’Jeugdzorg is onnodig duur’

De scheiding tussen verantwoordelijkheden maakt de jeugdzorg onnodig ingewikkeld, duur en traag. (Trouw) Beeld
De scheiding tussen verantwoordelijkheden maakt de jeugdzorg onnodig ingewikkeld, duur en traag. (Trouw)

CNV-voorzitter René Paas stapte als buitenstaander in de wereld van de jeugdzorg en schrok zich rot. „De jeugdzorg is voor iemand als ik nauwelijks te snappen.” Toch hakte Paas zich een weg door het oerwoud van de jeugdzorg. Vandaag biedt hij zijn rapport aan VNG-voorzitter Annemarie Jorritsma aan.

Cees van der Laan

René Paas had de verhalen van deskundigen en politici gehoord over de jeugdzorg. Toen hij aan zijn onderzoek begon voelde hij zich als een kind met koudwatervrees. „Nou, dat viel voor een buitenstaander als ik inderdaad niet mee. Dat was schrikken. Ik moest wel even naar adem happen.”

Wat was uw eerste indruk?

„De jeugdzorg kun je nog het beste vergelijken met een bord spaghetti, een warboel aan regelingen, doorverwijzingen, indicatiestellingen, voorzieningen, instellingen en bestuurslagen. Met de beste bedoelingen overigens, maar het kost de hulpverlener de grootst mogelijke moeite hulp te bieden en het kost de hulpvrager de grootst mogelijke moeite om hulp te krijgen. Het is een oerwoud. Desondanks is het een wonder dat er nog zoveel hulp wordt geboden. Hulpverleners zijn er ook terecht trots op. Maar als je doorvraagt is dat niet dankzij maar ondanks het systeem.

„Wat mij opviel was de toevalligheid van de hulp die een kind krijgt geboden. Het maakt nogal uit of je tegen een agent aanloopt en doorverwezen wordt naar gedwongen zorg, of dat je via de huisarts wordt doorverwezen naar de jeugd GGZ of via de school of het consultatiebureau naar een lichte vorm van zorg. Het zijn drie gescheiden trajecten, terwijl de problematiek van het kind dezelfde oorzaak kan hebben. Een ander voorbeeld: geweld in een gezin. Bij een mishandeling van een volwassene is het gemeentelijk steunpunt voor huiselijk geweld aan zet, bij mishandeling van een kind komt het meldpunt kindermishandeling in beeld, dat is provinciaal georganiseerd.”

De jeugdzorg duizelt van alle rapporten die er over het functioneren van de sector en alle instellingen worden opgesteld. Waarom komt u ook nog eens met een rapport?

Glimlachend: „In de twee, drie maanden dat wij met ons onderzoek bezig zijn geweest, zijn er nog eens drie rapporten verschenen. De sector valt om van de rapporten. Ik moest een zekere schroom overwinnen om nog eentje bij te doen. Toch hebben wij het gedaan, omdat wij denken goede argumenten te hebben voor noodzakelijke veranderingen.

„Veranderingen zijn echt nodig. Een voorbeeld: ik hoorde van een kind dat het advies via de school kreeg voor een korte time out-oplossing. Toen de indicatiestelling hiervoor eindelijk gereed was, was die hele time out-voorziening niet meer nodig. En zo zijn er vele voorbeelden. Je hoort vaak dat de indicatiestelling duurder is dan de aangeboden therapie. Dat lijkt mij toch ongewenst.”

René Paas is voorzitter van de commissie ’Zorg om jeugd’, die op verzoek van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) een onafhankelijk onderzoek deed naar de problemen in de jeugdzorg en met voorstellen moest komen over de gewenste inrichting van de jeugdzorg. In het najaar presenteert minister Rouvoet (jeugd en gezin) een evaluatie van het functioneren van de Wet op de Jeugdzorg die in 2005 in werking is getreden. Bovendien is het rapport opgesteld met het oog op de programma’s van de politieke partijen voor de verkiezingen voor de gemeenteraad (2010) en de Tweede Kamer (2011).

De Wet op de Jeugdzorg ligt al sinds de inwerkingtreding onder vuur. Deze wet heeft de problemen rond wachtlijsten en het doolhof aan instanties niet opgelost, vindt de voltallige oppositie in de Tweede Kamer. Fracties wijzen op de vele dure interim-managers en de ’doorgeslagen verantwoordingsgekte’ als uitwassen van de problemen. Ze dringen aan op een parlementair onderzoek om de hele sector door te lichten. De coalitie en minister Rouvoet voelen er vooralsnog weinig voor.

Oppositiefracties twijfelen aan het nut van Centra voor Jeugd en Gezin, dat minister Rouvoet in alle gemeenten aan het opzetten is. Volgens de minister moeten deze bureaus zorgen voor een betere coördinatie tussen alle vormen van hulp en kunnen ouders bij deze laagdrempelige voorziening terecht voor opvoedingsondersteuning. Maar de oppositie vreest dat deze bureaus een ongewenste extra bestuurslaag gaan worden. Bureaucratie is er al genoeg, vinden ze.

René Paas kan zich daar wel iets bij voorstellen. „Die kans bestaat. Deze centra heffen de verkokering en versnippering in de sector niet op.’’

De commissie heeft lang nagedacht of het verstandig is de jeugdzorg opnieuw te onderwerpen aan een stelselherziening. „Als je dat doet, dan is dat zwaarbelastend voor de hele sector. Minister Rouvoet wil er om die reden ook niet aan. Toch hebben wij gemeend er uiteindelijk wel voor te moeten pleiten. De huidige bestuurstructuur, verdeeld over Rijk, provincies en gemeenten, staat oplossing van de problemen in de weg. De scheiding tussen verantwoordelijkheden maakt de jeugdzorg onnodig ingewikkeld, duur en traag. Gezinnen en kinderen zijn daar de dupe van.’’

De commissie pleit er voor om de verantwoordelijkheid voor bijna alle vormen van zorg, de financiering en (later) de inkoop van zorg, bij de gemeenten neer te leggen. „Wij willen dat de zorg zo dicht mogelijk bij de gezinnen komt te liggen. Dan kom je vanzelfsprekend bij de gemeenten uit. Die zitten het dichtst bij de burger. Dit betekent dat de provincies hun taken voor het merendeel moeten overhevelen naar de gemeenten. Wij vinden alleen dat de ’gedwongen zorg’, waar de kinderrechter en jeugdreclassering een rol bij spelen, bij de provincies kunnen blijven of dat je die overhevelt naar het Rijk. Deze vorm van zorg is van een andere orde en het is ook goed dat er een knip komt tussen vrijwillige en gedwongen zorg.’’

Dat is een weinig verrassende conclusie voor een commissie die in opdracht van de VNG dit onderzoek heeft gedaan. De VNG pleit hier al jaren voor. Er zitten ook diverse wethouders in uw commissie?

„Dat klopt. Maar zo ben ik het onderzoek niet begonnen. Ik begon met de instelling: zo weinig mogelijk bestuurlijke veranderingen. Die zorgen alleen maar voor meer vertraging. Alleen, gaandeweg kwam ik er achter, dat veranderingen in de sector niet mogelijk zijn zonder het mes te zetten in de structuur. Dat provincies nu betrokken zijn bij de jeugdzorg, is op zichzelf vreemd. Provincies leggen zich steeds meer toe op economie en ruimte. Jeugdzorg is een vreemde eend in de bijt. ’’

Paas wijst op de Bureaus Jeugdzorg die onder de verantwoordelijkheid van de provincie vallen. „Deze bureaus hebben enerzijds de verantwoordelijkheid jeugdzorg te verlenen in de vrijwillige sfeer, anderzijds zijn ze betrokken bij de ’gedwongen’ jeugdzorg. Dat geeft spanningen. Bij ouders hebben deze bureaus een slechte naam. ’Daar ga je met je kind naar toe, en daar kom je zonder kind weer uit’, hoorde ik regelmatig. In de praktijk houden ze zich voornamelijk bezig met indicatie en coördinatie. Er wordt geen zorg geboden aan jeugd, terwijl dat ooit wel de bedoeling was.’’

Hoe stel je dan vast welke hulp een kind moet krijgen?

„De bulk van de problemen wordt gesignaleerd op school en op het consultatiebureau. Docenten en medewerkers van consultatiebureaus zijn heel goed in staat ouders een praktisch advies te geven of door te verwijzen. Zorg dat er korte lijnen zijn naar professionele hulpverleners. Dit kan snel, flexibel en goedkoop. Daarmee kun je een groot deel van die dure, trage indicatietrajecten schrappen en voorkom je al die coördinatie- en bekostigingsproblemen waar nu vaak sprake van is. Het is toch bizar dat indicatiestelling duurder kan zijn dan de zorg die een kind nodig heeft.”

U pleit niet voor meer geld?

„Nee, er is voldoende geld in de sector. De jeugdzorg moet vooral beter georganiseerd worden. Dan blijft er misschien wel geld over.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden