Jezus in de polder

Conservatoren van Boijmans van Beuningen peuterden overal ter wereld vroeg-Hollandse meesters los. Hun moeite loont.

Een Maria die een en al liefde naar haar Kind uitstraalt, een van bloed druipende Christus op weg naar zijn kruisiging en de kruisafname, het zijn drie van de populairste onderwerpen in de tentoonstelling ’Vroege Hollanders’ over laat-Middeleeuwse schilderkunst in het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen.

De Middeleeuwen zijn bij het publiek zeer geliefd, maar voor een museum is het een hele toer om daar het beeldmateriaal bij te hangen. Bovendien wil Boijmans een wetenschappelijke meerwaarde aan zijn presentaties toevoegen. Dat pakt in dit geval wonderwel uit: ’Vroege Hollanders’ is een voor elke categorie bezoekers ontroerend mooie tentoonstelling.

De Vlaamse primitieven krijgen een bovenmatige waardering vergeleken met de schilders uit het noordelijker Holland. Deels is dat terecht. Memlinc, Van der Weyden, Bouts, Van der Goes en de gebroeders Van Eyck, sinds mensenheugenis te bezichtigen in Gent, Brugge en Brussel, zijn reuzen die ook op Europees niveau recht overeind blijven staan. Voor de Hollandse schilders geldt het aloude gezegde ’onbekend maakt onbemind’.

Voor een museum is het vrijwel onmogelijk om een duidelijk beeld van die vroege Hollanders te geven. Natuurlijk, musea in binnen- en buitenland hebben genoeg werken in huis om een mooi overzicht samen te stellen. Maar wie wil nu graag zijn kwetsbare panelen uitlenen, met alle kans op schade veroorzakende temperatuurswisselingen of ander ongemak?

Het is daarom een klein wonder dat Museum Boijmans Van Beuningen een overzicht van vroege Hollandse schilderkunst kan geven met zestig schilderijen. Het Rotterdamse museum heeft zelf een representatieve collectie en de beoogde samenwerking met het Rijksmuseum verloopt niet stroef. Maar in het lijstje bruikleengevers vallen vooral de namen van buitenlandse musea op. Zoals het Louvre in Parijs, de Uffizi in Florence, het Metropolitan Museum of Art in New York en de National Gallery in Londen. Het zijn musea die echt niet staan te trappelen om bruiklenen beschikbaar te stellen. Boijmans moet over conservatoren beschikken die geruisloze diplomatie kunnen bedrijven.

De catalogus spreekt daar niet over. Daarin gaat alle aandacht uit naar recent verworven inzichten. Het is precies een halve eeuw geleden dat voor de laatste keer een overzicht van middeleeuwse kunst uit Holland te zien was (’Middeleeuwse kunst der Noordelijke Nederlanden’, in 1958 in het Rijksmuseum). Zo kan nu ook een duidelijke relatie worden gelegd tussen het kunstzinnige klimaat in Hollandse steden als Gouda, Haarlem, Amsterdam en Dordrecht en de economische ontwikkelingen in die plaatsen. Het begrip ’stad’ had in die tijd een heel andere betekenis dan tegenwoordig. De laat-middeleeuwse stad in het gewest Holland had zelden meer dan 11 tot 12.000 inwoners die nog onder feodale omstandigheden leefden.

Net als in de Zuidelijke Nederlanden was de schilderkunst in Holland – het graafschap Holland was in de vijftiende eeuw aan het Bourgondische rijk gelieerd, maar behield de grenzen die Noord- en Zuid-Holland nog altijd hebben – een vorm van kunst die alleen kon gedijen in een verstedelijkte omgeving. Kunstenaars zijn tot ver in de achttiende eeuw afhankelijk geweest van opdrachtgevers, de vrije markt of een mix van beide. Tot in de zestiende eeuw – het eindpunt van de expositie in Boijmans wordt gelegd bij de opkomst van de Renaissance die rond 1520 in de Nederlanden zichtbaar werd – waren kerk en adelstand de enige opdrachtgevers. De laatste groep was er alleen op uit zichzelf te laten vereeuwigen. Een schilderij waarin hun bezit was te zien, was in de gotiek eenvoudig ondenkbaar. Waren ze mecenas, dan lieten ze zich hooguit afbeelden in de marge van een altaarschilderij.

De meeste opdrachten kwamen van de kerk, in het bijzonder van de kloosterordes. De kloosters wilden maar al te graag hun kerkelijke ruimten met religieus getinte voorstellingen opsieren. In zowat elke stadswijk van de grotere steden werden nieuwe orden opgericht die in hun eigen kerken en kapellen op een vast bezoek van gelovigen konden rekenen. Hen wachtte een meer dan overtuigend bijbels verhaal dat down to earth werd uitgebeeld.

De middeleeuwse schilders hadden een adequaat realisme ontwikkeld, dat weliswaar wat het perspectief betreft nog niet op hoog niveau stond, maar dat de de meeste parochieleden in vervoering zal hebben gebracht. Het bracht ze geen roem. De middeleeuwse schilder raakte, ook al omdat hij zijn werk niet signeerde, na zijn dood snel in anonimiteit verzeild. Weinige schilders zijn met hun naam bekend geworden; Geertgen tot Sint Jans, Albert Ouwater, Lucas van Leyden, Jacob van Oostsanen en Jan Mostaert zijn uitzonderingen. Aan andere schilders worden noodnamen gegeven als ’Meester van ...’ waarna het belangrijkste werk van hun ontdekking volgt.

Inhoudelijk legde de middeleeuwse schilder de nadruk op de verkondiging van het evangelie. Dat komt tot uitdrukking in een vracht aan kruisigingen, opwekkingen en vluchtende families. Hij was een echte verhalenverteller, het ging hem (vrouwelijke schilders zijn onbekend) nog niet om het mooie landschap, de fraaie kerkarchitectuur of een heerlijk ogend bloemstilleven. Al die elementen komen wel te samen in de met tientallen personages bevolkte scenes.

Het landschap moet ter hoogte van Jeruzalem worden gedacht, maar is het weideland in de driehoek Leiden-Gouda-Amsterdam, de witte lelie verwijst naar de maagdelijkheid van de Moeder Gods, en met het vuur wordt de eeuwig brandende liefde voor de Heer gesymboliseerd, ook al zijn dat elementen die in een verhalende trant worden ingebracht. Al die specialismen, die anderhalve eeuw later in de zo beroemd geworden Gouden Eeuw op een zelfstandig niveau worden bedreven, zijn in de laat-Middeleeuwse schilderkunst in de kiem aanwezig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden