Jeroen Krabbé

Jeroen Krabbé (Amsterdam, 1944) is schilder, acteur en regisseur. Na 'Left Luggage' -de verfilming van Carl Friedmans boek 'Twee koffers vol'- tekent Krabbé in de onlangs uitgekomen speelfilm 'The Discovery of Heaven' -naar 'De Ontdekking van de Hemel' van Harry Mulisch- voor een tweede keer voor de regie.

1. GIJ ZULT GEEN ANDERE GODEN VOOR MIJN AANGEZICHT HEBBEN

,,Ik ben ongelovig opgevoed. Over de joodse achtergrond van mijn moeder werd -zo vlak na de oorlog- met geen woord gesproken en mijn vader was op een agressieve manier atheïst. Ik herinner me dat Tim en ik samen met mijn vader voor een weekje naar een of ander vakantiehuis van de Partij van de Arbeid, ergens op de Veluwe, gingen en dat hij steevast de eetzaal binnen kwam struinen als de gelovige PvdA'ers met hun gebed waren begonnen. Weet je dat ik het nu nog hoor? Driftige stappen door een grote zaal vol lange tafels. En dan begon hij gewoon tegen ons te praten, alsof er niemand om stilte had gevraagd. Ik vond het verschrikkelijk -o, nu schiet mij nog iets te binnen: ik wilde, als klein jongetje, mondharmonica leren spelen en ik had een vriendje dat bij ons om de hoek, op het Meerhuizenplein, op een mondharmonicaclubje zat. Toen bleek dat het om een christelijk mondharmonicaclubje ging, kostte het mij nog enige moeite om toestemming te krijgen, maar goed: het mocht. Ik ging en ik keek mijn ogen uit. Ik had nog nooit mensen van zo dichtbij zien bidden. 'Heer, geef ons een prettige mondharmonica-avond'. En aan het einde van de les: 'Dank u voor de prettige mondharmonica-avond'. Toen ik thuiskwam en vertelde over het bidden, vroeg mijn vader: 'En, heb je je gebit verloren?' Ik begreep er niets van. Hij haatte het geloof en liet geen mogelijkheid onbenut om het belachelijk te maken. Ik heb die weerzin niet geërfd, maar ik ben -om mij af te zetten- ook geen gelovige geworden. Ik heb respect voor gelovigen, zolang ze mij maar met rust laten. Het lijkt me wel heerlijk om een geloof te hebben; dat je met je verdriet, met je angsten, naar iemand toegaat en troost vindt. Maar daar zit ook de valse kant van het geloof: mensen nemen zelf geen verantwoordelijkheid meer. Daarom vind ik een man als Andries Knevel zo'n gruwel: hij verbergt zich met een zoete glimlach achter zijn geloof en zegt -als hij er zelf niet uitkomt- dat het Gods wil is. Makkelijk hoor. Soms heeft het geloof ook iets stiekems. Kijk maar naar het CDA. De moord op Jaap de Hoop Scheffer, weet je nog? Het was een bijbels drama, met alles erop en eraan. Zelfs Judas deed mee. Ik vond het een diepe schande dat die man, die Marnix van Rij, met dat uitgestreken smoel, zei dat het hem zo'n pijn deed en dat hij het er zo moeilijk mee had dat Jaap moest vertrekken. Maar zich wel meteen kandidaat stellen. Werkelijk! Misschien generaliseer ik nu hoor, maar ik denk dat zo'n machtstrijd in 'atheïstische' partijen met een open vizier wordt uitgevochten. Ik kan die schijnheiligheid slecht verdragen. Van maandag tot zaterdag de meest verschrikkelijke dingen uithalen en jezelf op zondag gewoon even schoonwassen. Bah! Wat dat betreft heeft de katholieke kerk natuurlijk ook een strafblad van hier tot Tokio. En nu vraagt de paus -een zieke, bevende, oude, half-gedementeerde clown die ongestoord mag zeggen dat homo's ziek zijn en dat het gebruik van condooms tegen Gods wil is- excuses voor de kruistochten. Dat is toch om te gieren?''

,,We zijn op aarde en niemand weet waarom. Sommigen bezorgt die gedachte een onpeilbare doodsangst, maar ik heb daar geen last van. Het klinkt misschien oppervlakkig, maar ik probeer tegen al het zwart in de wereld zoveel mogelijk kleuren af te zetten. Mooie schilderijen, mooie films. Ik wil alles versieren. Misschien kan ik, met wat ik doe, nog een paar mensen blij maken. Ik pers het uit iedere vezel, ik leef tegen de klippen op. Ik kan niet anders. Voor mij is iedere dag die onopgemerkt voorbij is gegaan een verloren dag.''

2. GIJ ZULT U GEEN GESNEDEN BEELD MAKEN VAN WAT BOVEN IN DE HEMEL IS, NOCH VAN WAT BENEDEN OP AARDE IS, NOCH VAN WAT IN DE WATEREN ONDER DE AARDE IS

,,Kijk, in die kast staan ze: zelfs het Gouden Kalf heeft er een plekje. De meeste beeldjes die ik heb gekregen zijn eigenlijk heel lelijk, het stelt ook niet zoveel voor. Een prijs krijgen is een prettig, maar kortstondig genoegen. Het rare is dat ik er vroeger hevig naar heb verlangd. Maar hoe minder je iets wilt, hoe meer het op je pad komt. Natuurlijk: als 'De Ontdekking van de Hemel' in de prijzen valt, gaan er meer mensen naar die film kijken, maar daar hou ik me helemaal niet zo mee bezig. Ik heb gemaakt wat ik wilde maken en nu gaat het kind zijn eigen leven leiden. Ik hoop dat ze het mooi zullen vinden, maar alles van waarde is weerloos; sla mij maar neer als je dat nodig vindt, ik heb het op mijn manier, met heel mijn ziel, gemaakt. Ik merk dat ik meer last krijg van kritiek, waarschijnlijk omdat ik veel eerlijker werk dan vroeger. Wat heeft het, op mijn leeftijd, nog voor zin om flauwekul te verkopen? Dit is het, dit ben ik, zonder opsmuk. Ik doe precies wat ik wil en dat maakt mij tegelijkertijd heel kwetsbaar.''

3. GIJ ZULT DE NAAM VAN DE HERE, UW GOD, NIET IJDEL GEBRUIKEN

,,De naam God ligt mij in de mond bestorven. Die van Jezus ook trouwens. 'Jezus, moet je zien wat daar binnenkomt!' 'God, waar ben ik aan begonnen?' Stopwoordjes. Je denkt toch niet dat ik de hulp ga inroepen van iemand die de Holocaust heeft gewild? Edwin de Vries heeft mij ooit verteld dat hij het met God op een akkoordje heeft willen gooien toen zijn kind op sterven lag: als je mijn kind laat leven, zal ik in je geloven. Zoiets kan ik mij nog voorstellen; dat je zo wanhopig, zo radeloos bent, dat je God aanroept, maar ik geloof niet dat er iemand is die naar je luistert. Het is hard, maar we moeten er zelf zien uit te komen.''

4. GEDENK DE SABBATDAG DAT GIJ DIE HEILIGT; ZES DAGEN ZULT GIJ ARBEIDEN EN AL UW WERK DOEN MAAR DE ZEVENDE DAG IS DE SABBAT VAN DE HERE, UW GOD, DAN ZULT GIJ GEEN WERK DOEN

,,Soms, als het mij te heet onder de voeten wordt, zit ik dagen alleen in mijn huis in Overijssel. Bijna niemand heeft mijn telefoonnummer daar. Ik kijk naar de bomen en wandel door het bos. Ik plant een paar bollen, zaag wat takken af en luister naar een trein in de verte die door de totale stilte onmiddellijk opvalt. Meditatieve momenten van rust. Vaak vallen ze in het weekend, maar dat heeft niets met God te maken. Ik verplicht het mijzelf soms niets te doen. Nee, helemaal niets doen is onmogelijk. Dat vind ik toch zonde van mijn tijd.''

5. EER UW VADER EN UW MOEDER

,,Maar moet je dan als ouders niet het respect van je kinderen verdienen? Ik vind het lastig om over dit gebod te praten omdat ik mijn vuile was niet buiten wil hangen. En het is ook uit een soort eerbied voor de gevoelens van mijn ouders dat ik je niet wil vertellen waar het bij ons thuis aan schortte. Ik wil niemand kwetsen... Kijk, de moeizame relatie met mijn vader -de schat is 93 en ik zie hem regelmatig hoor- is waarschijnlijk terug te voeren op de scheiding van mijn ouders, toen ik negen was. Die is niet goed verlopen. Laat ik het zo maar zeggen.''

,,Ik bleef bij mijn moeder wonen. Zij was de kostwinner en dwong daarmee bij mij een groot respect af. Ik heb altijd goed met haar kunnen praten, behalve over het verleden. Haar vader en haar zusje werden vermoord, maar daar werd niet over gesproken en dat maakte het allemaal nog veel erger. Die stilte... ik voelde de angst wel, ik voelde het verdomd goed. Ik ben opgevoed met een doodsangst om afgevoerd en vergast te worden -wij moesten stil zijn, we mochten er eigenlijk niet zijn. Ik voelde mij, zoals Ischa Meijer ooit schreef, het jongetje dat alles goed moest maken. Waarom denk je dat ik al die dingen heb gedaan? Acteren, schilderen, regisseren! Presteren. Dat ik er ben is niet voldoende. Ik moet laten zien dat ik kan overleven, nee, meer nog dan dat: ik moet het onderste uit de kan halen. Dat begrijp je toch wel? Nee, ik heb geen slechte jeugd gehad. Ik denk dat voor alle joodse kinderen van mijn generatie hetzelfde geldt: we zijn er allemaal een beetje verwrongen uit te voorschijn gekomen. Maar ik heb mooie herinneringen aan mijn prille jeugd. Mijn vader is een fantasierijk iemand. Hij heeft mij altijd aangespoord om te tekenen en te schilderen. Alles wat ik maakte werd serieus genomen, opgehangen en besproken. Natuurlijk hield ik van hem, maar -zeg, begin je nu weer? Donder toch op man! Ik heb gezegd wat ik te zeggen heb. Volgende gebod. Gij zult niet doorvragen.''

6. GIJ ZULT NIET DODEN

,,Op elf september zat ik dertien uur lang aan de televisie gekluisterd en ik kan je niet zeggen hoe ontdaan ik was. Ik belde een vriend met wie ik die avond had afgesproken en moest zo vreselijk huilen dat ik niet uit mijn woorden kon komen. Hij reed ergens op de Afsluitdijk, had geen idee van wat er op dat moment gaande was, en riep: 'Wat is er met je?' Ik zei: 'Ik bel je zo wel even terug.' Ik was echt in een soort crisis terechtgekomen. Het moment waarop, live, een tweede vliegtuig insloeg, voelde ik dat alles op aarde in één klap een kwartslag draaide. Alles verschoof. Het was zo'n heftige emotie. Ik zag ook onmiddellijk wat er zou gaan gebeuren; hoe de wereld nog meer zou polariseren, hoe de religieuze kampen weer voor iedereen zichtbaar zouden worden. We zijn teruggesmeten naar een tijd van voor de Middeleeuwen. Het is afgelopen met de pret -om het maar eens heel simpel te zeggen. Ik moest ook aan Harry Mulisch denken. Als je zijn denkwijze over deze gebeurtenissen legt, zou je kunnen geloven dat het misschien nog ergens goed voor is. Dat we over twintig jaar kunnen zeggen: op die elfde september heeft een onzichtbare vijand van ons allen wereldburgers gemaakt. Ik zou graag een paar verbanden ontdekken, maar ik zie ze niet. In 'De Ontdekking van de Hemel', als God zijn handen van ons heeft afgetrokken en de Tien Geboden heeft teruggehaald, zegt een van de engelen tegen zijn collega's: 'Stelletje parvenu's, ik laat het er niet bij zitten'. Dat vond ik zo'n hoopgevend einde, een haast messiaanse belofte. Maar tegelijkertijd denk ik: áls hij komt, wordt hij in een dwangbuis gestoken en afgevoerd. Of erger. Kijk maar naar Gandhi, Marten Luther King of Rabin: mensen die werkelijk proberen partijen bij elkaar te brengen, worden uiteindelijk allemaal vermoord. Het leven is soms zo gruwelijk -laten we er alsjeblieft over ophouden.''

7. GIJ ZULT NIET ECHTBREKEN

,,Ik heb slippertjes gemaakt, maar kom op zeg, in de jaren zeventig was iedereen los in de broek. Het was de tijd van love en flower power, misschien wel de mooiste periode uit de vorige eeuw. We hadden de oorlog niet meegemaakt, wij konden rebelleren. De maatschappij veranderde: nieuwe muziekstromen, nieuwe kunst. We zagen eruit als idioten, op hoge hakken, gestoken in de wildste kleuren, maar god, wat was het een waanzinnige tijd. Voorbij, voorbij o en voorgoed voorbij, om met Bloem te spreken. Het was ook het pre-aids-tijdperk. Nu staat op vrijheid-blijheid de doodstraf. Niet dat ik nog veel behoefte heb aan buitenechtelijke relaties, ik heb helemaal geen zin meer in dat gedoe. Het is het toch niet waard. Ik heb mijn gezin altijd op de eerste plaats gesteld. Als het gaat stormen -en dat doet het, in iedere relatie- moet je elkaar stevig vasthouden. Het moet wel heel erg zijn als je elkaar juist op zo'n moment loslaat.''

8. GIJ ZULT NIET STELEN

,,Picasso heeft gezegd: 'Ik steel waar ik kan'. Hij stal, filterde wat hij zag en maakte er iets nieuws van. En je ziet het: hij heeft het briljant gedaan. Ik werk ook zo. Ik steel van Bonnard, van Matisse, van Klee. Details, vlakverdeling, een combinatie van kleuren: alles wat ik kan gebruiken om verder te komen. Stelen mag, kopiëren niet. Een paar maanden geleden werd ik door iemand van Art Unlimited -het bedrijf dat mijn werk op kaarten en kalenders zet- gebeld die zei: 'Wist je wel dat er in de Runstraat schilderijen hangen die sprekend op jouw doeken lijken?' Ik was dat gesprek alweer vergeten toen ik, weken later, door die straat reed en mijn blik bleef haken aan de etalage van een galerie. 'Hee, hangt hier werk van mij?' Omkijken, terugrijden: nee, toch niet. Maar het leek er sprekend op. Ik zou mij vereerd moeten voelen, maar ik kon de neiging om een kaartje door de bus te gooien met moeite onderdrukken. De tekst had ik al klaar: 'Leuk geprobeerd, niet gelukt. Vriendelijke groeten, Jeroen Krabbé'.''

9. GIJ ZULT GEEN VALSE GETUIGENIS SPREKEN TEGEN UW NAASTE

,,Ik weet zeker dat er over mij wordt geroddeld want ik word omringd door ongelooflijk veel jaloerse mensen. Dat voel ik, dat weet ik en ik kan er niets aan doen. Ogenschijnlijk ben ik de succesvolste, gelukkigste persoon die hier ronddartelt en dat wekt nu eenmaal afgunst op. Ik ben iemand die zijn kansen herkent, pakt en er het beste van maakt. Geluk is maakbaar. Je grijpt wat je grijpen moet. Sommigen mensen zien het gewoon niet. Of die zien alleen de verdrietige dingen die op hun pad komen. Ik heb ze ook gehad, die momenten: zwelgen in je eigen ellende, wat overkomt mij nu weer voor verschrikkelijks? Het was aan het begin van mijn carrière. Ik had allerlei rare angsten -straatangst zelfs- en mijn vrouw zei: 'Nu kan ik je niet langer helpen. Het wordt tijd dat je professionele hulp gaat zoeken'. Dat heb ik gedaan. Ik heb mijzelf aan mijn haren omhoog getrokken en ook een uitweg voor mijn financiële problemen gezocht. Ik heb samen met Marjan Berk, die ook aan de grond zat, een kookboek geschreven met 'tien-guldenrecepten'; het bedrag waarvan ik in die tijd dagelijks moest zien rond te komen. Ik geloof dat ik die periode te boven ben gekomen omdat mijn wil om iets tot een goed einde te brengen sterk is. Daarom lukt mij zoveel, denk ik. En dan krijg je dus die zure, typisch Hollandse reactie: 'Kijk die Krabbé nou, hij moet weer zo nodig'. Als je trots bent op wat je maakt, kijken ze je aan alsof je niet goed snik bent. Het is zo leuk om mensen te ontmoeten die oprecht ergens blij om zijn of gewoon durven zeggen dat zij iets mooi vinden. Ja, dat valse gedoe, dat eeuwige gezeik, heeft mijn openhartigheid beschadigd; ik ben veel minder uitgesproken dan vroeger. Je zult mij niets meer horen zeggen over mijn eigen werk, want ze pakken je links en rechts. Laat maar zitten. Als ik één ding niet wil worden in dit leven dan is het verbitterd. Of cynisch. Ik zal om die reden ook niet uit Amsterdam vertrekken. Ik voel mij hier thuis. Moet ik dan in de Verenigde Staten gaan wonen? Ik denk dat de Amerikaanse oppervlakkigheid mij op een zeker ogenblik ook wel gaat tegenstaan. Ach ja. Zo is er altijd wat meneer.''

10. GIJ ZULT NIET BEGEREN UWS NAASTEN HUIS; GIJ ZULT NIET BEGEREN UWS NAASTEN VROUW, NOCH ZIJN DIENSTMAAGD, NOCH ZIJN

RUND, NOCH ZIJN EZEL, NOCH IETS DAT VAN UW NAASTE IS

,,Wat een onzin. Ik begeer vaak genoeg iets wat van een ander is, maar ik maak er geen werk van omdat ik ook tevreden ben met wat ik heb. Het enige wat je kunt doen is hopen dat je het mag houden. Mijn schoonvader zaliger -meesterlijke man- zei altijd: 'Iedere dag waarop een ramp je blijft bespaard is meegenomen'. Daar ben ik het helemaal mee eens. Ik ben mij altijd bewust geweest van de gevaren die om de hoek liggen. Toen mijn zoon Jasper in april een dochter kreeg, zei ik tegen hem: 'Vanaf dit moment heb je nooit meer een zorgeloze dag'. Hij geeft mij nu al gelijk. Door een kind verandert alles. Onlangs zag ik een prachtige documentaire over een stel rare apen. Moeder met drie jongen. Eerst zag je moederaap in de takken hangen met zo'n gezicht van: ik wou dat die kinderen eens naar bed gingen en op het volgende moment schoof er een slang in beeld die op zoek was naar een prooi. Binnen een paar seconden had de moeder haar kroost te pakken en slingerde ze van boom tot boom om het in veiligheid te brengen. En ik dacht: ja, zo is het leven. Wat er ook gebeurt: je laat alles vallen, je pakt ze op en je rent voor je leven. De rest is onbelangrijk. IJdele onzin. Want je gelooft toch niet écht dat ik gevoelig ben voor de ster-status? Het is een spel en ik kan het goed spelen. Als er een première is, zeg ik tegen mijn vrouw: 'Kom, we gaan weer een avondje filmster spelen'. Heerlijk! En de volgende dag sta ik om negen uur 's ochtends alweer in een oude overall te schilderen. Maar dat wil niet zeggen dat ik ook maar één talent heb laten liggen. Ik wilde alles aanpakken. Dat was het begin. Ambitie is mijn startmotor geweest, maar ik rijd inmiddels al jaren comfortabel in de vijfde versnelling rond.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden