der Kaaij is daar uitzonderlijk kritisch in. Terwijl ik hem absoluut onkritisch vind als hij zijn eigen thesis onderbouwt. Je moet het maar aannemen. Dat is een belangrijk probleem met zijn boek."

Hoe ziet u als theoloog zijn afwijzing van de historische Jezus?

"Jezus is een historische persoon. Een belangrijke aanwijzing daarvoor is de vaderbeleving van Jezus, een religieuze ervaring die niet in de joodse traditie zit. Zowel de Bijbelboeken van Matteüs en Marcus als van Lucas benadrukken dat. Van der Kaaijs stelling dat Paulus nergens naar de historische Jezus verwijst, is onhoudbaar. Paulus noemt hem wel degelijk. Maar er zijn in Filippenzen inderdaad ook passages die Van der Kaaijs these ondersteunen en waar het lijkt dat Paulus een gnosticus zou zijn geweest. Dat is curieus, daar ben ik nog niet uit, daar ligt werk voor de toekomst. Van der Kaaij zet ertoe aan om Paulus nog eens goed te lezen. Overigens zie ik zelf ook invloeden van de mysteriegodsdiensten in het verhaal van Jezus bij Matteüs, Marcus en Lucas."

Waar dan?

"Bijvoorbeeld in het verhaal van het laatste avondmaal. Dat is geen joods Pesachmaal, daar komt geen schaap bij kijken. Men spreekt er over brood en wijn. Mijn these is dat men na het overlijden van Jezus vrij snel tot ritualisering is overgegaan, in samenkomsten met maaltijden om over zijn persoon na te denken en steun bij elkaar te vinden. Vanuit het besef dat Jezus leeft, dat hij op één of andere manier nog aanwezig is. Men knoopte daarbij aan bij de dionysische cultus, waarin je via brood en wijn in eenheid kwam met de godheid. Waarbij men zei: wat wij hier tot ons nemen, is niet Dionysus, maar Jezus. Antropologisch is dat heel mooi.

"Het punt evenwel waar ik bij Van der Kaaij het zwaarste over val, is dit. Hij zegt dat, als er dan een historische Jezus geweest is, dat die weinig interessant was. Terwijl Jezus zeer revolutionair was. Dat blijkt uit de dingen die je indertijd nooit zou vertellen als je iemand een hoge, goddelijke status wilde geven. Maar de evangelisten konden er niet omheen dat Jezus omging om met tollenaars, met sekswerkers, met het gewone volk. Dan kun je zeggen: dat had niet veel om het lijf. Maar dat had verdraaid veel om het lijf! Jezus gaf mensen zonder status een zekere status. Je mag dat niet onderschatten. Het zijn belangrijke figuren die erin slagen om mensen uit de onderste categorie in zichzelf te doen geloven. Dat Van der Kaaij dat niet wil zien! Je vindt zo'n iemand zomaar niet uit en daar kleef je zomaar geen Egyptisch paradigma op. Het grootste bewijs van de historische Jezus is dat iemand zonder status gezien werd als uitdrukking van het goddelijke."

Dan is de vraag: moet dat per se een historische figuur zijn?

"Ik denk dat dat moeilijk anders kan. Want anders is degene die dat verhaal in omloop gebracht heeft een genie. Ik zie dat niet zomaar uit het niets groeien. Komen we samen, eten we samen en worden we dan begeesterd door iemand die er niet was, door iemand die volgens Van der Kaaij vier keer nul is, door een nietszeggend iemand?'

Wat vindt u wel waardevol aan Van der Kaaijs boek?

"Inspirerend vind ik zijn kritiek op Nicea, waar in 325 tot het dogma van de heilige drie-eenheid werd besloten. Dat was een discussie onder Alexandrijnen, waar de wereldlijke macht tussengekomen is. Die discussie had men moeten openhouden. Want we zitten nu met scholastische kronkels die haast niemand verstaat."

U betoogt in 'Van totem tot verrezen Heer' ook dat een aantal verhalen uit de Bijbel nooit zo gebeurd kunnen zijn: Jezus' intocht in Jeruzalem, zijn proces, de opstanding met Pasen. Hoe waren de reacties?

"Ik heb de indruk dat er in Vlaanderen een vraag is om in de kerken eindelijk eens zakelijk over deze dingen te spreken. Het zijn echt niet alleen maar progressieven die naar mijn lezingen komen, maar ik word niet uitgefloten. Aan Van der Kaaij valt mij op dat hij onnodig provoceert. Hij last van die zinnetjes in waarmee hij zijn tegenstrevers belachelijk maakt; om de tien bladzijden staat wel een sneer naar wie het niet ziet zoals hij. Mij deert dat niet, maar ik kan erin komen dat een gelovige die in de liturgie bevestiging zoekt zich persoonlijk aangevallen voelt. Misschien wordt dat in Nederland beter aanvaard, maar ik vind het onnodig schamper. Ik zou mijn tegenstrevers nooit zo aanpakken, zelfs niet in een panelgesprek.'

"En die wonderen? Dat is Jezus' vergoddelijking niet geweest. Die zit in de totale omkering van de waarden, waardoor het kleine groot wordt en het grote niet groter dan het kleine. Dat heeft mensen gemobiliseerd. Mij ook, ja. Is dat dom? Nee, ik vind van niet. Ik zeg: dóé het gewoon. Laat Jezus gewoon Jezus zijn, een inspiratiebron, het gezicht van God. Daar heb ik geen Egypte voor nodig."

Johan Leman: 'Laat Jezus gewoon Jezus zijn, een inspiratiebron, het gezicht van God.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden