Jezelf vinden in het pop-upklooster

Studenten lopen dagelijks een labyrinth, want door de herhaling van de beweging kom je tot inkeer.Beeld Koen Verheijden

Leven als een kloosterling met je voeten in het gras. Studenten uit Arnhem en Wageningen probeerden het afgelopen week uit in een pop-upklooster. Het doel: rust vinden en tot zelfkennis komen. 'Ik heb een enorm turbulent leven.'

Naran Adema (19) schuurt zijn knielbankje splintervrij. Als de kerkklokken luiden, staat hij op. Net als de andere studenten uit Arnhem en Wageningen die voor hun tenten in het gras zitten. Ze leggen hun werk neer en slenteren richting het kerkgebouw. Binnen, waar de kaarsen branden, draagt studentenpastor Didi de Mildt een gedicht voor. Ik ben op weg gegaan / om te ontdekken wie ik ben / geweest ben / worden zal.

Op de stenen kerkvloer is met tape een labyrinth gemaakt. De studenten staan op en lopen binnen de lijnen. 'The River is flowing, flowing and growing', zingen ze. Meerstemmig. Geklets van blote voeten klinkt. Geritsel van kleding. 'Mother Earh is calling me, her child I'll always be'. De kaarsen flikkeren. De voeten bewegen sneller. 'The River is flowing, back to the sea'.

De studenten - het zijn er zo'n vijftien - staan stil. Ze halen bewust adem. Bij de uitgang van de kerk slingert een vel papier. 'In de massa verdwijn je, in een labyrinth vind je jezelf' staat erop.

De studenten uit Arnhem en omstreken leefden afgelopen week als een monnik of non volgens de benedictijner regel. Het doel: rust vinden. En zichzelf. Samen vormen ze een pop-upklooster, met hun tenten opgetuigd rond de kerk van Schaarsbergen. Waarom zouden we nog naar een klooster gaan, als we er zélf een kunnen vormen, was de gedachte van initiatiefnemer Didi de Mildt.

Zwijgen
Daarom appen, zuipen of vrijen de studenten een week lang niet. In plaats daarvan hakken ze hout en rooien ze bieten. Ze lopen dagelijks een labyrinth, want door de herhaling van de beweging kom je tot inkeer, geloven ze.

Ze zingen liederen over Moeder Aarde, over God of de eeuwige, over Maria, het licht - maakt allemaal niet uit. Maar nog het meest van de tijd zwijgen ze. Om de stem te horen / en alleen te zijn, volgens het gedicht.

Behalve tijdens de kapittelvergadering - dan moet er gepraat worden. De Mildt kijkt de kring rond. "De maatschappij eist steeds meer van jullie. Jullie hollen jezelf voorbij. Daarom zijn jullie hier, denk ik?" De studenten hummen instemmend. "Om tot jezelf te komen is het ritme van de benedictijnse beweging bruikbaar. Het werken, bidden, lezen op vaste tijden - bezigheden waarmee je begint en weer stopt. Alsof je in- en uitademt."

Ted Maters (24) neemt het woord. "Ik vind het zo lastig om ritme aan te brengen in mijn leven. Er wordt constant aan me getrokken. Niets heeft nog een vaste tijd. Zelfs colleges niet." "Wat brengt het ritme hier je precies?", vraagt Stacey Krom (20) hem. "Rust", antwoordt Maters. "Dat zou ik ook wel willen", zegt Krom (20). "Is handig als ik een deadline heb."

Facebook
"Dit kloosterkamp is een infuus waar we even aanliggen met elkaar", zegt Wieneke Groot, mede-initiatiefnemer. Ze grinnikt. "Het mooie aan een pop-upklooster is dat je het zó weer kunt beginnen. Het hoeft nooit te stoppen. Wat we hier leren, nemen we mee ons leven in." "Maar de gemeenschap, hoe neem ik die mee?", vraagt Anika Meiche (25). "Facebook!", roept Krom direct.

De Mildt heeft kartonnen borden met citaten erop over het terrein verspreid. Voor een zieltogende plant staat een quote van Gerard Reve, uit zijn boek 'De Avonden'. "Ik leef, fluisterde hij. Ik adem en ik beweeg, dus ik leef. Wat kan er nog gebeuren? Er kunnen rampen komen, pijnen, verschrikkingen. Maar ik leef. Ik kan opgesloten zijn, door gruwelijke ziekten worden bezocht. Maar steeds adem ik, en beweeg ik. En ik leef." Eronder staat een vraag, in zwarte blokletters: WAAR LEEF JIJ VOOR?

Naran Adema - de jongen van het splinterloze knielbankje - hoeft niet lang na te denken. "Voor mezelf. Ik moet er zelf iets van maken op deze aarde. Nou, dat lukt me niet altijd." De littekens van automutilatie zitten op zijn arm. "Wie daarin slaagt - gewoon ademen en leven en dingen in balans hebben - die is gelukkig, denk ik." Slaagt hij daarin? Hij schudt zijn hoofd. "Ik probeer het. Maar ik heb een heel turbulent leven."

Zelfontplooiing
Esmee Brokmann (23) - tatoeages, lange blonde staart - komt aanwaaien. Ze leest de vraag en zegt gelijk: "Om te werken. Ik kan wel een mooi filosofisch antwoord verzinnen, maar uiteindelijk zet ik mijn wekker omdat ik naar werk of college moet." Danja Schepers (22), die naast haar staat: "We hadden moeten zeggen dat we voor elkaar leven".

Brokmann: "Ja, maar uiteindelijk leef ik voor mijn zelfontplooiing. Als ik mezelf ontwikkeld heb, kan ik pas echt iets voor een ander betekenen."

Schepers: "Maar Reve zegt dat we gewoon moeten ademen. Dat is 'zijn' in plaats van 'moeten'. We leggen onszelf heel veel druk op."

Brokmann: "Ik moet achten halen van mezelf. Toch leer ik hier dat het eigenlijk niet uitmaakt. De mensen om me heen drinken veel alcohol. Ze zijn van de party party. Als je dat niet bent, val je er gauw buiten. Ze zeggen dat ik gek ben dat ik naar kloosterkamp ga. Maar hier kan ik tenminste gewoon mezelf zijn."

Gat in de markt
Terwijl de studenten filosoferen, drinkt studentenpastor Didi de Mildt een kop kruidenthee onder een wit tentdoek. Ze werkt als geestelijk verzorger voor het oecumenische Arnhem Student Point en bedacht het pop-upklooster omdat ze zich herinnert hoezeer ze zelf worstelde in haar studententijd.

Daarbij, denkt ze, is het een gat in de markt. Tieners gaan op kamp, dertigers maken een voettocht, maar waar moeten twintigers zin zoeken? "Studenten tuimelen een wereld in met mensen die het omgekeerde denken. Zie dan maar eens je weg te vinden, je raakt de weg meestal kwijt. Op de universiteit wordt ook nog eens veel van je gevraagd. Je hebt amper tijd over om jezelf te worden."

Maar is 'jezelf worden' als twintiger dan ook al een moeten geworden? De Mildt schudt haar hoofd. "Natuurlijk is het vormen van een identiteit een onaf proces. Toch ontwikkel je in je studententijd een aanleg voor wie je later wordt. Je leert jezelf voorzichtig in de wereld te plaatsen."

Niets forceren
De kerkklokken luiden weer, zoals de benedictijner orde voorschrijft. Op de kerkvloer liggen fleecekleden in alle kleuren. De studenten dragen hun versierde knielbank de kerk in. Het geluid van de klokken vervaagt, de twintigers sluiten hun ogen, knielen om te mediteren.

"Ga met je aandacht naar je adem", zegt De Mildt. Haar stem klinkt helder. "Je hoeft er niet voor te werken. Je hoeft niets te forceren. Laat de adem komen. Hij is er al. Houd je aandacht bij het geschenk van de adem. Weet dat het een cadeau is dat aan je gegeven wordt."

De studenten ontspannen zichtbaar. Hun monden hangen halfopen. Ze ademen, meer niet. Dus ze leven, in de filosofie van Reve. Het slot van het gedicht dat die middag in de kerk werd voorgelezen, lijkt op te gaan. Ik ben op weg gegaan / om te ontdekken wie ik ben / weg in mijzelf / ben ik eindelijk aangekomen.

Hoe Benedictus tot managementgoeroe promoveerde

Het gewone leven ritualiseren. Dat is de kern van de kloosterregel die Benedictus van Nursia (480-547) voor zijn monniken schreef en die sindsdien over heel de wereld in kloosters wordt nageleefd. De dagindeling van de Benedictijnen bestaat uit bidden en werken (ora et labora), lezen en zingen op vaste tijden. De kloostergeloften stabilitas, conversio morum en obedienta (bestendigheid, dagelijkse verbetering en aandachtig luisteren) vormen het hart van de orde.

De afgelopen vijftien jaar is Benedictus van kloostervader gepromoveerd tot managementgoeroe, vertelt Thomas Quartier, die monastieke studies doceert in Leuven en Nijmegen. "Nadat kloosters vijftien jaar geleden hun poorten openstelden, verschenen er handen vol boeken. In Nederland hebben filosoof Wil Derkse en de Duitse Anselm Grün Benedictus' regel nieuw leven ingeblazen door hem toe te passen op het nu."

Sindsdien is Benedictus zelfs populair in de managementhoek. Een voorbeeld is het boek 'Een volle agenda, maar nooit druk' van Louise Vergulst. Haar 'Benedictijns timemanagement' hekelt efficiëntie en draait om tijd maken om mens te zijn.

Quartier is sceptisch over het feit dat Benedictus overal met de haren wordt bijgesleept. "Benedictijnse spiritualiteit is geen trucje. Het blijft spiritualiteit." Quartier, die zelf lid is van de benedictijnse Willibrordsabdij, bracht dit jaar nog een boek uit over Benedictus' plaats in de hedendaagse monastieke spiritualiteit, getiteld 'Anders leven'.

Het huidige succes van de kloostervader heeft volgens Quartier twee oorzaken. Benedictus zegt nergens dat je precies moet weten wie God is. "Hij gaat uit van de zoekende mens en dat spreekt moderne zinzoekers aan." Daarbij strijkt het Benedictijnse ritme tegen de haren van de hedendaagse, flexibele mens in. "Benedictus trekt je uit je alledaagse mechanismen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden