Jeugdcriminaliteit / Naar straf met nut

In alle Europese landen worden pogingen ondernomen de jeugdcriminaliteit in te dammen. Het ene land kiest voor een harde hand, het andere trekt de fluwelen handschoen aan. Redacteur Malika el Ayadi maakt een rondgang langs de Europese praktijken. Ze start vandaag in Nederland waar het besef groeit dat vooral snél ingrijpen helpt.

door Malika el Ayadi

Het paspoort van criminoloog Peter van der Laan staat vol stempels. Sinds de zomer reist hij bijna iedere week af naar een ander ver oord. Zodra hij zijn voordeur in Leiden achter zich sluit, is hij 'op missie'. Overal waar hij komt houdt hij een warm pleidooi voor de rechten van het kind. En hamert hij op terughoudendheid bij het opsluiten van jongeren. Van der Laan praat, luistert en vraagt.

Eenmaal thuis schrijft hij zijn bevindingen op, bevindingen die vroeg of laat door de minsters van justitie worden onderschreven. Die enorme invloed neemt hij zelf met een korreltje zout. ,,Als het er écht op aankomt gaat het in de politiek om status en hiërarchie. Jongeren doen er dan helemaal niet meer toe.''

Van der Laan, verbonden aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Leiden is tevens adviseur van de commissie jeugd-criminaliteit van de Raad van Europa. Noem bij belangrijke kinderrechters, jeugdhulpverleners of criminologen zijn naam en de kans is groot dat ze hem kennen. Vooral in Midden- en Oost-Europa. Zijn beoordeling van de omgang met jeugdige delinquenten is voor hen dé sleutel tot een toekomstige aansluiting bij de Europese Unie.

De Nederlandse criminoloog stelt in het buitenland vooral vragen. Hoe lang zitten jongeren in voorarrest? Hoe lang duurt het voordat ze een rechter spreken? In sommige landen gaat het om termijnen van maanden, in andere is er sprake van een hechtenis van jaren. Van der Laan vertelt dan dat jongeren in Nederland niet langer dan twee dagen mogen worden vastgehouden voor zij een rechter zien. ,,Als je dat vertelt zie je de jeugdwerkers driftig knikken. Zij hameren al jaren op een humane behandeling van jeugdigen. Als iemand uit het Westen dat dan ook vertelt, voelen zij zich zeer gesteund.''

Niet zelden verandert na het bezoek van Van der Laan het beleid in het bezochte land. De deskundigen lobbyen verder, zoeken contact met politici en kijken naar manieren waarop ze de rechten van aangehouden jongeren kunnen waarborgen in beleid.

Nederland heeft die weg al eerder afgelegd, net zoals de andere West-Europese landen. En wordt inmiddels geconfronteerd met andere fenomenen. Zo is het aantal diefstallen door jongeren in Nederland nagenoeg stabiel, maar neemt de gewelddadigheid toe. Daarnaast blijft het herhalingscijfer hoog. Van der Laans cijfers over recidive liegen er niet om: 95 procent van de jongens die een gevangenisstraf krijgt opgelegd recidiveert binnen vijf jaar. Van de jongeren met een taakstraf valt meer dan 50 procent terug in oud gedrag.

De Westerse landen pakken de criminaliteit allemaal op een eigen manier aan. De Scandinavische landen bijvoorbeeld willen niet horen van harde straffen en blijven jeugdigen zo goed mogelijk begeleiden. Justitie wordt zo lang mogelijk buiten de deur gehouden. België en Duitsland doen het weer anders: met de stijging van de criminaliteit is de aandacht voor de slachtoffers toegenomen. Die worden nauw betrokken bij het strafproces en de strafoplegging.

Nederland daarentegen lijkt op Groot-Brittannië. In beide landen wordt het criminaliteitsbeleid repressiever. ,,In Engeland'', zegt Van der Laan, ,,was de geest uit de fles na de dood van het tweejarige jongetje James Bulger, die door zijn minderjarige moordenaars werd meegenomen en gedood. In Nederland brak het debat twee jaar later door na het pleidooi van de Utrechtse hoofdcommissaris P. Vogelzang.''

Vogelzang stelde voor jongeren te straffen volgens het 'volwassen' strafrecht, omdat het de spuigaten uitliep met vooral de Marokkaanse jongens in zijn stad. De korpschef raakte met zijn pleidooi een snaar, zo bleek uit de reacties. De jeugdcriminaliteit stond in korte tijd weer bovenaan de politieke agenda.

Sindsdien is het niet stil geweest: herinvoering van een publieke schandpaal, harder straffen, vaker straffen, werkkampen, levenslange opsluiting, het terugsturen van criminele allochtone jongeren ... Van der Laan pakt de Veiligheidsnota van het kabinet Balkenende erbij. Er gaat veel geld naar repressie. Inhoudsloze straffen, noemt Van der Laan de nieuwe maatregelen, waarvan de effecten als een boemerang naar de samenleving zullen terugkeren, voorspelt hij.

,,Neem een Antilliaanse jongen. Wat weten we van hem? Hij heeft geen opleiding, spreekt slecht Nederlands, komt vaak uit een gebroken gezin, heeft geen reguliere baan en hoogstwaarschijnlijk een verslavingsprobleem. Hij wordt opgepakt, bestraft, maar geen van de punten die hebben bijgedragen aan het ontstaan van crimineel gedrag worden opgelost.''

Nederland houdt vergeleken met andere Europese landen veel jongeren achter tralies: jaarlijks zo'n drieduizend. En er komen nog cellen bij speciaal voor jeugdige veroordeelden. Tegelijkertijd kent Nederland veel instellingen die crimineel gedrag van jongeren moeten voorkomen. De Jeugdzorg, het buurthuiswerk, de Individuele Traject Begeleiding (ITB) van de jeugdreclassering, het bureau Halt en de jeugdhulpverlening zijn volgens Van der Laan goedbedoelende initiatieven, maar ze zetten weinig zoden aan de dijk.

,,Je kunt het criminele gedrag alleen doorbreken als je de jonge delinquent en zijn gezin wat te bieden hebt, als je écht aandacht besteedt aan de omstandigheden die bijdragen aan het criminele gedrag'', zegt Van der Laan. ,,Ik heb het dan over concrete zaken als slechte huisvesting, werkloosheid van de ouders, opvoeding en taalachterstand en werkbegeleiding.''

In Engeland wordt al met deze nieuwe methode gewerkt onder de naam What works. En Van der Laan is er zeer enthousiast over. In dit model worden de behoeften en de risico's van de individuele delinquent in kaart gebracht, volgens het Offender Assessment System (OASys), het delinquent beoordelingssysteem. Daarin komen zaken naar voren die een herhaling van de misgreep voorspellen, op basis van ingevoerde gegevens als de kans op werk, drank- en drugsgebruik, genoten onderwijs, houding en het vermogen om problemen op te lossen.

Uit die OASys rolt vervolgens een advies voor projecten en cursussen. De rechter houdt in zijn straf rekening met de medewerking die de jonge crimineel laat zien. En een team van het gevangeniswezen en de reclassering houdt nauwlettend de uitvoering van het programma in de gaten.

What works moet als het aan Van der Laan ligt ook in Nederland een streep door het huidige beleid halen. Voordat een jongere een delict pleegt, zijn er nu legers van maatschappelijke werkers die zich over de risico-jongeren buigen. Ze praten urenlang met een jeugdige over zijn verwarde identiteit, zijn strenge vader en de discriminatie die hij voelt. Het is goedbedoeld, maar het werkt niet, zegt Van der Laan.

Als de jongere vervolgens een misdrijf pleegt, duurt het te lang voordat zijn zaak door justitie in behandeling wordt genomen. ,,De tijd tussen een delict en de straf die een jongere daarvoor krijgt, is een half jaar of langer. Veel te lang. We hebben het nu over het verkorten van de termijnen, naar maanden. Maar het moet gaan over úren, zelfs over minúten. Dan heeft straf nut.''

Als een jongere eenmaal wordt veroordeeld zijn er twee mogelijkheden: hij krijgt een taakstraf of een gevangenisstraf. Ook daar signaleert Van der Laan problemen. ,,De alternatieve straffen werken als de jongere het verband tussen de taakstraf en het delict wordt uitgelegd. Dat gebeurt nauwelijks, sinds de straf massaal en routinematig wordt toegepast.''

Ook de celstraf zelf draagt volgens hem weinig bij aan het verhinderen van verder crimineel gedrag. ,,Deskundigen weten dat. Vrijheidsstraffen zijn er vooral om de samenleving te beschermen en de daad te vergelden. Als straf zal de detentie daarom nooit worden afgeschaft.''

Tegelijkerijd zet Van der Laan grote vraagtekens bij initiatieven die voorgoed willen afrekenen met het oude beleid. ,,Al die instellingen met een quasi harde aanpak, die nu als paddestoelen uit de grond komen, die successen die ze claimen ... ik geloof er niets van. Het resultaat blijkt nergens uit.''

Van de nieuwe methoden wordt wel veel verwacht. Glen Mills bijvoorbeeld, een tuchtschool naar Amerikaans model in Wezep, en Den Engh in Den Dolder zijn op militaire leest geschoeid. Busladingen criminele Marokkaanse jongeren uit Amsterdam-West werden vorig jaar naar deze internaten gereden.

,,Als zulke jongens binnenkomen, worden ze naar een ruimte gebracht die nagenoeg leeg is, op een paar kuub zand na. En ze worden vervolgens midden in de nacht wakker gemaakt voor een warme maaltijd. Op deze manier worden ze 'gedestabiliseerd', de jongens moeten breken met hun verleden, vindt de teamleiding. Waaróm, vraag ik me dan af? Waarom, die nutteloze leedtoevoeging? Wie doe je daar een plezier mee?''

Ook maakt Van der Laan zich kwaad over het nieuwe beleid van verschillende gemeenten. Hij pakt een kopie van een artikel over het project De Uitdaging. De aan elkaar geniete A4'tjes zijn afkomstig van de gemeente Amsterdam. Op het voorblad prijkt een foto van een jongen met een Noord-Afrikaans uiterlijk die zwoegt op een militaire stormbaan. Van der Laan houdt de brochure vast alsof hij er vies van is. ,,Uit Amerikaanse onderzoeken weten we dat dit niet werkt. En toch doet Cohen dit. Waarom?''

Al die nieuwe particuliere maatregelen komen en gaan los van het nationale beleid dat zich gestaag ontwikkelt. Het Nederlandse beleid richt zich meer en meer op dat ene aspect dat laat is onderkend: het gezin waarin de jeugdige deliquent in opgroeit.

In het buitenland wordt Van der Laan met open armen ontvangen en stellen de landen zijn adviezen op prijs. Toch wordt er in Nederland nauwelijks naar hem geluisterd. Hij neemt het zichzelf, maar ook zijn collega-onderzoekers, kwalijk dat ze de laatste tijd weinig van zich hebben laten horen. ,,We hebben onvoldoende duidelijk kunnen maken welke aanpak zin heeft, en welke niet.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden