'Jezus Christus was ook een vriend van hoeren en tollenaars' 'Ik denk dat je best met Paul de Leeuw kunt praten...' '...maar niet over zijn seksuele voorkeur'

Carry Tefsen kreeg na een gesprek met hem spontaan behoefte aan boeken over het geloof en Jan Lenferink schijnt zijn programma het beste te vinden dat er momenteel op tv is. EO's Henk Binnendijk voelt de hoogmoed opkomen, maar weet dat werken in het koninkrijk Gods iets is van vrezen en beven, en niet van schittering van woorden.

Evangelist Henk Binnendijk ('Ik ben Nederlands-hervormd opgevoed en zo hoop ik ook te sterven, maar het ware geloof heb ik buiten de kerk gevonden') is met zijn tv-programma Fifty-Fifty, waarin hij wekelijks voor de EO met bekende Nederlanders over 'geluk, geloof en gevoel' praat, in vrij korte tijd zelf tot prominent vaderlander gepromoveerd.

Op straat wordt hij door wildvreemde mensen aangesproken, briefschrijvers leggen hem hun intiemste prive-problemen voor, bladen als HP/De Tijd, die men moeilijk van veel genegenheid voor de EO kan betichten, zijn bij hem aan de deur geweest, en hij wordt gevraagd voor profane talkshows.

Binnendijk kijkt er met gemengde gevoelens tegenaan: “Aan de ene kant ben ik natuurlijk blij met het succes, vind ik het leuk om bekend te zijn. Maar aan de andere kant voel ik, die normaal nooit buiten zijn schoenen loopt, een zekere hoogmoed bij mezelf opkomen. En dat kan niet. Als christen leef ik uit een stuk genade. Wat ik ben, ben ik door God. Dan mag je niet denken: wat doe ik het goed. Ik vind daarom dat ik tegenover Hem schuld moet belijden.”

Zittend in de kantine van het, in een voormalig seminarie gehuisvest, hoofdkwartier van de Evangelische Omroep aan de Oude Amersfoortseweg in Hilversum vertelt Henk Binnendijk (59) dat hij nog steeds opziet tegen het presenteren van Fifty-Fifty. Gevraagd naar de reden zegt hij: “Van nature ben ik een onzeker mens; dat was als kind al zo en is nooit helemaal overgegaan. Daarnaast leef ik met het besef dat, om Paulus te citeren, werken in het koninkrijk Gods iets is van vrezen en beven, niet van schittering van woorden. Ik sta in grote afhankelijkheid. Dat betekent dat er steeds spanning is, altijd een opzien tegen, altijd. Dat straal ik volgens sommigen ook uit op tv. Het zij zo.”

Fifty-Fifty scoort behoorlijk hoog qua waarderingscijfers: gemiddeld 7,3. (Binnendijk: 'Naar verluid zei Jan Lenferink onlangs: ik vind Henk z'n programma het beste dat er momenteel op tv is. Dat zijn leuke geluiden') En ondanks het late uur van uitzenden, na elven, kijken er wekelijks een kleine driehonderdduizend mensen naar, met als uitschieters vijfhonderddduizend (gesprek met Henny Huisman) en bijna twee miljoen (herhaling met Ruud Gullit). Een opvallend hoog percentage van de kijkers behoort niet tot de EO-aanhang, maar is rand- of zelfs buitenkerkelijk.

Binnendijk ziet zijn gasten pas als de camera's beginnen te lopen. “Dat maakt het voor beide partijen verrassend en komt de spontaniteit van het programma ten goede.” Zijn gesprekspartners weten overigens van tevoren dat ook God ter sprake komt en dat er gevraagd wordt naar de eigen geloofsopvattingen. Binnendijk: “Er is op dat punt een gevoelsmatige grens die ik met mijn vragen niet mag overschrijden, omdat je anders drammerig wordt. Bij de een bereik je die grens sneller dan bij de ander, dat is een kwestie van telkens voorzichtig aftasten. Volgens een deel van de kijkers ben ik te terughoudend, naar de mening van anderen ga ik juist veel te ver. Dat hou je altijd.”

Maak je het mee dat men weigert in je programma te komen?

“Ja. Ook mensen die ons in principe goed gezind zijn.”

Noem eens een voorbeeld?

“Wiegel. Die zei: 'Ik wil met jullie over alles praten, maar niet over mijn prive-leven. Ik ga mijn innerlijke roerselen niet voor de camera prijsgeven.' Ciska Dresselhuis van Opzij is nog zo'n voorbeeld. Dat moet je respecteren.”

Ben je volledig vrij in het kiezen van je gasten?

“De keuzes die we met ons team maken worden voorgelegd aan de programmaleiding van de EO. Dan komt het wel eens voor dat men zegt: Neem die of die nou maar niet.”

Welke overwegingen spelen daarbij een rol?

“Als van iemand echt bekend is dat hij voorop loopt in datgene wat wij zonde noemen en zich er ook niet voor schaamt, dan kan ik me heel goed voorstellen dat de top zegt: 'Nee, niet doen'. Omdat je anders kijkers kwetst.”

Paul de Leeuw zal dus niet zo gauw voor Fifty-Fifty worden gevraagd?

“Hij heeft mij uitgenodigd in zijn programma te komen. Ik ken hem niet, heb dat programma nooit gezien. Maar als ik van mensen hoor hoe hij zijn gasten benadert dan vermoed ik dat hij ook in mijn geval geen andere bedoeling had dan mij zo snel mogelijk onderuit te halen en belachelijk te maken. Om je daarvoor bewust aan te bieden... Nou, nee.”

(Een paar dagen na het gesprek voert De Leeuw in de figuur van Bob de Rooy een fictief Fifty-Fifty-gesprek met Binnendijk dat inderdaad niet veel heel laat van de EO-presentator en diens programma.)

Maar andersom?

“Daarvoor ken ik hem eigenlijk te weinig, zou ik ook eerst eens een paar van zijn programma's moeten zien. Dan kan je ook afspraken maken in de trant van: Let een beetje op je woordgebruik, maak het niet te bont.”

Hij is een notoire homo.

(Korte aarzeling) “Ik heb de laatste jaren nogal wat contacten met homofiele mensen. Ik luister veel naar hen, Maar in een aantal opzichten kom ik er, met de Bijbel in de hand, niet uit. Ik ben daarom nog niet zover dat ik over dat onderwerp op tv een gesprek zou moeten voeren.”

Dus geen Paul de Leeuw?

“Och, ik denk dat je met hem heel goed zou kunnen praten zonder het over homoseksualiteit te hebben.”

Dat lijkt me in zijn geval stug. Trouwens, je kunt toch niet van iemand verlangen dat hij over zijn innigste roerselen praat, maar een essentieel deel van z'n persoon buiten beschouwing laat?

“Als het per se ook over zijn homoseksualiteit zou moeten gaan, dan zou ik dat nu niet doen. Daarvoor zit ik, zoals gezegd, nog met te veel vragen.”

Hoe verklaar je het dat het tegenwoordig in het circuit van prominente Nederlanders, dat jarenlang de EO met de nek aankeek, bon ton is om in jouw programma te komen? Want je krijgt ze allemaal voor de camera: van Tineke de Nooy tot en met professor Smalhout.

“Het is, denk ik, een wisselwerking. Iemand als Rob de Nijs riep vijf jaar geleden dat hij nimmer in een EO-programma wilde komen. Nu ging hij vrij snel akkoord. Toen ik hem in de uitzending vroeg naar de reden van zijn omslag zei hij: 'Er is bij mij en bij de EO iets veranderd'. Daar zit een kern van waarheid in. Onder invloed van de ontwikkelingen in medialand (veel meer netten, dus meer concurrentie) en in het kijkgedrag (mensen zappen van het ene kanaal naar het andere) zijn wij als EO veel dichter naar het publiek toegeschoven. Wij willen immers onze boodschap in zoveel mogelijk huiskamers zien te krijgen. Vroeger, met maar twee netten, kon je rustig een drie kwartier durende bijbelstudie op de buis brengen. Nu moeten we de boodschap van het Evangelie anders verpakken.”

En dus gaan jullie, net als bijna alle andere oproepen, op de gemakkelijke toer: bekende Nederlanders opdissen.

“Waarom zou het verkeerd zijn om met bekende Nederlanders te werken? Die trekken veel kijkers. En als er bij Henny Huisman iets loskomt, zoals bij Fifty-Fifty gebeurde, zijn er een heleboel mensen die hetzelfde overkomt. Er is echter een duidelijke maar: als je als christelijke omroep dichter bij de mensen wilt komen, dien je tevens dichter naar God toe te schuiven. Qua gebedsleven, qua toewijding. Zoals ook de Heer Jezus zich in zijn leven enerzijds heel dicht bij de mensen ophield, een vriend was van hoeren en tollenaars, maar anderzijds ook steeds dicht bij Zijn Hemelse Vader leefde. Dat spanningsveld maakt het voor de EO moeilijker, maar ook boeiender dan enkele jaren terug. Enerzijds willen wij onze christelijke boodschap in vormen gieten die zoveel mogelijk mensen aanspreken, maar anderzijds mag onze identiteit daardoor niet verwateren.”

Waarom zou ik, als kijker, willen weten wat de diepere zieleroerselen van De Zangeres zonder Naam of Lee Towers zijn? Wat interesseert me dat eigenlijk?

“Dat is jouw persoonlijke opstelling, en jij bent bepaald niet de enige die zo denkt. Er zijn echter ook veel mensen die er anders tegenaan kijken. Niet voor niets leven we in een tijd waarin het emotionele hoogtij viert. Daarom laten tv-programma's die hierbij aansluiten hoge kijkcijfers zien. Wij als EO hebben trouwens altijd al gevonden dat het hart het meest wezenlijke element van elk mens is.”

Er speelt toch ook een Storyachtige nieuwsgierigheid mee? Het enige dat mensen van hun idool nog niet weten is of hij/zij in God gelooft. En bij jou horen ze dat.

“Ik denk dat er heel wat meer achter steekt. Neem nou een Carry Tefsen. De mensen kennen haar hoofdzakelijk uit haar rol als de wat rauwe volksvrouw Mien Dobbelsteen. En het is best boeiend met elkaar te ontdekken dat de echte Carry Tefsen heel wat meer voorstelt. Dat ze over de diepere dingen van het leven nadenkt, zich serieus bezighoudt met zingevingsvragen en daar op tv over wil praten. Het opent ook voor christenen de ogen. Wij zijn al snel geneigd te denken dat we de enigen zijn die zich om deze zaken bekommeren. Dat de niet-christenen uitsluitend in materiele dingen geinteresseerd zijn. Wat natuurlijk niet zo is. Ieder mens denkt na over leven, dood en lijden. Een programma als Fifty-Fifty helpt gelovigen bewust te worden van het gevaar dat je ten onrechte etiketten plakt op degenen die niet elke zondag naar een kerk gaan. Het doet de vraag rijzen: dienen we ons niet meer in te spannen om ook dit soort mensen te begrijpen en te bereiken? Wij, christenen, moeten ons niet in de ivoren torens van onze kerken opsluiten, maar de wereld in trekken. De Heer Jezus zat ook niet de hele dag in de synagoge. Integendeel.”

Je wilt van bekende Nederlanders hun onbekende kant tonen?

“Precies. Zo hebben veel jongelui in hun branie-achtige leeftijd voor zichzelf vastgesteld dat God niet bestaat. Dan horen ze Ruud Gullit in ons programma over God praten: dat hij ermee bezig is, de Bijbel leest en erover nadenkt. Ik denk dat dit opstapjes zijn voor jongeren. Dat is ook de algemene doelstelling van Fifty-Fifty: iets losslaan, bereiken dat mensen over het geloof gaan praten. Met name degenen voor wie het geloof wat heeft afgedaan.

Ik hoop dat ons programma een schakeltje kan zijn in een lang proces waardoor mensen als eindstadium God (terug)vinden. Daarnaast kan het ook best wat doen voor de mensen met wie ik in het programma praat. De zangeres Marie-Cecile Moerdijk heeft me geschreven dat ze graag verder wil praten over het geloof. En Jules de Corte ook. Carry Tefsen is na afloop van het programma langs geweest bij het produktiebureau voor boeken over geloofszaken. Henny Huisman zei: 'Ik moet toch eens wat meer naar je programma's kijken'. Het maakt bij mijn gesprekspartners kennelijk wat los. Net als bij mij, overigens. Ik leer er veel van.''

Zijn 45 minuten niet erg kort om over zoiets fundamenteels als geloof te praten?

“De kijker is een ongeduldig wezen, zeker als het over dit soort zaken gaat. Hij zapt snel verder. Trouwens, de preek in de kerk mag tegenwoordig ook niet te lang duren, anders haken mensen af. Dat kan je betreuren, maar het is nu eenmaal een feit waarmee je rekening moet houden.”

Fifty-Fifty suggereert een gelijk oversteken. Maar in tegenstelling tot jouw gasten die soms hun diepste 'zelf' blootleggen, verschuil jij je vaak achter bijbelteksten.

“Ik voel dat aan en ben het ten dele ook wel met je eens. Televisie is echter een onbarmhartig medium en ik worstel in het licht van dat gegeven regelmatig met de vraag: in hoeverre moet je dingen van je innerlijk leven etaleren? Enerzijds wil ik niet verzwijgen dat ook ik een zondaar ben, maar ik voel me anderzijds evenmin geroepen om ten aanschouwe van het hele Nederlandse volk mijn vuile was buiten te hangen. In dat spanningsveld zit ik. Dat dit bovengenoemde reactie oproept kan ik wel begrijpen. Het is echter van mijn kant geen vorm van oneerlijkheid, althans zo beleef ik het niet, maar het heeft te maken met de wens mezelf, mijn gezin, m'n familie te beschermen.”

Aan het slot zegt hij: “Ik adviseer jonge mensen die alleen wonen, zonder sociale controle, soms: 'Doe dat tv-toestel eens een jaar de deur uit'.” Naar het 'waarom' gevraagd: “Televisie kan gevaarlijk zijn, hoor.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden