Jeugdcriminaliteit / Achter een hek dat beschermt

In alle Europese landen worden pogingen ondernomen de jeugdcriminaliteit in te dammen. Het ene land kiest voor een harde hand, het andere trekt de fluwelen handschoen aan. Redacteur Malika el Ayadi maakte een rondgang langs de Europese praktijken. Deel 3: Litouwen slaat de humane weg in.

Het is donker buiten, de temperatuur schommelt rond het vriespunt. Wat pubers spelen in een kring voor het treinstation een gokspelletje. Een dronken echtpaar waggelt naar buiten, de sneeuw in. De moeder draagt een kind op de armen.

Ernestas Burinskas werkt voor de Litouwse gemeente Vilnius. Iedere avond rijdt hij met een collega in een wit busje door de straten. Onder afdakjes, op pleinen, voor winkelcentra -overal waar hij komt lopen groepen kinderen op straat te bedelen. In de communistische tijd bestond dat verschijnsel niet.

Litouwen spitste de oren toen het eind jaren tachtig kennismaakte met de liberale Gorbatsjov. Het duurde niet lang of het land aan de Baltische Zee koos voor onafhankelijkheid en een open economie. De markten werden geopend en nieuwe investeerders aangetrokken. Maar in de loop van 1994 zag het land zich geconfronteerd met een nieuw fenomeen: er liepen plots kinderen op straat te bedelen, soms met een jonger broertje of zusje aan de arm.

Met de nieuwe armoede en de verworven vrijheid steeg ook de jeugdcriminaliteit. Kinderen begeerden de vele Westerse hebbedingetjes, maar konden die niet aanschaffen. Gameboys, internet, hightech-speelgoed, mobiele telefoons: ze lonkten in de nieuwe warmverlichte winkeletalages.

Burinskas haalt de zwerfkinderen tegenwoordig van de straat en brengt ze naar nieuwe opvanghuizen. Soms met blauwe plekken op armen en benen, van de slaag die ze van hun ouders kregen. Andere kinderen zijn seksueel misbruikt en zwerven over straat of zitten apathisch op een bankje in het park.

Burinskas vermindert vaart als hij in de buurt van het economisch centrum van Vilnius komt. Dure auto's staan achter elkaar langs de stoep geparkeerd. De 'nieuwe rijken' lopen met tassen vol boodschappen voorbij. Burinskas kijkt in de portieken, voor deuren van de warenhuizen. Er is geen kind te bekennen. Hij vermoedt dat ze vanwege de kou in de nieuwe internetcafés rondhangen.

Burinskas verzamelt met zijn busje soms tien kinderen, andere dagen pikt hij er maar twee op. Hij brengt de ondervoede jongeren vervolgens naar het opvanghuis van mevrouw Ingnatoviciene. Het pand met drie verdiepingen staat in de meest verpauperde wijk van Vilnius: de stationswijk. Langs de straten ligt zwerfvuil, de geasfalteerde weg vertakt links en rechts in hobbelige zandwegen.

Directrice Ingnatoviciene is een kleine vrouw met steil blond haar. Ziet het pand er van buiten troosteloos uit, binnen is het geverfd in vrolijke kleuren. Groepen kinderen in de leeftijd van 10 tot 17 jaar houden zich op in de grote kamers van het pand. Aan de muren hangen foto's van lachende jongeren. De kinderen die weken of zelfs maanden op straat hebben gezworven, slaan hier in die veilige omgeving plotseling aan het tekenen en knutselen, en leren zelfs schrijven en rekenen.

De meeste kinderen hier zijn geboren vlak voor de omwenteling. De oude Sovjet-Unie kennen ze alleen van verhalen. Ingnatoviciene probeert ze naar Westerse maatstaven op te voeden. Ze houdt straks bijvoorbeeld een kringgesprek met een groep over de vraag hoe zij zich voelden de afgelopen week. De bedoeling is dat de kinderen zich vrij uiten. Ook kritiek op het opvanghuis hoeven ze niet onder stoelen of banken te steken. De kinderen wezen vorige week de directrice er bijvoorbeeld op dat de winter is ingezet en ze nog steeds rondlopen op gymschoenen. Ook vinden ze de jassen niet geschikt voor de kou. De directrice beloofde dat ze zal doen wat ze kan.

In de oude Sovjettijd ging dat wel anders. Ingnatoviciene verhaalt op haar kamer over de tijd van toen. Ongehoorzame kinderen werden in die tijd door de politie opgepakt en ver weg op het platteland vastgezet. Soms werden ze zelfs platgespoten. Een verschrikkelijke tijd, oordeelt ze nu. De harde straffen hebben nooit iemand geholpen. Ze is blij dat Vilnius een andere weg inslaat en de kinderen kansen biedt als ze de fout ingaan.

De kinderen die bij Ingnatoviciene worden aangemeld hebben over het algemeen op straat kleine delicten gepleegd. Jongeren die zwaardere delicten op hun naam hebben, zoals berovingen met geweld en handel in drugs, worden bij de buurvrouw van Ingnatoviciene afgeleverd, de jeugdgevangenis voor meisjes. De jongens gaan naar een ander adres. De hoge muren rond de gevangenis zijn niet gebouwd om te voorkomen dat de meisjes ontsnappen, maar om te verhinderen dat de mannelijke bewoners van de stationswijk het meisjespand binnenkomen.

Directrice Mazoolyte is een vrouw met een stevig postuur. Gekleed in een wollen vest loopt ze door de gangen. Aan weerszijden zijn kamers waar meisjes in groepen van drie slapen. De meisjes groeten de directrice beleefd als ze voorbijkomt. Mazoolyte heeft ook in de Sovjettijd in jeugdgevangenissen gewerkt. Ze huivert al als ze moet denken aan de tijd van toen. Gedetineerd of niet, de kinderen van Mazoolyte gaan één keer per jaar met z'n allen op vakantie, op kamp, in de buurt van een stad zodat ze tegelijkertijd iets over hun eigen land te weten komen. Ook praat ze openlijk met de meisjes over de werking van drugs en de gevaren van jongens die de meisjes overladen met cadeautjes om ze de prostitutie in te krijgen. Thuis, in de gevangenis, krijgen ze taal- en rekenlessen, maar ook naailessen, zodat ze een vak beheersen als ze straks weer buiten zijn.

De kordate houdding van de directrice blijkt een masker als ze weer terug op haar kamer is. Ze maakt zich grote zorgen over de jeugd en heeft een dubbel gevoel over de omwenteling. Enerzijds is ze blij dat Litouwen nadien de rechten van het kind serieus is gaan nemen. Dat is een verplichting voor het land bij een toekomstige aansluiting bij de Europese Unie. Anderzijds is het juist weer die omwenteling die de kinderen van haar land in grote problemen heeft gebracht.

,,Kinderen dachten vroeger niet aan al die spullen die er nu zijn. De nieuwe rijken overladen hun kinderen met cadeaus, de andere kinderen hebben niets. Ze schamen zich voor hun afkomst, gaan met tegenzin naar school en komen op een gegeven moment helemaal niet meer.''

Ook maakt Mazoolyte zich zorgen over de invloed van de media. Ze noemt het geweld en de seks op de televisie, ook een verschijnsel van na de communistische tijd. Kinderen zouden het gedrag dat ze op de televisie zien onbewust immiteren en de producten die aan de man worden gebracht begeren, terwijl ze voor de meeste mensen onbereikbaar zijn.

Katja (15) woont zo'n anderhalf jaar in de gevangenis. Haar kamer heeft ze versierd met felgekleurde sjaaltjes aan de deur, planten en parfumflesjes op haar bureau. Uit een klein radiootje klinkt popmuziek. Voor de ramen zitten ijzeren tralies. Katja zwierf sinds haar dertiende over straat. Haar ouders verloren na de omwenteling hun baan, toen de grote Sovjetfabrieken hun deuren sloten en duizenden mensen tegelijk op straat kwamen te staan. Haar ouders raakten aan de drank, de oude sociale netwerken werkten niet meer en de familie raakte geïsoleerd.

Katja zocht daarna haar geluk buiten de deur. Samen met haar toenmalige vriendje experimenteerde ze met allerlei soorten drugs. Het liep uit de hand, ze werd opgepakt en komt pas vrij als ze volwassen is.

Maar niet alleen de armen worden getroffen door de nieuwe tijd. De laatste maanden krijgt Mazoolyte ook kinderen van nieuwe rijken die volgens de directrice het geduld niet meer hebben om kinderen op te voeden. Eén keer leverde een rijke vader zijn dochter letterlijk bij haar af. Hij zei dat hij en zijn vrouw door het drukke werk geen gelegenheid hadden om voor hun kind te zorgen.

In een kamertje met de deur open, zit Katja met haar benen opgetrokken op een stoel. Ze huilt. Haar hoofd hangt naar beneden. Als ze ziet dat er naar haar wordt gekeken, lacht ze verlegen. Katja wil naar buiten, terug naar haar vriend. De leidster probeert haar geduldig op andere gedachten te brengen.

Mazoolyte hoopt dat Katja binnen de gevangenis blijft en hier haar school afmaakt. Mochten kinderen als zij weer in de fout gaan, dan haalt de overheid die een begin heeft gemaakt met een nieuw, humaan kinderbeleid, het oude systeem zo weer uit de kast. Ver weg op het platteland staan de gevangenissen al klaar voor de nieuwe jonge bewoners. Allen opgegroeid in een tijd van ogenschijnlijk oneindige mogelijkheden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden