Jeruzalems hondengevecht

Wat dragen ze toch een veelbelovende namen, Barak en Moebarak: 'Zegenen' en 'Gezegend'. Daar steken onze prozaïsche Kok, Borst, Netelenbos wel schril bij af. Basjaar Al-Assad kan gelezen worden als 'De Leeuw van het Goede Nieuws'.

Arafat en Sharon zijn toponiemen, maar geen gewone, hun familienamen zijn afgeleid van plaatsen die God noemt en betekenis geeft in zijn Heilige Schrift. Maar ja, welke God, in welke Heilige Schrift?

De acties van de diverse heren maken weer duidelijk dat er minstens twee goden in het spel zijn. Koning Abdoellah kan dan ook niet vertaald worden met 'Knecht van God', noch Netanjahu als 'Kadootje van God', anders zou daar één en dezelfde geest mee bedoeld zijn.

Terwijl wat daar waait meer stormen zijn, uit tegenovergestelde richtingen. Een godenstrijd. Dat kan geen mensenhand rechtbreien, hoe zegenend of gezegend ook. Tenzij -misschien- men zich massaal bekeert tot een derde God, een bedaagde God, van liefde en wijsheid.

Bizar toch dat mensen zo graag bijeenkroelen op één plekje om te vechten en te moorden. Terwijl de wereld zo groot en zo mooi is, en wat mij betreft juist op plekken waar in de wijde omtrek geen mensen wonen, de uithoeken der aarde.

Stille, vredige streken, om gelukkig te zijn, om steeds naar terug te verlangen. Land waar niets te winnen valt, niets te delven, niets te beleven, een land zonder mensen dus zonder ruzie.

Niet in de steden maar juist in die lege oorden ervaar ik het goddelijke. Goden resideren immers vanouds op woeste hoogten, en soms kan ik ze daar nog zien. Al daalden velen lang geleden van hun bergen af, met wetten en al. In de vlaktes werden hoogtes opgeworpen, stenen opgericht, namaakbergen gebouwd waar zij zich lieten inviteren.

Delfi had zijn omfalos, zijn navel der aarde, het heilig middelpunt der wereld. Ook de Ka'ba was zo'n navel, net als de steen onder de eik van Sichem. En zeker ook de steen Beth-el, waar Jakob die mooie droom kreeg over een ladder naar de hemel, want dat beeld hoort precies bij zo'n kunstmatig goddelijk centrum: zo was 'Band van hemel en aarde' een gangbare naam voor Sumerische tempels. Die band werd voorgesteld als een navelstreng, als een touw, een mast of een trap. Daar werd de hemel geacht de aarde de hand te reiken. Daar manifesteerde zich de godheid, liet deze zich oproepen.

De Tempelberg in Jeruzalem is helaas ook zo'n plek. We weten nu dat de aarde rond is, en dat geen plaats nog het middelpunt genoemd kan worden zonder arrogant te zijn, of erger: dom. Toch vechten ze erom als honden. Wie heeft het alleenrecht op die plek? Want delen kunnen ze daar niet.

Toen David Jeruzalem inpikte, heette het nog Jebus, stad van de Jebusieten. Neem je de Bijbelse geslachtslijst serieus, dan hebben de Palestijnen, als neven van de stichters van de stad, zeker de oudste erfrechten. Hoewel, David kocht de Tempelberg eerlijk van een Jebusiet. (Al kan alles wel beweerd worden, het koopcontract is er niet meer. En in drie millennia is die plek ook zo vaak vernield en van eigenaar gewisseld.)

Het zal de strijdenden moeten vergaan als de twee spreekwoordelijke honden die om een been vechten: een derde moet ermee heen. Zoals de staat Israël door internationaal ingrijpen geconstrueerd is, zo moeten ook de samenwerkende grootmachten het lot van dit kleine stukje grond bepalen. Een paar are niemands- of allemansland, want zelf kunnen ze het daar niet zonder bloedvergieten regelen. En hun goden bemiddelen ook niet.

Als de Tempelberg dan is afgezet door blauwhelmen wordt het afwachten welke god zich er manifesteert, zich toont als de ware bewoner. Ik ben benieuwd, al zal ik er nooit gaan kijken, de god van het dodenrijk waart mij er al te vaak rond.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden