Jerry Hadley 1952-2007

De Amerikaan Jerry Hadley was een prachtige lyrische tenor, totdat té zware rollen zijn stembanden aantastten. Met noodlottige gevolgen.

Het was pijnlijk, vijf jaar geleden. Tenor Jerry Hadley werd in Amsterdam voor zijn interpretatie van keizer Titus in Mozarts opera ’La clemenza di Tito’ ongenadig uitgejouwd. Het verwende publiek van De Nederlandse Opera had geen enkele clementie met de Amerikaanse tenor, eens veelbelovend en redelijk wereldberoemd. Daar op het podium van het Muziektheater werd hoorbaar duidelijk dat zijn stembanden in een vrije val terecht waren gekomen. Hadley deed zijn best om het gezicht in de plooi te houden toen de boe’s op hem neerdaalden, maar door de all American smile heen, zag je de pijn. Het ging niet goed met hem, toen al niet.

Het geboe uit 2002 is met terugwerkende kracht nog pijnlijker, nu Hadley vorige week overleed aan de gevolgen van een zelfmoordpoging. Acht dagen lag hij in coma nadat hij zich met een luchtdrukpistool door het hoofd had geschoten. De politie vond hem in een huis in Clinton Corners, niet ver van zijn woning in Poughkeepsie in de staat New York. Er waren redenen voor die desperate daad, volgens de diverse media die over Hadley’s dood berichtten. Er wordt gesproken over drankproblemen, over vastgelopen financiën, over een verwijdering tussen hem en zijn ex-vrouw Cheryll Drake Hadley, die hem als pianiste begeleidde tijdens liedrecitals. Maar de zanger maakte zich ook zorgen over zijn carrière, meldden andere bronnen.

Een stem die niet meer wilde, een stem die volgens kenners rollen had gezongen die te zwaar, te veeleisend waren. Een stem wordt per slot van rekening slechts gevormd door twee stembanden, twee spiertjes die net als welke andere spier in ons lijf, niet tot in het oneindige opgerekt kunnen worden. De lyrische tenor Hadley, perfect voor Mozart-rollen, probeerde allengs meer dramatische partijen aan zijn repertoire toe te voegen. Maar de titelrollen in ’Werther’ (Jules Massenet) en ’Les contes d’Hoffmann’ (Jacques Offenbach) eisten hun tol. De stembanden raakten overbelast, waardoor de stem gespannen ging klinken, zijn glans verloor; het werd voor Hadley ook steeds moeilijker om zuiver te zingen.

Wat voor drijfveren Hadley voor zijn fatale daad heeft gehad, zal nooit helemaal duidelijk worden.

Jerry Hadley werd als zoon van een boer geboren in Princeton, Illinois in het mid-westen van de Verenigde Staten. Zijn ouders hadden Engelse en Italiaanse wortels. Op de boerderij kwam hij in zijn tienerjaren in aanraking met opera via plaatopnamen en via de radio- en televisie-uitzendingen van de Metropolitan Opera in New York. Op die vroege leeftijd leerde hij zijn stem te projecteren door te proberen zichzelf hoorbaar te maken boven het geluid van zijn vaders tractor. Hij ging studeren aan Bradley University, Peoria en daarna aan de Universiteit van Illinois. In studentenproducties zong hij al Tamino in Mozarts ’Die Zauberflöte’.

Hadley, die eigenlijk liever dirigent was geworden, brak in 1988 internationaal door toen hij door Leonard Bernstein werd gevraagd om de titelrol te zingen in diens geestige, op Voltaire gebaseerde opera ’Candide’. Deutsche Grammophon maakte er cd-opnamen van en de televisiedocumentaire die van het project werd gemaakt, gaf Hadley een miljoenenpubliek. Precies tien jaar eerder werd Hadley ontdekt door sopraan Beverly Sills, de New York City Opera-diva die begin deze maand overleed. Zij engageerde hem meteen en vanuit New York begon Hadley’s gestage opmars in de internationale operawereld. Zijn eerste optreden in New York in 1979 was in de bijrol van Arturo in Donizetti’s ’Lucia di Lammermoor’. Hadley baarde opzien door zijn stem, maar vooral ook door zijn opkomst op het toneel. Een stoel bleef achter zijn zwaard haken en hobbelde met hem mee het podium op. Daar vatte ook nog een veer op zijn hoed vlam en de bijrol werd onbedoeld een hoofdrol.

In 1982 werd hij door De Nederlandse Opera gecast in de rol van Idamante in Mozarts opera ’Idomeneo’. Daarvoor kreeg hij goede kritieken, zoals hij over de hele wereld lof kreeg voor zijn Mozart-interpretaties. Een van zijn andere grote rollen was die van Tom Rakewell in Stravinsky’s ’The Rake’s Progress’. Hij nam die rol voor cd op onder leiding van Kent Nagano met drie andere echt Amerikaanse opera-collega’s: Samuel Ramey, Grace Bumbry en Dawn Upshaw. Met de laatste zong hij in 1999 in de wereldpremière van John Harbisons ’Great Gatsby’ aan de New Yorkse Metropolitan Opera. Het ’mislukken’ van die opera trok Hadley zich persoonlijk aan.

Vóór het laatste desastreuze optreden bij De Nederlandse Opera, was Hadley hier nog een keer in het Concertgebouw te horen, als gast van zijn collega Thomas Hampson. In 1998 zong hij met hem songs uit Amerikaanse musicals. Met microfoon in de hand ging het hen niet makkelijk af. Hampson en Hadley verloren zich in gemaakt acteren en knullige huppeltjes; na elke song zwaaide Hadley enthousiast naar het publiek in de matig gevulde zaal. Triest was het eigenlijk toen al.

Jerry Hadley werd op 16 juni 1952 in Princeton, Illinois, geboren. Hij overleed op 18 juli 2007 in Poughkeepsie, New York.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden