Jessica Durlacher

Jessica Durlacher (Amsterdam, 1962) is schrijver en publicist. In 1997 debuteerde zij met de roman 'Het Geweten'. Vorig jaar kwam haar tweede boek, 'De Dochter', uit. Het is geen autobiografisch verhaal, maar de worsteling met het verleden - hét onderwerp waarover haar in 1996 overleden vader G.L. Durlacher zijn non-fictieve boeken schreef - speelt daarin wel de belangrijkste rol.

door Arjan Visser

1. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

,,Ik heb een geheime god, ontstaan lang voordat ik non wilde worden, een uitvloeisel van kinderlijk bijgeloof misschien. Ik onderhield als kind nauwe banden met het Hogere: een exclusieve trip naar andere planeten en universums. Die kind-god bestaat nog steeds - hij is belangrijk, zo belangrijk dat ik hem hier eigenlijk niet eens zou mogen noemen en op bange momenten zoek ik zijn steun - maar ik kan hem onmogelijk verbinden met een bestaande religie. Ik zou mij niet kunnen overgeven aan de officiële God van de joden - als een in vol ornaat verkerende instantie - zonder mijn tenen te krullen of in de lach te schieten. Mijn god is heilig, hij is er alleen voor mij. Als ik met hem verkeer, is dat een poging om me te concentreren op een metafysische vorm van berusting, mijn geheime god wordt dan als het ware een middel of een aanspreekpunt - om maar eens een weerzinwekkend woord te gebruiken - om me te durven overgeven aan het lot.''

2. Gij zult u geen gesneden beeld maken van wat boven in de hemel is, noch van wat beneden op aarde is, noch van wat in de wateren onder de aarde is

,,Schrijven is jezelf groter maken; voor god spelen in een boek waarin je zaken beschrijft die in werkelijkheid niet zijn gebeurd. Toen ik Het Geweten schreef, heb ik weken rondgelopen met de vraag: hoe moet het nu verder met mijn protagonist? Tot Leon op een dag zei: 'Waarom maak je hem niet dood?' Dóód? Ik vond het shocking, maar hij had wel gelijk. In Het Geweten zijn gedeelten autobiografisch en er zitten halfbedachte stukken tussen, maar dit was zo'n grove fictionering dat ik het haast eng vond om te doen. En tegelijkertijd gaf het een enorme kick, een goddelijk gevoel. Begrijp je wat ik bedoel? Ik vond dat hij moest sterven. En daarom stierf hij. En eigenlijk was dat de geboorte van dat wat ik als echt schrijverschap van mezelf beschouw.''

3. Gij zult de naam van de here, uw God, niet ijdel gebruiken

,,Voor iedere vloek die ik uit, moet ik zeven maal drie keer pardon zeggen. Het is het staartje van mijn complex aan dwangneurosen. Vroeger had ik er mijn handen vol aan. Ik bad uren lang, herhaalde eindeloos spreuken en was er zelfs op bedacht niet de verkeerde gebaren te maken: als ik mijn hand op een bepaalde manier naar iemand ophief, liep die persoon het risico later te worden doorkliefd.''

,,Hier had ik mijn eigen kind-god voor in het leven geroepen: om al het gevaar te bezweren waaraan mijn familie werd blootgesteld. Het woord dood mocht bijvoorbeeld niet in mijn aanwezigheid worden uitgesproken. Dan werd ik hysterisch. Ik had het altijd over de letter D. Ik zou nu wel kunnen beweren dat het met de oorlog te maken had, maar ik wist geen ene moer van dat verleden af. Ik vóelde het wel. Ik wist dat er een enorme hoeveelheid kwaad en ellende bestond op aarde; dat er een voortdurende dreiging was.''

,,Natuurlijk, veel kinderen zijn bang dat hun ouders iets overkomt, maar ik maakte het groter en groter. Het werd een soort oerangst. En ik moest alles stil houden. Niemand mocht zien hoe ik het gevaar bestreed omdat er dan alsnog iets verschrikkelijks zou gebeuren.''

,,Zo rond mijn dertiende begon ik langzaam dingen los te laten. Ik merkte dat er niets gebeurde als ik een keer een spreuk korter maakte of achterwege liet. Inmiddels vroegen ook mijn ouders en mijn zusje er naar - heel zorgzaam en liefdevol - en door dingen toe te geven, uit te spreken, verdween de magie. Ik liet het beetje bij beetje schieten. Een paar dingen zijn blijven hangen. Die zijn zo geïnternaliseerd, dat ze mij zelf niet meer opvallen. Ze hebben geen waarde meer. Behalve dat vloeken dan. Kut en klootzak - met lekker veel k's en t's - mag wel, maar gvd - nee. Zeven maal drie keer pardon.''

4. Gedenk de sabbatdag dat gij die heiligt; zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen maar de zevende dag is de sabbat van de here, uw God, dan zult gij geen werk doen

,,Ik verlang er nog altijd naar om sjabbes te vieren. Het lijkt mij vooral zo mooi; een verhaal om aan de kinderen door te geven. Bij ons thuis was de vrijdagavond feestelijker dan andere avonden. We keken - zonder dat daar iets over was afgesproken - niet of nauwelijks naar de televisie en er was altijd veel snoep. Toen ik op vrijdagavond uit begon te gaan, voelde dat als een verraad, terwijl mijn ouders helemaal niet religieus waren. Mijn vader wilde er zelfs niets mee te maken hebben - het joodse geloof had zijn leven verraden. Het enige joodse wat ik in mijn leven heb gevoeld, is de oorlog. En dat is eigenlijk het anti-joodse. Door dat 'anti-joodse' hoor ik erbij; het is een geschiedenis waartoe ik - een mirakel, een toevalstreffer - heb geleid. Dat ik er ben - dat onze kinderen er zijn - kan ik niet los zien van het feit dat er een bepaalde mazzel heeft plaatsgehad. Ik vind dat ik datgene waaraan ik ben ontsnapt, niet zo maar los mag laten. Daarom is Moos, onze zoon, besneden en gaat hij later ook naar joodse les. Maar het is onzin om te zeggen dat Leon en ik overdreven joods zijn. Wij willen hoogstens de geschiedenis eren, niet de religie.''

,,Ik zoek nog altijd naar een organische manier om de joodse traditie in mijn leven te voegen. Zo vieren we wel seideravond met vrienden - en dan dragen de mannen keppeltjes - maar zelfs dat is eigenlijk al too much. Het verlangen naar een mooie sjabbes zal daarom waarschijnlijk een verlangen blijven.''

5. Eer uw vader en uw moeder

,,Een acteur zou het de Stanislavski-methode noemen: ik probeerde één te worden met mijn ouders. Ik dacht dat ik hen er een plezier mee deed door thuis als een sombere mus te gaan zitten treuren. Ik dacht het goed te doen. Terwijl mijn gedrag uiteindelijk leidde tot het besef dat ik beter het huis uit kon gaan. Ik realiseerde mij dat ik op zou fleuren als ik eenmaal was vertrokken en dat ik hun met mijn hervonden vrolijkheid veel meer genoegen zou verschaffen. Dat zagen zij toen niet zo. Later wel. Alles is goed gekomen, ja...''

,,En toch heb ik er nu moeite mee om er open en eerlijk met je over te praten. Toen De Dochter uitkwam en ik in interviews met damesbladen over mijn jeugd begon, was mijn familie daar, op zijn zachtst gezegd, niet gelukkig mee. Mijn vader zou het helemaal vreselijk hebben gevonden. Als hij nog had geleefd, zou ik geen interviews hebben kunnen geven. Ik zou waarschijnlijk zelfs geen boeken hebben geschreven. Ik was naast mijn journalistieke werk altijd al bezig met schrijven van fictie, maar het lukte gewoon niet. Raar hè, zo lang hij nog leefde kon ik het niet. Alsof ik bang was dat hij mijn fictie onbetamelijk zou vinden. Alhoewel hij op het laatst - toen hij alles wat hij over zijn verleden te zeggen had wel zo'n beetje opgeschreven had - ook met fictie wilde beginnen. Maar toch... Op deze manier praten over mijn ouders is dus, in meerdere opzichten, niet eenvoudig.''

,,Het is voor mensen die nooit een interviews hoeven te geven heel makkelijk om te zeggen: 'Jij gooit alles maar naar buiten.' En daar wordt dan 'Voor je eigen gewin' nog fijntjes aan toegevoegd. Maar het enige wat ik wil doen, is zo oprecht mogelijk proberen te antwoorden. Ik wil niemand kwetsen. Ik wil mijn ouders juist eren en - dit klinkt vast heel slijmerig - een goede dochter zijn. Het is voor mij lange tijd haast een missie geweest om hen ervan te overtuigen dat het vroeger misschien afgrijselijk was, maar dat het nu beter is. Buiten het feit dat ik dacht me te moeten verantwoorden over eigen geluk. Ik wilde mijn ouders geruststellen, een soort hoop teruggeven. Goedmaken? Ja, misschien is het dat wel. Het meisje dat alles goed ging maken.''

,,Maar ik besef heus wel dat het kortzichtig is om nu te zeggen dat ik niet kan praten over het feit dat ik mij op mijn zeventiende ongelukkig voelde. Het was gewoon zo. En jeetje: wie heeft daar op zijn zeventiende gén last van? Ik had eigenlijk een leuke jeugd. Warm en gezellig. Ik ben zélf nogal tobberig. Ik hield mijzélf klein. Dat kan ik mijn ouders toch niet kwalijk nemen? Ik vond de toekomst zo deprimerend ver weg. Ik dacht bij alles: godallemachtig, hoe lang gaat dit allemaal nog duren? Van mijn dertiende tot mijn achttiende was ik in hiding - wachten tot het over gaat. Dat is de paradox van mijn leven: pas sinds ik het leuk vind om toekomst te hebben, weet ik hoe weinig je er eigenlijk van krijgt.''

6. Gij zult niet doden

,,Nee, niet door mijn hand in ieder geval. Ik heb Leon onlangs vreselijk geschokt door te zeggen dat er voor Timothy McVeigh totaal geen clementie mogelijk was. Ik kon geen enkel zacht gevoel in mijzelf ontdekken. De pijp uit, weg ermee. Niet dat ik voor de doodstraf ben, maar in die McVeigh huisde geen enkel geweten. Wat hij heeft gedaan - weloverwogen 168 onschuldige mensen opgeblazen - is zo weerzinwekkend dat ik hem tot de Einzelfülle reken waarvoor deze straf de enige oplossing lijkt. Als ik eerlijk ben, voel ik een primitief soort bevredigd wraakgevoel. Maar als ik door ga denken, en Bush in beeld zie verschijnen die tevreden vertelt wat er in de executiekamer van Terre Haute is gebeurd, dan kan ik wel kotsen van walging. Ik wil niet weten hoe hij naar z'n stoel is gebracht - of weet ik veel wat ze met hem hebben gedaan; ik vond het te gruwelijk om te volgen - maar dat dit kwaad wordt weggedaan, afgemaakt, ja, dat voelt als recht. Toen Eichmann werd opgehangen, vond ik dat ook terecht. Niet voor die man. Op zo'n moment stelt zo'n figuur niks meer voor, een mannetje van niets. Maar het beeld van zo'n bungelende griezel is op een of andere manier wel belangrijk. Het is goed te weten dat zulk gedrag wordt afgestraft.''

,,Misschien moet ik terugkomen op wat ik zojuist zei: ik weet eigenlijk niet of ik zelf zou kunnen doden. Wat nu als ik de man betrap die mijn kinderen iets aan wil doen? Misschien huist er dus ook een moordenaar in mij. Je weet nooit wat je doet. Je weet ongeveer wie je bent, maar wat je doet... Laat ik het dan zo zeggen: ik ben goddank nog nooit op de proef gesteld.''

7. Gij zult niet echtbreken

,,Vreemdgaan is verboden. Het probleem is dat je jezelf ermee corrumpeert. Je moet leven met een schuldgevoel en dat schuldgevoel gaat zich keren tegen degene met wie je leeft. Dat is het. Hoe ik dat zo goed weet? Eh... ik heb er over nagedacht. Nee, nou goed, ik heb in het verleden wel eens iemand bedrogen, dus ik weet eigen ervaring hoe het werkt. Het komt dus nooit meer goed. Niet vreemdgaan. Natuurlijk, ik word nog wel eens verleid, maar dat is tot hier en niet verder. Flirten mag wel. En je mag ook best licht overspelige gedachten hebben - laat Leon dit niet horen - zo lang je ze maar niet in daden wenst om te zetten. De stap van droom naar wens en vervolgens naar daad is een grote stap. Wie zegt dat je al overspelig bent als je in gedachten een ander begeert? O. Nou, dat kan Jezus dan wel zeggen, maar ik ben het helemaal niet met hem eens. In je geest moet je jezelf niet vastleggen. Gedachten zijn tolvrij.''

8. Gij zult niet stelen

,,Soms lees ik iets en denk: dit wou ik bedacht hebben, geef hier. Ik wou ook dat ik meer wist. Het is een soort schrijversparadox: de controverse tussen wens tot diefstal van alles wat je tegenkomt en de behoefte aan reinheid en puurheid; alles wat je zegt moet volkomen en totaal eigen en echt zijn. Het is zo verleidelijk om de gedachten van een ander te gebruiken, maar ik wil ook alles zelf bedacht hebben. Daar zweef ik tussenin: ik ben altijd op zoek naar bruikbare informatie, naar manieren van zeggen en probeer dat tegelijkertijd af te houden, trouw te zijn aan mijn innerlijke stem.''

9. Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste

,,Dat is echt een doodzonde. Fictie reken ik daar niet toe, trouwens. Dat is liegen met open vizier. 'Grijs verleden', het boek van Chris van der Heijden? Nee, dat is geen valse getuigenis. Sterker nog: het is helemaal geen getuigenis. Hij heeft de oorlog zelf niet meegemaakt. Het is wel een interpretatie, gestuurd door zijn wens het verleden zo te zien als hij het ziet. Daar ging onze briefwisseling in Vrij Nederland ook over: Van der Heijden zou het gedrag van de Nederlanders tijdens de Tweede Wereldoorlog eventjes neerzetten. 'Jullie dáchten dat het zus zat, maar ik heb het allemaal even uitgezocht en het zit zo: we zijn geen helden geweest; lulligheid en angsthazerij zijn ieders tweede en derde naam en met het mes op de keel is iedereen een Neanderthaler zonder moraal.' Niet alleen bagatelliseerde hij hiermee het lot van de slachtoffers van die oorlog, waaronder die van de jodenvervolging, maar ook en vooral de actieve heldendaden van mensen die met datzelfde mes op diezelfde keel wel moraal toonden te hebben. Dát neem ik hem kwalijk. Geen valsheid, maar blindheid - en dat hij niet aan ons, lezers, en dus niet aan zichzelf wenste toe te geven waar die blindheid vandaan kwam. Het 'foute' oorlogsverleden van zijn eigen vader dus.''

,,Dat is een vorm van hovaardij vind ik, een bewijs van gebrek aan zelfkennis, waar ik tegen in opstand kwam. Volgens mij is het een verplichting die je hebt als schrijver, en dus ook als essayerende historicus: je moet weten waarom je iets zegt of schrijft. Pas als je jezelf begrijpt, kun je anderen beter begrijpen en - zo nodig - overtuigen. Alle verbetering begint met compassie. Van der Heijdens boek druist tegen veel in waarin ik geloof. De waarheid over die oorlogstijd is niet eenduidig, maar zijn nuanceringen gingen de kant op van onnodige afvlakking. In vergetelheid wegglippen is het lot van alles wat erg is. Onaantrekkelijke, gruwelijke gebeurtenissen zijn nu eenmaal niet vruchtbaar, ze zitten de toekomst in de weg. Het is een gezonde, menselijke neiging om de herinnering aan erge dingen uit te schakelen. Maar het mag niet! Het is een doodzonde om erge dingen te vergeten, laat staan om ze te vervormen.''

10. Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

,,Ik vind het zo vervelend om te beweren dat ik niet afgunstig ben, maar het is echt zo. Ik ben het niet. Noem het gebrek aan fantasie, of beklagenswaardige bescheidenheid. Ik heb altijd mazzel gehad. We werden kort gehouden thuis; toen ik ging studeren had ik geen rooie cent. Door in de horeca te gaan werken, had ik ineens veel geld - los, in mijn zakken, ook dat nog. Ik vond het eigenlijk niet kunnen; voor mijn gevoel baadde ik in het geld. Ik had vrienden die na hun studie onmiddellijk grote salarissen wilden verdienen. Minimaal vierduizend gulden per maand, zeiden ze. Ik vroeg me af hoe ze zoiets uit konden spreken zonder het schaamrood op hun kaken te krijgen. Ik dacht toen eerder aan bedragen van rond de twaalfhonderd - iets meer dan tijdens mijn studie dus. Ik sluit niet uit dat het puur angstige fantasieloosheid van mij was. Via Leon kwam ik in aanraking met een, voor mij, geheel nieuwe, avontuurlijke benadering van geld. Hij wilde gewoon geld hebben om 'dingen te kunnen doen'. Het was de mus in mij die niet aan dat soort wereldse dingen wilde toegeven. Ja, de mus en de vitalist - zo was het inderdaad. Maar ik heb die mus uiteindelijk wel te vuur en te zwaard bestreden. Je kunt je ook afvragen in hoeverre die mus echt was. Misschien was het een maaksel en dacht ik zo te moeten zijn. Want ik ben ook een naarstig zoeker naar meer en beter en nieuw en anders. Alles was er in aanleg, het moest alleen gevoed worden. Ik ben tevredener dan vroeger over wie ik ben. Ik lijk weer op het meisje van vijf dat ik ooit was. Vrijer. De jaren in hiding zijn nodig geweest, maar sinds mijn vijfentwintigste voorgoed verdwenen. Ik begrijp mezelf steeds beter. Ik ben verschrikkelijk ambitieus, wil gehoord worden. Of dat mijn grootste begeerte is? Ik hoop het niet maar ja misschien is het stiekem wel zo. Ik hou heel erg van aandacht. God, nu ben ik wel heel eerlijk hoor, mag ik hier nog een keer op terugkomen?''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden